De Maastrichtse SP-voorzitter Bram Pulles  in het seminarie van Rolduc.

Interview Bram Pulles

Maastrichtse SP-fractievoorzitter Bram Pulles (25) verlaat de politiek - en wordt priester

De Maastrichtse SP-voorzitter Bram Pulles in het seminarie van Rolduc. Beeld Roos Pierson

De Maastrichtse SP-fractievoorzitter Bram Pulles (25) verlaat de politiek om priesterstudent te worden. Hij is net begonnen aan zijn academische jaar op het grootseminarie in Rolduc. “Je wordt niet meer of minder menselijk door een priesterwijding.”

Vanochtend werd ik hier wakker en voelde, dít is het”, vertelt Bram Pulles. Hij heeft net al zijn spullen verhuisd van zijn Maastrichtse woning naar een kamer in de ‘catacombe’ van de oude abdij in Kerkrade. In het grootseminarie van het bisdom Roermond, in 1973 opgericht door toenmalig bisschop Gijsen, zal hij zich gaan voorbereiden op het priesterschap.

De 45 priesterstudenten in het seminarie, waarvan de meesten afkomstig zijn uit India, vormen een religieuze minderheid binnen dit omvangrijke complex dat ook hotel, restaurant en conferentieoord is, waar je ‘historisch kunt genieten’, zo belooft de folder. In de afgescheiden vleugel waar het seminarie gevestigd is, begint de dag om kwart voor zeven met het ochtendgebed, de Lauden en daarna de mis, het ­liturgische hoogtepunt van de dag, legt Pulles uit. Zijn eerste vakken zijn Latijn, Grieks en kerkgeschiedenis.

Geen vlucht uit het moderne bestaan

Pulles zegt klaar te zijn voor zijn nieuwe gedisciplineerde kloosterbestaan. “Had je twee jaar geleden tegen me gezegd dat ik voor priester wilde ­leren, dan had ik je uitgelachen. Ik heb nooit een priesterdroom gehad. Mijn Indische grootmoeder nam me vroeger als jongetje elke week mee naar de kerk. Ik vond de rituelen erg mooi, de wierook, de muziek. Het geloof hoorde er gewoon bij.” 

Het is ook geen vlucht uit het moderne bestaan, benadrukt hij. “Zeker niet. Sterker nog, ik vond het best moeilijk om het leven dat ik leefde achter me te laten. Uit de politiek te stappen. Uit Maastricht weg te gaan. Mijn bedje was gespreid. Enals politicus heb je hier op aarde veel meer medestanders dan als gelovig persoon. Je wordt toch als een fossiel gezien.”

De oud-SP fractievoorzitter keerde terug naar de moederkerk – of beter gezegd: de kerk van zijn Indische grootmoeder – via de orthodoxe katholieke leefgemeenschap Opus Dei. “Na mijn studie cultuurwetenschappen bespeurde ik een leegte in mij en ik wist niet zo snel waar die vandaan kwam. Een docent van mijn middelbare school was lid van Opus Dei en verhuurde kamers in een van hun huizen. Door middel van Mariadevotie kwam ik steeds dichter bij God. Moeder Maria leidde mij als het ware naar de Vader en de Zoon. Ik voelde me binnen deze katholieke gemeenschap verzekerd van de onvoorwaardelijke liefde van God. Dat gaf een gevoel van geborgenheid.”

Een vruchtbare bodem voor een roeping?

“Zonder meer. Niet dat ik letterlijk een stem hoorde. Het was meer een ingeving, heel diep van binnen en van buiten mezelf. Ik was er wel even ondersteboven van. Kan ik het wel aan? Is ­deze levensstijl wat voor mij? Kan ik zomaar mijn verantwoordelijkheden in de politiek achterlaten? Ben ik waardig om deze roeping te volgen?”

Was u dat?

“Een oudere pastoor zei tegen me: je bent niet waardig. Je bent helemaal niet waardig. Ik ook niet. Christus maakt ons waardig. Door Gods hulp kunnen we groeien om waardig te worden. Dat gaf goede moed en een bepaalde zekerheid. Je hoeft niet perfect te zijn.”

U groeide op in een eenoudergezin. Hoe reageerde uw moeder?

“Gechoqueerd. Het overviel haar. Maar ze steunt me nu volledig. Ze had het niet direct verwacht. Ik heb dat vormingsproces ook in relatieve stilte voltrokken. Ik wilde het eerst voor mezelf uitzoeken. Mijn moeder is zelf niet ongelovig, meer zoekende.”

Een agnost?

“Zeker niet. Dat vind ik zo’n jeukwoord. Het betekent letterlijk: ‘Ik weet het niet’. Je kunt er niks mee.”

En jammer van de kleinkinderen?

“Dat is ook door mijn hoofd geschoten. Ook een twijfel. Moet ik niet de familielijn doorzetten? Maar mijn liefde voor God gaf me de moed om te durven kiezen. Ik zie deze roeping als een soort huwelijk. Een huwelijk vol liefde voor God, de kerk en de medemens.”

Wat spreekt u aan in het priesterschap?

“Het dienstbaar mogen zijn aan een ­parochiegemeenschap.”

Als een herder?

“Het klinkt misschien een beetje arrogant, maar dat is het wel. Dat herderlijke gevoel. Het feit dat je het leven – lief en leed – mag delen met veel verschillende mensen van wieg tot graf. Dat je mensen mag begeleiden. Bij Opus Dei heb ik meegeholpen met vormsellessen op verschillende basisscholen. Dan kom je in contact met jonge mensen die willen leren over hun geloof. In dat apostolische werk heb ik mijn roeping mogen ontvangen. Ik vind het belangrijk dat je deel mag uitmaken van een groter geheel. Een gezin stichten is een mooie roeping, maar je bent dan vader van een paar kinderen. Als priester kun je voor véél meer mensen zorgen.”

Maar denkt u dat als u over zes jaar tot priester wordt gewijd er nog genoeg ­gelovigen zijn?

“Dat is natuurlijk de vraag. Ik zie wel steeds meer jongeren zoeken naar iets zinvols. In het studentenpastoraat in Maastricht komen jongeren schoorvoetend weer terug. Ze zijn benieuwd naar hun roots. Heel de westerse wereld is gevormd door het christendom. Ik weet dat dat cultuurfilosofisch een heel gevaarlijke uitspraak is. Het wordt vaak misbruikt. Maar het christendom is ons gezamenlijke erfgoed. Jongeren staan bovendien best open voor een ­gemeenschap waarin ze zich geborgen voelen, minder alleen zijn en worden geaccepteerd zoals ze zijn. De ideaalbeelden van social media zijn vaak nep en onhaalbaar. Leer van jezelf houden zoals ook God van je houdt. Gewoon zoals je bent met je te grote neus, flaporen of ik met mijn buikje.” Hij lacht hartelijk.

Vroeger werd weleens vergeten dat priesters gewone mensen waren.

“Mensen op een voetstuk plaatsen is niet gezond. Je wordt niet meer of minder menselijk door een priesterwijding. Je blijft gewoon mens met je eigen twijfels. Je wordt dienaar van dienaren. We hoeven niet te wedijveren voor God.

Als idool word je op een bepaalde manier ook van je menselijkheid beroofd. De huidige samenleving is zich daar veel meer bewust van en dat is ook gezond.”

Hoe ziet u de rol van de kerk in de huidige samenleving?

“We moeten als katholieke kerk onze handen uit de mouwen steken. Ik denk dat er nog een hele wereld te winnen valt in missiegebied Europa. Negentig procent van de studenten hier komt uit India of Sri Lanka. Wij brachten ooit het geloof naar deze landen. Nu brengen ze het ons terug. Welke vorm dat gaat aannemen weet ik niet. De tijd van het rijke roomse leven komt niet meer terug. Dat zou ook niet goed zijn. Dan zou je iedere ontwikkeling in de maatschappij ontkennen. Maar qua christelijke waarden kan de kerk iets betekenen in West-Europa. Ik voel wel een zekere strijdbaarheid, ook al klinkt dat heel ­socialistisch.”

Lees ook:

Dit zijn de geestelijken van de toekomst

Het kerkgebouw om de hoek wordt steeds vaker een concertgebouw, het klooster een chic hotel. Toch zijn er nog steeds jonge mensen die dominee, priester of monnik worden. En die zijn hard nodig. Wie zijn die jonge geestelijken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden