Bezinning

Lessen van kloosterlingen en kluizenaren: ‘In afzondering leven, als dat het allerergste is’

Beeld Colourbox

Hoe doe je dat, minder naar buiten gaan, en anderen weinig kunnen zien? Hoe leef je goed alleen en wat kun je doen om het leven met anderen in een kleine ruimte beter aan te kunnen? Deze zuster, monnik en kluizenaar delen hun lessen over zelfquarantaine.

‘Verlies je niet in gedachten over de toekomst of het verleden’

Phap Xa (45), boeddhistische monnik in Walbröl

Phap Xa

Tien jaar woont Phap Xa (45) nu in het boeddhistische klooster in Walbröl, een klein stadje ten oosten van Keulen. Hij werd monnik in 2003, kort nadat hij was afgestudeerd in de toegepaste wiskunde. Dat hij voor het kloosterleven koos begon met zenmeditatie. “Ik vond een hele diepe rust in mezelf. Dat is iets wat ik voorheen nergens had geleerd: niet op school, niet in de kerk, niet thuis.”

In het klooster, dat voluit het European Institute of Applied Buddhism heet, leeft hij volgens de principes van mindfulness, naar de leer van de bekende monnik en schrijver Thich Nhat Hanh. “Het gaat erom dat we ons niet verliezen in gedachten over de toekomst of het verleden. En dat we zorgen voor wat er op dit moment is. Als dat verdriet, angst of boosheid is, dan is het zaak om daar meteen naar te kijken en voor te zorgen.”

Normaal ontvangen ze gasten en ­organiseren ze tal van activiteiten, maar vanwege de coronamaatregelen is het klooster nu gesloten. En dus ­leven de 25 zusters en tien monniken nog meer dan anders in afzondering. Een uitgelezen tijd om rust te ­vinden in jezelf, ja, zegt Phap Xa.

Maar hoe je dat doet? “Door terug te ­keren tot onze ademhaling. En ons ­lichaam te ontspannen. Hier hebben we ook een gong, een bel van aandacht, die elk kwartier wordt geluid. Om ons eraan te herinneren dat we die kans ­hebben, om te stoppen met alles wat we doen, en helemaal bij onszelf terug te keren.”

“Mediteren doen we niet alleen zittend. We proberen de hele dag te mediteren, door alles in volle aandacht te doen, ook het eten en het lopen. Zo doen we elke dag een loopmeditatie, waarbij we lopen als doel op zich, om ervan te genieten. Al lopend voelen we het contact van onze voeten met de aarde. Daar richten we onze aandacht op. Aankomen, niet zozeer op een ­andere plek, maar in elke stap. In het hier en in het nu. En zo is elke stap een gelegenheid om in het huidige moment aan te komen, terug te keren uit je gedachten over vroeger of later. Want als je daar almaar mee bezig bent, dan mis je veel gelegenheden om met de wonderen van het leven in contact te ­komen die er op dit moment zijn. Nu is het lente, en de zon schijnt. Je zou dan helemaal missen dat de bloemen bloeien, dat er frisse lucht is die we inademen, dat er mensen passeren die glimlachen. Dat we stappen zetten op deze planeet, gaat allemaal langs ons heen als we niet in contact zijn met het huidige moment.”

“Ik weet dat er mensen zijn die wanhopig zijn door de situatie die het virus nu met zich meebrengt, die niet weten wat hun volgende stap zou moeten zijn. Er is altijd hoop, leert de Boeddha. Ook als het heel erg moeilijk is, het zal gaan veranderen. Want dat is de natuur van alles wat is: verandering.”

Marije van Beek

*

‘Ik hoop dat die mensen ontdekken dat stilte ook troostrijk kan zijn’

Theo van Osch, kluizenaar in Montbrun

Theo van Osch

Iedere dag draagt Theo van Osch de mis op in de Notre Dame de Colombiers, een kapel uit de twaalfde eeuw, gelegen in de glooiende velden bij het Zuid-Franse dorpje Montbrun. Van Osch (59), voor de dorpsbewoners père Theo, leeft alleen, maar hij is niet ­helemaal van de buitenwereld afgesloten: hij gebruikt internet en telefoon, en af en toe spreekt hij met iemand die in de kapel de mis bijwoont.

Van Osch’ ­belangrijkste tip voor een leven in ­sociale afzondering: zorg voor een goed dagritme. “Regelmaat geeft enorm veel zekerheid, rust en kalmte. Dat geldt niet alleen voor mij, maar voor ieder mens. Wees aardig voor ­jezelf: als het even niet lukt, probeer je het op een ­andere manier. Ik heb ­begrepen dat de situatie nog wel een tijd zal duren, dan kun je dat aardig ­leren.”

Een paar jaar geleden maakte Van Osch de overstap naar een contemplatief ­leven als kluizenaar, na jarenlang een druk bestaan te hebben geleid als ­pastoor van het Brabantse Uden.

Iedere dag in het leven van Van Osch heeft hetzelfde schema, gekoppeld aan de vaste gebedsmomenten, de getijdengebeden. Dat betekent dat hij zeven keer per dag op vaste tijden bidt, ­psalmen zingt en uit de Bijbel leest.

Een keer per dag draagt hij de mis op in de kapel. “Ik sta om drie uur ’s nachts op, en ik ga rond acht uur ’s avonds naar bed. Het is een heel strak ritme, maar toch is het ook heel afwisselend.” ­Tussen de getijden­gebeden door heeft Van Osch tijd voor andere dingen, voor ontspanning of voor kluswerkzaamheden in de ­kapel.

De stilte en de afzondering kunnen kansen bieden, vertelt père Theo, die zich maar zeer zelden eenzaam voelt. “Ik hoop dat mensen door de gedwongen afzondering wat meer stilte in hun leven zullen inbouwen. Dat kan een wissel trekken op mensen die dat niet gewend zijn, die zullen met zichzelf worden geconfronteerd. Ik hoop dat die mensen zullen ontdekken dat stilte ook troostrijk kan zijn, want in die stilte kan contact met God ontstaan. De kunst is om niet van die stilte weg te ­lopen of bang te worden.”

“Ondanks alle ellende is dit een ­bezinningsmoment. Het is een goed moment om je af te vragen: hoe sta ik eigenlijk in het leven? Nu die ­afzondering er noodgedwongen is, hoop ik dat die ook vrucht gaat dragen. En laten we wel ­wezen: in afzondering leven, als dat het allerergste is? Ik hoop dat mensen ­datgene wat ze in deze ­periode leren hun hele leven zullen meenemen.”

Bas Roetman

*

‘Er is zoiets als de troost van de herhaling’

Zuster Johanna, slotzuster in de priorij Thabor

Zuster Johanna

Ze is een van de acht slotzusters in de priorij Thabor van de Kanunnikessen van het heilig Graf in Sint Odiliënberg, Limburg. Zuster Johanna leeft er, net als de andere kanunnikessen, in clausuur. “Vroeger zeiden de mensen: achter tralies. Eigenlijk zijn wij geen echte slotzusters, maar in principe verlaten ook wij ons klooster niet. We ontvangen veel bezoek: voor advies, voor cursussen, om mee te bidden, voor pastorale gesprekken. Dat is natuurlijk nu allemaal stopgezet. Binnen het slot leven we met ons achten. Ons leven speelt zich voor een groot deel in de kapel van het klooster af. Daar komen we volgens een vast ritme zes keer per dag bij elkaar om te bidden. Ook op zaterdag en zondag. Vakanties kennen wij niet. Je zou kunnen zeggen dat onze orde al eeuwen aan zelfquarantaine doet.

Tegen mensen die nu voor het eerst langdurig thuis zitten, in een te kleine ruimte met veel mensen op elkaar zou ik willen zeggen: geef de dag structuur. Structuur bepaalt ons leven. Er is zoiets als de troost van de herhaling. Al denk ik zelf wel eens bij het zoveelste uur van het koorgebed: ‘het mag ook wel wat minder.’ Maar dan denk ik: ‘Daarom ben jij hier, niet zeuren.’ Wat verder helpt om de tijd met elkaar door te komen is om je eigen plek te hebben - al is het maar een stoel - waar mensen je met rust laten. In een klooster leef je dicht op elkaar met gezamenlijk bidden, eten en recreëren, maar er is ook een privédomein in de vorm van je eigen cel en werkruimte. Daar komt niemand tenzij er een bijzondere reden is , bijvoorbeeld als je ziek bent.

En, als je geïrriteerd bent: laat dat dan niet blijken. Dat heeft namelijk geen zin op dat moment en er zijn trouwens wel ergere dingen. Altijd en nu helemaal. Flutdingen zinken daarbij in het niet. Ik maak me ook zorgen over al die mensen die nu in thuisisolatie zijn. Zelf heb ik er lang op moeten oefenen en ik vind het af en toe nog steeds lastig. Nog een tip: steek je hoofd uit het raam of ga op je balkon staan en adem frisse lucht in. Ik maak elke dag een wandelingetje in de kloostertuin. Voor de rest bidden wij ons een ongeluk, zeg ik wel eens.

Vandaag ben ik om half zes opgestaan, het is nu half twaalf en ik heb alles bij elkaar nu vier uur gebeden heb. Wij krijgen ook heel veel gebedsintenties en nu nog veel meer met de coronacrisis. Rond Sint Odiliënberg zijn al de nodige mensen aan het coronavirus gestorven. Dat ik alles bij God kan neerleggen geeft mij rust en de overtuiging dat het uiteindelijk goed komt. Je hoeft het niet allemaal zelf te doen.”

Stijn Fens

Lees ook:

De levenslessen van pater Hugo: Ik ben knetterkatholiek geworden

In de kerk van het Noord-Groningse dorp Warfhuizen vond kluizenaar pater Hugo de afzondering die hij zocht. En die busladingen bedevaart-gangers dan? ‘Ik kan Maria moeilijk verbieden bezoek te ontvangen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden