Gelijkwaardigheid

Komt de derde vrouwengolf bij de orthodoxen eraan?

Beeld Suzan Hijink

Lang hebben orthodoxe protestantse kerken vrouwen geweerd als dominee en als lid van de kerkeraad. Er is verandering – en dat stuit op verzet, ook van vrouwen zelf. Vandaag vergaderen de gereformeerd-vrijgemaakten erover.

Willie Roskam-Kroeze heeft lang in Nijverdal gewoond, ze was er raadslid en wethouder voor de ChristenUnie. Ze vond het prachtig. Om dichter bij de kinderen te kunnen zijn, is het echtpaar vorige maand verhuisd naar Heerde. Die verandering van woonplaats bood hen meteen een goede mogelijkheid van kerk te wisselen.

De nu 67-jarige Roskam was haar hele leven gereformeerd-vrijgemaakt. Drie jaar geleden besloot dat behoudende kerkgenootschap vrouwen toe te laten als dominee en in de kerkeraad. Daar heeft de oud-wethouder onoverkomelijke bezwaren tegen. “God heeft zijn Woord gegeven, dat is gezaghebbend voor mij”, zegt Roskam. “Mannen en vrouwen hebben evenveel talenten. God heeft in de Bijbel de ordening voor zijn kerk gegeven, het lichaam van Christus. Daarin heeft de man de koppositie. Aan hem is het regeerambt en het geestelijk leidinggeven, waar ook tucht bij hoort.”

Die opvatting betekent voor haar niet dat vrouwen in de kerk niks mogen doen of zeggen. “God heeft de vrouw andere taken gegeven, aanvullend aan de man. Je kunt zoveel mooie dingen doen als vrouw in de kerk. Bidden en bijbellezen met broeders en zusters. Waarom moeten vrouwen zo nodig op de kansel? Dat is doorgeslagen emancipatie.”

Instelling van God

Het wordt haar wel vaker gevraagd hoe ze dat kan zeggen als oud-wethouder, die deel was van het gemeentebestuur en leiding heeft gegeven aan ambtenaren. Zelf voelt ze ‘totaal geen spanning’ tussen haar opvattingen over de vrouw in de kerk en in de samenleving. “De kerk is een instelling van God, de politiek is door mensen georganiseerd. Dat is wezenlijk anders.”

In Heerde hebben Roskam en haar man zich nu aangesloten bij de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hier speelt de discussie ook, maar ze hoopt dat haar nieuwe kerkgenootschap vasthoudt aan zijn beginsel dat alleen mannen dominee, ouderling en diaken kunnen worden.

Willie Roskam-Kroeze

Ondanks dit verbod op de vrouw in het ambt, heeft een aantal gemeenten in die CGK tóch vrouwen aangesteld. Het landelijk kerkbestuur neemt vermoedelijk in mei een besluit hoe nu verder te gaan. De kwestie verdeelt deze circa 72.000 leden tellende kerk dusdanig dat openlijk wordt gesproken over een crisis. De CGK-synode bespreekt al deze maand wat er in het algemeen zou moeten gebeuren met gemeenten die zich niet voegen in de landelijke lijn. Het advies van de meerderheid van een commissie die dat agendapunt voorbereidde: zet die gemeenten uit het kerkverband.

Crisis is het in andere behoudende kerken niet. Maar in de protestantse orthodoxie is het deze jaren wel onrustig, er wordt van binnenuit gemorreld aan tot dan toe onwrikbare standpunten. De debatten over homoseksualiteit trekken veel aandacht van buiten, de Nashville-verklaring was vorig jaar wekenlang in het nieuws.

Verschuivingen

Meer buiten het zicht van het grote publiek zijn er verschuivingen gaande over de rol van vrouwen. De positie van de man die als enige het leiderschap wordt toevertrouwd, staat alleen nog in de gereformeerde gemeenten en alles rechts daarvan onomstotelijk vast. In de katholieke kerk is dat trouwens ook zo. De wereldwijde evangelische en pinksterkerken staan doorgaans evenmin te springen om vrouwelijke voorgangers.

In Nederland maakten twee behoudende kerken deze eeuw de omslag. In 2004 stelde de Nederlands Gereformeerde Kerken (33.000 leden) het ambt open voor vrouwen, drie jaar geleden deed de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt dat. Veel van de 115.000 vrijgemaakten waren daar blij om, maar er waren ook mensen als het echtpaar Roskam, die teleurgesteld afhaakten. Vandaag bespreekt het landelijk bestuur twintig verzoeken om terug te komen op deze vernieuwing. De verwachting is dat die bezwaren kansloos zijn, maar er is een hele middag voor uitgetrokken. Omdat het zo gevoelig ligt, en haast alleen maar tot meer spanning leidt.

De veranderingen in die kleinere behoudende kerken hebben hun weerslag op de grote, brede Protestantse Kerk in Nederland met haar 1,7 miljoen leden. Officieel maakt de PKN geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Vrouwen mogen alle posities bekleden, maar het hoeft niet. Toch speelt de vrouwenkwestie ook in de PKN. In die kerk is een orthodoxe minderheid, verenigd in de Gereformeerde Bond, tegen de vrouw in het ambt. Verreweg alle 300 ‘bondskerken’ weren vrouwelijke ambtsdragers, het aantal dat hen wel toelaat is volgens voorzitter Arjen Mensink ‘op de vingers van twee handen te tellen.’ Mensink weet dat het thema in meer kerken speelt, maar dat komt volgens hem vooral doordat ze geen mannen kunnen vinden voor de kerkeraad. “Het heeft dan een praktische insteek: waarom zouden vrouwen het niet kunnen als mannen het laten afweten?”

Gelijke positie

Tegen het vrouwenstandpunt van de Gereformeerde Bond kwam vorige week een groepje synodeleden en oud-synodeleden van de PKN in verzet. Dat was ook ingegeven door het feit dat in de tweekoppige leiding van de PKN in november een ‘bonder’ is gekozen, Marco Batenburg, predikant in een gemeente die vrouwen weert uit het ambt.

De open brief is een appèl aan de Gereformeerde Bond om vrouwen in de hele kerk een gelijke positie te geven. De brief viel bij zowel de leiding van de PKN als bij de Bond in slechte aarde. Zo’n actie werkt vaak polariserend, zei scriba René de Reuver. Bondsvoorzitter Mensink noemde de brief flauw en vervelend. Kritiek van PKN’ers buiten de bondskerken maakt doorgaans weinig indruk, zei hij, ook al omdat deze orthodoxe  kerken over het algemeen veel voller zitten dan de vrijzinniger gemeenten binnen de PKN. “Veel leden voelen zich onheus bejegend”, weet Mensink. “Zij zeggen: wij mogen bloeiende kerken hebben, wat hebben zij van de kerk gemaakt?”

Drie golven

Niettemin: er is in de orthodoxie zoveel in beweging dat Heleen Zorgdrager spreekt van een derde golf in de emancipatie van de protestantse vrouw. Zorgdrager is hoogleraar systematische theologie en gender aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en een kenner van dit stukje van de kerkgeschiedenis.

Heleen Zorgdrager

De eerste golf valt samen met de strijd van vrouwen voor toegang tot hoger onderwijs, betaalde arbeid, en algemeen kiesrecht, aan het begin van de twintigste eeuw. De doopsgezinde kerk stelde het ambt in 1904 open, Anna Zernike werd in 1911 als eerste predikante bevestigd. De evangelisch lutherse kerk en de remonstranten volgden. Zonder slag of stoot ging dat ook toen al niet, zegt Zorgdrager: sommige remonstrantse mannen vonden de vrouw psychologisch niet uitgerust voor de kansel.

Met de opkomst van de feministische beweging in de jaren zestig kwam de volgende golf. In de hervormde kerk mochten – ongetrouwde – vrouwen eind jaren vijftig in noodsituaties preken, in 1967 volgde volledige openstelling van het ambt. In de gereformeerde kerk – die in 2004 samen met de hervormde en Evangelische-Lutherse fuseerde tot de PKN - gebeurde dat in 1969.

De nieuwe inzichten werden, zegt Zorgdrager, ingegeven door een andere kijk op de Bijbel. Die werd minder letterlijk genomen, maar meer bezien vanuit de moderne tijd en cultuur, waarin gelijke rechten voor vrouwen werden bevochten. Maatschappelijk, en in de kerk. Net als tegenstanders van de vrouw in het ambt zoals de Nijverdalse oud-wethouder Roskam, beroepen ook de voorstanders zich op de Bijbel. Zij halen graag de tekst aan dat ‘er geen mannen of vrouwen meer zijn, maar dat allen één zijn in Christus.’

Pijn en schaamte

Dat gelovigen met de Bijbel alle kanten opkunnen, zo alledaags zou Zorgdrager het niet meteen zeggen. Zij formuleert het zo: “Je kunt niet uit de Bijbel alleen de stem van God voor vandaag opvangen. Dat kan nooit zonder de cultuur erin te betrekken, de traditie, de wetenschap, de ervaring.” Dat is helemaal geen revolutionaire, modernistische kijk, zegt ze. “In de achttiende eeuw deed de Engelse theoloog John Wesley dat ook al.”

Het stoort de hoogleraar dat een klein deel van haar kerk vasthoudt aan het idee dat alleen mannen het ambt toekomt. Ook persoonlijk: “Ik mag niet voorgaan in een deel van mijn kerk”, constateert Zorgdrager, die regelmatig op zondag een dienst in de PKN leidt. “In mijn kerk wordt geaccepteerd dat vrouwen in een deel niet worden toegelaten in het ambt. Ik zeg dat met pijn en schaamte.”

Is dat weren van vrouwen op kerkelijke posities niet gewoon discriminatie? In kerkelijke kringen hoort men dit woord niet graag; het is immers bepaald geen aanbeveling. Maar artikel 1 van de Grondwet schrijft toch voor dat het niet toegestaan is onderscheid te maken op grond van geslacht? En wat doen kerken ánders dan vrouwen en mannen ongelijk behandelen?

Juridisch geen discriminatie

Ja, maar juridisch is dat geen discriminatie, zegt Sophie van Bijsterveld, hoogleraar religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze wijst op de Algemene wet gelijke behandeling, waarin staat dat geen onderscheid gemaakt mag worden tussen mannen en vrouwen op belangrijke terreinen van het maatschappelijke leven. Dus niet bij een baan, bij arbeidsbemiddeling, bij een opleiding. Maar de wet is níet van toepassing op rechtsverhoudingen binnen kerkgenootschappen en op het ambt van geestelijke.

Sophie van BijsterveldBeeld ANP

“Die uitzondering is een uitvloeisel van de autonomie, de interne organisatievrijheid, van kerken. De vrijheid van godsdienst geldt niet alleen voor individuen, maar ook voor kerkgenootschappen. En daar is de visie op het ambt een onderdeel van.” Dat wil ook weer niet zeggen dat de kerk helemaal vrij is in haar handelen. Zou een kerkgenootschap zwarte dominees weigeren, dan zou die volgens haar door de rechter wel op de vingers worden getikt. “Het thema speelt niet. Maar kerken staan niet buiten het recht.” Of voor de toelating tot het geestelijk ambt het verschillend behandelen op basis van geslacht wel of niet geoorloofd is, dat moeten kerken zelf uitmaken.

Theologie uit interesse

De 20-jarige Charlotte Molenaar, derdejaarsstudent aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, weet nog niet zo goed wat ze van de vrouwenkwestie moet vinden. De studente is opgegroeid in de traditie van de Gereformeerde Bond, ze hoort bij die vleugel van de PKN waar vrouwen geen dominee mogen worden. Theologie studeert ze uit interesse, wat ze ermee wil gaan doen weet ze nog niet: “Ik heb ergens wel een roeping om op een bepaalde manier te dienen in Gods koninkrijk. Maar ik weet nog niet hoe. Ik zit nog in een zoektocht. Dat doe ik met een open Bijbel, ik weet het niet op voorhand.”

Zou ze dominee willen worden, dan moet ze naar een andere instelling. De universiteit in Apeldoorn is de predikantenopleiding voor de Christelijke Gereformeerde Kerken. Aangezien in die kerk alleen mannen dominee mogen zijn, staat dat deel van de studie niet open voor vrouwen. Deze visie op de vrouw heeft een paar jaar terug geleid tot een breuk met de gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit Kampen. Beide opleidingen zouden fuseren, maar dat ging niet door, toen de vrijgemaakten het ambt openstelden voor de vrouw.

Grapjes over vrouwen

“Iedereen probeert naar de Bijbel te leven. Ik wil niet spreken over goed of fout”, zegt Charlotte Molenaar over de verschillende interpretaties van de Bijbel. Die komen, zegt ze, wel allemaal naar voren in het studieprogramma. En ze ervaart het gesprek op haar universiteit over de rol van de vrouw als heel open. “Maar het moet wel met respect gebeuren”, zegt ze erbij.

Charlotte Molenaar

“Er worden weleens grapjes gemaakt over vrouwen. Dat doet snel deuren dicht, dat doet pijn. Het gaat wel over personen.” Ook ziet ze dat er al gauw in sjablonen wordt gepraat: “Mensen die tegen de vrouw in het ambt zijn worden weggezet als vrouwenhaters, voorstanders worden extreme feministen genoemd. Dat moet veel genuanceerder.”

Die nuance is in de discussie binnen de Christelijk Gereformeerde Kerken zelf soms ver te zoeken. Het debat is op scherp gezet door de gemeenten die samenwerken met behoudende kerken waar de vrouw wel een volwaardige rol heeft. Omdat in die samenwerkingsverbanden de strengste regels gelden, moeten ook hun partners zich houden aan het verbod op vrouwelijke ambtsdragers. In Arnhem, Nieuwegein, IJmuiden zijn ze het wachten op verandering van boven zat. Ze doen wat officieel niet mag, hopend dat de synode hun praktijk op zijn minst zal tolereren.

Eerste vrouwelijke ouderling

Zo’n half jaar geleden werd in IJmuiden de eerste vrouw bevestigd tot ouderling. Deze vrijgemaakte vrouw heeft met de kerkeraad afgesproken in de luwte te blijven en niet te praten met de pers. Ook elders geven vrouwelijke kerkeraadsleden liever geen toelichting. Dat zou, zo geven de gemeentes aan, maar tot nieuwe onrust leiden.

Vanaf de andere kant wordt fel uitgehaald naar kerken die vrouwen toelaten. Herman Selderhuis, rector van de Theologische Universiteit in Apeldoorn, keurde hun gedrag in een publieke rede scherp af. Ze hadden zich aan de regels moeten houden zei de rector, die in christelijk-gereformeerde kringen groot aanzien geniet. Mensen die het daar niet mee eens zijn zouden de kerk beter kunnen verlaten. “Het is triest, maar zo gaat het.”

Selderhuis zei vorig jaar in Trouw ook niet te verwachten dat dat landelijke kerkbestuur gaat besluiten vrouwen toe te laten tot het ambt. Een aantal verontrusten, verenigd in Bewaar het Pand, wijst ook deze verandering luid en duidelijk af. En tijdens de laatste synode steunden verreweg de meeste sprekers in een verkennende ronde het verbod. Kerken die dat negeren, kregen van hen het verwijt onbijbels en zondig te handelen.

Uit de aard der zaak bestaat het landelijk kerkbestuur alleen uit mannen. Ook in de commissie die zich nu buigt over de rol van de vrouw zitten geen vrouwen. Een van de synodeleden stelde voor een klankbordgroep van vrouwen in te stellen, maar daar is niets meer van vernomen. Wel heeft de commissie met een aantal vrouwen gesproken die zelf om een onderhoud hadden gevraagd.

Gevaar van polarisatie

Ondertussen groeien in elk geval bij een aantal christelijk-gereformeerde kopstukken de zorgen of deze zaak gaat leiden tot een nieuwe kerkscheuring. Oud-politici als André Rouvoet, Aart Jan de Geus en Leen van Dijke hebben de koppen bij elkaar gestoken. In een opiniestuk in het Nederlands Dagblad waarschuwde Rouvoet in november voor polarisatie. Zijn eigen mening is in het stuk niet te vinden, wel schrijft hij dat zijn kerk in Woerden heeft besloten de preekstoel en kerkeraad voorlopig gesloten te houden voor vrouwen.

En hoe gaat het bij de vrijgemaakten, nu vrouwen daar alle functies mogen bekleden? In de lange discussie voordat dat besluit werd genomen, zijn er twee afsplitsingen geweest. Vier predikanten hebben de kerk verlaten, een onbekend, maar klein aantal mensen heeft de wijk genomen naar een ander kerkgenootschap.

Net als in de PKN, mogen de circa 260 plaatselijke gemeenten zelf beslissen wat ze doen. In een rapport voor de komende synodevergadering staat dat in meer dan de helft van de gemeenten vrouwen diaken mogen zijn. En ongeveer in een kwart kunnen zij daarnaast ouderling én dominee worden.

Gerry Bos-Kaptein (61) heeft inmiddels op meerdere vrijgemaakte kansels gestaan. Ze studeerde na de middelbare school al een paar jaar theologie. Ze stopte ermee, ook omdat ze destijds geen dominee kon worden in haar eigen gereformeerd-vrijgemaakte kerk. Met het zicht op de verruiming voor vrouwen, pakte de journaliste bij de EO haar oude studie theologie weer op. Vorig jaar januari was ze klaar met de predikantenopleiding.

Verhuizen naar andere gemeente

In haar eigen gemeente in Meppel mag ze niet preken, daar is het ambt van predikant en kerkeraadslid nog niet opengesteld voor vrouwen. Die terughoudendheid doet haar weleens pijn. Ze vindt het lastig als in Meppel een man zonder afgeronde predikantenopleiding de dienst leidt terwijl zij zelf alle papieren heeft. “Dan denk ik: ik had wel gevraagd willen worden.”

Dat Bos zelf dominee wordt, heeft ook gevolgen voor persoonlijke verhoudingen. “Er zijn er die de omgang met mij omlaag hebben geschroefd”, zegt ze. “Dat zij de Bijbel anders lezen snap ik. Maar ik heb er kennelijk minder moeite mee hun standpunt te respecteren dan andersom. Hun trouw aan God maakt sommigen afkerig ten opzichte van mij. Ik probeer dat pastoraal te begrijpen, maar lastig is het wel als het zo persoonlijk wordt.”

Er zijn wel gesprekken geweest, maar een vrijgemaakte gemeente die haar als dominee wil hebben heeft ze niet gevonden. Telkens ketste het af op haar vrouw-zijn: “Beroepingscommissies wilden mij graag. Maar steeds zei de kerkeraad: het is voor ons nog te vroeg, we willen het de mensen niet aandoen, het moet allemaal nog wennen. Of: we kerken samen met de christelijke gereformeerden en die willen het niet.”

Gelet op haar leeftijd, wil ze niet meer wachten. Deze dagen zit ze tussen de verhuisdozen. Ze vertrekt naar Nijmegen, daar wordt ze half februari bevestigd als dominee. In de Nederlands Gereformeerde Kerk, de kerk die in 1967 uit de vrijgemaakte stapte en met wie ze de komende jaren weer gaan fuseren. Ook al daarom vindt ze de overstap niet zo heel moeilijk. “En ik blijf daarnaast gewoon preken in die vrijgemaakte kerken waar ik wel welkom ben.”

Waar speelt de vrouwenkwestie?

De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben vrouwen altijd geweerd uit het ambt. In 1998 heeft het landelijk kerkbestuur dit besluit nog eens bevestigd. Eind januari staat het weer op de agenda omdat een aantal gemeenten zijn eigen weg gaat. De CGK is de oudste gereformeerde kerk, ze scheidde zich in 1869 af van de Hervormde Kerk. De circa 180 kerken met hun 72.000 leden verschillen van karakter, ze zijn meer orthodox dan wel meer evangelisch.

In vrijwel alle gemeenten die bij de Gereformeerde Bond horen mogen vrouwen geen dominee worden of lid van de kerkeraad. Dat staat nergens op papier, want de omstreeks 300 bondskerken zijn deel van de grote Protestantse Kerk in Nederland. Die maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen, maar plaatselijke gemeenten zijn vrij dit wel te doen. Volgens de PKN is 15 procent, ongeveer 255.000 mensen, aangesloten bij een kerk die affiniteit heeft met de Gereformeerde Bond, de orthodoxe vleugel van de PKN.

De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt besloten in 2017 vrouwen toe te laten tot het ambt. Een minderheid van de 115.000 leden heeft daar bezwaar tegen. Vandaag behandelt het landelijk kerkbestuur zo’n twintig verzoeken dat besluit uit 2017 terug te draaien. In ongeveer de helft van de 270 vrijgemaakte kerken kunnen vrouwen nu bevestigd worden in het ambt.

Toelating van vrouwen in het ambt 

1904: Doopsgezinde Kerk, in 1911 werd de eerste vrouwelijke dominee bevestigd in Nederland, de doopsgezinde Anna Zernike

1915: Remonstrantse Broederschap

1922: Evangelisch-Lutherse Kerk

1967: Nederlandse Hervormde Kerk

1968: Bond van Vrije Evangelische Gemeenten

1969: Gereformeerde Kerken in Nederland

2004: Nederlands Gereformeerde Kerken

2004: Fusie van de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk tot Protestantse Kerk in Nederland. Ook in PKN staat het ambt open voor vrouw

2017: Gereformeerd Vrijgemaakte kerken

Lees ook:

Oproep: sluit vrouwen in de PKN niet langer uit van de preekstoel

In een open brief roepen zeven (oud)bestuursleden van de PKN het orthodoxe deel op ook vrouwen toe te laten als dominee, ouderling of diaken. De brief valt niet in goede aarde bij de leiding en bij de behoudende Gereformeerde Bond.

De Christelijke Gereformeerde Kerk spreekt openlijk over een crisis

Conservatieve en progressieve christelijk gereformeerden zijn verdeeld over de vraag of vrouwen dominee mogen worden en lid van de kerkeraad. Een groeiend aantal gemeenten bevestigt vrouwen, tegen het landelijke verbod in. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden