Christusbeeld

Jezus mag minder wit, vinden ook de Nederlandse kerken

Zwarte Jezus in St Albans Cathedral in Engeland.Beeld Lorna May Wadsworth

Tegen de achtergrond van de Black Lives Matter-protesten heroverweegt de Anglicaanse kerk de wijze waarop ze Jezus afbeeldt. Hoe wordt daar in de twee grootste Nederlandse kerken over gedacht?

‘Jezus was Midden-Oosters, niet wit”, zei aartsbisschop Justin Welby van de Anglicaanse Kerk, de grote volkskerk van het Verenigd Koninkrijk, afgelopen zomer op Twitter. Hij voegde er een viertal schilderijen van Jezus aan toe waarop diens huidskleur in verschillende schakeringen is weergegeven: “Een paar van mijn lievelingsafbeeldingen van Christus”, schreef Welby erbij. In een radio-interview met de BBC lichtte hij toe dat de kerk het beeld dat ze van Jezus laten zien gaan ‘heroverwegen’.

Drie dagen later hing de St Albans Cathedral, net boven Londen, een schilderij op van het Laatste Avondmaal, waarbij Jezus als een zwarte man is afgebeeld. De kunstenaar, Lorna May Wadsworth, zei met het werk mensen aan het denken te willen zetten over de ‘westerse mythe’ dat Jezus Christus licht haar had en blauwe ogen. Het was een initiatief van een groep binnen de kerk die de Black Lives Matter-beweging steunt. Zij zeiden dat het schilderij niet over de accurate verbeelding van Jezus’ uiterlijk gaat, maar over “het aanmoedigen van een gesprek over hoe de geschiedenis vaak is witgewassen”.

Ook enkele Nederlandse kunstenaars willen dat beeld doorbreken. Zij vinden het kwalijk dat Jezus in de westerse kerken en in de kunsten eeuwenlang witter is voorgesteld dan historisch gezien geloofwaardig is. Als joodse man van zijn tijd, geboren in ­Palestina, kan hij moeilijk een Europees voorkomen gehad hebben.

‘Christus Pantocrator’

In de twee grootste Nederlandse kerken, de rooms-katholieke kerk en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), komt het in ons land sinds de jaren zestig af en toe voor dat Jezus als donkere of zwarte man is afgebeeld. Nadat zendelingen of missionarissen naar Afrika, Azië en Zuid-Amerika reisden om daar het geloof te verspreiden, ontstond er op een gegeven moment behoefte aan een vertaalslag. In woorden, maar ook in beelden, vertelt emeritus hoogleraar theologie Martien Brinkman, die een boek schreef over niet-westerse visies op Jezus. Die ontwikkeling in de theologie heet ‘contextualisatie’ of ‘inculturalisatie’, en is het specialisme van Brinkman.

Een van de christelijke geloofsovertuigingen die zij probeerden over te brengen, is dat Jezus als zoon van God mens geworden is, zegt Brinkman. Hij stelt een retorische vraag: “Als je te midden van een cultuur van zwarte mensen leeft, hoe kun je je die menswording, die incarnatie van Jezus, ­anders voorstellen dan dat hij zwart is geweest?”

Europese christenen kwamen erachter dat bijbelse benamingen van Jezus als ‘verlosser’ niet zomaar over te zetten vielen naar de taal van een stam, omdat dat woord in die taal niet bestond, zegt Brinkman. “Dus kwamen ze uit bij namen die in de stamtaal gebruikt werden voor heilsbemiddelaars uit de bijbehorende cultuur en ­mythologie. Zo werd Jezus een stamhoofd genoemd, of een genezer, of een voorouder. Hij kreeg een heel scala aan namen, en zo werd hij vervolgens ook afgebeeld. Op Nederlandse bodem kreeg Jezus eeuwen eerder op dezelfde manier de naam ‘Heiland’. Dat komt van ‘heliand’, uit een legende over een Saksische koning. Jezus wordt in de verhalen uit die tijd niet geboren in een stal, maar in een koninklijk paleis, en hij rijdt op een paard in plaats van op een ezel.”

Samuel Lee, Theoloog des Vaderlands en directeur van het Center for Theology of Migration aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

“Het is heel goed dat we de witheid van Jezus bespreekbaar gaan maken. Niet omdat ik vind dat er één juist beeld van zijn uiterlijk en kleur zou zijn, daarvoor ben ik teveel mysticus. Het gaat om wat Jezus deed en zei. Maar om als kerken een gesprek te hebben over de rol die de witte Jezus heeft gespeeld in de kolonisatie. En wat mensen in zijn naam is aangedaan in de ­geschiedenis, zoals apartheid en slavernij.

Die lading, die doet nog steeds pijn. De eerste keer dat ik dat merkte was aan een Ghanese student. Hij vroeg me: Als God wit is, wat ben ik dan als zwarte man?” 

Het hoofd van de PKN, scriba René de Reuver, onderschrijft de oproep van Welby. “Het is zoals hij zegt: laat de westerse ­afbeeldingen van Jezus niet dominant zijn, want dat is niet terecht. Je kunt hem net zo goed als zwarte man afbeelden. Dat is net zo goed als wanneer je hem als blanke man ­afbeeldt. Het probleem is dat wij vanuit het westen het beeld vaak absoluut gemaakt hebben, en daarbij onze macht hebben uitgeoefend. Daar legt Welby zijn vinger bij, en daar heeft hij gelijk in.”

Zelf groeide De Reuver op in de behoudende flank van het Nederlandse protestantisme, waar het afbeelden van Jezus niet gebruikelijk is. Wel hadden de De Reuvers thuis een boek over Jezus van de Nederlandse kunstenaar Rien Poortvliet staan, ‘Hij was een van ons’. Voor zover de PKN-voorman zich het herinnert was Jezus daarin “min of meer een blanke man”. Het was tijdens zijn studie theologie dat De Reuver voor het eerst een afbeelding van een zwarte Jezus zag. “Ik zeg eerlijk: dat was wel een shockerende ervaring. Mijn eerste reactie was: wat krijgen we nou? Maar mijn tweede reactie was: zo kun je het natuurlijk ook zien. Het was heel goed om te beseffen dat wij Jezus nooit kunnen annexeren: we kunnen nooit doen alsof hij van ons is. Ja, hij is één van ons, maar hij bekritiseert je ook altijd.”

Jezus kan alle kleuren aannemen, zegt De Reuver. “Want in de Bijbel staat: ‘Hij is ons in alles gelijk geworden’. Dat wil dus zeggen: ook in onze huidskleur. Ook al klopt het historisch niet – joden uit die ­regio hadden vermoedelijk geen blond haar en blauwe ogen en waren ook niet zwart. Geloofsmatig klopt het wel.”

Mpho Tutu, spreker, publicist, voorganger en dochter van bisschop Desmond Tutu.

“Ik ben dankbaar dat kerkleiders hier en in de Anglicaanse kerk nu gaan aansluiten, want deze discussie speelt al enkele decennia. Dit zijn gesprekken die eigenlijk tweehonderd jaar geleden al plaats hadden moeten vinden. Het probleem is niet alleen dat een witte Jezus onhistorisch is. Het is ook niet de meest verwelkomende ervaring om een kerk in te wandelen waar elk beeld dat heilig en vererenswaardig is, alleen maar witte mensen laat zien. De beelden die we van ­Jezus zien in de kerken zouden dus een weerslag moeten zijn van alle ­gemeenschappen van de wereld. Het is een heerlijk, bijzonder gevoel om jezelf op die manier gerepresenteerd te zien.”

Net als Welby vindt De Reuver dat er ‘meer diversiteit’ moet komen in de wijze waarop de kerk Jezus afbeeldt. “Het dominante beeld moeten we loslaten. Maar er is hier binnen onze kerk de afgelopen decennia al heel wat gedaan. Samen met de katholieke kerk geven we bijvoorbeeld de Missie Zendingskalender uit, waarop veelal christelijke kunst uit andere werelddelen stond afgebeeld, en die hingen in heel wat huishoudens.”

Eeuwen voordat die kalender uitkwam waren er in de katholieke traditie al voorstellingen waarop Jezus zwart is. Een ­beroemd voorbeeld is de Zwarte Madonna van Montserrat, een beeld van Maria met Kind in Spanje uit de twaalfde eeuw. Rond die tijd was dat een vaker voorkomend beeld, zegt hulpbisschop Herman Woorts van het aartsbisdom. Hij doceert christelijke kunst en iconografie aan de priesteropleiding. En spreekt namens de Nederlandse bisschoppenconferentie met de krant over dit thema. “Die beelden waren niet zwart om letterlijk iets te zeggen over het uiterlijk van Maria en Jezus. Het is metaforisch ­bedoeld, ontleend aan het bijbelboek Hooglied waarin gesproken wordt over een jonge vrouw die donker was. Maria wordt daar ­later mee in verband gebracht, als beeld van de Kerk, die geliefde is van de hemelse Bruidegom Christus.”

‘Jesus Christ: Liberator’.Beeld Robert Lentz

Dorpskerkje in de Achterhoek

In zijn colleges laat Woorts onder meer een Amerikaanse icoon zien van Jezus als een Afrikaanse man met Masai-kleding. “Dat vind ik prachtig. Een icoon die mij heel dierbaar is komt uit de zesde eeuw, genaamd Christus Pantocrator, uit het Sint-Catharinaklooster in de Sinaï. Hij heeft daar heel donkere ogen en een donkere baard. Ik weet: het is ‘slechts’ een beeld, maar het ­benadert wel het beeld van Jezus dat ik in mij meedraag. Maar ik heb hier ook een beeld van een Jezus met blauwe ogen, ­gekregen van een hele lieve, oude vrouw, dat om die reden ook belangrijk voor me is. Zie ik een zwarte Jezus, dan maakt het me dankbaar om te weten dat ons geloof voor ieder mens, voor alle volken bedoeld is. Er is niet één beeld van Jezus.” Het is sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) dat de kerk opener werd naar andere manieren om Jezus af te beelden, zegt Woorts. “Ze ging het internationale karakter meer benadrukken, en er kwam meer waardering voor lokale culturen, vanuit de gedachte dat de geest van God ook daarin werkzaam is.”

Sinds geruime tijd hangt in de Sint-Rafaëlkerk in Utrecht bij het altaar ook een icoon van de Zwarte Madonna van Czestochowa: een belangrijk beeld voor de Poolse parochie, die hier elke zondagmiddag ­samenkomt, vertelt Woorts. Of er een Afrikaanse gemeenschap is die op dezelfde ­manier een beeld van een zwarte Jezus ­gebruikt, is hem niet bekend. “Maar het zou zeker kunnen en ik zou dat ook mooi vinden. We stimuleren dat soort dingen. Het maakt natuurlijk wel uit of je in de grote stad bent waar een migrantengemeenschap is of in een dorpskerkje in bijvoorbeeld de Achterhoek waar het geen zin heeft om een zwarte Jezus op te hangen.”

Migrantenkerken

Of hij Welby’s voornemen onderschrijft? Woorts vindt enerzijds dat de rooms-katholieke kerk al heel wat heeft gedaan. “Anderzijds: we kunnen nooit genoeg doen aan de verkondiging van ons geloof in woord en beeld. En iedere tijd en situatie vraagt om ook weer nieuwe woorden en nieuwe beelden ter aanvulling op het bestaande. De kerk stimuleert kunstenaars ook om eigentijds werk te maken.”

Bij de PKN gaan ze concrete plannen ­maken om dit thema bespreekbaar te maken. Dit kan heel goed in gesprekskringen, zegt De Reuver, waarbij christenen van verschillende achtergronden met elkaar in ­gesprek gaan over het beeld dat je van Jezus hebt. Het past bij een ander voornemen van de protestantse kerk, om de relatie met ­migrantenkerken te versterken. “Het lijkt me heel verdiepend om elkaar te vragen: Waarom beeld je hem zo af? Wat raakt je daar in? Als je dat soort spirituele gesprekken met elkaar voert, kun je meer begrip voor elkaar krijgen. Dat kan ons ook helpen om kritisch terug te kijken op ons verleden: slavernij en kolonialisme. Dat is namelijk heel lang amper in beeld geweest. En gezamenlijk vooruitkijken kan alleen als je het verleden recht doet.”

Lees ook:

De ongeloofwaardige witheid van Jezus: ‘We zijn allemaal opgelicht’

In de kerk en in de kunsten wordt Jezus witter geportretteerd dan historisch gezien geloofwaardig is. Om dat onjuiste en kwalijke beeld te doorbreken portretteren sommige kunstenaars hem dus als donkere man. ‘Het is gezond verstand.’

Migrantenkerken en autochtone kerken: passen ze wel bij elkaar?

Migrantenkerken en autochtone kerken willen graag meer samen doen. Maar kan dat ook? Een verkenning als afsluiting van de serie ‘De kerk krijgt kleur’, die een reeks aan migrantenkerken in beeld bracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden