Beeld Jorgen Caris

Column Stijn Fens

Mijn ex-buurvrouw en het slotakkoord van Haitink

In de annonce stond dat Elisabeth van bloemen hield en dus kocht ik, vlak voordat ik de Amsterdamse begraafplaats opliep, bij een stalletje een bos pioenrozen. 

Eigenlijk niet de meest geschikte bloem voor haar. Pioenrozen zijn maar een beperkte tijd van het jaar te koop en zijn snel uitgebloeid. Dat laatste kan je van Elisabeth niet zeggen: ze werd maar liefst 103 jaar oud. Haar leven was lang en uitbundig.

“Wilt u de bos zelf bij de kist leggen?”, vroeg de begrafenisondernemer. Dat wilde ik wel, maar dan moest ik wel even het door de eigenaar van de bloemenstal net zo zorgvuldig aangebrachte cellofaan verwijderen, zei ze er vriendelijk doch beslist bij. “Ach jongen, dat doe je toch zeker niet”, hoorde ik Elisabeth zeggen. “Leg gewoon neer.”

Ze was een rebel.

Ik niet en deed braaf wat mij net was opgedragen.

Verzet

Al eerder schreef ik op deze plek over het leven van mijn ex-buurvrouw Elisabeth Fisher-Spanjer. Dat was toen ze honderd jaar werd. Ik citeer mijzelf maar even als u het goed vindt: ‘In de linkse jeugdbeweging van de jaren dertig leerde ze de latere Duitse bondskanselier Willy Brandt kennen, met wie ze een hechte vriendschap ontwikkelde. Ze zat in het verzet, maar werkte tegelijkertijd voor een Nederlandse filmmaatschappij die deel uitmaakte van het Duitse propaganda-apparaat. Tijdens de Hongaarse opstand (1956) was ze actief in het vluchtelingenwerk en later raakte ze bevriend met de Russische dissident Andrej Sacharov. Elisabeth was altijd daar waar de geschiedenis bezig was een bladzijde om te slaan.’

Nu was zij zelf geschiedenis geworden. Einde van een tijdperk, zeg je dan.

De afscheidsplechtigheid verliep zonder incidenten en dat was ergens wel jammer. Eigenlijk misten we vooral de inbreng van Elisabeth zelf. Even nog hoopte ik dat ze uit haar kist zou kruipen, de deksel achter zich ferm dichtklappend, om een glas bubbels zou vragen en muziek op zou zetten. Ze zou gedanst hebben tot ze als laatste van de aanwezigen nog overeind stond. Vervolgens zou ze het slagveld hebben overzien en terug haar kist zijn ingestapt.

Dat was nog eens een passend slotakkoord geweest.

Meesterdirigent

Daarover gesproken. Op hetzelfde moment dat wij in die aula samen waren rond Elisabeth, nam in het Concertgebouw de 90-jarige meesterdirigent Bernard Haitink afscheid van het Nederlandse publiek. Op het programma stond een van zijn lievelingswerken: de ‘Zevende symfonie’ van Anton Bruckner. Haitink wilde volgens Trouw-collega Peter van der Lint een zo gewoon mogelijk concert. ‘Geen toespraken, geen bloemenzee, geen medailles, versierselen of oorkondes.’ Het was natuurlijk geen gewoon concert, schreef Van der Lint. Dit was een concert van de buitencategorie, met een zaal die collectief een brok moest wegslikken maar daar niet in slaagde. ‘Het was als een warm bad. De contouren van het bad kende je, evenals de temperatuur van het badwater.’

Einde van een tijdperk.

Gelukkig staat het hele concert op internet. Ik besloot het te bekijken, althans het slot: ik wilde zien hoe Haitink zelf de kist dichtdeed. Ik zag een dodelijk vermoeide dirigent, die toewerkt naar het daverende slotakkoord van die Zevende van Bruckner. Nog even de ogen dicht. Dan weer die blik. Hij kan het einde al zien. Dan zien we het hele orkest. Haitink op de rug. De camera zoemt uit. Precies op tijd zijn we terug bij de maestro. De laatste toon. De baton is al uit beeld. Alleen zijn linkerarm is nog in de lucht alsof ie iets probeert te grijpen dat al buiten zijn bereik ligt. Maar dan is het stil, de linkerarm zakt langzaam omlaag. Als die weer ligt, slaat hij met zijn rechterhand de partituur dicht.

Tunneltjes

Er volgt een ovationeel applaus dat minutenlang duurt. Steeds maakt Haitink aanstalten de zaal te verlaten, steeds keert hij terug. Dan zwaait hij nog één keer en is hij weg. Voorgoed, zo lijkt het.

Maar dat is schijn. Hij zit sinds zaterdag onder mijn hersenpan, net als Elisabeth. Ze zweren samen tegen mij en graven tunneltjes door het cellofaan van mijn hoofd heen. Af en toe geef ik ze een zetje en wil ik ze over de rand gooien, maar ze klimmen steeds op eigen kracht weer terug.

Ze blijven me bezighouden. Of ik het nou wil of niet.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden