ColumnStijn Fens

Lok mensen met stilte naar de kerk in plaats van een lichtshow

Toen ik eerder deze week, vanuit Amsterdam aangekomen op het vliegveld van Rome, naar de bagagehal liep om daar mijn koffer op te halen, werd ik tegen­gehouden door twee mannen. Ze zaten allebei op een stoel. Een van hen droeg een geel vestje. ‘Ministerie van gezondheid’ stond erop. Ik moest van hem mijn bril afdoen. De man hield een iPad ter hoogte van mijn gezicht, klikte ergens op en zei toen dat ik door mocht lopen. Ik was goedgekeurd. Later begreep ik dat hij had gemeten of ik koorts had, een symptoom van besmetting met het nieuwe corona­virus. Nu had ik al een paar dagen last van een hardnekkige kriebelhoest en ook koorts gehad, dus ik was opgelucht dat ik Rome binnen mocht.

Op de tweede ochtend van mijn verblijf ging ik al heel vroeg naar de Sint-Pieter. Het grote plein voor de basiliek was bijna leeg en het leek alsof de obelisk daar lichtgevende strepen zette aan de nog donkere hemel. Zo van: ‘Ik ben er ook nog’. Ik liep naar de veiligheidspoortjes, stopte al mijn spullen in mijn jas en legde die op de band. De politieagent maakte met een geïrriteerd gebaar duidelijk dat ik door kon lopen. Wederom was ik goedgekeurd.

Selfies met het devotiebeeld van Petrus

In de basiliek was het al een drukte van belang. Zelfs om half acht in de ochtend moet je hier je best doen om de stilte op heterdaad te betrappen. Priesters in groene kazuifels liepen kriskras door elkaar op weg naar een altaar om hun mis te celebreren. De zolen van hun schoenen zorgden voor een klein ‘sssje’ wanneer ze de marmeren vloer aanraakten. Nergens klinkt geschuifel luider dan onder deze gigantische theemuts boven op het graf van de apostel ­Petrus.

Ik maakte mijn rondje door de kerk, zoals ik dat daar altijd doe. Stond even stil bij paus Johannes XXIII in zijn glazen kist, zag dat het graf van Gregorius XIV – paus aan het eind van de zestiende eeuw – een opknapbeurt had gekregen en verbaasde me over toeristen die selfies maakten met het devotiebeeld van Petrus.

En ja, het werd allengs drukker om mij heen. Bij de priesters die de basiliek doorkruisten, hadden zich ondertussen de gidsen met in hun spoor grote groepen pelgrims gevoegd; ze leken druk bezig dit gebouw steen voor steen te veroveren. Ik besloot te vluchten naar de sacramentskapel. Voor de ingang stond een bewaker die me tegenhield. “Wat wilt u?” vroeg hij. “Ik ben op zoek naar stilte”, antwoordde ik. Hij liet me door. Ik moest eerst een gordijn opzijschuiven, en toen was het inderdaad stil. In de banken ­zaten mensen geluidloos te bidden bij het Allerheiligste. Bij Jezus zelf dus, in de gedaante van geconsacreerde hosties die rustten in het tabernakel. Ik ging achterin zitten. Een paar minuten was er niets, behalve de kapel en een schitterende stilte.

Stilte als publiekstrekker. Geen neonlicht nodig

In deze krant las ik deze week dat er kerken zijn die iets nieuws hebben bedacht om publiek te trekken: lichtshows. De National Cathedral in de Amerikaanse hoofdstad Washington D.C. onderging vorige week een transformatie. In plaats van kaarslicht, schoot neonlicht in felle kleuren alle kanten op, muzikaal begeleid door meditatieve klanken. ‘Space, Light and Sound’ heette het. Er zijn ook Nederlandse kerken, die in hun wanhopige jacht naar modern doen, de lichtshow inmiddels hebben omarmd. Terwijl het niet nodig is. Hang een bord aan je kerk: ‘Wij doen goede werken en zijn elke dag van 09.00 tot 10.00 uur stil. Toegang gratis.’ Stilte als publiekstrekker. Geen neonlicht nodig. Misschien wel verstandig om mannen in gele vestjes voor de deur te zetten die met een iPad het risico op stiltebedervende kriebelhoestbuien detecteren.

Mijn stilte in de sacramentskapel van de Sint-Pieter duurde namelijk ook niet lang genoeg. Er kwam een priester binnen die nogal theatraal knielde. Zijn schoenen kraakten. Dat geluid leek een knopje in mijn keel om te zetten. Daar was de kriebelhoest weer. Voorzichtig hoestte ik een keer. Een vrouw voor mij keek verstoord om. Toen de kriebel niet meer wegging, kreeg ik het benauwd en het zweet brak mij uit. Snel maakte ik mij uit de voeten.

In de grote ruimte van de basiliek kwam het tot een heftige hoestbui. Het viel daar gelukkig niet eens op.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden