Een dienst bij de Evangelische Broedergemeente in Rotterdam.

Kleur in de kerk

Migrantenkerken en autochtone kerken:passen ze wel bij elkaar?

Een dienst bij de Evangelische Broedergemeente in Rotterdam. Beeld Otto Snoek

Migrantenkerken en autochtone kerken willen graag meer samen doen. Maar kan dat ook? Een verkenning als afsluiting van de serie ‘De kerk krijgt kleur’, die een reeks aan migrantenkerken in beeld bracht.

De opgetogenheid was enorm, daar in de Grote Kerk in Dordrecht. Een hele stoet kerken tekende in mei een verklaring waarin ze zeiden verbonden te zijn met christenen uit andere kerken en elkaar te zullen helpen. Extra applaus was er voor de rij migrantenkerken die mee wilde doen. De, veelal witte, kerken willen immers dolgraag meer contact met de christelijke migrantengemeenschappen, al was het alleen maar om te voorkomen dat ze een nog kleinere minderheid gaan worden. Want migrantenkerken bloeien en groeien, hebben jonge aanwas, terwijl de traditionele katholieke en protestantse kerken vooral vergrijzen en leden zien vertrekken. Het christendom als geheel wordt daardoor veelkleuriger, maar nog steeds geldt ook in Nederland het adagium van Martin Luther King in de jaren vijftig dat de zondagochtend het meest gesegregeerde deel is van de week. Chinezen kerken met Chinezen, Surinamers met Surinamers. Wederzijds willen ze, zo zei men in Dodrecht nog eens, bruggen bouwen. Maar hoe realistisch is het verlangen om meer samen te gaan doen, waar liggen de kansen, waar de hindernissen?

Voor de serie ‘De kerk krijgt kleur’ maakte Trouw kerkdiensten mee in zeven internationale kerken. Die waren niet willekeurig gekozen, maar ze stonden voor een groter geheel, van de Schotse kerk als model voor de vluchtelingenkerken van vier eeuwen geleden tot de Poolse kerk, waar de arbeidsmigranten van nu hun religieuze onderdak vinden. De variatie binnen de in totaal 175 internationale Rotterdamse kerken is groot, maar ze hebben net zo goed een aantal specifieke kenmerken die samenwerking meer of minder aantrekkelijk maakt.

Veerkracht

Of ze nou in een omgebouwde garage zitten, in de aula van een school of in een gehuurde oude kerk zonder enige franje, de geloofsgemeenschappen van migranten zijn enorm veerkrachtig. Ze weten zich staande te houden in een nieuw land dat ook nog eens, tegen hun verwachting in, alleen maar verder seculariseert. De Christian Family International bij voorbeeld is al een keer of zeven verhuisd, een deel van de gemeente vertrok naar Frankrijk en België, maar desondanks houdt ze niet alleen het hoofd boven water, ze barst ook van de energie. Door de week zijn er tal van activiteiten, Bijbelstudies, vrouwengroepen, naailes, evangeliseren, gebedsbijeenkomsten. En bij de dienst op zondag vieren de van oorsprong Ghanezen, Nigerianen en Soedanezen, het geloof uitbundig.

Lange dienst

Die diensten duren twee, soms drie keer zo lang als een gemiddelde viering in een protestantse of katholieke kerk. Die zijn in vijf kwartier doorgaans wel klaar, maar in de Christelijke Gemeente, één van de Chinese kerken, wordt de gastdominee vooraf gezegd dat de preek Bijbelgetrouw moet zijn, zonder kritiek op de Schrift én een uur moet duren. Diensten van twee, drie uur zijn in internationale kerken heel normaal. De kerkgangers hoeven die urenlange zit niet helemaal van begin tot eind mee te maken. Het is meer een in- en uitlopen: het is heel gewoon om later te komen, tussentijds wat te eten of een luchtje te scheppen. Niemand kijkt daarvan op, laat staan dat alle hoofden omdraaien als iemand het waagt te laat te komen.

De Spaanstalige Dios Esta Obrando kerk in Rotterdam-Zuid. Beeld Otto Snoek

Familie

En na die lange dienst blijft het niet bij een kop koffie met een koekje voor wie nog even wil napraten. In de Poolse kerk loopt iedereen na de mis meteen naar zijn auto. Maar in de meeste internationale kerken is er meer, veel meer. Bij de Schotse kerk zijn er sandwiches bij de koffie, voor de leden van de Evangelische Broedergemeente staan gebakken visjes klaar, de Chinese kerkgangers worden op een plastic bak met rijst en vlees getrakteerd. Iedereen blijft. Want in de kerk vinden christenmigranten hun vrienden. De kerk wordt ervaren als familie, het is een hechte gemeenschap van mensen die elkaar door hun gedeelde achtergrond begrijpen en elkaar helpen hun weg te vinden in een nieuw land. De leden moeten wel in de pas blijven lopen. Worden ze kritisch, bij voorbeeld op het tiende deel van hun inkomen dat ze bij pinksterkerken moeten afdragen, dan wordt het lastig. Vaak veranderen ze dan van kerk. Of ze richten er zelf één op. Ook dat is aan de orde van de dag, en niet alleen in Rotterdam.

Huisvesting

Nederlandse kerken hebben gebouwen te veel, en migrantenkerken hebben ruimte te weinig. De oplossing laat zich raden, maar zo is het niet. Kerken worden omgebouwd tot appartementen, boekwinkels en trampoline-hallen. Maar heel soms worden ze verkocht aan een migrantenkerk; die missen daarvoor veelal het geld, hun leden zijn door de bank genomen niet de rijksten. Protestantse kerken verhuren hun gebouwen wel aan migrantenkerken. In hun geheel, of ze worden mede-huurder. Als de PKN-dienst is afgelopen komen de Eritreërs, dat idee. Dat kan alleen na onderhandelingen over een huurovereenkomst en andere voorwaarden waarop ze het gebouw kunnen gebruiken. Christenmigranten vinden dat geregel soms moeilijk. Ze rekenen niet op allerlei criteria waaraan ze zich moeten houden, ze verwachten spontane hulp van hun medebroeders en – zusters in het geloof.

Taal

De vieringen in de internationale kerken in Rotterdam zijn op zijn minst in 38 talen, de index in de gids begint met Amhaars en eindigt met Zweeds. Geloven doen mensen het liefst in hun moedertaal. Maar in haast alle migrantenkerken wordt er wel iets in het Nederlands gedaan; in de Schotse kerk is het gesprekje met de kinderen in het Nederlands, bij het Spaanstalige Dios Esta Obrando worden Nederlandstalige opwekkingsliederen gezongen, elke maand is er in de Chinese kerk een Nederlandse preek die vertaald wordt in het Chinees. Dat Nederlandse element brengen de kerken erin met het oog op de jongeren. Die worden opgevoed in Nederland, ze zitten op Nederlandse scholen en raken de taal van hun ouders meer en meer kwijt. Om dat te voorkomen is de Poolse dienst juist helemaal in het Pools, ouders daar zijn blij dat de kinderen in de kerk nog een woordje Pools leren.

Beleving van het geloof

Afrikanen zijn vurig in hun geloof, Nederlanders ingetogen. Deze wijsheid komt van de dominee en de kerkelijk werker van de International Christian Fellowship, een van de weinige geloofsgemeenschappen die echt veelkleurig zijn; de helft is van oorsprong Nederlands, de andere helft komt uit meer dan veertig andere landen. Vanwege de verschillende geloofsbeleving zijn er bewust plekken waar ‘iedereen even thuiskomt in eigen taal en cultuur’. Dat gebeurt door de week, in gespreksgroepen naar taal en etniciteit. Bij de vieringen komt iedereen bij elkaar, want de ICF wil zowel christenen uit verschillende culturen bij elkaar brengen, als ‘recht doen aan eigen taal en etnische groep.’ Zo probeert deze multiculturele kerk iedereen het gevoel te geven, in de kerk thuis te zijn. Dat gaat des te beter daar de ICF inhoudelijk een orthodoxe leer heeft, net zoals veel migrantenkerken dat hebben. De Bijbel wordt er opgevat als een boek dat de waarheid bevat en ook daadwerkelijk zo gebeurd is. Een vrijzinniger interpretatie is bij migrantenkerken moeilijk te vinden.

Cultuur

Christelijke migranten nemen de culturele context mee uit het land waar ze vandaan komen en die staat soms ver af van de Nederlandse cultuur. Pastor Franklin Gomez van de Spaanstalige Dios esta Obrando vindt het heel gewoon dat hij op zondag na de dienst bij gelegenheid de duivel uit een gelovige drijft; dat gebeurt in katholieke kerken in Zuid-Amerika net zo goed. De pastor ziet ook homoseksualiteit en transseksualiteit als werken van de duivel. Om lid te zijn van zijn pinkstergemeente, moeten homo’s en transgenders hun geaardheid afleggen. De pastor kan dat doen door duiveluitdrijving. Met die homogenezing zit hij op gevoelig terrein; de Tweede Kamer heeft het kabinet gevraagd dit te verbieden. Het gebeurt overigens ook in Nederlandse pinksterkerken, en er zijn migrantenkerken die het ritueel niet in de kerk voltrekken, maar bij mensen thuis.

De International Christian Fellowship op een bijeenkomst in Rotterdam. Beeld Otto Snoek

Conservatief

Internationale kerken nemen de Bijbel letterlijk en dat gaat vaak gepaard met conservatieve standpunten. Ze verschillen daarin weinig van het behoudende deel van de autochtone kerken. Homoseksuele relaties worden afgekeurd. Abortus en euthanasie liggen gevoelig, de huwelijksmoraal is sterk. Vrouwen hebben soms een volwaardige rol, als voorganger, of ze leiden samen met hun man de kerk. Maar in de ICF bijvoorbeeld zijn vrouwen niet welkom op de kansel. Dat mag niet van de christelijke gereformeerde kerk waartoe zij behoort, maar dat wordt ook door gemeenteleden met een Afrikaanse achtergrond afgewezen.

De waarden van de migranten en de autochtone christelijke kerk komen hier overeen, wat misschien verklaart waarom juist deze kerk zo veelkleurig is. Diezelfde gedeelde waarden zijn er in de katholieke kerk, een wereldkerk. De katholieke Polen met hun conservatieve opvattingen sluiten naadloos aan bij de leer van de Nederlandse kerkprovincie. De Poolse parochie in Rotterdam is onderdeel geworden van het bisdom, net zoals katholieken uit andere landen een eigen groep vormen onder de vleugels van de moederkerk.

Toekomst

De katholieken leven apart en samen tegelijk: als er genoeg nieuwkomers zijn dan krijgen ze een eigen gebouw, zijn het er daarvoor te weinig, dan worden er in bestaande parochies anderstalige missen gehouden. Bij de protestantse kerken ligt dat ingewikkelder. Er zijn er veel meer van en bovendien is er niet één leer. Geloof en opvattingen van migrantenkerken en traditionele kerken komen minder overeen.

Bij de grote Protestantse Kerk in Nederland kunnen homo’s hun huwelijk laten inzegenen, er zijn geen richtlijnen voor abortus en euthanasie, er is grote vrijheid in geloofsleer, de dominees die de Nashville-verklaring hebben ondertekend tegen homoseksualiteit zijn er net zo welkom als vrijzinnige gelovigen. Inhoudelijk staan migrantenkerken dichtbij het behoudende deel van de PKN, maar in de vorm is er een wereld van verschil tussen de losse, vrolijke sfeer bij de internationale kerken en de ernstige, strak georganiseerde diensten bij de reformatorische PKN-vleugel.

Voor liberale christenen is de conservatieve inslag van migrantenkerken een moeilijk neembare hindernis. Kansen liggen er in het grote midden, dat wederzijds ook nog flink zal moeten geven en nemen om vruchtbaar te kunnen samenwerken. Dat laat ook de ICF zien, met haar wortels in de Christelijke Gereformeerde Kerken en haar takken in de migrantenwereld. Net als de pinkster- en evangelische kerken hebben dit soort behoudende kerken wellicht de beste papieren om veelkleurig te worden: orthodox in de leer, open naar nieuwe vormen.

Trouw bezocht de afgelopen maanden zeven internationale kerken in Rotterdam. Lees de verhalen hier terug. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden