filosofisch elftal

‘Je moet durven erkennen dat je leven niet is zoals je van tevoren hoopte’

Iets wat kapot is, moet weer worden hersteld, is de heersende gedachte. ‘Maar je hoeft niet mee te gaan in wat de maatschappij van je verwacht. Creëer ruimte voor je eigen breekbaarheid.’ Beeld Hollandse Hoogte

Voor breekbaarheid is geen ruimte in de huidige prestatiemaatschappij. We moeten vooral laten zien dat we sterk zijn en onze ellende kunnen overwinnen. Onzin, zeggen anderen. ‘Accepteer dat het leven niet altijd is zoals je hoopte.’

Wie een psychose of een depressie heeft doorgemaakt, een slopende lichamelijke ziekte doorstaan of een kind verloren, zal daar nooit van herstellen’, schreef filosoof Awee Prins afgelopen zaterdag in deze krant. ‘Herstellen’ betekent: iets in zijn oude toestand terugbrengen, zegt Prins. De herstelbeweging in de psychiatrie zet daar op in, maar volgens Prins is dat herstel een onmogelijkheid. We moeten altijd maar weer beter worden, functioneren. Voor breekbaarheid en broosheid is volgens­­ Prins in onze prestatiemaatschappij geen ruimte. Is dat inderdaad zo?

“Mijn eerste filosofiedocent, Theo Zweerman, zei eens dat onze maatschappij lijdt aan het opvoeringssyndroom”, zegt Paul van Tongeren, emeritus hoogleraar ethiek in Nijmegen en Leuven. “Alles moet steeds harder, hoger, meer, sneller, zoals een opgevoerde brommer. Bovendien moeten we alles tonen, als in een theateropvoering. Die twee elementen zie ik ook terug in de cultuur waar Prins zich tegen verzet. We moeten altijd laten zien dat we sterk zijn en door onze ellende heenkomen. Dan is er inderdaad weinig ruimte voor breekbaarheid en broosheid, want die worden vanwege dat opvoeringssyndroom gezien als iets wat we moeten overwinnen. Maar dat kan niet altijd. De kunst is om te leren onderscheiden wanneer je moet vechten, proberen te veranderen, te verbeteren, te beheersen, en wanneer je moet aanvaarden dat je bent wie je bent en dat de dingen gaan zoals ze gaan. Onze tijd is er zo op gericht grenzen te verleggen, dat het ons steeds moeilijker valt grenzen te aanvaarden. We hebben zo goed leren behandelen en repareren, dat we steeds slechter tegen ziekte en gebrek kunnen.”

Bas Haring Beeld Foto: Jörgen Caris

“Ik heb juist het idee dat er nu meer ruimte is voor mentale broosheid dan vroeger”, reageert Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden. “Het is geen taboe meer om te zeggen dat je in therapie bent of dat je een burn-out hebt. Vijftig jaar geleden moest je dat echt voor je houden, anders dachten mensen dat je gek was. En laten zien dat je sterk bent, is denk ik iets van alle tijden. Mijn zoontje van twee wil altijd per se harder fietsen dan andere kinderen. Dat heb ik hem niet geleerd, het zit in hem dat hij wil presteren. Daarom spreek ik liever over het prestatie-individu dan over de prestatiemaatschappij. Wij leggen onszelf op dat we veel willen bereiken en zijn niet bereid te accepteren dat ons leven niet altijd even rooskleurig is. Dat linkt aan de thematiek van Prins, want het is verstandig om te leren dat wel te accepteren. Ik ben het met hem eens dat wij ons te veel richten op genezen. We kunnen­­ beter accepteren dat onze lichamelijke of geestelijke gesteldheid niet ideaal is. Maar dat we daar slecht in zijn is niet typerend voor deze tijd, dat is simpelweg menselijk.”

Van Tongeren: “De gedachte dat mensen moeten leren dat ze niet alles kunnen beïnvloeden is inderdaad al oud. In de filosofie speelt die gedachte een grote rol bij de stoïcijnen. Epictetus wees er in de eerste eeuw al op dat je moet leren onderscheid te maken tussen de dingen waar je wat aan kunt doen en de dingen waar je niks aan kunt doen. Maar in onze tijd is deze gedachte wel degelijk extra aan de orde. Niemand kan ontkennen dat de ontwikkeling van de techniek sneller dan ooit gaat. De focus op maakbaarheid wordt daardoor ook steeds sterker.

Paul van Tongeren Beeld Jörgen Caris

“Het is natuurlijk mooi dat we steeds meer kunnen, maar jammer als we daardoor steeds minder kunnen verdragen wat we niet kunnen veranderen. Als we toch een gebrek moeten accepteren, ontwikkelen we weer technieken om dat te doen, bijvoorbeeld met yoga en mindfulness. Daarbij moeten we oppassen dat het opvoeringssyndroom zich daar niet ook weer meester van maakt: beter en vaker mediteren, om zo goed mogelijk los te laten. Voor die erkenning van burn-outs die je noemt, is volgens mij alleen maar ruimte voor zover die gerepareerd kunnen worden. Ik vraag me af of er in deze maatschappij ook ruimte is voor een burn-out die niet hersteld kan worden, voor depressies waar niks aan te doen is, voor omgaan met onvermogen.”

Rottijd

Haring: “Het is wat makkelijk om te zeggen: door onze maatschappij is er geen ruimte voor mijn breekbaarheid. De maatschappij, dat zijn gewoon ‘de anderen’. Dus dan ligt het aan ‘anderen’. Ik denk eerder dat mensen zichzelf de ruimte niet gunnen om te zeggen: dit is echt een rottijd in mijn leven, en dat is nu eenmaal zo. Je moet naar jezelf durven erkennen dat je leven niet is zoals je van tevoren hoopte. Natuurlijk zal er maatschappelijke druk zijn die dit moeilijk maakt. Maar ik leg liever de nadruk op jouw individuele rol. Jij hoeft niet mee te gaan in wat de maatschappij van jou verwacht. Van daaruit kun je ruimte voor jouw breekbaarheid creëren.”

Van Tongeren: “Het lijkt mij een illusie om te denken dat je niet mede bepaald wordt door de cultuur waarvan je deel uitmaakt. Maar belangrijker is de vraag: wat kunnen gezonde mensen doen voor mensen die lijden? Vaak is onze eerste gedachte: welke organisatie kan hier iets aan doen? Daarna vragen we ons pas af wat wij zelf kunnen doen. Maar nog moeilijker is het om iemand niet in de steek te laten terwijl je je realiseert dat je niets kan doen. We moeten leren aanwezig te zijn zonder te kunnen helpen. Ofwel: accepteren dat we soms niks kunnen doen, maar wel bij iemand blijven.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees hier eerdere afleveringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden