Rik Torfs

InterviewRik Torfs

Kerkjurist Rik Torfs: ‘De kerk overleeft ook het misbruik wel weer’

Rik TorfsBeeld Jet Boes

De Vlaamse kerkjurist Rik Torfs vindt de rooms-katholieke kerk fantastisch. Een oord van geloof en schoonheid, en tegelijkertijd van verrotting. Ook dat laatste is positief, zo schrijft hij in zijn nieuwe boek ‘De kerk is fantastisch’.

Hij is de man achter sprankelende aforismen als ‘God houdt van atheïs­ten, al twijfelt Hij aan hun bestaan’. Misschien niet direct een boutade die je verwacht van een kerkjurist. Immers, kerkelijk recht is saai.

“Denkt u?”, reageert Rik Torfs met een ironisch opgetrokken wenkbrauw. “Je kunt kerkelijk recht inderdaad zien als een geheel van op theologie gestoelde regels, die rigide moeten worden toegepast. Maar ook als een spiritueel spel, waarin je de grenzen van die regels aftast. Ik verdedig vaak mensen die in conflict komen met kerkelijke overheden, bijvoorbeeld voor ketterij. Of pastoors die worden ontslagen door hun bisschop. Nee, saai is het zeker niet.”

De Vlaamse kerkjurist en tv-persoonlijkheid voelt zich, ofschoon in dienst van Rome, een vrij man. Die onafhankelijke geest ademt ook het boek dat deze week van zijn hand verschijnt ‘De kerk is fantastisch’. Torfs bezingt daarin in acht coupletten de luister van de rooms-katholieke kerk: haar gebouwen, haar geloof in de verrijzenis, haar functie als veldhospitaal en oase (bijvoorbeeld voor kerkasiel), een plek van schoonheid en humor, een pleisterplaats voor (on)gelovigen en een oord van verrotting.

Dat laatste zullen de meeste Belgen wellicht meteen beamen. Vooral sinds het schandaal rond kindermisbruik, dat tien jaar geleden ontlook, is het bergaf gegaan met de kerk bij de zuiderburen. Zozeer zelfs dat bijna 70 procent van de Belgen meer kwaad dan goed verwacht van godsdienst, zo bleek in 2017 uit een Ipsos-enquête. De Belgen lopen daarmee voorop in Europa.

Ook verrotting beschouwt de hoogleraar kerkelijk recht aan de ­Katholieke Universiteit Leuven als iets positiefs. Het kan de humus zijn voor vernieuwing, memoreert hij in zijn boek. “Kijk”, zegt Torfs, “de kerk kent door de geschiedenis heen vele ontsporingen, maar is nooit ­definitief verdwenen. Dat zal na het seksueel misbruik óók niet gebeuren. Als de kerk ruiterlijk haar misdaden bekent en iets doet aan haar autocratische structuur, die meer dan het celibaat oorzaak is van het kindermisbruik, zou ze een nieuwe start kunnen maken.

Noodzakelijke verrotting

“De Franse jezuïet wijlen Michel de Certeau schreef dat verrotting zelfs noodzakelijk is om het geloof te voeden. In ‘Non, je ne regrette rien’, gedraaid op de begrafenis van De Certeau, zingt Edith Piaf: “Je repars à ­zéro”, ik begin op nul. Ook in het Vaticaan leeft die wens. Ik ontmoette pas staatssecretaris Pietro Parolin, de tweede man na de paus, en die zei dat we zoals Petrus en Paulus de kerk weer vanaf de eerste steen moeten opbouwen.”

‘Ongelovigen’ zijn daarbij, in de ogen van Torfs (63), meer dan welkom. “Ik zie weinig ongelovigen in de Vlaamse kerk en dat vind ik jammer, want ze zouden er veel aan kunnen hebben. De kerk verwacht van de mens geen volmaaktheid, een groot pluspunt in een tijd waarin alles perfect moet zijn. De kerk helpt ons relativeren, ze denkt in eeuwen. Ongeloof heeft er van het begin af aan bij gehoord. Paulus waarschuwt niet voor niets dat geloof zonder opstanding een lege huls is. Ook in de jonge kerk werd dus al getwijfeld.

“Theresia van Lisieux geloofde op haar sterfbed in 1897 niet meer in een eeuwig leven, maar toch verklaarde Rome haar heilig en erkende daarmee haar ongeloof. De achtergrond daarvan is dat over de verrijzenis van het lichaam, waarvan de kerk het waakvlammetje brandend houdt, ook in de hiërarchie niet eenduidig wordt gedacht. Ik ben bezig met een tv-serie over het Vaticaan en zodra ik met geestelijken aldaar over de verrijzenis van Christus begin, ontstaat er een mentale spartelpartij. Wat ik er zelf van denk? Ik geloof in het eeuwige leven tout court, maar wat ik me daarbij moet voorstellen, geen idee.”

Wie is Rik Torfs?

Rik Torfs (Turnhout, 1956) is hoogleraar kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven. Van 2013 tot 2017 was hij rector van de KU. In Vlaanderen is hij een bekende tv-persoonlijkheid, onder meer door ‘De slimste mens’ en ‘Terzake’. Van 2010 tot 2013 trad Torfs op als senator voor de christen-democratische CD&V. Hij werd gekozen met zo’n 143.000 voorkeursstemmen.

Oké, ongelovigen worden, als het aan Torfs ligt, met open armen ontvangen, en verrotting zou tot iets moois kunnen leiden, maar de kerk als oord van humor lijkt toch wel erg vergezocht. Noem drie goede grappen van de paus. Torfs: “Je moet niet meteen aan moppen denken, maar meer aan een levenshouding. Bijvoorbeeld: paus Johannes XXIII ging glimlachend en zorgeloos door de wereld. Dat is waar ik op doel.”

Acceptatie zonder oordeel

De kerk als veldhospitaal, een ideaal van paus Franciscus, lijkt evenmin voor de hand te liggen. De kerk, althans in het Westen, is immers leeggestroomd en lijkt vooral bezig met haar eigen overleven, in plaats van met dat van de ander. Torfs: “Als je het veldhospitaal maar groot genoeg maakt, kun je er als kerk zelf bij gaan liggen. Serieus: toch zie je sporen van dat hospitaal. In mijn boek schrijf ik over de paus die op het dieptepunt van de coronacrisis de zegen urbi et orbi geeft op een compleet leeg Sint-Pietersplein. Daarmee drukte hij iets uit van existentiële verbondenheid met ieder mens, gelovig of niet. Dat is acceptatie zonder oordeel. Prachtig.

“Aan het andere gezicht van de kerk, het moralistische, heb ik altijd een hekel gehad. Dat komt voort uit mijn jeugd. Moraal is het aller­onbelangrijkste van alles.”

De kerk heeft geen exclusieve claim op de waarheid, mijmert Torfs in het historische pand van de kerkelijke faculteit. “De kerk gelooft, en dat zeg ik haar na, dat God de mens in de persoon van Jezus Christus het meest nabij is gekomen. Maar dat wil toch niet zeggen dat God in een andere religie ook niet zoiets kan hebben gedaan? Wie zijn wij om God in Zijn vrije tijd te controleren?

“Laat de kerk een plek zijn van openheid en transcendentie, een plaats waar men voorbij het vanzelfsprekende, het empirische, wetenschappelijke wereldbeeld durft te denken. Laat het een verzameling zijn van gelovigen, half-gelovigen en ongelovigen. Dus niet een kleine, heilige restkerk, waar uw kardinaal Eijk in schijnt te geloven.”

Er zijn genoeg kardinalen die zelf ongelovig zijn, schrijft de kerkjurist in zijn boek. “Als boekhouders en loodgieters hun geloof verliezen, waarom kardinalen dan niet? Zij worden bovendien geacht er vaker over na te denken.”

Weinig kardinalen geloven in God

Glimlachend zegt Torfs: “Volgens de Romeinse historica Lucetta Scaraffia zijn er weinig kardinalen die in God geloven. Ze geloven wel in de kerk als instituut. Maar ze gaan hun ongeloof natuurlijk niet bekennen, want dan zijn ze hun baan kwijt. Ja, er zullen ook pausen zonder geloof zijn gestorven, maar gelukkig hebben zij wel altijd oog gehouden voor de schoonheid. Als ik de lustprieel­tjes zie in de Vaticaanse tuinen, waar sommige pausen de charmes van de menselijke liefde van nabij verkenden, denk ik: liever in een mooi ­prieel dan in een lelijke bunker.”

Torfs neemt in ‘De kerk is fan­tastisch’ geen blad voor de mond. Hij zet vraagtekens bij het celibaat, bij het verbod op vrouwen als priesters en schrijft dat met de begrafenis van de conservatieve paus Johannes Paulus II ook diens gedachtegoed is gestorven. De hoogleraar bestrijdt dat hij met zijn uitspraken buiten de kerkelijke leer treedt. “Je kunt over al die zaken rustig spreken, ook met enige spot. Wel had ik in het verleden een wat moeizame verhouding met de Belgische bisschoppen. Ik ben gekapitteld: als je zo doorgaat, loopt je academische carrière gevaar. Maar ik heb me nooit in mijn vrijheid laten beknotten. Bij het aantreden van paus Franciscus kwam kardinaal Danneels terug op zijn kritiek: ik heb u altijd verkeerd begrepen, zei hij.”

De kerk doet, naar de smaak van Torfs, vaak nogal gewichtig, maar dat is nergens voor nodig. “Als in ­België een bisschop wordt benoemd, zeg ik altijd tegen mijn studenten: verwacht helemaal niets van hem, dan kan het altijd meevallen.”

Ook over de heilige mis hoeven we niet alleen maar vroom en stichtend te spreken, schrijft de kerk­jurist. “Het is een vrijplaats, waar je ook ingetogen mag verlangen naar drank en vrouwen.” Torfs, plagerig: “Dat doe ik in het gewone leven ook met enige regelmaat, dus waarom in de kerk niet?”

De kerk is fantastisch, Rik Torfs, uitgeverij KokBoekencentrum, 144 blz., € 16,99.

Lees ook:

‘De rooms-katholieke kerk zal ook de misbruikcrisis overleven’

De rooms-katholieke kerk is niet kapot te krijgen, zegt historicus Joep van Gennip. Ook het misbruikschandaal zal ze overleven. ‘De kerk heeft nu eenmaal schokken nodig om bij haar positieven te komen.’ Een interview in drie stellingen.

Paus tegen misbruikers: Geef jezelf aan

De rooms-katholieke kerk is vastberaden er alles aan doen om misbruik binnen de eigen gelederen aan te pakken. Priesters en religieuzen die zich hieraan hebben schuldig gemaakt moeten zichzelf aangeven bij justitie en zich voorbereiden op de ‘goddelijke gerechtigheid’. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden