Bob Dylan in 1978. Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Bob Dylan in 1978.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Filosofisch ElftalKunstenaars

Is zijn misstap minder erg omdat hij Bob Dylan is? ‘

Kunstenaar, politicus en filosoof worden op misstappen aangekeken die buiten hun ‘gewone’ werkzame leven vallen. Voor welke categorie weegt dat het zwaarst?

De zanger en Nobelprijswinnaar Bob Dylan heeft een beschuldiging van misbruik van een indertijd 12-jarige aan zijn broek, de socialistische politicus Dominique Strauss-Kahn is vervolgd (en niet veroordeeld) voor het verkrachten van een kamermeisje, de Franse filosoof Louis Althusser wurgde zijn vrouw. Tegenwoordig beland je daar – langdurig – voor op de strafbank.

Schrijfster Désanne van Brederode: “Wanneer iemand zich nadrukkelijk uitspreekt over morele thema’s dient hij zich daarnaar te gedragen. Zolang ik rook, ga ik niet op een gezondheidsconferentie de gevaren van sigaretten schilderen, om er daarna eentje op te steken.” Het maakt, zegt Van Brederode, niet zo veel uit of het een politicus, een kunstenaar of een filosoof betreft.

Maar, zegt ze, bij kunstenaars ‘hoort het er wel een beetje bij’, dat opzoeken van de onburgerlijke grens. Zo komt de combinatie ‘popmusicus en erg jong meisje’ al meer dan een halve eeuw geregeld voor. Doe Maar zong: ‘Ik weet niet of het goed of slecht is/ Dat ik met je vrijen wou/ En wat een ander ook mag zeggen / Ik vond het fijn bij jou / Je lijkt ineens geen kind meer / Maar zo mooi en minstens zeventien.’

null Beeld

“Dat was gewéldig”, zegt Van Brederode. “Ik heb wel een idee hoe dat kan zijn, jong meisje en oudere man. Ik kijk er met warmte op terug. Goed, ik was achttien, dan mag dat toch? En ik heb vrouwen zich rond schrijvers zien aanbieden, als groupies. Da’s ook niet zo raar.”

“Dat wordt al snel een argument om weg te kijken”, reageert Thijs Lijster, universitair docent kunst en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Zo van: dat héb je nu eenmaal bij bohemiens.”

Hij ziet tussen de drie beroepsgroepen wel verschillen. Die omschrijft hij aan de hand van Aristoteles’ retorica. “Voor redenaars onderscheidde hij logos, pathos en ethos. Ik zie logos, het heldere argument, vooral bij de filosoof terug; om het publiek mee te nemen en te overtuigen, gebruikt de kunstenaar pathos; de politicus moet het hebben van ethos, zijn geloofwaardigheid wordt bepaald door wat hij doet: komt dat overeen met wat hij zegt?”

Volgens Lijster krijgt de ethos wel erg veel gewicht. “Dan telt het goede argument niet meer, maar alleen of je je ernaar gedraagt. Het gaat dan om de persoon. Ik kan als vader zeggen: roken is slecht, en m’n zoon zegt: maar jij rookt ook. Klopt, maar het is geen argument tegen de redenering dat roken slecht is. Het verzwakt mijn rol als vader, maar niet die van mij als filosoof. Daardoor kan ik, hoewel ik weet van misstappen van filosofen, hun argumenten serieus nemen. Dat Heidegger foute keuzes maakte in de oorlog, maakt niet dat zijn denken niet meer het overdenken waard is.”

“Bij politici verwacht je meer dat boodschapper en boodschap bij elkaar passen. Strauss-Kahn misbruikte zijn macht als links politicus, dat maakt hem ongeloofwaardig. Maar soms schiet het door. Jesse Klaver kreeg van alles over zich heen toen hij zijn tuin filmde: er lagen tegels. Een groene politicus met tegels in zijn tuin! Zo werd hij politiek buitenspel gezet. Het gevaar is: hoe meer je het over het persoonlijke hebt, hoe minder het gaat over ideologie. Maar politici brengen vaak zélf hun privéleven de campagne in.”

Van Brederode: “Het maakt uit of de misstap de kern van je denken raakt. Amerikaanse televangelists die toeteren: geen seks voor het huwelijk, en dan zelf rommelen – dat raakt de essentie van hun werk.”

Gerrit Achterberg verkrachtte bijna de 16-jarige dochter van zijn hospita, schoot de hospita dood en de dochter neer, en schreef de gedichtencyclus Zestien over het meisje. Daar viel niemand over, de crimineel verdween achter het dichtersgenie.

Van Brederode: “Dat werd gebagatelliseerd. Maar we zijn nu naar de andere kant gekapseisd. Nu is de teneur dat als je poëzie leest van een omstreden schrijver, je bij het omslaan van de bladzijde bloed aan je handen hebt. De interesse voor iemands biografie, en vooral wat daarin niet deugt, overwoekert inmiddels die voor de kwaliteit van het werk van schrijvers en acteurs. Komt er weer zo’n interviewer die het niet heeft over de briljante stijl, maar antwoord wil op de vraag: wat is er nou écht gebeurd in uw boek? Schandalig.”

Lijster: “Lastig, dit. Je moet persoon van werk scheiden, maar bij levende kunstenaars spek je de artiest. Neem R. Kelly, veroordeeld misbruiker. Hem wil ik niet rijker maken, al vind ik z’n muziek best te pruimen.”

Volgens Van Brederode zit er een intrigerende kant aan een publiek persoon met een merkwaardige biografie. “Neem de Oostenrijkse populist Jörg Haider. Je kunt zeggen: wat een hypocriet: afgeven op ‘smerige’ homo’s en zelf een dubbelleven leiden. Ik ben dan niet alleen verontwaardigd, maar vraag me ook af: wat doet dat met je innerlijk? Wat heeft hij een schade bij zichzelf aangericht. Mooi personage, denk ik dan.”

Hebben Lijster en Van Brederode wel eens een kunstwerk of een boek terzijde gelegd, nadat abjecte feiten over de maker bekend werden?

Lijster: “Bij zo iemand denk ik niet: negeren. Wel: wat betekent dit voor het werk van de persoon? Neem de marxistische filosoof Louis Althusser. Die vermoordde zijn vrouw. Dat was verschrikkelijk, maar zijn belangrijke boeken had hij daarvoor al geschreven. Bij het lezen van Heidegger zit zijn beleden nazisme wel altijd in mijn achterhoofd. En naar Woody Allens film Manhattan – hoofdpersoon met heel jong meisje – kijk ik anders dan vijftien jaar geleden. Sommige scènes vertrouw ik niet meer. Argwaan, ja.”

Van Brederode wantrouwt iets anders: de gretigheid waarmee kunstenaars, filosofen of politici worden ‘afgemaakt’ omdat er iets niet aan hen deugt. “De camera’s kunnen zomaar naar iemand richten, en dan worden desnoods de feiten bij de verdenking gezocht. Er ligt veel macht bij het publiek, dat verontwaardiging héérlijk vindt. Dat is ziek.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees hier eerdere afleveringen terug

Lees ook:

Ja, Immanuel Kant was een seksist en een racist

Een groot deel van zijn leven vond Immanuel Kant ‘witte mensen’ van nature superieur, en de vrouw ondergeschikt aan de man. Wat betekent dat voor zijn ethiek, is die nu nog wel toepasbaar? Twee Kantkenners geven antwoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden