Essay Boerkaverbod

Mag je zijn wie je bent? Niet als je rookt of een boerka draagt

Beeld Maus Bulhorst

Ook al heeft niemand er echt last van, toch mag je de metro niet meer in met een boerka, en zelfs op een verre uithoek van het perron straks niet meer roken. Dat botst met het rechtsgevoel: we mogen toch zelf weten wat we doen zolang we anderen niet schaden?

In Nederland mag je zijn wie je bent. En dat mag gevierd worden! Woorden van die strekking begeleidden de Gay Pride van vorige week in Amsterdam. De meeste Nederlanders lijken wel trots op dat feestje, of in elk geval op de daar uitgedragen boodschap van tolerantie. Je mag je kleden zoals je wilt, je mag zijn wie je wilt. Je hoeft je niet te schamen. Het zal best dat sómmige Nederlanders jouw levensstijl walgelijk vinden, maar niemand zal je verbieden als dragqueen over de Dam te lopen. Zolang je niemand kwaad doet, verdedigt de wet jouw vrijheid.  

Dat laatste principe, ook wel bekend als het schadebeginsel van John Stuart Mill (1806-1873) is een belangrijk inzicht van de rechtsfilosofie. De overheid mag jouw vrijheid alleen inperken als ze daarmee schade aan derden voorkomt, aldus de liberaal-denkende Mill. Dat inzicht correspondeert doorgaans wel met ons rechtsgevoel. Je mag met je hond wandelen, maar laat die niet op het grasveldje poepen, want daar hebben anderen last van. Je mag op de fiets naar muziek luisteren, maar appen brengt anderen en jezelf aantoonbaar in gevaar. En dus vinden we een verbod daarop redelijk. 

En mocht een wet strenger uitpakken dan we nodig vinden, dan kent Nederland de praktijk van het gedogen: het bewust níet handhaven van de wet. Sinds 1926 is dat vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering. De overheid heeft alleen de bevoegdheid, niet de plicht om te handhaven. Ze kan vervolging achterwege laten. Daarvan is in de loop van de vorige eeuw ook ruim gebruikgemaakt: wiethandel, prostitutie, zwartrijden, het moest allemaal kunnen. Gedogen had ook een zeker nut als voorbode van legalisatie, dat was bijvoorbeeld zo met het verbod op ‘gelijkgeslachtelijke liefde’.

Vrijheid-blijheid

Maar het liberale idee dat je zelf mag weten hoe je leeft, lijkt op zijn retour. We lijken ons bewuster van de schade die vrijheid-blijheid-gedrag ook kan aanrichten. Zo verwachten we tegenwoordig dat streng wordt opgetreden tegen pedofilie. Dat was veertig jaar geleden wel anders. 

Bovendien lijken we tegenwoordig strenger over gedrag dat anderen niet direct schaadt, maar dat we wel ‘slecht’ vinden. Allerlei gedrag dat je vroeger ‘zelf mocht weten’ – roken bijvoorbeeld – wordt nu gezien als maatschappelijk ongewenst, als gedrag dat we willen uitbannen. We vieren wel een Gay Pride, maar niet een Smokers Pride. En toen een PvdA’er tijdens de afgelopen Gay Pride stond te dansen in een boerka – want je mag toch zijn wie je wilt – veroorzaakte dat veel ophef. Het kledingstuk staat symbool voor vrouwenonderdrukking, en dat willen we in Nederland niet. 

Die nieuwe normen zie je terug in twee nieuwe maatregelen. Ten eerste in het plan van ProRail om rokers binnen afzienbare tijd te weren van treinperrons. De daartoe eerder aangewezen rookzuilen moeten weg. Volgens Pro-Rail woordvoerder Jaap Eikelboom zou er onder de bevolking een tweederdemeerderheid zijn voor zo’n verbod. “Het draagvlak is er. We moeten een oplossing verzinnen die meer bij deze tijd past dan de rookzuilen.” Ten tweede het onlangs in werking getreden verbod op het dragen van de gezichtsverhullende boerka op scholen, in de zorg en ook in het openbaar vervoer. Ook daarvoor lijkt maatschappelijk draagvlak, zodat het handhaven van de wet (boetes uitdelen, eventueel arresteren) geen onrust zou hoeven te geven.

Beeld Maus Bullhorst

Draagvlak zorgt er ook voor dat burgers zelf kunnen meewerken aan het rookvrij en boerka-vrij maken van Nederland. In Nijmegen kreeg een vrouw laatst te horen dat ze met boerka de speeltuin niet in mocht. Later bleek dat overigens wél te mogen.

Rechtsgevoel

Maar zelfs áls er draagvlak zou zijn, dan nog kun je je afvragen of handhaving daarvan zich verdraagt met het rechtsgevoel. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema kondigde in 2018 al aan dat ze persoonlijk niet blij wordt van boerka’s, maar toch weigert vrouwen te laten oppakken als ze in zo’n kledingstuk een ritje maken met de tram of de metro. “Dat past gewoon niet bij Amsterdam.” 

Inmiddels heeft Halsema dat besluit iets afgezwakt. Maar het klinkt toch redelijk. Waarom zou je mensen belemmeren in hun vrijheid (“ga maar lopend naar de dokter”) als je niet kunt uitleggen hoe ze anderen daarmee precies schaden? Het simpele gegeven dat de boerka afkeer oproept, lijkt geen goede reden, afkeer oproepen doet een transgender in sommige kringen ook. Dat je het gezicht van de boerka-draagster niet ziet, wordt pas echt problematisch als je daadwerkelijk contact met elkaar moet maken, in het ziekenhuis en op school bijvoorbeeld. In Nederland verwachten we dan dat je elkaars gezicht kunt zien. 

En het handhaven van het rookverbod op stations, hoe moeten we ons dat dan voorstellen? Moeten we een minderheid van rokers ‘criminaliseren’, zoals een FNV-woordvoerder het formuleerde, terwijl die rook van hun sigaretten ons amper bereikt? Dat de meerderheid alle rokers uit het station wil weren, dat ze jouw stijl of gedrag vies, walgelijk of angstaanjagend vinden, lijkt opnieuw niet genoeg reden om jou op de bon te slingeren. De wet was toch ook bedoeld om minderheden te beschermen tegen de veranderlijke mores van de meerderheid? In Nederland mag je toch ‘zijn wie je wilt’, zoals op de Gay Pride zo duidelijk werd gedemonstreerd? 

Slappe overheid

Als er wel streng op deze wetten wordt toegezien, als je straks ‘verklikt’ kunt worden door mensen die jouw levensstijl afkeuren, dan versterkt dat bovendien het stigma dat de roker tegenwoordig sowieso al aankleeft, net als de boerka-draagster. Het versterkt het gevoel buitengesloten te worden. Maar gedogen heeft ook belangrijke nadelen. Het wekt de indruk van een slappe en vooral een vage overheid. Is het nou wél of niet verboden de metro in te gaan met een boerka? “Nou, die agent deed er niks tegen hoor.” En mag je nou wel of niet een sigaretje opsteken voordat je de trein instapt? 

Voor degenen die op steun van de politie rekenen, is zulke halfhartigheid moeilijk uit te leggen. De treinreiziger die de politie vraagt een roker van het perron te verwijderen, zal raar opkijken als de agent uitlegt dat roken hier inderdaad verboden is, maar dat er niet tegen wordt opgetreden. Waarvoor heb je zo’n wet dan? Maar als die overtreding in feite weinig overlast veroorzaakt, kan daadkrachtig optreden overkomen als tiranniek. Dat is het probleem met deze nieuwe wetten. Een consequent handhavingsbeleid komt in strijd met een rechtsgevoel dat Nederlanders dierbaar is: het recht zelf te bepalen hoe gezond je leeft of zelf te bedenken hoe afschuwelijk het is om je lichaam bijna niet of juist bijna volledig te laten bedekken door kleding.

Lees ook: 

ProRail wil alle treinstations rookvrij maken. ‘Wat moeten verslaafde conducteurs?’

Prorail, NS en andere vervoerders overleggen over het verwijderen van de rookzuilen op perrons.  De FNV maakt bezwaar tegen de plannen.

Over vuurwerk en al dat andere prachtige achterlijke

Vuurwerk is gevaarlijk, roken ongezond en kerstbomen verbranden slecht voor het milieu. Voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos begrijpt de weerstand.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden