null Beeld

ColumnStijn Fens

Laat die relieken alsjeblieft met rust. Onderzoek kan alleen maar in het nadeel van de heilige uitvallen

Toen de Volkskrant laatst meldde dat een stuk dijbeen van Jacobus de Mindere, dat als reliek wordt vereerd in een Romeinse kerk, helemaal niet van deze apostel blijkt te zijn, moest ik denken aan broeder Adelbert van de benedictijnerabdij van Egmond. Hij beheert de honderden relieken die de abdij in bezit heeft. Een paar jaar geleden leidde hij mij daar rond. Het werd een gedenkwaardige middag. Broeder Adelbert vertelde dat hij ook relieken prepareert, waarvoor hij verzoeken krijgt uit binnen- en buitenland. “Dan snij ik van grote relieken een stukje af”, vertelde hij. “Ribben zijn zeer geschikt om relieken uit te maken. Ze zijn niet zo groot, en makkelijk zaagbaar.”

Dijbenen waren dan weer lastiger. Die zijn juist groot en hard.

Nooit zal ik vergeten dat broeder Adelbert mij een stuk kaakbeen en een kies van de heilige Andreas liet zien. “Ik bedenk me dan als ik die kies vastheb: hier heeft hij het laatste avondmaal mee gekauwd”, zei hij erbij. Een gedachte die mij nog altijd intens vrolijk maakt.

Broeder Adelbert twijfelde niet over de echtheid van de kaak en die kies. Hij ‘stond’ voor het overgrote deel van de relieken die hij onder beheer had. “Je krijgt er ook altijd een hoop papier bij.” Er was dus bewijs.

Zijn dijbeen is nu van een heilige reliek verworden tot een doodnormaal stuk bot

Dat echtheidscertificaat zal ook bij Jacobus de Mindere niet ontbroken hebben. Toch is zijn dijbeen nu van een heilige reliek die eeuwenlang vereerd werd, verworden tot een doodnormaal stuk bot. Een internationaal team onderzoekers, van onder meer de Rijksuniversiteit Groningen en het Koninklijk Nederlands Instituut Rome, analyseerde de reliek door middel van koolstofdatering, lees ik in de Volkskrant. Het dijbeen komt van een persoon die 160 tot 240 jaar later leefde dan Jacobus. De Volkskrant liet ook nog Frans Theuws, hoogleraar archeologie aan de Universiteit Leiden en niet betrokken bij het nieuwe onderzoek, aan het woord. Hij zei het interessant te vinden om nu ook de relikwieën van de heilige Servatius in Maastricht te gaan onderzoeken, “maar ik heb een sterk vermoeden dat dat niet gaat gebeuren”, aldus de hoogleraar.

Laat ik zeggen dat ik een sterke hoop heb dat dit niet gaat gebeuren. Ik heb groot respect voor de wetenschap, maar ik zou de geleerden willen vragen om relieken met rust te laten. Dat dijbeen van Jacobus de Mindere heeft een betekenis die veel verder gaat dan koolstofdatering en bewijs van echtheid.

De zaligen en de heiligen zijn bij God en bidden daar voor ons

Volgens broeder Adelbert vormen relieken van heiligen de tastbare band met het hiernamaals. De zaligen en de heiligen zijn bij God en bidden daar voor ons. Ze zijn als het ware de toegangspoort tot God. Daarom zijn ze zo waardevol. Kerken en heiligdommen die relieken in bezit hebben, worden gewijde plekken waar gebeden sneller dan het licht hun weg naar de hemel vinden. Of die relieken nu echt zijn of niet.

Trouwens: wetenschappelijk onderzoek van relieken kan alleen maar in het nadeel van een martelaar of heilige uitvallen. Zo’n dijbeen kan alleen maar verliezen. Je kunt door moderne technieken bewijzen dat het dijbeen niet van Jacobus de Mindere kan zijn. Maar zelfs als blijkt dat het wel degelijk uit diens tijd stamt, wil dat nog niet zeggen dat het dijbeen ook inderdaad aan de apostel toebehoorde. Ander DNA-materiaal is meestal niet voorhanden. Laat relieken daarom met rust en laat ze hun werk doen.

Onlangs herlas ik de roman De vrije vogel en zijn kooien van ­Simon Vestdijk, deel zes van de Anton Wachter-cyclus. Het exemplaar stamde uit de collectie van mijn vader. In de kantlijn stonden potloopstreepjes bij passages die hij van belang achtte en hem moesten helpen bij de recensie die hij bijna 63 jaar geleden over het boek schreef. Je zou kunnen zeggen dat ik over zijn schouder meelas.

Ik was al behoorlijk ver met lezen, toen ik in de vouw tussen pagina 170 en 171 een grijs poeder zag. Even schrok ik, keek nog eens goed en concludeerde dat het sigarettenas was. Die moet van de sigaret zijn geweest die mijn vader tijdens het lezen van de ­roman heeft gerookt. Ik zag die as in slow motion vallen op het boek. Zijn hand veegde die weer weg, maar niet alles. Bewijzen kon ik niets en de wetenschap laat ik er graag buiten, maar zelden voelde mijn vader zo dichtbij. Alsof hij zich even naar mij omdraaide: “Hier ben ik”.

Sigarettenas als toegangspoort naar de hemel.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden