Diaconie tijdens corona

Kritiek op de kerken: waar was tijdens corona de aandacht voor de kwetsbaarsten in de samenleving?

Een dienst in de Nassaukerk in Amsterdam, waar het inloophuis voor mensen die nergens terechtkunnen in coronatijd werd verplaatst naar het kerkgebouw.
 Beeld Hollandse Hoogte / Maartje Geels
Een dienst in de Nassaukerk in Amsterdam, waar het inloophuis voor mensen die nergens terechtkunnen in coronatijd werd verplaatst naar het kerkgebouw.Beeld Hollandse Hoogte / Maartje Geels

Kerkelijke organisaties voor sociaal werk zijn teleurgesteld in de houding van kerken tijdens corona. De diaconale instellingen verwijten kerken te veel gericht te zijn op het draaiend houden van de eigen gemeenschap. De kwetsbaarsten konden er niet terecht.

“Ik ben wel gefrustreerd over het feit dat de kerk alle focus legt op de kerkdiensten. Met de gebouwen kunnen we zoveel meer. Waarom stellen we die niet beschikbaar voor opvang of vaccinaties?” vraagt een van de directeuren van zo’n diaconale organisatie zich af in net afgerond onderzoek van de Protestantse Theologische Universiteit naar de diaconie in coronatijd.

Docent diaconaat Erica Meijers sprak daarvoor langdurig met directies van twaalf diaconale organisaties. Twee daarvan werken landelijk, de andere zijn grote instellingen met tientallen professionele krachten en honderden vrijwilligers, in grote en middelgrote steden. Ze vangen ongedocumenteerden op, dak- en thuislozen, mensen met schulden en anderen die buiten beeld zijn van reguliere instanties.

Het deksel op de neus

Veel van de voorzieningen voor deze groepen moesten met corona dicht. De diaconale organisaties dachten uit te kunnen wijken naar kerkgebouwen die de hele week leeg stonden. Maar zij kregen vaak het deksel op de neus, constateert Erica Meijers. Kerken (en media) waren druk met de vieringen op zondag: hoeveel mensen mogen daarbij zijn, kunnen we weer zingen? Ook ging er veel tijd zitten in het onderhouden van contact met leden van de gemeente.

De diaconale organisaties, die deels door kerkengeld gefinancierd worden, troffen weinig bereidheid aan om gebouwen open te stellen voor de mensen die zij normaal opvangen. “En dat is zuur, want de kerkleden zijn de mensen bij wie je hoort”, noteert Meijers. De geldstromen zijn wel gescheiden, het diaconaal werk wordt grotendeels betaald door collectegeld of donaties van kerkleden.

Daarnaast krijgen deze instellingen vaak subsidie van lokale overheden, waarmee ze overigens met name in de eerste golf verrassend goed konden samenwerken. De directeuren troffen daar een soepelheid die ze niet hadden verwacht, de bureaucratische stroefheid verdween.

Goede voorbeelden waren er ook in de kerk, zegt Meijers. Ze noemt haar eigen kerk, de Nassaukerk in Amsterdam. Die heeft al een inloophuis voor mensen die nergens anders terecht kunnen. Zij kunnen er ontbijten, of een kop koffie krijgen. Toen die opvang dicht moest, werd ze verplaatst naar de kerk.

Angst voor besmetting

Meijers zag dat er, net als elders, in haar kerk angst was, voor besmetting, of voor vernieling. Toch ging het door en er ontstonden leuke gesprekken. “Maar het heeft wel twee weken gekost voordat het was geregeld”, zegt Meijers, die erop wijst dat het diaconale werk van kleinere kerkelijke gemeenten buiten het onderzoek is gehouden. Ook daar gebeurt veel.

Een ander positief voorbeeld komt uit Utrecht. “Ik heb nadrukkelijk aan de bel getrokken hierover bij de kerken. En het is als een blad aan de boom omgeslagen. Nu staat het beschikbaar stellen van ruimtes voorop op de agenda”, zegt een van de respondenten uit het onderzoek.

Namen worden in het onderzoek niet genoemd, maar het algemene beeld vanuit de diaconale organisaties is echter dat kerken te druk waren met zichzelf. “Natuurlijk is het legitiem om als gemeenschap goed voor jezelf te zorgen”, zegt theoloog Meijers. “Maar de kerk is er ook voor de wereld, en vooral voor de mensen onder aan de ladder.”

‘Iedereen leeft in eigen bubbel’

Het probleem is dat kerkgemeenschappen vaak nog wel contact hebben met asielzoekerscentra, maar niet met arbeidsmigranten, sekswerkers, ongedocumenteerden. “Iedereen leeft in zijn eigen bubbel”, zegt Meijers. “Gemeenteleden geven geld, maar ze hebben geen relaties meer met mensen aan de onderkant.” In die zin is de kerk niet anders dan de samenleving, zegt Meijers. Ook in de kerk maakt corona de scheidslijnen die er al zijn, nog scherper. “En dat is pijnlijk.”

Meijers gelooft best dat het ‘eng’ kan zijn de kloof te overbruggen, en de deuren te openen voor mensen die uit beeld zijn geraakt. “Het is ook eng. Maar doe niet zo voorzichtig, niet zo defensief. Gooi niet meteen de deur dicht, dat is toch heel merkwaardig voor een kerk.”

Lees ook:

Minder mensen doen meer: kerken krimpen, maar kerkgangers helpen meer mensen in nood

In weerwil van verdergaande ontkerkelijking geven kerken nog minstens evenveel hulp aan armen als drie jaar geleden. Minder mensen doen meer, blijkt uit onderzoek.

De huiskamerkerk wordt een blijvertje in protestantse gemeenten

In de kerk na corona gaan kleine groepjes gelovigen die door de week thuis bij elkaar komen, een grotere rol spelen. Deze ‘huiskerken’ worden in de kerkelijke wereld niet gezien als alternatief voor de zondagse diensten, maar als een aanvulling daarop.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden