Filosofisch elftal

Kun je een klompje cellen aborteren en het dan als persoon laten opnemen in de basisadministratie?

Bij de abortus kliniek Het Vrelinghuis gevestigd in het pand van de Stadskliniek Utrecht waarschuwen medewerkers voor demonstranten. Beeld ANP

De ene wet erkent het ongeborene als een persoon, de andere wet zegt dat er pas na 24 weken zwangerschap van een persoon sprake is. Hoe vinden we een uitweg? Filosofen geven antwoord. 

De nieuwe wet die het mogelijk maakt om een levenloos geboren kind in te schrijven in de gemeentelijke basisad­ministratie leidt tot veel discussie. Ouders kunnen het bestaan van hun doodgeboren kind nu eindelijk laten erkennen.

Die mogelijkheid staat ook open voor ouders die een abortus hebben laten plegen. De abortuswet legt de grens bij 24 weken; tot die tijd wordt de embryo of foetus niet als persoon erkend en mag daarom worden weggehaald. Maar de registratiewet kent geen leeftijdsgrens, waardoor registratie ook na bijvoorbeeld acht weken al mogelijk is. Is het wel mogelijk om enerzijds een kind te mogen erkennen als persoon, en anderzijds diens bestaan te mogen beëindigen? Wanneer verandert ‘iets’ in ‘iemand’?

“Een embryo of foetus wordt een persoon voor de ouders en naasten, zodra zij die hebben opgenomen in hun relaties”, zegt Paul van Tongeren, emeritus hoogleraar ethiek in Nijmegen en Leuven. “De argumentatie achter de ­erkenning van een doodgeboren kind is dan ook dat het geleefd heeft als een persoon en dat dit leven erkend moet worden. Ook al heeft het niet in de buitenwereld, maar enkel in de moeder ­geleefd.”

Botsing

“We hebben hier te maken met een narratief persoonsbegrip: doordat het kind al een rol speelde in het verhaal van de ouders, werd het een persoon. Als je van een dergelijk persoonsbegrip uitgaat, waarin je dus spreekt van een persoon op het moment dat er een persoonlijke relatie is, wordt de combinatie met de abortuswet hoogst problematisch. Daarin geldt een ander persoonsbegrip, dat ‘iets’ na 24 weken zwangerschap pas in ‘iemand’ verandert. Het bestaan van deze twee wetten is een principiële botsing.”

“Dat hoeft niet erg te zijn”, reageert ­filosoof en schrijver Désanne van Brederode. “We hebben hier te maken met twee werkelijkheden: een subjectieve en een biologische. Ik herinner me van mijn eigen zwangerschap dat ik de aanwezigheid van mijn zoon als persoon al kon voelen en dat gevoel kwam niet pas na 24 weken. De wetenschap onderschrijft dat soort subjectieve ervaringen niet, die wijst er eerder op dat zoiets niet mogelijk is, omdat het nog maar een klompje cellen is.”

“Helaas lijkt het in dit debat altijd alsof een van deze twee werkelijkheden moet worden doorgestreept. Het lijkt mij juist mooi om inclusief te denken, zodat er ruimte is voor zowel de subjectieve ervaring als de fysieke realiteit. Neem bijvoorbeeld verliefdheid. De biologie kan haarfijn uitleggen wat er met ons gebeurt, als we verliefd worden, maar geen mens die over zijn oren verliefd is, beleeft het zo. Je kunt de liefde niet reduceren tot een puur biologisch proces; de subjectieve, romantische ­ervaring telt evengoed mee. Hetzelfde geldt voor zwangerschap of het ontstaan van een persoon: we hebben beide werkelijkheden nodig.”

Van Tongeren: “Er ontstaat een probleem, zodra je consequenties aan die benaderingen verbindt. Bijvoorbeeld als je tegen je geliefde zegt dat hij of zij de liefde van je leven is, maar dat je hem of haar evengoed wilt ruilen voor iemand met dezelfde geur, hormonen en genetische kenmerken. Of in dit geval: als ik enerzijds mijn abortus rechtvaardig, omdat het hier niet om een persoon gaat die gedood wordt, maar slechts om een klompje cellen dat kan worden verwijderd, en anderzijds datzelfde klompje cellen als een persoon beschouw, die een naam en een erkenning als voortijdig gestorven kind moet krijgen.”

Lastig Discours

Van Brederode: “Dat vind ik te zwart-wit gedacht. De twee wetten kunnen ook aanleiding zijn voor een open gesprek, waarbij je niet op eenduidige antwoorden uitkomt. Bijvoorbeeld dat iemand die abortus pleegt wel degelijk mag rouwen, of dat iemand zich schuldig voelt, maar wel nog steeds achter haar besluit staat. Daar lijkt nu geen ruimte voor te bestaan, terwijl echt niemand zoiets voor de lol doet. Vrouwen die abortus plegen, belanden in een ­lastig discours. Ze worden door gelovigen vaak gezien als schuldig, omdat ze in hun ogen een persoon hebben vermoord. Bij niet-gelovigen is vaak geen ruimte voor hun emoties rondom de abortus, omdat er in hun ogen geen sprake was van een persoon. Maar misschien kun je ook wel rouwen om de potentialiteit van een persoon, of kan een embryo voor jou al een beetje een persoon zijn.”

Van Tongeren: “De wet moet nu eenmaal strikte grenzen trekken. Een ongeborene wordt vanaf 24 weken als persoon gezien, omdat die vanaf dat moment in principe ook buiten de moeder levensvatbaar is – en daarom zonder twijfel een persoon is en beschermenswaardig. Die grens zal verschuiven met de medische ontwikkelingen; ‘iets’ zal steeds eerder ‘iemand’ zijn. Dat is niet verrassend, Aristoteles wees ons er al op dat ethiek over zaken gaat die veranderlijk zijn en niet exact te bepalen. Ethiek is geen wiskunde of logica.”

“Dat geldt op een andere manier ook voor die rouw die je noemt: je kunt rouwen om een kind dat je verloren hebt, door een abortus waartoe je zelf hebt besloten – hoe dubbelzinnig dat wellicht klinkt. Ik beschuldig niemand; net als euthanasie is ook abortus soms onvermijdelijk. Maar dat we soms menen te moeten handelen op een manier die tegensprekelijk is, neemt het problematische van dat handelen niet weg.”

Van Brederode: “Ik vind de ethische kant van deze zaak wel wat hypocriet. Mensen staan te demonstreren bij abortusklinieken vanuit eerbied voor het leven en omdat ze elke embryo al een persoon vinden. Maar over de baby’s in Jemen, die omkomen door oorlogen – die zonder twijfel al personen zijn – hoor je ze niet. Deze hele discussie over persoonserkenning krijgt pas werkelijk waarde als we die niet be­perken tot de baarmoeder.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees hier eerdere afleveringen.

Lees ook: 

Er is een debat nodig over de waarde van het leven - ook het ongeboren leven

De registratie van een kind na abortus laat zien dat een maatschappelijke discussie nodig is over de vraag wanneer je mens bent, betoogde ChristenUnie-kamerlid Carla Dik-Faber in een opiniebijdrage.

Het wringt dat je een geaborteerde foetus mag registreren als doodgeboren kind

Een vrouw die abortus liet plegen, maakte gebruik van de mogelijkheid om doodgeboren kinderen te laten registreren. Je hoeft geen Schreeuw om Leven-activist te zijn om te zien dat hier iets wringt, schreef Stevo Akkerman

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden