Interview Monnik Thomas Quartier

Kan een monnik ons de les lezen over de liefde?

Thomas Quartier: ‘Ik heb mijn liefde, mijn intimiteit met anderen, nog nooit zo intensief beleefd als sinds ik in het klooster woon.’ Beeld Merlin Daleman

De benedictijner monnik Thomas Quartier schreef een boek over de liefde, waarin het woord seksualiteit niet voorkomt. ‘Het lijkt altijd alleen maar daarover te gaan, maar er is ook een diepere spirituele laag.’

Zelf noemt hij zich onstuimig. Zo komt Thomas Quartier in zijn zwarte habijt ook de spreekkamer binnen van het priesterseminarie waar het interview plaatsvindt. Aan niets is te merken dat hij net een urenlange retraite heeft geleid voor emeritus priesters en diakens van het bisdom ’s-Hertogenbosch. “Het was een goede middag”, zegt hij met zijn bekende Duitse tongval, zonder dat hem nog maar iets gevraagd is.

Quartier is bepaald niet het prototype monnik, als die al bestaat. Hij leeft in de benedictijner Sint Willibrordsabdij Slangenburg in Doetinchem, maar verlaat dit eiland van gebed regelmatig om het monastieke ideaal te delen met de wereld daarbuiten. Hij doceert aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de KU Leuven, geeft lezingen en schrijft boeken. Alles in een tempo dat doet vermoeden dat hij geen tijd te verliezen heeft. Ook houdt hij van popmuziek. Maar daarover later meer.

Eerst zijn nieuwe boek. Het vorige – dat nog maar een jaar oud is – ging over woede: heilige woede om precies te zijn. Nu is er ‘Liefdesgeboden. Gevoel in het klooster van je leven’. Een boek over de liefde dus, heilige liefde. Vanuit zijn leven als benedictijner monnik formuleert Quartier liefdesgeboden die van pas kunnen komen voor iedereen. Binnen of buiten het klooster. Gelovig of niet. “Grof gezegd zijn er twee soorten boeken over de christelijke liefde. Aan ene kant is er wat ik maar even de ‘ontboezemingsliteratuur’ noem. Die boeken zijn vaak heel eerlijk, maar de vraag is of iedereen daar nu op zit te wachten. Het wordt al snel sensatie. Aan de andere kant heb je boeken over de liefde die zo breed en algemeen zijn, dat ze ook weer niks zeggen. Wat er eigenlijk ontbrak is een positief boek dat laat zien wat de christelijke liefde heel concreet kan toevoegen in het leven van iedereen.”

“Ik heb mijn liefde, mijn intimiteit met anderen, nog nooit zo intensief beleefd als sinds ik in het klooster woon. Ook het gebrek eraan. Ik ervaar bijvoorbeeld het feit dat ik zelf nooit biologische kinderen zal hebben, als iets heel definitiefs. Juist binnen de context van de abdij. Tegelijkertijd brengt dat mij dicht bij andere geliefde mensen in mijn leven en uiteindelijk dichter bij God. Ik hoop dat mensen daar wat aan kunnen hebben.”

Waar haalt u de moed vandaan om als monnik mensen iets te willen leren over de liefde? Als er een instituut de afgelopen decennia gefaald heeft in de liefde, voor bijvoorbeeld kinderen, dan is het de rooms-katholieke kerk wel.

“Mijn boek gaat niet over dingen die allemaal mis zijn gegaan. Ik wil laten zien wat ik allemaal aan intimiteit in mij heb en tegelijk recht doen aan het fatsoen en de levensvorm waaraan ik mij verbonden heb. Als mensen zeggen: schrijf dan wat over misbruik, dan denk ik: daar gaat dit boek dus niet over, daar kan ik me alleen maar voor schamen.”

Het woord misbruik valt niet eens. Het woord seksualiteit ook niet. Waarom eigenlijk niet?

“Omdat ik naar een laag zoek die daaronder ligt. Het woord seksualiteit is voor mij maar één woord dat uitdrukt hoe je liefde kunt beleven. Voor veel mensen is het juist de ultieme vorm om liefde te beleven, dat weet ik heel goed, maar er zijn er veel meer. Ik kreeg naar aanleiding van dit boek een brief van een echtpaar dat juist blij was dat ik het niet expliciet over seks heb. Ze schreven mij dat om persoonlijke redenen seksualiteit een aantal jaren geen rol in hun leven kon spelen, maar dat dit tegelijkertijd de meest intense jaren van hun huwelijk waren. Ik weiger dus om toe te geven dat het in mijn boek juist over seksualiteit moet gaan als wij over liefde spreken.”

Is het dat niet een beetje makkelijk? Seksualiteit is nou net een onderwerp waar de rooms-katholieke kerk een verhaal over heeft dat in Nederland bijvoorbeeld door het overgrote deel van haar gelovigen niet gedeeld wordt.

“Dat klopt en dat komt natuurlijk omdat de kerk als het over liefde en seksualiteit gaat vooral met verboden wordt geassocieerd. Ik probeer juist onder die laag van die verboden te gaan zitten en vanuit mijn leven als monnik met een ander verhaal te komen.”

Quartier komt in zijn boek met tien liefdesgeboden, een duidelijke verwijzing naar de tien geboden uit het Oude Testament. Die liefdesgeboden variëren van ‘Je zult elkaar gehoorzamen’ en ‘Je zult elkaar aanvoelen’ tot ‘Je zult elkaar verlichten’. Opvallend is dat in tegenstelling tot de tien ‘woorden’ van Mozes, bij Quartier het eerste gebod niet naar God verwijst.

Beeld Merlin Daleman

“Er is eigenlijk geen rangorde in mijn liefdesgeboden. Bij mij luidt het eerste gebod: ‘Je zult diep graven’. Een verwijzing naar het prachtige nummer ‘Heart of Gold’ van de Canadese zanger Neil Young, wiens concerten ik ook bezoek. Ik zing het ook tijdens de presentaties van mijn boek. ‘I want to live, I want to give. I’ve been a miner for a heart of gold’. Als een mijnwerker graaf ik in mijzelf naar de liefde, naar een hart van goud. En dat moet eigenlijk iedereen doen. Je moet eerst bij jezelf ontdekken wat liefde is en pas dan ben je toe aan het tweede gebod: ‘Je zult God zoeken in de ander’.”

Is dat God vinden in een ander een theologisch ideaal?

“Dat denk ik wel. God is volgens mij het open einde van ons verlangen. Dat is de theologische kernzin van het boek. En religie helpt je om dat te verlangen te articuleren en te cultiveren. Voor mij was dat een reden om het klooster in te gaan.”

Maar is het niet zo dat je de liefde voor God redelijk naar eigen inzicht kunt invullen, terwijl je in je relatie met anderen met concrete mensen te maken hebt. En dan wordt het vaak ingewikkeld.

“Volgens mij heeft niemand het recht om te zeggen dat je relatie met God volkomen los staat van je verantwoordelijkheid voor en je verbondenheid met andere mensen. Ook al ben je een kluizenaar die zich opsluit om alleen met God te zijn, je hebt niet het recht jezelf los te koppelen van je liefde voor je medemens, al is dat geen fysieke aanwezigheid. Het is helemaal niet uit elkaar te trekken.”

Een van de geboden luidt: ‘Je zult samen in een kring gaan staan’. Dan doelt u waarschijnlijk op het koorgebed in uw eigen abdij, waar u steeds naar terugkeert. Hoe vertaalt zich dat bijvoorbeeld naar het leven van jonge geliefden?

“Zo’n kring zorgt voor stabiliteit en natuurlijk vind ik die in de Willibrordsabdij Slangenburg. Maar er zijn zoveel verschillende vormen van. Binnen je eigen gezin, binnen je familie, noem maar op. Die kring verbindt bij wijze van spreken vergankelijkheid en eeuwigheid. Ik vind dat bij mijn medebroeders, maar eigenlijk zou iedereen dat thuis moeten kunnen vinden. De gebedstijden in de abdij geven mij structuur en tegelijkertijd betekenis aan mijn leven. Ik gun iedereen de heiligheid van de structuur. Daarbinnen kunnen relaties bloeien. Ook die tussen jong geliefden. Het draagt je wanneer je in een sleur dreigt te komen.”

Wie zijn uw geliefden?

“Dat zijn heel veel verschillende mensen in mijn leven. Ik heb geliefden gehad in de klassieke zin van het woord. Verkering, zal ik maar zeggen. Het zou gek zijn als dat niet het geval was geweest. Ik ben pas op mijn veertigste ingetreden in de abdij. Die geliefden zijn ook nog altijd op een bepaalde manier bij me, ook al beleef ik ze niet meer in fysieke zin. Verder ben ik in de gelukkige omstandigheid dat ik altijd mensen om mij heen heb met wie ik een intieme relatie heb die volledig verenigbaar is met mijn leven als monnik. Ik noem dat wel de ‘tweede intimiteit’. Voor de buitenwereld valt dat moeilijk te begrijpen, want die koppelen liefde toch vaak uitsluitend aan seksualiteit.”

U schrijft dat iemand die niet bereid is zijn innerlijk met een ander te delen, niet contemplatief bezig is en ook niet liefdadig. Is dit boek bedoeld als een daad van liefde?

“Misschien wel. Het gaat over mijn ervaringen met God, zoals ik die in mijn liefdesrelaties met anderen beleef. Dat was mijn drijfveer om dit boek te schrijven. Dat soort ervaringen mag je als monnik niet voor jezelf houden.”

En wordt de liefde beantwoord?

“Door de lezers tot nog toe wel. Maar zoals iedereen die ‘verliefd’ is, ben ik ook heel kwetsbaar. Daar ben ik mij bij het schrijven ook bewust van geweest. Je bent natuurlijk heel snel te pakken als je als monnik zoiets over de liefde schrijft. Dit boek is het resultaat van theologisch onderzoek, maar ook een heel persoonlijk verhaal. Die balans te vinden blijft altijd delicaat.”

Thomas Quartier: ‘Liefdesgeboden. Gevoel in het klooster van je leven.’ Uitgeverij Adveniat/Halewijn. 160 blz. 17,90 euro.

Lees ook:

‘Monnik betekent ook gewoon eenling’

Als een van de weinige monniken verlaat Thomas Quartier regelmatig zijn abdij in de Achterhoek. Als ambassadeur van het kloosterleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden