null Beeld
Beeld

Bladen

Milieufilosoof Floris van den Berg is bang dat woke studenten hem zijn baan gaan kosten

Als een ras-atheïst de bijbelse Paulus gaat citeren, dan moet hij de wanhoop wel nabij zijn. Floris van den Berg, als milieufilosoof verbonden aan de Universiteit Utrecht, is zo’n atheïst. Wanhopig haalt hij Paulus aan: “Toets alles en behoud het goede”. Voor een wetenschapper is dat geen schokkende oproep, maar een open deur is het volgens Van den Berg niet. Beter gezegd: niet meer.

Op de Vlaamse site liberales.be klaagt hij in een ­essay zijn nood over de invloed die er van het woke ­denken uitgaat op de academische wereld. Je kunt er wel iets van leren, schrijft hij. “Het woke-debat nuchter van een afstandje beschouwen leidt tot reflecteren over geschiedenis (slavernij, kolonialisme) en hoe om te gaan met historisch erfgoed, het reflecteren over de morele geladenheid van taal en terminologie (zonder te vervallen in agressieve wokery). Universiteiten moeten openstaan voor rationele kritiek, maar ook weerbaar zijn ­tegen de woke-inquisitie, want het zijn niet alleen de gevierde successen van cancel culture, maar ook de angst voor wokery, die leiden tot zelfcensuur.”

Met het risico mijn baan te verliezen

In zijn kritiek sluit Van den Berg aan bij wat Sebastien Valkenberg afgelopen week in deze krant betoogde: dat er een nieuwe intolerantie is ontstaan. Van den Berg gaat een stap verder. “Het is persoonlijk maar ik schrijf het toch maar: ik ben bang om te worden gecanceld, om door woke studenten en twitteraars te worden beschuldigd met het risico mijn baan te verliezen.”

Wat hij in het aanstaande semester gaat verzwijgen, meldt Van den Berg niet. Wel kunnen zijn studenten ervan uitgaan dat er weinig meer te lachen valt. Hij kondigt aan dat hij, in navolging van een criticus van het woke ­denken, het wel uit zijn hoofd laat om zijn studenten uit hun tent te lokken. “Ik provoceer niet meer. Ik praat rechttoe, rechtaan. Grappen vertel ik niet meer en veel video’s laat ik niet meer zien.”

Dat kerken de Bijbel aanhalen, is minder opzienbarend. Toch wisten die van Urk en Krimpen aan den IJssel alle aandacht op zich te vestigen door zich te houden aan de Hebreeënbrief: “Laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten”.

null Beeld
Beeld

Ze krijgen een steuntje in de rug van Protestants ­Nederland. Natuurlijk laat dat orthodoxe tijdschrift zich niet verleiden tot al te opzichtige steun; de auteurs doen dat liever vraagsgewijs: “Hoe komt het dat, uitzonderingen daargelaten, er weinig nood geproefd wordt vanwege het feit dat we ’s zondags niet meer samen konden komen? Welke indruk wekten we naar de overheid, wanneer we ons zo snel en zo makkelijk neerlegden bij het overstappen op onlinediensten?”

Een andere scribent brengt de goeie ouwe tijd – de Nadere Reformatie van de zeventiende eeuw – in herinnering, toen de pest rondging. Die was “veel dodelijker dan het huidige coronavirus”, maar de kerkgang opschorten? Geen denken aan. Men verwelkomde zelfs – netjes afgezonderd – pestlijders en nam dus “besmettingsgevaar in de dienst voor lief”. Dat waren tijden.

Lees eerdere afleveringen in ons dossier Bladen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden