Tweede Wereldoorlog

Joodse gemeenschap omarmt schuldbelijdenis Protestantse Kerk

Predikant René de Reuver tijdens de Dag van het Nationaal Gebed (18 maart 2020). Onder meer de ChristenUnie en de EO organiseerden het evenement, om mensen een hart onder de riem te steken tijdens de coronacrisis.Beeld ANP

Het Centraal Joods Overleg (CJO) is blij met de schuldbelijdenis die de Protestantse Kerk in Nederland tijdens de herdenking van de Kristallnacht heeft uitgesproken.

PKN-voorman René de Reuver trok zondagmiddag in de Amsterdamse Obrechtsjoel het boetekleed aan voor de rol die de kerk heeft gespeeld in het opkomend antisemitisme voor de Tweede Wereldoorlog, en voor haar gebrek aan moed om tijdens de Duitse bezetting ‘voor de Joodse inwoners van ons land positie te kiezen’.

De schuldbelijdenis werd gedaan in virtuele aanwezigheid van Frans Timmermans van de Europese Commissie en Shoah-overlevende Ies Vorst. CJO-voorzitter Eddo Verdoner noemde de knieval een ‘mooi en welkom gebaar’. Hij ging in op de achtergrond van de Kristallnacht in Duitsland, een pogrom in de nacht van 8 op 9 november 1938, en legde een verband met de theologische bronnen van het protestantisme. Daarbij belichtte hij  vooral het antisemitische werk van Maarten Luther. Deze 16de-eeuwse reformator, die geboren werd op 10 november, kon ‘zich geen beter cadeau wensen dan brandende sjoels!’, zo citeerde Verdoner een bisschop.  Luther had opgeroepen om ‘alle Joodse scholen en synagogen af te branden’. “De Nazi’s gebruikten de geschriften van Maarten Luther dikwijls als onderbouwing voor hun verschrikkelijke daden.”

‘Vreemde elementen’

Verdoner memoreerde daarnaast Henrik Colijn. Deze gereformeerde premier weerde Joden die Duitsland ontvluchtten na de Kristallnacht, omdat al die vluchtelingen volgens hem ‘vreemde elementen’ waren, schadelijk voor ‘de handhaving van het karakter van den Nederlandschen stam’. Dit alles, zei Verdoner, heeft ertoe geleid dat velen in de kerk passief en sommigen zelfs actief hebben meegeholpen aan de Jodenvervolging.

Onder vertegenwoordigers van het voormalige verzet heeft de PKN-schuldbelijdenis kwaad bloed gezet. Ze schoffeert volgens hen het vele verzetswerk, zeiden ze in Trouw. En ze doet geweld aan hun (gereformeerde, lutherse of hervormde) kerk, die helemaal niet zou hebben weggekeken van de Jodenvervolging.

De Reuver vermeldde ook de rol van het verzet. “De daden van ongelofelijke persoonlijke moed die, godzijdank, ook door leden van de kerken werden verricht. Met dankbaarheid gedenken wij hen die de moed hadden om tijdens de oorlog in verzet te komen.” Ook Verdoner ging kort in op het verzet, waarbij hij kardinaal De Jong met ere noemde. “In vele kerken werd van het spreekgestoelte opgeroepen, om Joodse onderduikers in huis te nemen en hen te beschermen. De daden van deze helden mogen wij nooit vergeten.”

Integrale tekst van de schuldbelijdenis van de Protestantse Kerk in Nederland 

Ook aan het einde van dit 75ste jaar van onze bevrijding komt de Joodse gemeenschap van Nederland in Amsterdam bijeen voor de Kristallnachtherdenking. In de nacht van 9 op 10 november 1938 begon met een eerste pogrom de gewetenloze, machinale moordcampagne waaraan in de daaropvolgende jaren zes miljoen Joden ten prooi vielen. Maar zoals Abel Herzberg schreef in zijn dagboek uit Bergen Belsen: Er zijn in de Tweede Wereldoorlog geen zes miljoen Joden uitgeroeid, maar er is één Jood vermoord en dat zes miljoen keer. Ook andere groepen vielen uitsluiting, wegvoering en moord ten deel.

Het is onvoorstelbaar hoe groot het verdriet is dat de Shoah in de Joodse gemeenschap heeft teweeggebracht en hoe diep de pijn die de overlevenden hebben gevoeld. Een pijn die door de volgende generaties wordt meegedragen en ervaren. Het is in erkenning van dat verdriet en van die pijn dat de Protestantse Kerk in Nederland zich richt tot de Joodse gemeenschap in ons land. Nog niet eerder zocht de Protestantse Kerk op deze wijze het gesprek met onze Joodse gesprekspartners. Dat dit pas in het 75ste jaar van de bevrijding geschiedt, is laat. Naar wij hopen niet té laat.

De Protestantse Kerk in Nederland wil zonder terughoudendheid erkennen dat de kerk mede de voedingsbodem heeft bereid waarin het zaad van antisemitisme en haat kon groeien. Eeuwenlang werd de kloof in stand gehouden die later de Joden in de samenleving dusdanig kon isoleren dat ze konden worden weggevoerd en vermoord. Ook in de oorlogsjaren zelf heeft het de kerkelijke instanties veelal aan moed ontbroken om voor de Joodse inwoners van ons land positie te kiezen. Dit ondanks de daden van ongelofelijke persoonlijke moed die, godzijdank, ook door leden van de kerken werden verricht. Met dankbaarheid gedenken wij hen die de moed hadden om tijdens de oorlog in verzet te komen.

De Protestantse Kerk erkent tevens dat de opvang van de Joden die na 1945 terugkeerden in onze samenleving tot schrijnende situaties heeft geleid. De problemen die werden ondervonden bij de terugkeer van oorlogspleegkinderen naar de Joodse gemeenschap en bij de restitutie van bezit zijn daarvan pijnlijke voorbeelden.

In de erkenning van dit alles belijdt de kerk schuld. Vandaag in het bijzonder tegenover de Joodse gemeenschap. Want antisemitisme is een zonde tegen God en tegen mensen. Ook de Protestantse Kerk is deel van deze schuldige geschiedenis. Wij schoten tekort in spreken en in zwijgen, in doen en in laten, in houding en in gedachten. Mogen alle slachtoffers van de grote verschrikking een gedachtenis en naam (Hebreeuws: Yad Vashem) hebben in het hart van de Eeuwige, de God van Israël. Dat alle geliefden die worden gemist, niet worden vergeten. Zoals geschreven staat: Aarde, dek mijn bloed niet toe, laat mijn jammerklacht geen rustplaats vinden (Job 16:18).

We nemen onszelf voor alles te doen wat mogelijk is om de joods-christelijke relaties verder uit te laten groeien tot een diepe vriendschap van twee gelijkwaardige partners, onder andere verbonden in de strijd tegen het hedendaagse antisemitisme.

Reactie op de verklaring van de PKN van de Joodse gemeenschap door Eddo Verdoner,
voorzitter van het Centraal Joods Overleg (CJO)


‘Erkenning en verantwoordelijkheid’

Zojuist heeft de scriba van de Protestantse Kerk in Nederland een verklaring uitgesproken. In deze verklaring spreekt de Scriba over een erkenning van schuld, en de verantwoordelijkheid voor de toekomst. Hij spreekt over de pijn en het verdriet, die de Shoah teweeg heeft gebracht bij de Joodse gemeenschap, tot op de dag van vandaag. Hij spreekt over de wortels van het antisemitisme in ons land. En over de rol van de kerk daarin. 

Het CJO, de koepel van Joodse organisaties in Nederland, is blij met deze verklaring en vindt het een mooi en welkom gebaar van vriendschap. In het kader van deze herdenking heb ik mij verdiept in de reactie van de Duitse kerken op de Kristallnacht, en die loog er niet om. Nadat de Nazi’s de synagoges in brand hadden gestoken, werden zelfs gedoopte voorgangers van Joodse origine gearresteerd. Je zou denken dat de kerk hen een helpende hand zou bieden, maar zelfs deze bekeerlingen hoefden niet op steun te rekenen. 

In de maanden erna werden ‘bijzondere’ eisen gesteld aan bekeerde voorgangers, die nog op vrije voeten waren. Ze moesten zich gedeisd houden, want als er reuring in hun gemeenschappen zou ontstaan, werden ze gedwongen het predikantschap neer te leggen. Een jaar later waren praktisch alle predikanten van Joodse afkomst uit hun ambt gezet. Er heerste sterke vooroordelen en wrok tegen Joden onder Duitse protestanten. Men beschouwde hen als vreemdelingen, die ongeluk brachten. Het feit dat zij gedoopt waren deed daar niets aan af, zo staat te lezen in het boek ‘De verlaten kinderen van de kerk’. 

En dat was geen grote verrassing. De Nazi’s gebruikten de geschriften van Maarten Luther, een grondlegger van de Protestantse kerk, dikwijls als onderbouwing voor hun verschrikkelijke daden. De protestantse bisschop van Thüringen, Martin Sasse, was zelfs verheugd over de brandende synagoges na de Kristallnacht. Hij schreef dat Luther, die op 10 november jarig was, zich geen beter cadeau kon wensen dan brandende sjoels! Schreef Luther niet in zijn laatste geschrift, dat alle synagoges en Joodse scholen moesten branden? Dat wat niet brandde met aarde bedekt moest worden? Schreef luther niet, dat het de christenen aan te rekenen viel, dat zij de Joden niet hadden vermoord? 

Zoals u begrijpt vonden de Nazi’s veel inspiratie en bevestiging in deze kerkelijke woorden. Tot aan het roven van de bezittingen, het vogelvrij verklaren van Joodse mensen, alles stond beschreven in de Lutherse pamfletten. Ook Calvijn was bepaald geen vriend van de Joden. Van hem hoefden de Joden weliswaar niet dood, maar hij zei wel ‘(De Joden) voeren strijd tegen God, ze haten de hele wereld, ze zijn vijanden van het heil der heidenen, kortom, ze zijn aan het eeuwige verderf gewijd’. 

De Joden waren ‘de allerheftigste vijanden van Christus zelf’. De reactie op de Kristallnacht in Nederland was dan ook koud. De toenmalige premier, Hendrik Colijn, kwam uit de ARP, de anti-revolutionaire partij. Deze was sterk verbonden met de Gereformeerde kerk in Nederland. Colijn schoot de Joden niet te hulp, integendeel. Na de Kristallnacht probeerden veel Joden Duitsland te ontvluchten, waarop Nederland op 15 december de grenzen sloot. Colijn was bang om zijn neutraliteit te verliezen en wilde de Duitsers te vriend houden. 

Bovendien, zo zei hij, is dat in het belang van de Joden zelf. Immers ‘wanneer men nu ongelimiteerd een stroom vluchtelingen uit het buitenland hier zou binnen laten, zou het noodzakelijk gevolg ervan zijn, dat de stemming in ons eigen volk ten opzichte van de Joden een ongunstige kentering zou kunnen ondergaan’. En ‘vermeden moet worden alles, wat de strekking heeft duurzame vestiging in ons reeds zo dichtbevolkte land te bevorderen, daar een verder binnendringen van vreemde elementen schadelijk zou zijn voor de handhaving van het karakter van den Nederlandschen stam’.

Toen de oorlog toch uitbrak in 1940 en de Duitsers ons land bezetten, was er zelfs een stroming binnen de kerk, geleid door een zoon van Abraham Kuyper, die vond dat het gezag altijd gevolgd moest worden, ook als dat gezag van een Duitse bezetter kwam, want elk gezag kwam immers van G’d. Dit alles heeft ertoe geleid dat velen in de kerk passief en sommigen zelfs actief hebben meegeholpen aan de Jodenvervolging. 

Zelfs na de oorlog was er in Nederland weinig oog voor wat er met de Joodse gemeenschap was voorgevallen. De ontvangst bij terugkomst was kil en elke reflectie op wat er in de oorlog was gebeurd, werd opzij geschoven. Pas in de jaren 60 is daar echt verandering in gekomen. Maar tegelijkertijd was er binnen de protestantse kerk een stroming, die zich wel verzette tegen de Jodenvervolging. 

En niet alleen in de Protestantse kerk, ook binnen de Katholieke kerk. Ik noem bijvoorbeeld Kardinaal de Jong. In vele kerken werd juist van het spreekgestoelte opgeroepen, om Joodse onderduikers in huis te nemen en hen te beschermen. De daden van deze Helden mogen wij nooit vergeten, en voor zover zij er niet meer zijn: Hun herinnering zij tot zegen. 

Toen de kerk in de lente bij ons kwam om te spreken over excuses of in haar eigen woorden een schuldbelijdenis, vonden wij het daarom belangrijk dat de kerk expliciet maakte, waarvoor zij schuld erkent. Alleen dan heeft deze verklaring betekenis. Wat betekent een erkenning immers als er geen schuld is? In het gesprek, dat volgde, vonden we samen met het bestuur van de Protestantse Kerk een tekstueel evenwicht. Een document, dat duidelijk schuld belijdt over datgene wat de kerk verweten kan worden, juist ook voor de oorlog. Maar tegelijkertijd de helden uit het verzet de hoogst mogelijke eer verschaft. En dat is juist de pracht van deze boodschap. 

Deze verklaring bouwt op de kracht van het eigen geweten. Want hoe beter kan je aan de jonge generatie uitleggen, dat als het moment daar is om te kiezen, niet iedereen om je heen de juiste richting uit zal gaan? Dat als rampspoed zich meester maakt van je land, je niet de menigte moet volgen, maar je eigen morele kompas?

We leven tegenwoordig in bubbels, die onze eigen gelijk versterken. En zonder het te weten kan een polariserende ideologie onze bubbel binnendringen, en ons langzaam doen geloven dat een zondebok de schuld van al onze tegenslag draagt. Ook dan is het, net als toen, aan onszelf om tegenwicht te bieden.

Deze declaratie is daarmee niet alleen een schuldbelijdenis. Het is ook een stap naar verzoening. Door te erkennen wat de kwade woorden van Luther teweeg hebben gebracht, en door in te zien dat deze ideeën doorwerken tot de dag van vandaag, kan de kerk een stap maken om dit antisemitische gedachtegoed voorgoed uit haar gelederen te verbannen. Kan zij samen met de Joodse gemeenschap zij aan zij vechten tegen antisemitisme, want we zijn er nog niet. 

Met deze verklaring kan de kerk aan toekomstige generaties een krachtige boodschap meegeven. Volg niet blind, vertrouw niet zonder vragen, accepteer geen antisemitisme, weer haat, ook in je digitale bubbels. Wees geen meeloper, maar sta op en vertrouw op je eigen morele kompas.

Lees ook:

Voor het lutherse smaldeel van de PKN is de schuldbelijdenis aan de Joodse gemeenschap beladen – vooral de datum.

‘De kerken keken te vaak weg van de Jodenvervolging, en hun protest was gemankeerd’ 

Historicus Bart Wallet onderzocht voor de PKN wat de rol van de kerken was in de tijd van de Holocaust.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden