BladenMarije van Beek

Luidt hernieuwde belangstelling voor zingeving een nieuw religieus tijdperk in?

Hoe komt het dat religieus links in de Verenigde Staten vaak wordt genegeerd, helemaal vergeleken met de overweldigende belangstelling waarop religieus rechts kan rekenen in de media? Over die vraag buigt The New Yorker zich deze week. Neem de actie van domineesdochter Bree Newsome, een dertigjarige kunstenaar uit North Carolina, die vijf jaar geleden gearresteerd werd toen ze de vlag van de Confederatie neerhaalde bij het parlementsgebouw.

Nadat een white supremacist in juni 2015 negen zwarte kerkgangers doodde tijdens een bijbelstudie in Charleston, en bekend werd dat de dader graag poseerde met die vlag, vond Newsome het tijd dat de vlag werd neergehaald. Klimmend in de vlaggemast preekte ze: ‘In Jezus’ naam moet deze vlag gestreken worden’, en: ‘Je treedt me tegemoet met haat, onderdrukking en geweld. Ik treed jou tegemoet in de naam van God. Deze vlag gaat vandaag naar beneden.’ Ze haalde er de pers mee, maar de theologische strekking van haar actie bleef achterwege.

‘Zo vergaat het een groot deel van het activisme aan de zogeheten religieuze linkerzijde: als het succesvol is, wordt het ondergebracht bij bredere kwesties en coalities; als het mislukt, wordt het vergeten.’

Ten dele ligt dit aan religieus links zelf, oppert het Amerikaanse weekblad, omdat men zich bedient van een nogal terughoudende politieke theologie. En het is zeker ook aan de media te wijten, die de religieuze uitspattingen van rechts fetisjeert, maar zelden vermeldt dat de Democratische presidentskandidaat Joe Biden overal een rozenkrans bij zich draagt. Ook Afro-Amerikaanse stemmers, die van oudsher een achterban zijn van de Democratische Partij, zien vaak hun religiositeit achterwege gelaten in de media. Zoals dat bij Bree Newsome gebeurde. ‘Het probleem is niet dat er nog geen krachtig religieus links is geweest; maar het ‘religieus’ wordt te vaak achterwege gelaten’.

In Volzin, magazine voor religie en samenleving, een beschouwing over de betekenis van progressief christendom in de Nederlandse context. Bij de oprichting van dit tijdschrift, dat voortkomt uit een ‘belangstelling voor progressieve politiek, maatschappelijk betrokken kerken, en openheid voor andere religies en spiritualiteit’, dacht men als lezerspubliek de hele samenleving te kunnen bereiken. Maar: ‘achteraf bezien opereerden we in een krimpende groep gelijkgestemden'. 

Nu waren ze bij Volzin net van dit idee teruggekomen, toen ze toch een hernieuwde en onbevooroordeelde belangstelling merkten, niet alleen voor religie, zingeving en spiritualiteit, maar ook voor theologie en filosofie. Wat wil dat zeggen? Gaat het om een laatste oprisping en loopt een tijdperk ten einde, of luidt dit juist een nieuw religieus tijdperk in? Twee recente gebeurtenissen doen hopen op het laatste, schrijft Volzin. 

De eerste: de actie voor de Armeense familie Tamrazyan, bij wijze van de non-stop-kerkdienst in de Haagse Bethelkapel, en het feit dat die de aandacht trok van de wereldpers. Volzin spreekt van een ‘onvermoede golf van adhesie voor deze vorm van kerk-zijn en spirituele beleving’. De tweede gebeurtenis die tot een reveil kan leiden: de coronacrisis. Tenminste, als die daadwerkelijk zal leiden tot een herbezinning op fundamentele waarden. ‘Religie en spiritualiteit, maar ook kerk en theologie hebben voor dit ‘omdenken’ immers een krachtig instrumentarium in huis, gebaseerd op een eeuwenoude diepe traditie van woorden, beelden en rituelen. Een traditie van grandeur en misère, dat zeker, maar ook dat is zo leerzaam als het leven zelf.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden