Essay

Met de politieke correctheid van een bijbeltekst heeft de vertaler niets te maken

Sam Janse

Bijbelvertalingen ontwikkelen mee met taal, en met kennis van historische context. Maar wat je niet moet doen: onwelgevalligheden corrigeren.

In 2004 rolde ‘De Nieuwe Bijbelvertaling’ (NBV) van de pers. Haar protestantse voorganger was al meer dan een halve eeuw oud. En zoals het past bij een nieuwe bijbelvertaling: er was veel lof en veel kritiek.

Maar er komt een revisie, waarschijnlijk in de loop van 2021. Geen nieuwe vertaling, maar een herziening. Dat lijkt snel, maar ongebruikelijk is het niet. Ook de katholieke Willibrordvertaling heeft er een ondergaan, Engeland kent een ‘New Revised Standard Version’ en in Duitsland heeft de aloude ‘Lutherbibel’ vorig jaar zijn zoveelste revisie gekregen.

Taal verandert snel. Met de maatschappij mee. ‘Aalmoes’ werd in 2004 nog een bruikbaar woord gevonden, in de gereviseerde vertaling zoeken we soms een ander woord, bijvoorbeeld ‘gift’.

Bier in plaats van sterke drank

Sinds 2004 hebben vele lezers hun opmerkingen en suggesties doorgegeven en daar kunnen de revisoren nu hun voordeel mee doen. Inzichten in de vertaalwetenschap en de exegese veranderen ook. En soms kan een opgraving een bijbeltekst overhoop gooien. Zo hebben recente archeologische vondsten aannemelijk gemaakt dat men al voor bijbelse tijden in Kanaän bier brouwde. Daarom wordt het Simson niet meer verboden ‘sterke drank’ te drinken, maar ‘bier’.

Ik ben zelf als vertaler betrokken bij de apocriefe of deutero-canonieke boeken. Het is niet het meest gelezen deel van de Bijbel, zeker niet bij protestanten, maar er wordt niet minder zorg aan besteed. Het heeft ook voordelen om hiermee bezig te zijn. De exegese van de teksten is nog niet zo uitgekauwd en de hakken staan niet zo in het zand als bij de canonieke boeken.

We zijn met Tobit begonnen. Als proefpolder voor de rest. Het is een prachtig verhaal. Ik schets kort de verhaallijn om een idee te geven waar het over gaat. Tobit leeft als een wetsgetrouwe Jood in ballingschap, in Assyrië. Ook hij merkt dat rechtvaardig handelen tegenstand kan oproepen. Door al zijn goede daden wordt hij zelfs blind. Als het hem te erg wordt, bidt hij om weggenomen te worden uit dit aardse bestaan. Dan zwenkt de camera naar Medië, zeshonderd kilometer verder weg, naar Sara die ook wanhopig is. Ze is al aan zeven mannen uitgehuwelijkt, maar telkens op het moment suprême, in de huwelijksnacht, wordt haar bruidegom gedood door de boze geest Asmodeüs, wiens doel het nu eenmaal is alles naar de ratsmodee te laten gaan. Dan worden de twee verhalen gelinkt. De oude Tobit stuurt zijn zoon Tobias op pad om geleend geld terug te halen en hij wordt op die reis begeleid door Azarias. Wat Tobias niet en de lezer wel weet, is dat Azarias in werkelijkheid de engel Rafaël is die door God is gezonden om Tobit en Sara te helpen. Rafaël leidt de reis langs het huis van Sara en haar ouders, en ontpopt zich vervolgens als een koppelaar die de twee jonge mensen samenbrengt. Door de lever van een vis te verbranden weet Tobias de demon te verjagen en als hij met Sara thuiskomt geneest hij met de gal van dezelfde vis de ogen van zijn vader. Eind goed, al goed.

Andere woordkeus

Natuurlijk kwam bij de revisie van de NBV ook weer de vraag boven die het veld de laatste vijftig jaar beheerst heeft: hoe ‘concordant’ moet het zijn, hoe ver ga je in het weergeven van een bepaald woord of een woordstam in de brontekst, de oorspronkelijke tekst met hetzelfde woord in het Nederlands? In principe hoeft dat niet. Het Nederlands verwacht woordvariatie. Het kan ook niet altijd. Zelfs de Naardense-Bijbelvertaler Pieter Oussoren, die daarin wel ver gaat, kan er niet consequent in zijn. Het zou tot onzin leiden. Wie een Engels-Nederlands woordenboek raadpleegt, ziet bij sommige woorden wel tien nummertjes staan. Dat woord kun je dus niet met één woord in het Nederlands vertalen, maar vraagt, afhankelijk van de context, verschillende woorden. Paulus gebruikt het Griekse woord dat doorgaans met ‘verbond’ vertaald wordt soms in de zin van ‘testament’. Wie daar toch, ter wille van de concordantie, met ‘verbond’ vertaalt, mist de pointe.

Maar soms is er sprake van een motief, en gebruikt de schrijver herhaaldelijk een kernwoord om dit motief te ontvouwen.

Een mooi voorbeeld in ons boek is de naam van de engel Rafaël. Die betekent: God geneest. Dat is hier een motief. De oude Tobit en de jonge Sara moeten allebei genezen worden. Ze hebben God om hulp gebeden en Hij zendt Rafaël. Niet Gabriël of Michaël, ook aartsengelen, maar Rafaël. Het hangt met dit genezingsmotief samen dat in de revisie niet gezegd wordt dat de engel gestuurd wordt om Tobit en Sara te ‘bevrijden’ (NBV), maar om hen te ‘genezen’. In overeenstemming met de brontekst.

Geen taak voor de vertaler

Een wissel is ook omgezet bij de vertaling van patriarchale teksten. Tobit is een patriarchaal-seksistisch boek. Je kunt het van grote delen van de Bijbel zeggen: masculien, vrouwonvriendelijk, patriarchaal. Een man mag in het Oude Testament meerdere vrouwen nemen, de optiek van de man is doorgaans dominant (‘gij zult niet begeren uws naasten vrouw’), vrouwen krijgen in verschillende nieuwtestamentische teksten een spreekverbod binnen de gemeentesamenkomst, en zo kunnen we nog even doorgaan.

In Tobit is het niet anders. De gelijknamige pater familias heeft het voor het zeggen (al weert zijn vrouw Anna zich dapper). Als Tobias de huwelijksonderhandelingen voert met de ouders van Sara, wordt aan het meisje niets gevraagd. Dat is de zaak van haar vader. Een gearrangeerd huwelijk dus.

We zijn er gevoelig voor geworden. Westerlingen zien patriarchaal denken als een foute ideologie. Het doet vrouwen en mannen geen recht. Niet-westerse christenen hebben veel minder moeite met bijbelteksten die voor ons problematisch zijn geworden: offers, demonen, gearrangeerde huwelijken - waarom zou je daar moeilijk over doen? Het is kennelijk hun wereld. Natuurlijk generaliseer ik hier, maar er zit wat in. Bij intercultureel bijbellezen kunnen dit struikelblokken zijn in het gesprek tussen westerse en niet-westerse christenen.

Maar wat moeten vertalers van de Bijbel doen die patriarchale teksten vertalen voor westerlingen? Mijn advies is: laten staan, met al hun hoekigheid en vreemdheid. Niet minder rooms dan de paus, niet minder patriarchaal dan het origineel. Schaaf de teksten in elk geval niet bij. Dat leidt alleen maar tot het terechte verwijt dat bijbelvertalers de patriarchale pil vergulden. Bedenk ook dat wie alleen maatschappelijk en politiek correcte teksten wil lezen een klein bijbeltje overhoudt. Überhaupt een klein boekenkastje. Natuurlijk moeten we er iets mee, maar dat is het werk van de vertolker en de verkondiger, niet van de vertaler.

Één werkwoord

Ik geef een voorbeeld uit de vertaalpraktijk. Op een gegeven moment gaat Sara met Tobias mee naar Assyrië waar zijn ouders hem met smart verwachten. Ze moet dus afscheid nemen van haar vader Raguel en haar moeder Edna. In de NBV staat het zo: “Toen vertrouwde Raguel Sara aan Tobias toe en gaf hij hem de helft van zijn bezit: slaven en slavinnen, runderen en schapen…” (10:10). Hier hebben we in de revisie toch iets gewijzigd: “Toen droeg Raguel Sara aan Tobias over, en met haar de helft van zijn bezit: slaven en slavinnen, runderen en schapen…” Een jonge vrouw staat eerst onder het gezag van haar vader en valt vervolgens onder de zeggenschap van haar man. Samen met de slaven en het vee wordt Sara aan haar man overgedragen. Daarvoor wordt in de brontekst één werkwoord gebruikt, ‘overdragen’, en niet twee zoals in de NBV, alsof het verschillende categorieën zouden zijn!

De bijbeltekst uit ‘De Nieuwe Bijbelvertaling’ met daaronder de revisie gepland voor 2021

Een ander voorbeeld dat de afstand tussen een boek van meer dan twee millennia geleden en ons laat zien is het endogame huwelijk -trouwen binnen de familie. Dat komt in het Midden-Oosten nog steeds voor, vooral huwelijken tussen neef en nicht. Daar zitten voordelen aan: het bezit blijft binnen de familie en bruid en bruidegom kennen elkaars levenssfeer al. Dat er ook nadelen aan kleven hoef ik niet uit te leggen. Het riekt toch wat naar incest en inteelt.

In Tobit is het endogame huwelijk niet alleen normaal, het is zelfs normatief. Tobias krijgt van zijn vader de opdracht om een vrouw uit de eigen stam en de eigen familie te zoeken. Voor Sara is dat een groot probleem omdat de beschikbare bruidegommen bijna allemaal dood zijn. Uiteindelijk komt het dan toch nog goed, dankzij een verwant: Tobias.

Een vreemd boek

Het betekent dat familieverhoudingen dominant zijn en dat ook binnen het huwelijk vaak familiale terminologie gebruikt wordt. Er gaat niets boven de familie en je kunt je vrouw niet meer eren dan door te zeggen dat ze je zus is. We luisteren nog een keer naar Raguel die tegen zijn schoonzoon Tobias zegt (ik volg nu even de brontekst op de voet): “Neem je zuster. Vanaf nu ben jij haar broer en zij jouw zus”. In de NBV was dat: “Neem haar tot vrouw. Vanaf nu ben jij haar man en is zij jouw vrouw”. Dat leek ons te ver ‘doorvertaald’. In de revisie zijn we er tussenin gaan zitten om zo de brug te slaan tussen de vanzelfsprekendheid van de toenmalige oosterse schrijver en de vervreemding van de huidige westerse lezer: “Neem haar, je verwante, tot vrouw. Vanaf nu zul jij voor haar als een broer zijn en zij voor jou als een zus.”

Dit zijn lastige teksten voor vertalers. De Bijbel is voor ons een vreemd boek. Volgens de theoloog Karl Barth heeft dat met de vreemdheid van God te maken. Maar er zijn ook eenvoudiger oorzaken aan te geven. Het idioom van de brontalen is ons vreemd. Daar proberen we dan het beste van te maken zonder in Nederbreeuws en Nedergrieks te vervallen. Het kan ook met een culturele vreemdheid samenhangen. De lijn van de NBV was altijd al om dit niet te ‘normaliseren’, maar die vreemdheid zo veel mogelijk te laten staan en de couleur locale niet aan te tasten. In de revisie is dat gezichtspunt nog wat strenger toegepast. Neem het verhaal in Matteüs, waar Jezus twee zieken aanspreekt als respectievelijk ‘mijn zoon’ en ‘mijn dochter’. Zo zeggen wij het niet, maar dat is geen kwestie van taal, maar van cultuur. Zo zei de oude Tobit het ook. En dat moet je laten staan, zo hebben de revisoren geconcludeerd, ook al wordt het dan vreemder, exotischer, patriarchaler.

Welkom, dochter

Of huidige lezers dan nog wat aan zo’n gedateerd verhaal hebben? Dat kun je je ook afvragen van het werk van Homerus, Plato en Cicero. Ik denk het wel. Deze vertelling maakt duidelijk dat mensen nooit samenvallen met hun ideologie. In een patriarchale samenleving kunnen milde, sympathieke vaders voorkomen en in een egalitaire maatschappij harde, machtsbeluste ouders.

Tobit is ondanks alles een hartelijke, sensitieve man. Als hij zijn schoondochter Sara welkom heet zegt hij - in de gereviseerde versie: “Welkom, dochter, moge het je goed gaan. Gezegend is je God, die jou bij ons heeft gebracht. Gezegend is je vader, gezegend is mijn zoon Tobias en gezegend ben jij, mijn dochter. Wees welkom in het huis dat nu ook jouw huis is. Ik wens je gezondheid, veel zegen en veel vreugde toe. Welkom, dochter.” Op zo’n ontvangst zullen nog steeds veel schoondochters met recht en reden jaloers zijn.

Een uitgebreide versie van dit essay is verschenen in het tijdschrift Met Andere Woorden van het Nederlands Bijbelgenootschap.

Lees ook:

Nieuwe Bijbelvertaling geeft God zijn hoofdletters terug

Een aankomende, gereviseerde editie van de meest gebruikte Nederlandse bijbelvertaling gaat God vaker aanduiden met een hoofdletter. 

Luther schiep in zijn Bijbelvertaling een taal die maatgevend werd voor wat het Duits zou zijn

Het Lutherjaar ligt alweer achter ons, maar één ongerijmdheid in de reputatie van de grote hervormer laat me nog altijd niet los.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden