null

Tien GebodenKarsu Dönmez

Karsu Dönmez: Als ik één ding begeer, dan is het dit: ik wil mijn leven terug

Beeld Mark Kohn

Karsu Dönmez (Amsterdam, 1990) is zangeres, pianiste, componiste, tekstschrijver, food-columniste voor &C Magazine en presentatrice van haar Youtube-kanaal ‘Karsu’s Kitchen’. Ze schrijft liedjes, maakt muziek en bereidt zich voor op een clubtour dit najaar in Paradiso en TivoliVredenburg.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Veel mensen zijn ervan overtuigd dat God bestaat, maar hoe kunnen ze dat zo zeker weten? Ik heb echt geen idee. Misschien wel, misschien niet. Ik heb vrienden die zich bezighouden met astrologie of op een andere manier bijgelovig zijn, mijn oma kon koffiedik kijken en de toekomst voorspellen, maar ik …

“Hee, wist je trouwens dat koffie lekkerder smaakt als je er een korreltje zout aan toevoegt? Dat is met al het eten en drinken zo; een snufje zout maakt het vaak beter. Dat zegt ook wel iets over mij, over mijn nuchtere kijk op het leven: doe je best, maak andere mensen blij, maar probeer tegelijkertijd niet alles de hele tijd zo serieus te nemen.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Oké, het Edison-beeldje dat ik in 2016 heb gewonnen, staat onder een stolp in de kast, maar het is niet zo dat ik voor dat ding zelf ontzag heb, of zo. De betekenis zit ’m in de gedachte die er achter zit: I did it. Ik heb zó gejankt toen ik die prijs kreeg! Frustratie over het feit dat ik niet werd toegelaten op het conservatorium, stress van jarenlang keihard werken; alles kwam er in één keer uit. Het is ook bewijsdrift, zeker. Toen ik op mijn negentiende besloot om dit te gaan doen, wist ik dat het megarisicovol was. Iedereen wil zingen, een ster worden, optreden voor een groot publiek – hele televisieavonden worden ermee gevuld – en ja, het ís de mooiste baan die je kunt bedenken, maar ik weet inmiddels ook hoe de rest van die ijsberg er onder water uitziet, hoeveel eraan vooraf gaat en hoe je altijd je best moet blijven doen om op dat topje te kunnen blijven zitten.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Ik geloof tot in het diepst van mijn ziel dat je moet kunnen zeggen wat je wilt, zelfs cabaretiers zoals Hans Teeuwen mogen zich wat mij betreft godslasterlijk uitlaten, maar ik zal zelf nooit iets zeggen waarmee ik een ander zou kunnen kwetsen. Ik ga liever in dialoog, zal eerder vaststellen dat we agree to disagree dan dat ik er een schepje bovenop ga doen. Respect voor andere culturen, respect voor alle religies. Dat is me door mijn ouders bijgebracht. Wat ik overigens wel interessant vind, is dat antisemitisme serieuzer lijkt te worden genomen dan de haat die soms over moslims wordt uitgestort. Als ik hoor wat er over de islam wordt gezegd, denk ik weleens: hallo jongens, als het dan toch per se nodig is om gelovigen te beledigen, verdeel die aandacht dan op z’n minst iets eerlijker.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

Dolce far niente, de kunst van het zoete niets doen: daar ben ik altijd goed in geweest, maar ik kan nu al twee maanden niet optreden voor een groter publiek en het begint zo langzamerhand toch behoorlijk te kriebelen. Vorig jaar heb ik voor covid-patiënten in het ziekenhuis gespeeld, Turkse en Surinaamse liedjes, en als afsluiter iedere keer weer Aan de Amsterdamse grachten

“Het was mooi om te doen, fijn om die mensen mee op te beuren, maar ik moet je eerlijk zeggen dat ik het ook een beetje voor mezelf heb gedaan. Ik had van die donkere dagen en begon van ellende steeds later mijn bed uit te komen. Ik ben iemand die altijd weer iets nieuws verzint, altijd bezig en nu … 

“Deze tijd heeft me veel over mezelf geleerd. Zo ging ik ervan uit dat werk en privé helemaal gescheiden waren: aan de ene kant had je Karsu, de muzikant, met optredens hier en in het buitenland, interviews en fotoshoots, en als ik thuis was dan, ja, dan was ik gewoon Kar, met vrienden en familie, iemand die een heel normaal leven leidde. 

“Door die gedwongen rust ben ik erachter gekomen dat muziek wel degelijk een groot deel uitmaakt van mijn identiteit en ook dat muziek een eerste levensbehoefte is waarvan ik dus de provider ben. Daar had ik niet eerder op die manier over nagedacht.

“Laatst zat ik in een Zoom-meeting met een groep fans toen de verbinding ineens slecht werd en ik met één meisje overbleef. Ze vertelde me zo, rechtstreeks, wat mijn muziek voor haar betekende en ik was echt blown away; ineens drong het tot me door dat zij normaal gesproken deel uitmaakt van een paar duizend mensen in een zaal die dus allemaal, stuk voor stuk, naar mij luisteren en dat ik hen, door muziek te maken, blij kan maken. Ik ben heel goed in aanpakken, doorgaan, next, next, next, maar dit is dus wat deze tijd, die gedwongen rust, me heeft gebracht: dat ik de muziek die uit mij komt, dat wat ik teweegbreng, veel serieuzer moet gaan nemen.”

null Beeld

V Eer uw vader en uw moeder

“Altijd. Mijn ouders zijn heilig. Ik heb alles, nou ja bijna alles aan hen te danken. Ze doen mijn management maar we zijn ook elkaars beste vrienden. Ons gezin – ik heb een jonger zusje, mijn ruziemaatje forever – is heel hecht; we kunnen rustig heel de avond, gezellig, met z’n vieren Rummikub spelen, lekker eten, drinken en kletsen. Het idee dat ik hen ooit zal moeten missen: mijn grootste nachtmerrie. Ik zou echt gek worden. Maar goed, ze zijn nog jong, 60 en 58, goed gezond en heel sportief.

“Ze kibbelen echt over alles – hoe fijn de peterselie gesneden moet worden of de katten nou wel of niet ’s avonds naar buiten mogen – maar als het om ons, de kinderen, ging, waren ze het altijd met elkaar eens. Ik heb weleens gedacht dat ze het op de gang misschien nog wel oneens waren, maar zodra ze de kamer binnenstapten, vormden ze één blok.

“Het is wel duidelijk wat ik van wie heb meegekregen: net als mijn moeder ben ik nogal een controlfreak. Ik wil me kunnen uitdrukken zoals ik dat wil. Ik heb mijn eigen platenmaatschappij. Ik beslis wat ik zing. Ik beslis waar ik speel. Ik beslis met welke mensen ik werk, welke projecten ik doe. Ik beslis welke jurk ik aantrek, hoe ik mijn haar wil dragen. Ik – ben een baasje? Oh, sorry, ja, ik wil niet al te bazig overkomen, maar het is waar: ik wil wel graag haantje de voorste zijn. Als wij met het gezin naar een restaurant gaan, roepen mijn moeder, mijn zus of ik als eerste: ‘Reservering op naam van Dönmez!’ Halve Dolle Mina’s zijn we, terwijl mijn vader de grootste feminist is in ons gezin.

“Hij is ook heel zorgzaam, zou me het liefst voor al het gevaar in de wereld willen behoeden. Van hem heb ik de wilskracht geërfd, het doorzettingsvermogen, de drang om het goede te doen. Misschien heeft hij dat overgehouden aan zijn jeugd in Turkije, toen hij zijn communistische idealen niet wilde verloochenen, in de gevangenis belandde waar hij werd gemarteld. Toen hij werd vrijgelaten, is hij meteen naar Nederland vertrokken, trouwde met mijn moeder en wist één ding zeker: mijn kinderen mogen later alles doen en zeggen wat ze willen. We zijn vrij in onze keuzes. Er staat in de opvoeding maar één ding centraal: liefde.

“Mijn ouders zijn trots op me, maar ik weet zeker dat ze het ook zouden zijn geweest als ik vuilnisvrouw was geworden. Wat ik doe, doe ik niet voor hen, maar ik ben wel iedere keer weer blij als ik mijn vader tijdens een optreden op de voorste rij zie zitten. We zwaaien altijd, heel even, naar elkaar.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Het was een andere tijd, in een ander land, met een andere cultuur, maar ik heb nooit goed kunnen begrijpen waarom mijn vader zo veel voor zijn idealen over had, het zou me niet verbazen als hij er destijds voor had willen sterven. Er zijn meer familieleden politiek actief: mijn opa was burgemeester, een oom heeft in het Europees Parlement gezeten en mijn moeder werd bijna met voorkeurstemmen voor GroenLinks in de Tweede Kamer gekozen. 

“Ik wil op een andere manier van betekenis zijn. Ik heb tijdens de vluchtelingencrisis geholpen mensen op te vangen bij het Centraal Station van Amsterdam, heb me via Happy Caravan ingezet voor kinderen die met hun ouders uit Syrië waren gevlucht en ben ambassadrice geweest voor MasterPeace, een vredesorganisatie die Fight War With Music als slogan gebruikt. Ik ben niet schuldig, ik heb niemand gedood of uit zijn of haar land verjaagd, maar ik voel me wel bezwaard als ik niets doe om het leed te verzachten. 

“Tijdens die actie op het Centraal Station – ’s avonds laat, na mijn optredens – dreigde ik eraan onderdoor te gaan. Mijn moeder dwong me een keer over te slaan. ‘In het vliegtuig zeggen ze ook dat je eerst je eigen zuurstofmasker moet opzetten voordat je een ander helpt’, zei ze. Dus zat ik die avond in een all-inclusive sushirestaurant. En kreeg geen hap door mijn keel.”

VII Gij zult niet echtbreken

“We waren twaalf jaar samen en de koek was op. Zo gaat dat soms. Je mag me alles vragen, maar ik wil liever voor me houden wat er allemaal tussen ons is gebeurd. Laat ik het zo zeggen: ik sta als muzikante onder enorme druk, heb veel stress soms en daar moet je als partner maar tegen kunnen. Op het podium sta ik aan, op het podium moet ik stralen, maar als ik thuiskom, ben ik uitgeput en chagrijnig. Na een tijdje draai ik wel bij, en echt, ik heb er alles aan gedaan om mijn relaties goed te houden, om mijn omgeving er niet onder te laten lijden. Ik ben mijn familie en mijn vrienden trouw geweest, stuurde verjaardagsappjes uit het buitenland, probeerde niets en niemand te vergeten, maar het is niet anders: je moet stevig in je schoenen staan om het met mij uit te kunnen houden. Ik voel me soms behoorlijk eenzaam, dat is waar, maar ik ben niet eenzaam in mijn hart, want er zijn ontzettend veel mensen die aan me denken en bij wie ik terechtkan als het nodig is. Oké. Volgende vraag! Lijkt wel therapie, dit.”

VIII Gij zult niet stelen

“Toen ik begon te zingen, wilden ze me allemaal in een hokje stoppen: was het pop, was het jazz? In Het Parool werd ik één keer ‘de Nederlandse Norah Jones’ genoemd en toen Matthijs van Nieuwkerk me in DWDD ook nog eens op die manier aankondigde, leek ik er helemaal aan vast te zitten. Ieder interview begon ermee: ‘Je noemt jezelf de Nederlandse –’ Nee! Dat doe ik niet! En ik bén het ook helemaal niet. Ik heb, net zoals al mijn collega-muzikanten, goed naar anderen geluisterd en daar een eigen geluid van gemaakt. Weet je wat mijn grootste invloed is geweest? Amsterdam. Amsterdam heeft me gevormd. Amsterdam heeft ervoor gezorgd dat ik me niet half-Turks of half-Nederlands voel, maar eerder een soort wereldmens. Op school kwam ik alle culturen tegen. Mijn beste vriendinnen zijn Bosnisch, Ghanees en Zuid-Amerikaans, en we hebben allemaal diezelfde Amsterdamse mentaliteit: we zijn niet op ons mondje gevallen, we willen in volledige vrijheid leven, we houden van gezelligheid en wat een ander daarvan vindt, dat boeit ons niet.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Op mijn laatste cd (Karsu, 2019, AV) staat het nummer Sana ne, wat zoiets betekent als: ‘Wat gaat jou dat aan?’ Toen het in Turkije een hit werd, kreeg ik vooral veel commentaar van jonge mannen die vonden dat ik probeerde de meiden van het goede pad af te houden, omdat ik ze vertelde dat ze niet altijd hoeven te doen wat hun wordt opgedragen. Dat is de onderliggende boodschap: bemoei je met je eigen zaken, hou op met anderen ongevraagd en ongefundeerd te veroordelen. Zoiets zie je ook op social media, in roddelbladen en bepaalde televisieprogramma’s gebeuren. Kwaadsprekerij is een onderdeel, iets kleins eigenlijk, waarover ik me wel wil uitspreken, maar ik ben niet iemand die met politiek geëngageerde teksten komt. Ik zou niet weten waar ik dan moest beginnen. Wat vind ik überhaupt? Wat is waar? Wat is gelogen? Ik zing veel liever over dingen die ik tenminste nog een beetje kan bevatten.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Je denkt misschien dat ik jaloers zou kunnen zijn op collega’s met een nummer 1-hit, of met een groter publiek, maar dat is absoluut niet zo omdat ik weet hoeveel werk ze daarvoor hebben moeten verzetten. Ik hoor het ook vaak van jonge meiden: ik wil wat jij hebt! Dan zeg ik: be carefull what you wish for. Je ziet me in een mooie jurk het podium opkomen, zingen, dansen, spelen en lol hebben, maar wat je niet ziet, zijn de jarenlange repetities, naar pianoles door weer en wind, de breakdowns die ik heb gehad, soms vlak voor de show of tijdens de generale repetities, het moment waarop ik zó gestrest ben dat ik alles wel kort en klein zou willen slaan, slapeloze nachten, hotel in, hotel uit; het is echt een bizar bestaan.

“Als ik ooit een kind krijg dat op een dag zegt ook muzikant te willen worden, zal ik het hem of haar ten strengste afraden. En tegelijkertijd: dit is voor mij het allermooiste beroep. Ik zou zo graag weer willen optreden. Ik sta niet stil hoor, ik schrijf liedjes, ik heb extra zangles, ik kook, voor mezelf, voor mijn familie en voor mijn vrienden, maar toch, als ik op dit moment één ding begeer, dan is het dit: ik wil mijn leven terug.”

Lees ook: 

Onbevangen Karsu lobbyt de muzikale vrijheid tegemoet

De zangcarrière van Karsu, ook wel de Nederlandse Norah Jones genoemd, kent een ‘droomstart’, zo roept een tv-presentator ergens in ‘Karsu - I hide a secret’.  Mercedes Stalenhoef volgde Karsu en haar familie drie jaar, nadat ze de zeventienjarige voor het eerst hoorde als jazzy zangeres achter de piano in het Turkse restaurant Kilim van haar ouders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden