Elena Cortinovis, verpleegkundige op de intensive care van het Johannes XXIII-ziekenhuis in Bergamo bij het graf van haar familie op de plaatselijke begraafplaats van Seriate.

ReportageTerug naar Bergamo

Kerst in Bergamo: ‘De doden in de kisten waren onze kerkgangers geworden’

Elena Cortinovis, verpleegkundige op de intensive care van het Johannes XXIII-ziekenhuis in Bergamo bij het graf van haar familie op de plaatselijke begraafplaats van Seriate.Beeld Patrick Post

De Noord-Italiaanse stad Bergamo had de twijfelachtige eer de eerste coronabrandhaard in Europa te zijn. Ziekenhuizen raakten overvol, crematoria konden de toestroom niet aan. Trouw-redacteur Stijn Fens ging erheen om te zien hoe de inwoners Kerst vieren. ‘We zijn meer verenigd dan ooit.’

“Hier stonden de kisten.” Don Mario Carminati, priester in Seriate, een voorstad van Bergamo, staat in de Sint-Jozefkerk met zijn rug naar het altaar en kijkt de kerkruimte in. “We hadden plek voor 76 stoffelijke overschotten tegelijkertijd. We hebben de kerkbanken tegen elkaar aangeschoven en de kisten in lange rijen naast elkaar gezet.” Hij loopt de kerk in en gaat met zijn ogen de vloer af. “Met tegenlicht zou je toch die lichtbruine vlekken nog moeten kunnen zien”, zegt hij. Don Mario legt uit dat alle kisten met desinfectievloeistof werden bespoten waardoor het marmer van de kerkvloer op sommige plaatsen beschadigd raakte. Dat zijn die lichtbruine vlekken in de vloer.

Uiteindelijk schiet zijn collega-priester don Marcello te hulp om zo’n litteken in de vloer te vinden. Een kleine lichtbruine streep, links achterin de kerk, die doet denken aan opgedroogd bloed. “In die tijd stierven er in Bergamo ongeveer honderd mensen per dag aan corona”, vertelt don Mario. “De mortuaria hier hadden maar plaats voor zo’n 25 lichamen die gecremeerd moesten worden. Dus bleven er nog 75 lichamen over. Eerst werden ze overgebracht naar de kapel van de begraafplaats, maar ook die was al snel vol. Dus vroegen ze of wij misschien plek hadden. In plaats van in een loods leek het ons beter ze in een kerk, het huis van de Heer, neer te zetten.” De Sint-Jozefkerk was het meest geschikt omdat hij gelijkvloers is. Don Marcello: “Steeds als er weer kisten in een vrachtwagen werden geladen om naar het crematorium gebracht te worden, luidden wij de doodsklokken. Er waren in die tijd geen publieke missen meer, dit waren nu onze kerkgangers geworden voor wie we goed moesten zorgen.”

Don Mario Carminati, de priester van Seriate, op de lokale begraafplaats. Beeld Patrick Post
Don Mario Carminati, de priester van Seriate, op de lokale begraafplaats.Beeld Patrick Post

Het kost don Mario soms moeite om negen maanden terug te gaan in de tijd, om beelden terug te halen van iets dat voor hem nog altijd op een droom lijkt. Hij heeft het vaker gezegd. “Het was alsof we in een bubbel zaten. Ik had gewoon niet goed door wat er aan de hand was. Op een gegeven moment kreeg ik elk half uur een telefoontje dat er iemand was overleden. Ik handelde bijna automatisch omdat ik tegemoet moest komen aan een noodsituatie. Mensen vroegen mij iets, of de autoriteiten hadden mijn hulp nodig. Zo ging het maar door, dag in dag uit, zonder dat ik bijvoorbeeld door had wat voor weer het eigenlijk was.” En nu wordt het gewoon weer Kerstmis. Gelukkig maar, vindt don Mario.

De bars en restaurants in Seriate zijn nog steeds gesloten. Beeld Patrick Post
De bars en restaurants in Seriate zijn nog steeds gesloten.Beeld Patrick Post

Die ochtend is hij vanuit de pastorie naar de hoofdkerk van de parochie gelopen die toegewijd is aan Jezus zelf, de Verlosser, om de mis te vieren. Een afstand van nog geen twintig meter. Hij heeft gezien dat het geraamte van de kerststal alweer voor de ingang stond en heeft verteld dat een paar dagen later een vaste groep vrijwilligers de beelden erin zal zetten. Het Kerstkind zelf wordt pas op Kerstavond in de kribbe gelegd. Want Jezus wordt toch echt weer geboren, ook in het rampjaar 2020. Daarover heeft don Mario gepreekt op deze tweede zondag van de Advent. “Zoals de profeet Jesaja zegt: ‘We moeten met luide stem de komst van de Heer verkondigen omdat het een teken van hoop is.’” Maar of zijn gelovigen, onder wie veel ouderen, dat allemaal kunnen, is de vraag.

Pijnlijke herinneringen

Allemaal kennen ze wel iemand die aan corona is overleden, bij sommigen zorgde het virus ervoor dat er dit jaar bij Kerst voor altijd iemand aan tafel ontbreekt. Zoals bij Lori Zini en Maurizio Aiolfi die eind maart hun moeder en schoonmoeder aan corona verloren. “Haar kist heeft ook een aantal dagen in de Sint-Jozefkerk gestaan. We hadden die kisten al op de televisie gezien, maar we hadden geen idee dat die van haar daar ook zou komen te staan”, vertelt Lori na de mis. “Toen ze naar het ziekenhuis werd gebracht, heb ik tegen haar gezegd: ‘Mama, wees maar niet bang. Ze zullen goed voor je zorgen.’ Daarna hebben we haar nooit meer gezien of gesproken. Het ziekenhuis hield ons telefonisch op de hoogte. Na vier dagen, precies op het moment dat de paus voorging tijdens die gebedsdienst op het Sint-Pietersplein, belde het ziekenhuis dat ze was overleden. We weten helemaal niet hoe zij het allemaal ervaren heeft. Die gedachte blijft ons kwellen. Sommige herinneringen zijn zo pijnlijk dat je ze probeert te verdringen. Voor je het weet, word je weer emotioneel.”

Jongeren met het mondmasker naar beneden getrokken lopen in de oude stad van Bergamo in kerstsfeer. Beeld Patrick Post
Jongeren met het mondmasker naar beneden getrokken lopen in de oude stad van Bergamo in kerstsfeer.Beeld Patrick Post

Even verderop staat Veronica Bertuletti, de dirigent van het kerkkoor. “Dit jaar is Advent moeilijker dan andere jaren”, vertelt ze met een breekbare stem. “Normaal bereiden we ons voor op de geboorte van Jezus en is het een vrolijke tijd. Nu overheerst het verdriet. Ik, mijn moeder en mijn zus moeten Kerst vieren zonder mijn vader, die aan het begin van de pandemie aan corona is overleden. Het woord ‘vieren’ is eigenlijk niet op zijn plaats. Om juist nu met Kerst samen te zijn wordt nog ingewikkeld, want mijn zus woont in een andere gemeente en het is nu nog onduidelijk of ze naar ons toe mag komen."

“Hoe dan ook: het worden moeilijke dagen. Mijn vader is overleden op 18 maart, toen alles nog onduidelijk was rond het virus. Hij was al een paar maanden onder behandeling in het ziekenhuis vanwege iets anders, maar is gestorven zonder dat wij bij hem konden zijn. Het was van een immense eenzaamheid. We konden elkaar niet eens vastpakken. Zo verdrietig allemaal. Gelukkig hadden we ons geloof, als we dat niet gehad hadden, was het nog veel moeilijker geweest. ” Volgens don Mario zoeken mensen hem en zijn collega-priesters meer dan voorheen op tijdens deze pandemie. “We hebben ook nieuwe manieren gevonden om als kerk aanwezig te zijn, bijvoorbeeld door vieringen te streamen.”

Als je met inwoners van Bergamo een gesprek begint, maken ze vaak al in de tweede of derde zin duidelijk of ze wel of niet iemand hebben verloren aan het virus. Om de verhoudingen duidelijk te maken. Veronica: “Bijna elke familie hier heeft het afgelopen jaar moeten rouwen om het verlies van een dierbare. Volgens mij voelen we allemaal wel iets van angst in onszelf. We zijn bang dat het virus ons nog een keer verrast en voelen deze tweede golf tot in onze vezels. We zijn sterk, maar weten aan de andere kant heel goed waartoe het virus in staat is.”

Theater van lijden en dood

Dat zag Europa ook in maart van dit jaar toen Bergamo zich ontwikkelde als het eerste epicentrum van Covid-19 in Europa. Bergamo ligt in de regio Lombardije, de economische motor van Italië, vijftig kilometer ten oosten van Milaan. De stad heeft zo’n 120.000 inwoners en is befaamd om de Città Alta, de tegen een heuvel opklimmende middeleeuwse bovenstad met prachtige kerken en palazzi. Het virus veranderde Bergamo binnen korte tijd in een theater van lijden en dood, een spookstad met uitgestorven straten.

“Op een gegeven moment zijn we gestopt met het luiden van de doodsklokken”, vertelt don Mario. “Er was al die ijzingwekkende stilte overal, slechts onderbroken door het geluid van ambulancesirenes. Als we dan ook nog de hele dag de klokken waren gaan luiden, hadden sommige mensen misschien een einde aan hun leven gemaakt.” De ziekenhuizen in Bergamo raakten overvol en veranderden in sterfhuizen. “Je moet je voorstellen”, zegt don Mario. “In de Eerste Wereldoorlog, die wij ‘de Grote Oorlog’ noemen, stierven er in mijn parochie in vier jaar tijd 111 mensen, voornamelijk jonge mannen. Dit jaar verloren we in twee maanden tijd alleen al zo’n 200 mensen aan corona. Hij laat een boekje zien dat hij heeft laten maken waarin al hun namen staan in volgorde van overlijden. Van Natalina Zenoni tot Edina Macorin.

Susanna Nozza beviel in april, tijdens het hoogtepunt van de pandemie, in het Johannes XXIII-ziekenhuis van haar zoon Andrea. Hier steken ze een kaarsje aan in de San Giuseppekerk in Seriate. Beeld Patrick Post
Susanna Nozza beviel in april, tijdens het hoogtepunt van de pandemie, in het Johannes XXIII-ziekenhuis van haar zoon Andrea. Hier steken ze een kaarsje aan in de San Giuseppekerk in Seriate.Beeld Patrick Post

Een kleine drie weken voor Kerst zit Bergamo midden in de tweede golf, die anders verloopt dan de eerste. De sterftecijfers zijn lager dan in maart en april en de ziekenhuizen hebben meer lucht, ook omdat ze beter zijn voorbereid. Na een scherpe stijging in oktober, dalen de besmettingscijfers weer. Maar op straat is van een feestelijke decembersfeer geen sprake.

De hier en daar iets te felle kerstverlichting steekt schril af tegen de dichte rolluiken van winkels die in het voorjaar hun deuren hebben gesloten en niet meer zijn opengegaan. Ook de restaurants zijn alweer een tijdje dicht. Allemaal het gevolg van beperkende maatregelen om het virus tegen te gaan. Het ritme lijkt nog altijd uit het dagelijks leven te zijn verdwenen. In bars mag je wel koffie bestellen, maar die moet je buiten voor de deur opdrinken.

Meer op onze hoede

In Seriate, bij de kantoorboekhandel in de belangrijkste winkelstraat, staan de mensen op afstand van elkaar geduldig in de stromende regen op hun beurt te wachten tot ze naar binnen mogen. Ze dragen allemaal mondkapjes, die zijn in Italië ook in de buitenlucht verplicht. “De afgelopen dagen hebben we een lichte stijging van het aantal overlijdensgevallen gezien. Dat zorgt ervoor dat we weer wat meer op onze hoede zijn”, vertelt Don Mario.

Op de begraafplaats van Seriate is het druk op deze maandagochtend, misschien ook omdat het even is gestopt met regenen. De graven worden verzorgd, bloemen worden ververst en bij het weglopen wordt vaak het portret van de overledene op de steen nog even liefdevol aangeraakt. Don Mario loopt naar het graf van Aristide Carminati, die altijd het gras maaide bij het pastoraal centrum en naar dat van Pio Aceti, een andere vrijwilliger van de parochie. “Vlak voordat hij stierf heeft hij via een verpleegster aan mij een laatste boodschap voor zijn vrouw achtergelaten: ‘Ik vind je lief’.”

Strak schema

Don Mario loopt naar de kapel van de begraafplaats en wijst op de besneeuwde toppen van de bergen rondom Bergamo, die vandaag weer te zien zijn. “Helaas mag er nog niet geskied worden.” Hij kijkt om zich heen, zoals iemand in een voor hem bekend huis controleert of alle meubels nog op dezelfde plaats staan.

“Ik heb hier veel mensen begraven. Het was eigenlijk geen begrafenis in de ware zin van het woord. Ik begon met een gebed, zegende het stoffelijk overschot met wijwater, bewierookte het en sprak nog een slotgebed uit. Meer was er niet mogelijk. De meeste verwanten konden er niet bij zijn, omdat ze in quarantaine zaten. Vaak stond ik hier met één of twee familieleden. Later in het voorjaar hebben we de urnen met daarin de as van andere corona slachtoffers één voor één bijgezet. Volgens een strak schema. Elke familie kreeg een tijdslot van een half uur. Als de ene familie naar de uitgang van het kerkhof liep, werd de volgende groep nabestaanden pas toegelaten.”

Stilte voor de storm

Ook Elena Cortinovis is vandaag naar het kerkhof gekomen, om het graf van haar vader te bezoeken. Hij overleed al voordat corona in Bergamo rondwaarde. Toch kijkt ze als verpleegkundige op de intensive care van het Johannes XXIII-ziekenhuis – genoemd naar de paus die uit deze streek kwam – het virus nu al bijna negen maanden recht in de ogen.

“Op mijn afdeling liggen normaal alleen patiënten die van een hartoperatie moeten herstellen. Begin maart, ik weet niet precies meer op welke dag, kregen we de opdracht om alle zestien bedden die wij hebben, leeg te maken. Onze patiënten moesten naar verpleegafdelingen of naar ic’s van andere ziekenhuizen. In één dag waren ze allemaal weg. Ik weet nog dat ik om me heen keek en dacht: ‘Dit is de stilte voor de storm’. We wisten heel goed wat ons te wachten stond. Ook wij zagen de besmettingscijfers oplopen. Ook wij wisten hoe ernstig de situatie elders in het ziekenhuis was. Even later kregen we het eerste telefoontje: ‘Jullie krijgen zo een patiënt die geïntubeerd moet worden’. Na twintig minuten het volgende telefoontje met dezelfde boodschap. In minder dan 24 uur waren alle bedden weer bezet.”

De laatste zegen

Ze stopt even met praten. In de verte klinkt het geluid van een ambulancesirene. “Er was aan alles gebrek. Aan mensen, aan apparatuur. Ik wist hoe laat mijn dienst begon, maar nooit wanneer die eindigde. Omdat er geen familie bij de patiënten mocht, moesten wij ze begeleiden tot aan het moment van sterven toe. Ik hield hun hand vast en gaf ze vaak nog de laatste zegen. Daar had de bisschop speciaal toestemming voor gegeven. Ook priesters mochten niet op de intensive care komen, dus moesten wij dat maar doen.”

Bij de kerk van Seriate wordt de kerststal opgebouwd. Kindje Jezus mocht even 'proefliggen' maar wordt toch weer even opgeborgen totdat hij met Kerst weer wordt 'geboren'. Beeld Patrick Post
Bij de kerk van Seriate wordt de kerststal opgebouwd. Kindje Jezus mocht even 'proefliggen' maar wordt toch weer even opgeborgen totdat hij met Kerst weer wordt 'geboren'.Beeld Patrick Post

Elena vertelt dat het nu rustiger is op haar afdeling. “Verder weten we nu beter hoe we de patiënten moeten behandelen, maar nog steeds heb je het gevoel dat je niet genoeg doet. Het is zo’n vreemd virus. In Bergamo zijn we niet van die praters. Als ik naar die ogen kijk boven die mondkapjes, zie ik angst, maar ook vastberadenheid. We gaan het redden. Met Kerstmis eet ik met mijn moeder die boven ons woont en met mijn man en twee kinderen. Het is allemaal wat soberder dit jaar. Maar dat geeft niet. Dit jaar heeft ons geleerd dat het niet om allerlei materiële dingen gaat, maar om iets anders.” Later zal don Mario zeggen: “Bij Kerst staan niet de bijgerechten centraal, maar draait het om het hoofdgerecht.” En dan bedoelt hij de geboorte van Christus.

Aanstaande moeders

Terwijl Elena en haar collega’s op hun afdeling vochten voor het leven van hun patiënten, ging niet ver daar vandaan, op de kraamafdeling van het Johannes XXIII ziekenhuis, het leven zo veel mogelijk door. Afgelopen jaar kwamen daar bijna 4000 baby’s ter wereld. Ze heten onder meer Sofia, Giulia, Francesco en Alessandro. Die laatste naam scoort hoog omdat de beschermheilige van Bergamo zo heet. Dat aantal van 4000 baby’s is ongeveer evenveel als vorig jaar. “Dit ondanks corona en het feit dat het aantal geboortes in Italië al jaren daalt”, zegt Luisa Patanè, hoofd van de afdeling verloskunde door de telefoon. “Andere afdelingen konden sluiten of de zorg afschalen, maar bij ons ging dat niet. We zijn aanstaande moeders zo goed en kwaad als het ging blijven volgen. Soms door middel van videobellen. We hebben zo’n 140 aanstaande moeders met corona behandeld. Uiteindelijk zijn ook twee baby’s met het virus besmet en die maken het nu goed.”

Patanè is de eerste om toe te geven dat zij en haar afdeling in een bevoorrechte positie verkeerden. Terwijl elders in het ziekenhuis collega’s het leven van corona-patiënten probeerden te redden – vaak vergeefs –, mochten zij en haar team zich bezighouden met mooie dingen. Niet met sterven maar met nieuw, sprankelend leven. “Maar ook bij ons was er vaak angst, dit ziekenhuis staat wel in Bergamo en we wisten heel goed wat er allemaal om ons heen gebeurde. Ook wij gingen wanneer onze dienst erop zat naar huis, naar onze geliefden en onze kinderen. Ook wij waren bang ziek te worden en hen dan te besmetten. Maar goed, de pandemie is nu negen maanden oud en er worden nog altijd vrouwen zwanger en kinderen geboren.”

Coronaziekenhuis

Susanna Nozza beviel in april, tijdens het hoogtepunt van de pandemie, in het Johannes XXIII-ziekenhuis van haar zoon Andrea. Don Mario heeft hem inmiddels gedoopt. Susanna en haar man hadden al twee zonen, toen ze weer zwanger raakte. “Op het moment dat het virus uitbrak duurde het nog zo’ n twee maanden voordat ik uitgerekend was en ik was echt heel bang. Niet zozeer voor mijzelf maar voor het kind in mijn buik. We zaten allemaal thuis, de scholen waren gesloten en mijn man kon niet naar zijn werk. Wanneer je de televisie aanzette, hoorde je alleen maar over het dodenaantal en dat het steeg. Ik wist dat wanneer er iets niet goed zou zijn met mij of met mijn kind, dat ik dan naar het ziekenhuis zou moeten. Dat was inmiddels het ‘coronaziekenhuis’ geworden. Dat woord gebruikten ze gewoon: ‘coronaziekenhuis’. Ik vroeg me af: moet ik daar dan echt naar binnen?”

Toen de geboorte van haar zoon zich aankondigde, is Susanna met haar man midden in de nacht naar het ziekenhuis gegaan. Er was plaats voor hen. Susanna werd meteen op corona getest, de uitslag was negatief. Ze hebben haar in bed gelegd en gerustgesteld. Haar man mocht gelukkig gewoon bij de bevalling zijn.

“Andrea is geboren. Het ging allemaal goed en mijn angst was meteen weg.” Haar zoon doet het goed zegt ze. Hij is oplettend en pienter. “We zijn nu minder bang dan tijdens de eerste golf. De kinderen gaan weer naar school en als er daar een kind of een ouder besmet is, weten we hoe we ons moeten gedragen. Er zijn goede testen en we kunnen in quarantaine gaan. We blijven waakzaam, maar op de een of andere manier heb ik het gevoel dat wij als inwoners van de stad meer verenigd zijn.”

Dat gevoel straalt ook Giorgio Gori uit, sinds 2014 burgemeester van Bergamo. “Het gaat veel beter dan in het voorjaar. Maart en april waren vreselijk”, zegt hij in zijn werkkamer in het stadhuis. “Ik heb drie vrienden verloren. Mensen van mijn leeftijd, tussen de 55 en 60 jaar. Natuurlijk volgde ik de ontwikkelingen in de ziekenhuizen op de voet, in het bijzonder die op de afdelingen intensive care. Maar hoe slecht het allemaal ook ging, ik heb nooit getwijfeld dat we hier niet uit zouden komen. Dan heb ik het niet alleen over de strijd tegen het virus, maar ook over het vermogen van Bergamo om weer een bloeiende stad te worden.”

In het centrum van Bergamo zie je op verschillende plekken dit protest geschreven tegen vaccinatie. Beeld Patrick Post
In het centrum van Bergamo zie je op verschillende plekken dit protest geschreven tegen vaccinatie.Beeld Patrick Post

Gori weet ook dat veel inwoners van zijn stad zich afvragen hoe de epidemie hier zo uit de hand heeft kunnen lopen. “Ik ben in de stad natuurlijk een bekende figuur. Als iemand mij tegenhoudt op straat, kan ik al aan zijn ogen zien of hij me mag of niet en of hij vindt dat ik mijn werk goed doe.”

De grote verspreider

Was de voetbalwedstrijd tussen Atalanta Bergamo en Valencia die op 19 februari in het San Siro-stadion in Milaan werd gespeeld de grote verspreider? Of is er te veel geluisterd naar de lobby van het bedrijfsleven, dat aanvankelijk een lockdown niet zag zitten omdat die de economie zou schaden? “Volgens mij heeft de druk vanuit de grote bedrijven niet echt meegewogen bij de beslissingen”, reageert Gori. Hij kijkt ook graag naar de toekomst.

“De veranderingen die de pandemie heeft teweeggebracht zijn voor mij als burgemeester een stimulans. “Wat volgt is een lijst met aandachtspunten. Van het bevorderen van technologische groei tot mobiliteit. “Maar we moeten het samen doen.” En weet de verslaggever wel dat Bergamo in 2023 samen met Brescia culturele hoofdstad van Italië is? “Dat dit voor ons aan de horizon ligt, is heel belangrijk. Er zullen veel mensen onze stad bezoeken.”

Maar uiteindelijk is toch ook die ene vraag belangrijk. Ook voor burgemeester Gori. Hoe zal Kerstmis dit jaar verlopen? Met wie zitten de inwoners van Bergamo straks aan tafel? En hoe gaan ze om met het feit dat hun vader, moeder of kind er voor de eerste keer niet bij is. Gori zelf hoopt dat al zijn kinderen thuis zullen zijn met Kerst. “Eén studeert er in Nederland, in Wageningen.“ Voor Veronica Bertuletti, de dirigente van het kerkkoor, is het de eerste Kerst zonder haar vader. Waarschijnlijk kan haar zus niet naar haar toekomen, want Italië zit inmiddels weer in een strenge lockdown. Susanna Nozza is met Kerst gewoon thuis met haar man, haar twee zonen en met baby Andrea. Toch een beetje een kerstkind. “Voor veel mensen is 2020 een verdrietig jaar, maar voor mij is dit het jaar van Andrea.”

Op proef liggen

En don Mario? Hij zal op Kerstavond de nachtmis opdragen. Al mag die eigenlijk die naam niet hebben; de mis begint al om acht uur. Inderdaad, vanwege het coronavirus. Na de mis zal don Mario naar de kerststal voor de kerk lopen en het Kerstkind in de kribbe leggen. Don Mario was erbij toen de vaste groep vrijwilligers van de kerk de beelden van de kerststal, zoals Maria en Jozef, met liefde en aandacht neerzette. Jezus mocht even ‘proef liggen’ en werd vervolgens weer snel opgeborgen. Op de vloer van de stal legden de vrijwilligers foto’s van kinderen uit de parochie neer. Hun ogen stralen, maar de kinderen dragen wel een mondkapje. Don Mario: “Elk jaar wordt Jezus voor ons geboren. Die maskers verwijzen naar de wereld waarin wij nu leven. Maar die foto’s van kinderen in onze kerststal laten vooral zien dat het leven, ondanks alles wat ons dit jaar is overkomen, gewoon doorgaat.”

Lees ook:
Heeft Bergamo het coronavirus onderschat? Nabestaanden willen antwoorden

Bergamo was dé coronabrandhaard van Italië. Vijftig nabestaanden van coronapatiënten willen dat het Openbaar Ministerie onderzoekt of er fouten zijn gemaakt die tot de dood van hun familieleden hebben geleid.

Italië ruziet over de besteding van de coronamiljarden: gezondheidszorg komt op de laatste plaats

Italië krijgt het grootste deel van de miljarden uit het EU-herstelfonds voor corona. Over de besteding ervan is nu grote politieke ruzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden