Interview

Jean-Jacques Suurmond stopt: 'Niets is zelf God, alles verwijst naar God'

Jean-Jaques Suurmond. Beeld Maartje Geels

Na dertien jaar stopt Jean-Jacques Suurmond met zijn columns. Hij heeft zijn lezers voorbij de vaststaande beelden willen voeren, op weg naar 'het goddelijke geheim'.

Jean-Jacques Suurmond toonde zich in zijn columns in deze krant altijd de meester van de omkering. Denken wij dat een ernstige ziekte iemands leven beperkt, bij Suurmond - die indringend schreef over zijn darmkanker - werd het een intensivering van het leven. Geloven wij dat dementie iemands bestaan afbreekt, bij Suurmond verschaft het daar een nieuwe dimensie aan. Het gaat om een andere manier van kijken, zegt hij, om het neerhalen van onze vaststaande beelden, die vaak voortkomen uit angst.

Dat neemt niet weg dat hij het einde van zijn column gewoon 'een verlies' noemt en er niet iets anders van probeert te maken. Na dertien jaar vindt de krant het tijd - bij grote waardering voor Suurmonds bijdragen - voor een nieuw geluid. Zo gaan die dingen, zegt de columnist zelf, je hebt het niet in de hand. "Het is een geschenk geweest, ik heb het met heel veel plezier gedaan. Voor mij was het een prikkel om mij elke veertien dagen ergens in te verdiepen, me af te vragen: 'wat vind ik daar nu van, hoe ervaar ik dat', en dat dan op te schrijven. Ik weet niet wat er gaat gebeuren nu dat wegvalt - misschien is het wel klaar, wat het schrijven aangaat."

Zat er een rode lijn in wat hij verkondigde vanaf wat hij zijn 'kolom' noemde, oftewel zijn 'zuil'? "Het ging altijd over God hè," antwoordt hij. "Al valt er over hem eigenlijk niets te zeggen." En dan vertelt hij wat wijlen Willem Breedveld, de politiek commentator van Trouw, eens tegen hem zei: dat hij waarschijnlijk de lezers aansprak die 'door Kuitert waren heengegaan'. Dat zou wel eens kunnen kloppen, denkt Suurmond. "Kuitert sloopte de beelden, de dogma's, die bepalend waren voor de gereformeerde bubbel, en mensen vragen zich af: wat nu, hoe verder? Ik beschrijf dat als vooruitgang, omdat je zo - voorbij die bubbel - dichterbij de goddelijke werkelijkheid komt. Aan de reacties te oordelen heeft dat lezers aangesproken."

Wat stelde u in de plaats van de oude beelden? Wat blijft er over als alles wat we over boven zeggen van beneden komt?

"Ik denk: hoe minder we rationeel weten wie of wat God is, hoe dichter we bij Hem kunnen komen. Ik ben opgeleid als systematisch theoloog, maar ik ben het systeem al lang kwijt. Ik ben degene die thuis de boel opruimt, de bedden verschoont, de boodschappen doet - ik kan heel goed orde houden. Maar zodra het om God gaat, is alle orde weg. Vroeger niet, maar nu wel, en dat voelt als enorme winst. De dogma's verwijzen niet meer naar zichzelf, maar naar God, de onuitsprekelijke. Sinds ik ze niet meer letterlijk neem zijn ze veel belangrijker geworden."

Hebben dogma's dan poëtische kracht?

"Inderdaad. Het denken van Kuitert was rationeel verzet tegen rationele dogma's, maar dogma's zijn nooit bedoeld als rationele redeneringen, dat is een nieuw concept, niet meer dan enkele eeuwen oud. Dogma's zijn bedoeld om mee te spelen, om iets op te roepen. Symbolen eigenlijk. De oude kerkvaders zeggen dat al, met hun nadruk op wat God allemaal níet is. Jezus hoor je ook nooit over dogma's, daar is hij niet mee bezig. Maar hij leeft er wel uit."

Maar spreken we überhaupt nog wel over iets als het zo onbevattelijk is?

"Sterker nog: niet iets, of niets, is een heel belangrijke manier om over God te spreken in de christelijke mystieke traditie. God is niet iets. Over God spreken brengt ons niet veel verder, daarvoor blijken we te veel hangen in onze cognitieve denkramen. Maar zodra ik die beperkingen ga beseffen, kan God tot mij gaan spreken. Die omkering, daar draait het om. Ik denk dat een echte atheïst die uit zijn zolderkamer staart dichter bij God kan zijn dan een gelovige met een absoluut godsbeeld. Een echte atheïst weet dat de beelden die hij heeft niet samenvallen met de werkelijkheid, en dus zal hij ze losser in de hand houden en meer openstaan voor de onuitsprekelijke bron achter alle beelden. Terwijl de gelovige met een welomschreven godsbeeld niet met God bezig is, maar met zijn beeld van God."

Terugkerende figuur in de columns was uw hangende buurman in Frankrijk.

"Die is klassiek geworden, zei een predikant. Hij hangt daar echt, aan het einde van de straat, al heel lang. Hij hangt trouwens op wel drie plaatsen in dat dorp, over de Omnipresentia Dei gesproken. God is inderdaad overal, ook in andere godsdiensten trouwens, alleen om nou een gekruisigde centraal te stellen, daar kom ik maar niet bij. Het boeddhisme kent zijn lotus, heel mooi, en de islam een halve maan, ook niet gek, maar een gekruisigde... dat blijft me fascineren. Het zegt mij iets over hoever God in zijn liefde gaat. Hij is zo onverstandig, dat is niet te begrijpen. En tegelijkertijd altijd verrassend, ontwrichtend zelfs.

"Ik denk dat het in het christendom uiteindelijk draait om de genezing van het hart. Door onvoorwaardelijke acceptatie. Als we daarvan vervreemd zijn geraakt, rest alleen de wanhoop, zei Kierkegaard al. Dan gaan we proberen het zelf te verdienen, door erkenning te zoeken via sociale media of in zakelijk succes - laatst nog had ik hier een man die een nieuwe onderneming was begonnen, het loopt als een tierelier, maar hij raakt zijn ziel kwijt, zegt hij. Het materiële kan nooit een substituut zijn voor het spirituele gemis van die onvoorwaardelijke acceptatie."

Hoe komt het dat we daarvan vervreemd zijn geraakt?

"Dat is onze ikkigheid. Onze overlevingsdrang ook: ik moet controle houden, het zelf doen, de aanvaarding verdienen. Het zit al in het paradijs-verhaal. God maakt zich mensen naar zijn beeld, en wat doen die mensen dan? Ze vallen voor de verleiding van de slang. En waarom? Omdat ze als God willen worden. Maar dat waren ze al! Het probleem is dat we het niet kunnen geloven - we kunnen niet bevatten dat we ontzaglijk bemind worden door God."

De titel van uw laatste boek gaat nog een stap verder: 'God zijn'.

"Zonder God zouden we er niet zijn hè?"

Maar dan is God nog buiten ons.

"Buiten? Voor God is er geen buiten. Ook geen binnen, trouwens. God is overal. En zonder God ben ik nergens."

Herkent u in uzelf nog wel iets van die jongeman uit Vlissingen die zich bekeerde tot de pinkstergemeente, zelfs voorganger werd in Californië, en precies wist hoe het allemaal zat?

"Kennelijk was het mijn weg, na het niet-veilige gezin waar ik uit kwam, om in een gemeenschap terecht te komen waar iedereen elkaars broeder en zuster was en de godsbeelden vastlagen, om vervolgens een crisis te beleven, en zo te worden wie ik nu ben: een man met een protestants hoofd en een katholiek hart.

"Symbolen en rituelen zijn heel belangrijk voor me geworden. Herken ik mezelf nog? Jawel, ik ben dezelfde, maar niet hetzelfde."

U had - na een zelfmoordpoging als tiener - houvast gevonden in de pinksterbeweging, en toen verloor u dat houvast weer. Dat moet zwaar geweest zijn.

"Ik liep vast, het houvast was belangrijker geworden dan God - een godsverduistering, dat was het, een donkere nacht. Het zei me allemaal niets meer op een gegeven moment. Het was ook een beetje een extreme kerk, tegen het health-and-wealth-evangelie aan. '

"Een diaken had een doodgeboren kind gekregen, daar bleven ze mee rondzeulen, het was niet echt dood, ze moesten het woord van geloof uitspreken, dan zou het weer levend worden... wat een treurnis.

"Vraag me niet hoe ik die jaren van dorheid uithield, maar mede door een training als gestalt-therapeut kwam ik in de werkelijkheid terecht. En God is nergens dan daar te vinden. Omdat ik van buiten de kerk was gekomen, wist ik niet beter dan dat het pinkstergeloof het ware christelijk geloof was, pas later ontdekte ik dat er zoveel meer vormen zijn, anglicaans, luthers, katholiek, noem maar op."

In uw boek spreekt u van de 'gelovige ongelovige'. Wat is dat voor type?

"Iemand die beseft dat al zijn beelden over God en de wereld niet God en de wereld zijn. Zijn God gaat daar aan voorbij. Een ongelovige ongelovige blijft daarentegen bij die beelden steken, en wijst ze af."

Bent u zelf dan een gelovige ongelovige?

"Dat komt het dichtste bij, ja. Voor mij is alles een gelijkenis van het goddelijke geheim. Niets is zelf God, alles verwijst naar God. Zien we dat in, dan gaan alle dingen van hem spreken."

Lees ookDe God die we bedacht hebben, bestaat niet

Geïnteresseerd in de columns van Jean-Jacques Suurmond? Bekijk dan zijn dossier over geloven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden