Curriculum

Levensbeschouwing op school mist status: ‘We moeten leerlingen ­leren dat er meerdere opvattingen bestaan’

Manon Meijer geeft levensbeschouwing op het Tabor College Werenfridus, een ­katholieke middelbare school voor havo en vwo in Hoorn. Beeld Olaf Kraak
Manon Meijer geeft levensbeschouwing op het Tabor College Werenfridus, een ­katholieke middelbare school voor havo en vwo in Hoorn.Beeld Olaf Kraak

Volgens Expertisecentrum Lervo is er dringend behoefte aan een leerplan voor het vak levensbeschouwing en religie op middelbare scholen. ‘De school moet kinderen klaarmaken voor de superdiverse samenleving.’

“Het is mijn doel om de mensheid te verbeteren. Daarvoor moet ik eerst anderen begrijpen”, zegt brugklasleerling Gauthier Brieër (13). Hij zit in de les levensbeschouwing op het Tabor College Werenfridus, een ­katholieke middelbare school voor havo en vwo in Hoorn. ‘Mijn waarheid, jouw waarheid’ staat op het schoolbord. Het is de laatste les van de module waarin docent Manon Meijer (39) de eersteklassers ­bewust wil maken van het feit dat in onze maatschappij veel uiteenlopende overtuigingen en meningen bestaan. “Sommige leerlingen vinden het horen van andere ­meningen confronterend, maar ze doen hun best.”

Dat is nodig, juist nu de samen­leving nog nooit zo cultureel en ­religieus divers is geweest, stelt Expertisecentrum Levensbeschouwing en Religie in het Voortgezet Onderwijs (Lervo), een samenwerkingsverband van tientallen educatieve groepen. Daarom ontwikkelt het centrum een leerplan voor het vakgebied levensbeschouwing en religie voor vmbo, havo en vwo.

“Het is aan de school om kinderen klaar te maken voor de super­diverse samenleving”, zegt Meijer, die verbonden is aan Lervo. “Op veel scholen gebeurt dat onvoldoende. We moeten leerlingen ­leren dat er meerdere opvattingen zijn in de samenleving, zonder hun eigen ideeën weg te nemen.”

Op een speelse manier maakt Meijer de eersteklassers bewust van die opvattingen. Op de vraag ‘wat is je favoriete muzieksoort?’ geven de leerlingen allerlei antwoorden. “Wie heeft er nou gelijk?”, vraagt de docent. “We kunnen niet zeggen wat nou het beste, leukste of stomste liedje is. Dat zijn allemaal meningen.” Wanneer een leerling nog van gedachte ­verandert (“Toch geen rap, maar pop”), antwoordt Meijer: “Meningen kunnen altijd veranderen.”

‘Vakgebied is in Nederland minder goed ontwikkeld dan in andere landen’

Volgens Lervo houdt de overheid zich afzijdig van het vak­gebied levensbeschouwing en religie. “Hierdoor is het vakgebied in Nederland minder goed ontwikkeld dan in andere landen”, zegt Markus Davidsen, leidinggevende van het Lervo-team dat werkt aan het curriculum. “Daar willen wij verandering in brengen.”

De overheid verplicht scholen niet om een vak levensbeschouwing of religie te hebben, dus wordt het met name op veel openbare scholen niet onderwezen. Scholen moeten wel aandacht ­besteden aan levensbeschouwing en religie. Maar hoe ze dit invullen, mogen ze zelf beslissen. Ze kunnen er een vak van maken, maar mogen het ook verwerken in een ander vak, zoals maatschappijleer of ­geschiedenis. Ook bepalen ze zelf de inhoud. Per school kan de invulling daarom enorm verschillen.

Met het basisleerplan hoopt Lervo meer samenhang te krijgen in het vakgebied. Hoewel het nog in ontwikkeling is, is de opzet duidelijk: de leerlingen moeten de samenleving leren begrijpen door kennis te vergaren over levensbeschouwingen en religies in Nederland en de wereld. Het leerplan gaat uit van iets minder dan één uur les per week.

Volgens dat leerplan moeten verschillende kanten worden belicht. Davidsen: “Bijvoorbeeld, als het gaat over moslims in Nederland, leren scholieren niet alleen wat de vijf zuilen van de islam zijn, maar ook hoe het is om moslim te zijn in ons land.”

Manon Meijer: 'We moeten leerlingen ­leren dat er meerdere opvattingen zijn in de samenleving, zonder hun eigen ideeën weg te nemen.' Beeld Olaf Kraak
Manon Meijer: 'We moeten leerlingen ­leren dat er meerdere opvattingen zijn in de samenleving, zonder hun eigen ideeën weg te nemen.'Beeld Olaf Kraak

Het curriculum probeert leerlingen niet één bepaalde overtuiging op te leggen. Davidsen beseft dat dit op gespannen voet kan staan met confessionele scholen, die wel één religie vooropstellen. “Om daarmee om te gaan, zeggen we: dit is niet het hele leerplan voor het vakgebied, maar het basiscurriculum. Scholen kunnen daarnaast hun eigen visie benadrukken.”

Openbare scholen kunnen op andere manieren vrij omgaan met het leerplan. Davidsen: “Zij kunnen onderdelen uit het curriculum plukken en die met een ander vak combineren. Dat zou al een enorme winst zijn.”

Maar op termijn heeft Lervo nog meer ambities. “Als tweede stap willen wij dat het vak levensbeschouwing en religie verplicht wordt in het gemeenschappelijke deel op alle scholen. Het vak zou dan dezelfde status krijgen als bijvoorbeeld maatschappijleer”, zegt Davidsen. “Als we kunnen aantonen dat het basiscurriculum goed werkt, wordt het makkelijker om de overheid hierin mee te krijgen.”

Einddoel: van levensbeschouwing en religie een keuze-examenvak maken

Het einddoel is om van levensbeschouwing en religie een keuze-examenvak te maken, zodat een leerling ervoor kan kiezen om het vak zijn of haar hele schoolcarrière te volgen en af te ronden met een centraal examen. Op de scholen waar het vak nu onderwezen wordt, stopt het meestal een jaar voor het eindexamenjaar. Bovendien wordt het cijfer meestal niet meegenomen in de beoordeling van de leerlingen wanneer ze naar de volgende klas gaan, zolang het een voldoende is. Ook komt het vaak niet op het diploma te staan.

Zo gaat dat ook op het Tabor College Werenfridus. Dit heeft gevolgen voor het imago van het vak, merkt Meijer. “In de vierde klas heb ik leerlingen die het grote eindonderzoek – het magnus opus van vier jaar levensbeschouwing – niet inleveren. Dan zeggen ze: ik accepteer een 1 als cijfer, want dan sta ik alsnog voldoende voor ­levensbeschouwing en heb ik meer tijd om te leren voor andere vakken. Dat is frustrerend”, vindt Meijer. “In mijn ideale wereld zou het vak van begin tot eind gegeven worden, met een eindexamen.”

Overheid is aan zet

Het is de vraag of het zo ver zal komen. Lervo kan scholen niets opleggen en is dus afhankelijk van de overheid. “We moeten er rekening mee houden dat de schooltijd beperkt is”, zegt een woordvoerder van het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap. “Als er iets bij komt, betekent dat ook dat er iets af moet. Omdat een deel van de leerdoelen zoals Lervo die geformuleerd heeft, overeenkomt met de kerndoelen voor vakken als geschiedenis en maatschappijleer, is het niet nodig om het vak levensbeschouwing en religie verplicht te stellen voor alle scholen.”

Als het mogelijk was, zou leerling Gauthier het vak levensbeschouwing tot en met zijn eindexamenjaar waarschijnlijk wel willen volgen, zegt hij. “Mensen zijn allemaal anders en kunnen voor heel veel verandering zorgen op een ­planeet. Ze kunnen ruziemaken, elkaar afmaken, het met elkaar eens zijn. Ik wil graag weten hoe ze met elkaar kunnen samenwerken in de toekomst.”

Lees ook:

Godsdienstleraar Frank (64): Het katholiek onderwijs heeft goud in handen

Anders dan in zijn jeugd hebben katholieke scholen nu leerlingen van alle gezindten. Toch vindt de net gepensioneerde godsdienstleraar Frank van der Knaap het waardevol het katholiek onderwijs te behouden.

Bijzonder onderwijs maakt oververhitte discussie los

Terwijl Nederland in rap tempo seculariseert, geeft zeventig procent van de scholen nog altijd een vorm van bijzonder onderwijs. Voor wie doen we dat eigenlijk nog?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden