ColumnEva Meijer

Je zal het vrije woord maar zijn

Je zal het vrije woord maar zijn. Op allerlei plekken ter wereld kun je nauwelijks ademhalen en nu zijn er in de landen waar je je op je gemak voelde ineens allerlei figuren die betogen dat je onder druk staat. Je begrijpt het wel: het is ook wat als groepen die eeuwenlang hun mond moesten houden dat ineens collectief niet meer doen. Bovendien roeren mensen uit die groepen zich niet alleen netjes in het debat zoals dat er ligt, maar stellen ze ook de grondslagen daarvan ter discussie, bijvoorbeeld door hun eigen geschiedenis ‘geschiedenis’ te noemen.

(Het vrije woord zucht.)

In de filosofische traditie is niemand het met elkaar eens. Je hoeft maar een beetje te chargeren om te kunnen stellen dat dat de clou ervan is. Filosoof A zegt iets. Filosoof B zegt dat iets weliswaar als iets gezien kan worden maar toch eigenlijk net iets anders is. Filosoof C zegt dat we het dan wel over iets hebben, maar dat iets nooit alleen iets is. Filosoof D zegt dat het niet om iets maar om niets gaat.

(Het vrije woord zet de televisie aan.)

Dat niet met elkaar eens zijn vertaalt zich op bijvoorbeeld conferenties als het goed is in liefdevolle kritiek (het is niet altijd goed, zeg ik er meteen bij, anders zijn mijn collega’s het meteen alweer niet met me eens). Liefdevol slaat hier niet op de mens maar op de ideeën of het denken zelf. Kritiek betekent hier serieus nemen. Er is voor een filosoof weinig zo waardevol als iemand die je tekst volledig serieus neemt en je vervolgens gedetailleerd vertelt wat er mis mee is.

(Het vrije woord lakt zijn nagels.)

Voor ik de academische filosofie in ging kende ik dit soort discussies niet. Ik kende de gesprekken met geliefden die de moeite namen me te vertellen wat er mis met me was, de therapeut die gedrag in een groter kader plaatst, recensies die over het algemeen meer over de recensent zeggen dan over het werk. Maar niet die betrokkenheid bij het werk van een vreemde omdat we allemaal op jacht zijn naar de waarheid en denken dat we daar soms dichterbij kunnen komen door samen te denken.

(Het vrije woord was even weggedoezeld maar schrikt op en slaat instemmend met zijn kleine vrije vuist op de salontafel.)

Nu is het publieke debat niet gericht op de waarheid, maar op belangen, en vaak speelt er behalve hebberigheid een behoefte aan harmonie een rol (of aan het inlijven van de ander in jouw systeem). Maar het doel van democratie is geen harmonie of begrip (dat mag wel een streven zijn, zolang we weten dat het onhaalbaar is). Het gaat om zo groot mogelijke vrijheid voor iedereen. En om die te bereiken hebben we discussie nodig – om de zaak in kaart te brengen en te besluiten wat wij ermee moeten. (Wij is hier ook zij.) We zouden moeten leren om het beter met elkaar oneens te zijn.

(Het vrije woord is alweer in slaap gesukkeld. Het droomt over de zee.)

Eva Meijer (1980) is filosoof, schrijver en singer-songwriter. Ze promoveerde op de politieke stem van het dier en in 2011 debuteerde ze met de roman ‘Het schuwste dier’. Voor Trouw schrijft ze tweewekelijks een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden