Fevziye Sahin: ‘Het probleem is dat we elkaar niet in onze waarde laten’.

Interview Discriminatie

Moslim of geen moslim: iedereen kan te maken krijgen met islamofobie

Fevziye Sahin: ‘Het probleem is dat we elkaar niet in onze waarde laten’. Beeld Martijn Gijsbertsen

Of je nu een hoofddoek draagt of slechts een beetje een mediterraans uiterlijk hebt, in beide gevallen kun je te maken krijgen met islamofobie. Wat doet het met degenen die het meemaakten?

De zon scheen en Fevziye Sahin (30) fietste naar het station in haar woonplaats Heemskerk, toen een vrouw naast haar kwam rijden en begon te roepen. “Kopvod”, en: “Dit is ons land, jullie horen hier niet”. Even probeerde ze de vrouw nog bij zinnen te brengen. “Maar op een gegeven moment ging er van binnen iets borrelen – boosheid – en ben ik weggefietst.”

Twee maanden later blikt ze terug op de gebeurtenis, bij een cappuccino in een etablissement in Heemskerk, waar ze naast haar werk als milieuadviseur ook gemeenteraadslid is voor de Partij van de Arbeid. Ze denkt dat de vrouw geen idee wat het met haar deed, zegt Fevziye. “Pas op het perron kwamen de tranen. Ik ben heel erg geschrokken, ook van de emotie die er bij de vrouw onder zat.”

Verlammend

Ze had trouwens zelf ook niet kunnen bedenken wat het met haar zou doen. “Ik wist wel dat dit soort dingen gebeuren, maar ik wist niet hoe verlammend zo’n situatie is”, vertelt ze. “Als ik mijn stem was gaan verheffen tegen die vrouw, dan was ik de ‘boze moslim’ geweest die ze toch al in me zag. Later dacht ik: die redenatie van mij maakt dat zij dit kan maken.”

Daarom wil ze haar stem alsnog laten horen, in de krant. Eerder vertelde ze al in een Facebookgroep voor inwoners van Heemskerk over het gebeurde. Ook deed ze melding bij de politie en bij de Stichting Meldpunt Islamofobie. Van dit meldpunt is net een nieuw rapport verschenen. Onder islamofobie verstaat het moslimdiscriminatie, maar ook neerbuigende opmerkingen gebaseerd op een schrikbeeld van het islamitische geloof. Het gaat van regelrechte doodswensen op sociale media tot subtielere opmerkingen.

“De kern van islamofobie”, zegt voorzitter Ibtissam Abaaziz, “is dat er een negatief, generaliserend beeld geschetst wordt van de islam en moslims. Dat beeld drijft op het idee dat de islam onverenigbaar is met Nederlandse normen en waarden en één homogeen blok is – alsof er geen diversiteit is onder moslims.” Zo kreeg een anesthesist op een sollicitatiegesprek de vraag wat hij van terreurorganisatie IS vindt. Abaaziz: “Dan ga je er dus vanuit dat iemand die tegenover je zit massamoord goedkeurt. Heel aanmatigend.”

Racialisering

Uit eerdere onderzoeken bleek al dat moslimdiscriminatie vooral vrouwen met een hoofddoek treft. Maar bij het Meldpunt Islamofobie merken ze dat ook niet-moslims ermee te maken krijgen, vanwege een Turkse of Marokkaanse achternaam, of een ‘beetje een mediterraans uiterlijk’. Dit hangt samen met de zogeheten racialisering van moslims: spreken over moslims als inferieure groep die – net als bij een ras – onveranderlijke eigenschappen worden toegedicht.

Op de vrijdagavond in september dat het rapport gepresenteerd wordt, in een bomvolle zaal van Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, komt het ter sprake. Ook hoogleraar Philomena Essed, verbonden aan de Antioch University in de Verenigde Staten en bekend om haar studies naar racisme in Nederland, is erbij. Ze ziet een verschuiving. “Voor wat je in de jaren tachtig niet meer mocht zeggen over ras, is later de deur helemaal opengegaan naar wat je wel mag zeggen over moslims – want ‘dat is toch geen ras?’”

Onrechtvaardigheid

De 40-jarige financieel administrateur Bediha Koysüren uit Amsterdam is nooit gelovig geweest, zegt ze. “Maar toch ben ik voor heel veel mensen gewoon een moslim. Mijn familie is wel islamitisch, soennitisch en Turks. Maar vanwege mijn slechthorendheid was het voor mijn ouders geen prioriteit om mij over het geloof te vertellen. Het was destijds al heel moeilijk om mij te vragen of ik het zout wilde aangeven, vandaar.”

Bediha Koysüren: ‘Ik wil gewoon mezelf zijn. En geen onderdeel gemaakt worden van iets’. Beeld Martijn Gijsbertsen

Ze schampert even. “Dan drink ik een glaasje wijn of rook ik een sigaretje tijdens de ramadan, en dan vragen ze: ‘Oh, vast jij niet?’ Ja, wat denk je zelf? Meestal zijn dit mensen die me niet zo goed kennen. Maar het is ook gebeurd met iemand die me al twaalf jaar kende. Ze hoorde toen voor het eerst dat ik Turks ben, dat had ze nooit geweten. ‘Maar hé’, zei ze, ‘Het is ramadan, moet jij niet vasten?’ Zó storend. Ten eerste, ik ben aan het eten, en ten tweede, ik moet niks. En dit gebeurt niet één keer, het gebeurt heel vaak.”

Bediha gebruikt Facebook voornamelijk als discussieplatform, en komt daar bijna dagelijks islamofobie tegen. “Dan is het: ‘Mohammed had een kindhuwelijk. Dit is de religie waar jij in gelooft, dus jij staat ook achter pedofilie’. In de politiek gaat het trouwens ook alleen maar over moslims en de islam. Ze worden tegenwoordig zo zwart afgeschilderd dat ik me genoodzaakt voel ze te verdedigen. Het gaat mij om de onrechtvaardigheid daarvan. Dit alles raakt me zo, dat ik soms haast weer moslim zou worden.” Ze lacht even. “Met de nadruk op háást, hè? Ik geloof nu eenmaal niet.”

Niet veilig

Het rapport van het Meldpunt Islamofobie gaat ook in op de gevolgen van moslimdiscriminatie en islamofobie. Ze hielden een peiling onder 337 respondenten. Van hen zegt ruim een kwart zich ‘niet veilig’ of ‘totaal niet veilig’ te voelen in Nederland. En voor 71 procent van de respondenten geldt dat ze zich de afgelopen vijf jaar minder veilig zijn gaan voelen.

Nee, zegt Bediha, zij herkent dat gevoel niet. Boos wordt ze er ook niet om, zegt ze. “Maar wel moe en depressief. Ik moet me tegen al die vooroordelen continu verdedigen. Terwijl ik gewoon mezelf wil zijn, normaal wil zijn. En geen onderdeel gemaakt worden van iets. “Het is niet leuk om op die manier je boodschappen te moeten doen. Dan heb ik nog het geluk dat ik slechthorend ben: er gaat veel aan me voorbij. Ook emotioneel sluit ik me eigenlijk al een beetje af. Er zijn allerlei thema’s waarover ik niet meer praat, behalve dan met vrienden. Religie, politiek, Turkije, mijn ouders, dat ik single ben – ja, eigenlijk praat ik bijna helemaal niet meer over mezelf.”

Voor Fevziye Sahin speelt dat veiligheidsgevoel wel mee. Ze kijkt tegenwoordig beter om zich heen op straat. Helemaal als er iets in het nieuws is, zegt ze. “Ik heb het gevoel dat dat meespeelt: toen ik die vrouw tegenover me kreeg, was er net veel over het nikabverbod in de media. En als er een aanslag is geweest krijg ik ook geregeld de vraag: hoe zie jij dat dan?”

Lhbti's en mensen met een donkere huidskleur

Tegelijkertijd denkt Sahin dat het probleem breder is. “Het achterliggende probleem is dat we elkaar niet in onze waarde laten. Ik besef heel goed dat het ook iets anders had kunnen zijn waardoor iemand zomaar los ging. Ook lhbti’ers en mensen met een donkere huidskleur maken scheldpartijen mee. Als ik het niet was met mijn hoofddoek dan waren zij het wel geweest. Ik dacht ook: het was een warme dag, ik had mijn hoofddoek naar achteren geknoopt, met mijn nek vrij, wat ik doe als ik daar zin in heb. Zo dragen ook mensen die hun haar kwijt zijn vanwege chemotherapie vaak hun hoofddoek. Ik dacht: stel dat je dát dus hebt en dán zo’n vrouw tegenkomt.”

Maar haar ervaringen met islamofobie hebben haar ook sterker gemaakt, zegt Sahin. “Ik ben maatschappelijk bewuster geworden, en ook geïnteresseerd geraakt in politiek. Als volksvertegenwoordiger ben ik ook heel benieuwd waar die onvrede bij die vrouw nu precies vandaan komt. Ze zei ook: ‘Jullie kosten alleen maar geld.’ Ik? Nou, dan kent ze me niet. Ik werk keihard: ik combineer een fulltime baan met vrijwilligerswerk en het gemeenteraadswerk.

“Hier zit het ‘em ook in, denk ik: het komt eruit voort dat we elkaar niet kennen. Ik merk ook dat mensen soms heel terughoudend zijn met vragen. Na vijf jaar mijn collega te zijn geweest vroeg iemand laatst heel schuchter of-ie misschien iets mocht vragen. Túúrlijk mag dat. Vraag het me, praat met me.”

Lees ook:

Hollandse moslimhaat: op internet is alles geoorloofd

Op internet zwelt de haat tegen moslims aan. Het gaat er zeer hard aan toe, ondanks pogingen om extreme uitingen te verwijderen.

Geweld tegen moskeeën wordt meestal niet herkend als discriminatie

In rechtszaken over geweld tegen moskeeën wordt vaak niets gezegd over discriminatie. Terwijl het in veel gevallen – meestal gaat het om brandstichting – wel een rol lijkt te hebben gespeeld

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden