InterviewBiografie

Kardinaal Willem van Rossum streed tegen racisme: ‘Hij heeft ertoe bijgedragen dat wij nu een Zuid-Amerikaanse paus hebben’

Kopstukken op het Internationaal Eucharistisch Congres in Wenen 1912. Van Rossum zit in het midden op de eerste rij. Beeld
Kopstukken op het Internationaal Eucharistisch Congres in Wenen 1912. Van Rossum zit in het midden op de eerste rij.Beeld

Kardinaal Willem van Rossum maakte in het begin van de vorige eeuw carrière in het Vaticaan. Als Nederlands buitenbeentje tussen Italiaanse prelaten schopte hij het zelfs tot ‘rode paus’. Nu is er zijn biografie.

In de categorie ‘Van krantenjongen tot miljonair’ zou het levensverhaal van Willem van Rossum kunnen vallen in de subcategorie ‘Van weeskind tot rode paus’. Hij had in zijn tijd meer invloed in de Romeinse curie dan enig andere prelaat uit ons land daarna ooit in het Vaticaan zou krijgen. Toch is Van Rossum in zijn eigen land min of meer vergeten. Hier en daar staat er nog een standbeeld van hem, als een reliek van een tijd die definitief achter ons ligt.

Van Rossum verdient een beter lot, vindt zijn biografe Vefie Poels, historica en verbonden aan het ­Katholiek Documentatie Centrum van de Radboud Universiteit Nijmegen. Dertien jaar lang werkte ze aan De rode paus, het levensverhaal van de Nederlandse curiekardinaal. “Van Rossum was als prefect van de Congregatie de Propaganda Fide verantwoordelijk voor de bisschopsbenoemingen in de missiegebieden. Heel Afrika, Azië, Latijns-Amerika, zo’n driekwart van de wereld, viel onder hem. Dat is wat. Je had natuurlijk de witte paus, de generaal-overste van de ­jezuïeten werd de zwarte paus genoemd, en de prefect van de Propaganda Fide (tegenwoordig ‘Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren’) stond bekend als de rode paus omdat hij een van de hoogste posten in het Vaticaan bekleedde en als kardinaal in het rood gekleed ging. Je kon niet om Van Rossum heen.”

Van Rossum met zijn privésecretaris Joseph Drehmanns. Beeld
Van Rossum met zijn privésecretaris Joseph Drehmanns.Beeld

De biografie geeft een fascinerende inkijk in het reilen en zeilen van de Romeinse curie, het centrale bestuursorgaan van de rooms-katholieke kerk, in de eerste decennia van de vorige eeuw. Het is ook het verhaal van de emancipatie van de Nederlandse katholieken, gepersonaliseerd in Willem van Rossum uit Zwolle. “Dat was een in meerderheid protestantse stad. Van Rossum is geboren in 1854, in een tijd dat de katholieken nog tweederangsburgers waren in ons land. Niet dat ze heel erg onderdrukt werden, maar er was wel sprake van een achterstandspositie. Je ziet dat de katholieke kerk zichzelf vanaf die tijd gaat emanciperen, zichzelf gaat opbouwen.”

Die emancipatie gaat gelijk op met de carrière van Van Rossum die eindigt in Rome. Hij gaat eerst naar het kleinseminarie van het aartsbisdom in Culemborg, maar treedt later in bij de redempto­risten. Hun stichter Alfonsus van Liguori (1696-1787) was in 1839 heilig verklaard en in 1871 werd hij kerkleraar, een belangrijke titel binnen de katholieke kerk. Daarom werd de meest veelbelovende paters van de congregatie gevraagd zich in de stichter te verdiepen. Van Rossum was een van hen. Poels: “Hij had de tijd mee, maar kende ook veel tegenslagen. Al heel vroeg werd hij wees. Je weet nooit precies wat dit voor invloed heeft op iemand, maar hij was hard voor zichzelf en voor de mensen in zijn omgeving. Hij was heel rechtlijnig en wist wat hij wilde. Van Rossum was een overlever.”

Dure kardinaalskleding

Zijn geschriften over Liguori worden in de hoogste kerkelijke kringen opgemerkt en in 1895 wordt hij naar Rome geroepen. Daar begint zich langzaam een stroming te ontwikkelen die zich keert tegen de moderne tijd. Alles wat naar ­modernisme rook: democratie, ­feminisme, socialisme, liberalisme en zelfs protestantisme, wordt als een bedreiging gezien voor de kerk. ­Pius X, die in 1903 paus wordt, is heel bang voor die moderne tijd. Van Rossum ook. Hij is oerconservatief en vindt dat je je moet houden aan de leer van de kerk. “Ze konden hem in Rome goed gebruiken”, zegt Vefie Poels. “Van modernisme verdachte priesters werden uiteindelijk vaak uit de kerk verbannen, geëxcommuniceerd. Van Rossum vond dat gerechtvaardigd. Hij noemde het een ‘dood lid ­afscheiden van de kerk’.”

Van Rossum maakt carrière in de curie, in die tijd nog een bijna volledig Italiaanse aangelegenheid. Zijn trouw aan de paus wordt beloond en in 1911 wordt hij tot kardinaal verheven, als eerste Nederlander sinds de Reformatie. In zijn vaderland jubelden de katholieken over deze grote eer. Zijn status veranderde ook in Rome van de ene op de andere dag. De pater moest dure kardinaalskleding aanschaffen waarvan de kosten door de redemptoristen moesten worden voorgeschoten. Zelf had hij geen cent.

In de conclaven van 1914 en 1922 ontvangt Van Rossum opvallend genoeg zelfs een paar stemmen, maar volgens Poels had hij geen schijn van kans paus te worden. “Hij was gewoon te Nederlands. Alleen Italiaanse kardinalen maakten kans.”

Biografe Vefie Poels. Beeld
Biografe Vefie Poels.Beeld

Toch blijft zijn aanzien groeien. In 1918 wordt hij prefect van de Propaganda Fide. Onder zijn leiding ontwikkelt de missie zich in snel tempo. Ook in ons land stappen vanaf die tijd jaarlijks een paar honderd missionarissen op de boot naar verre oorden. “Hij heeft ervoor gezorgd dat de missieactiviteit van de kerk gecentraliseerd werd. De missie was iets van de universele kerk, vond hij. Niet van de individuele landen. Daarnaast stimuleerde hij de opbouw van een plaatselijke hiërarchie. Je had in die tijd nauwelijks inheemse priesters, laat staan bisschoppen. Veel mensen vonden het daar nog te vroeg voor. Er werd gedacht dat Chinese of Afrikaanse priesters niet konden wat hun collega’s uit het Westen wel konden. Dat was racisme pur sang. Van Rossum ging daar tegenin. Hij was zijn tijd echt vooruit. Dat wij nu een Zuid-Amerikaanse paus hebben, zou hij toegejuicht hebben. Sterker nog: het beleid van Van Rossum heeft daartoe ­bijgedragen.”

Uitlopers van de missietijd

Onder het pontificaat van Pius XI (1922-1939) raakt Van Rossum in ongenade. Vlak voor zijn dood in 1932 schrijft hij anoniem een intern pamflet waarin hij de inefficiëntie en andere misstanden van de Curie aan de kaak stelt. Tot het laatst toe rechtlijnig, Nederlander voor het leven. Hij wordt ook niet begraven in Rome, maar in de kerk van het redemptoristenklooster in Wittem, zijn werkelijke thuis.

Dat klooster is inmiddels in ­andere handen overgegaan. Het wordt steeds eenzamer om Van Rossum heen. Van de wereld waar hij deel van uitmaakte en die hij deels zelf opbouwde, is nog maar weinig over. “Maar die bestaat buiten Europa nog wel”, zegt Vefie Poels. “De kerk bloeit volop elders in deze wereld. Dan gaat het vaak om uitlopers van de missietijd en daar was Van Rossum dus ooit bij betrokken. Dat heeft hij toch goed gedaan.”

Vefie Poels, De rode paus. Biografie van Willem van Rossum CSSR (1854-1932), Valkhof Pers; 736 blz., € 39,50

Een uitgebreidere versie van dit interview is te zien op het YouTube-kanaal van het Katholiek Documentatie Centrum.

Lees ook:

Het dagboek van missionaris Dirk Schut leest als een spannend jongensboek

Pater Dirk Schut vertrok in 1923 naar Oeganda als missionaris en hield een dagboek bij. Dankzij een nicht van hem kan iedereen dat nu lezen. ‘Zijn idealisme is voor mij een inspiratiebron.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden