null Beeld

BoekrecensieFilosofie

Lauwaert maakt zich niet veel zorgen om oprukkende kunstmatige intelligentie

Sofie Messeman

Wij, robots.
Een filosofische blik op technologie en artificiële intelligentie: Lode Lauwaert
Lannoo Campus; 306 blz., € 29,99
★★★

De auteur

Lode Lauwaert is hoogleraar wijsgerige antropologie en techniekfilosofie aan de KU Leuven. Ook de Franse filosofie behoort tot zijn interesseveld. Eerder publiceerde hij onder meer Filosofie van geweld (2017).

De stelling

Artificiële intelligentie (AI) stelt ons onmiskenbaar voor nieuwe problemen. Maar zijn die zo groot dat we ze niet kunnen oplossen, zoals doemdenkers over technologie beweren? Niet volgens Lode Lauwaert, die overigens ook de techniekoptimisten met hun huizenhoge verwachtingen graag terugfluit.

De weerleggingen

De ingesleten gedachte dat AI (en techniek in het algemeen) neutraal zou zijn – niet beladen met waarden – is volgens Lauwaert onjuist. Er zijn nogal wat voorbeelden van intelligente systemen die de (subtiele en onbedoelde) vooroordelen van de ontwerpers tot uiting brengen. Zo zou het Amerikaanse CAMPAS-algoritme, bedoeld om recidive onder gedetineerden te voorspellen, in de praktijk racistisch zijn. En een door Google ontworpen algoritme om sollicitatiebrieven te beoordelen zou dan weer eerder brieven van mannen dan van vrouwen selecteren, gewoon omdat het ‘getraind’ is met vrijwel uitsluitend brieven van mannen. Ontwerpers moeten dus zoveel mogelijk dit soort onbedoelde effecten proberen te voorzien en uit te sluiten. Naast de onbedoelde waarden die in AI kunnen sluipen (bias), kunnen ontwerpers overigens ook bewust slechte bedoelingen hebben met hun ontwerp, zoals stadsplanoloog Robert Moses. Die ontwierp in de jaren dertig van de 20ste eeuw de New Yorkse Parkway-bruggen richting kust bewust zo laag dat er geen bussen onderdoor zouden kunnen. Het bedoelde effect was dat de Afro-Amerikaanse bevolking, die op de bus aangewezen was, niet naar het strand afreisde: rassenscheiding als morele (on)waarde in een technologisch ontwerp, zeg maar. Omgekeerd kunnen ontwerpers hun ontwerp bewust uitrusten met moreel wenselijke waarden, zoals fairness of genderneutraliteit, wat dan weer alleen maar valt toe te juichen.

De verdere redeneringen

Lauwaert vraagt zich verder af of AI ‘disruptief’ is, zoals vaak wordt beweerd. Hij wijst op zaken als de ‘gig economie’, die via platformen als Uber en Deliveroo slechts korte, tijdelijke contracten aanbiedt, waardoor mensen geen kansen krijgen op een volwaardige job. Ook schendingen van de privacy door AI-systemen, die veel te veel over ons bijhouden, krijgen aandacht. En wat met AI-systemen die beslissingen nemen over ons leven, denk maar aan de door AI gedreven werkplanning bij Starbucks, die in de praktijk de flexibilisering dermate opdrijft dat het onleefbaar wordt voor werknemers? Het gebrek aan transparantie is ook een probleem: ontwerpers kunnen dan wel intelligente systemen ontwerpen, toch kunnen ze zelf vaak niet meer uitleggen op basis waarvan die systemen hun beslissingen nemen: de data waarmee de systemen getraind worden, zijn gewoon te immens om nog door mensen begrepen te worden. De ecologische impact van AI en de Cloud, is nog een ander probleem: datacenters verbruiken zoveel energie dat ze ronduit een bedreiging voor het milieu vormen.

‘Kunnen we dit alles disruptief noemen?’, vraagt Lauwaert zich af. Anders geformuleerd: zijn de nieuwe technologieën in moreel opzicht verstorend? De schrijver verengt de vraag nog een beetje verder door te stellen: Leidt AI tot nieuwe morele problemen? Lauwaerts antwoord luidt in al deze gevallen dat ze niet tot nieuwe morele problemen leiden, ergo ‘niet disruptief’ zijn. Het zijn hooguit nieuwe verschijningsvormen van morele problemen die altijd al hebben bestaan.

Redenen om dit boek niet te lezen

De terugkerende insteek dat het ‘met nieuwe technologieën niet zo’n vaart loopt’, werkt bij momenten storend. Zo is Lauwaerts verenging van de vraag ‘of AI disruptief is’ tot de vraag ‘of AI leidt tot nieuwe morele problemen’ een ietwat arbitraire ingreep, die de problematiek herleidt tot ‘nieuwe wijn in oude zakken’. Of dat terecht is, blijft een open vraag. Ook zet de auteur mogelijke toekomstige verwezenlijkingen (en problemen) van AI – killer robots, superintelligence – wel erg makkelijk weg als ‘sciencefiction’ of ‘nog niet voor vandaag’, zonder dat hij dat echt hard maakt.

Redenen om dit boek te lezen

De zoektocht naar waarden die bewust of onbewust in nieuwe technologie verscholen zitten, is boeiend en filosofisch relevant. Lauwaerts voorbeelden van AI-systemen die werken met onbewuste vooroordelen wekken nieuwsgierigheid en verbazing. Verder bouwt de auteur grote, krachtige redeneringen op om een aantal bestaande overtuigingen over technologie te ontwarren en te ontkrachten.

Lees ook:

Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid gaat kunstmatige intelligentie (AI) ons leven fundamenteel veranderen. De overheid moet dat in goede banen leiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden