Is Karl Barth, de kerkvader van de twintigste eeuw, nog steeds relevant?

Karl Barth in 1956. Beeld Getty Images

Karl Barth geldt als de grootste theoloog van de twintigste eeuw. Hij stierf vijftig jaar geleden. Vandaag begint daarom het Barth-jaar. Is de theologie van Barth nog steeds relevant? Twee theologen over het belang van Barth.

Karl Barth: voor veel protestantse theologen een naam die je nog altijd met eerbied uitspreekt. De kerkvader van de twintigste eeuw. De man die een ‘bomkrater’ in het burgerlijke theologische landschap van Duitsland sloeg. De theoloog die weer vol vrees en beven over God durfde te spreken in een liberaal milieu. De man die een imponerende rij boeken vol moeilijke Duitse dogmatiek naliet. Zijn grootheid valt niet te betwisten, maar moeten we er nog iets mee, vijftig jaar na zijn dood? Of zeggen we: das war einmal? Twee theologen vertellen wat ze met Barth (1886-1968) hebben en wat wij nog met zijn theologie kunnen.

Kees van der Kooi begint nadenkend en tegelijk vurig te doceren. De emeritus-hoogleraar dogmatiek van de Vrije Universiteit promoveerde jaren geleden op de Zwitserse theoloog en werkt tegenwoordig als docent aan de Erasmus School of Accountance and ­Assuring (ESAA).

“Karl Barth heeft het christelijk geloof in de moderniteit weer een eigen fundament gegeven. Waar vinden we God? Hoe openbaart God zich? In de Middeleeuwen was dat geen vraag. Maar in de moderniteit is het geloof in God niet meer vanzelfsprekend met de natuurorde gegeven. Friedrich Schleiermacher was de eerste moderne theoloog die God weer durfde te poneren. Hij zei: ‘Gods manifestatie zit heel diep in de menselijke ervaring. Dat is de plek waar hij zich openbaart.’ 

Barth daarentegen vertrekt fundamenteel vanuit God zelf: God verschijnt op eigen wijze, in zijn eigen vrijheid. En hij maakt het de mensen lastig. Hij is aanwezig in de kritische stem van je geweten, in het besef van goed en kwaad. We leven op de rand van een afgrond, en die afgrond is het niets. Is het bestaan de moeite waard, of is het één grote, slechte grap? En dan komt het springende punt: het overvalt ons bij verrassing dat wij God in Jezus Christus leren kennen als het absolute ‘ja’ tegen dit leven en tegen ons. Dit zit heel diep in Barths theologie: God die in Jezus verschijnt is een antwoord op de dreiging van het niets, van de totale eenzaamheid van de mens in de kosmos. 

Dit leven krijgt pas zin als je Gods ‘ja’ tegen de wereld hebt beseft en als je daarin besluit te leven. Dus is Barth nog relevant? Reken maar, in een angstige, onzekere cultuur, die leeft in een luchtbel van welvaart. Is het leven, hoe rijk we ook zijn, wel de moeite waard? Barth biedt ons een genadig ­optimisme. Een tegenstem tegen de dood.”

Hoe kan ik God eigenlijk kennen?

Maarten Wisse, hoogleraar dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit: “Karl Barth gaf antwoord op een modern epistemologisch probleem: hoe kom ik tot betrouwbare kennis? En dus ook: hoe kan ik God ­eigenlijk kennen? De moderniteit probeert methodisch een toegang tot betrouwbare kennis te forceren die mij boven mijn twijfel uit helpt. Met een soort sprong probeert Barth dat voor de theologie anders op te lossen. Er vindt een subjectwisseling plaats. Dat wil zeggen: het draait niet om mijn zoeken en vragen, maar om de zichzelf openbarende God. Op die manier komt zijn antwoord in de lucht te hangen. Daarin staat hij op het scharnierpunt van moderniteit en postmoderniteit. 

Begrijpelijkerwijs werd Barth gekraakt door een theoloog als Harry Kuitert: hoe kun je dat nou weten? Die ‘God van boven’ van jou komt toch ook gewoon van ­beneden? Maar volgens Barth werkt kennis dus niet zo. Daarin was hij al ­volop een postmodern theoloog die ook Kuiterts moderniteit al voorbij was. Voor kennis kun je nooit een absoluut fundament leggen. Het is iets wat jou ontmoet, dat je overkomt. Als je zijn dogmatiek leest, stap je zonder verdere inleiding in het verhaal van Jezus Christus. Hij doet geen moeite dat verhaal ­ergens te funderen, te verankeren in de schepping of in onze ervaring. Alle theologie na Barth is daaraan schatplichtig. We zijn het idee voorbij dat ­geloof een soort gebouwtje is dat op de Bijbel of wat voor fundering dan ook opgetrokken is. Die vraag naar de ­fundering van het geloof doet er niet meer zo toe.”

Karikaturen

Van der Kooi: “Er zijn in Nederland veel karikaturen van Barths theologie gemaakt. Bijvoorbeeld dat hij niets kon met menselijke ervaring. Dat hij daar maar overheen walst met zijn openbaringstheologie. Niets is minder waar. Ons eigen antwoord op God, met hoe wij de dingen ervaren, hoe wij het ­leven vormgeven, is alomtegenwoordig in zijn werk. Menselijke ervaringen zijn echter nooit doorslaggevend. Ze zijn ­altijd weer kritiseerbaar. Maar laten we vooral niet vandaag de dag Barths ­project een-op-een imiteren. Barths theologie is geen volledig af en gemeubileerd huis dat we zo kunnen overnemen. Het is een huis in aanbouw met allemaal staketsels.”

Wisse: “Ik zou het ook wel grondig willen verbouwen trouwens. Ik ben ­namelijk wel gecharmeerd van Barths diagnose van ons probleem, maar ­minder van zijn oplossing. Doordat hij de toegang tot God zo heel exclusief via Jezus Christus laat verlopen blijft zijn theologie nogal hangen in die typisch protestantse nadruk op het Woord en het cognitieve. Het probleem is dat zijn theologie geen werkelijke aardse ­bemiddeling tussen God en mens kent. En verder: dat ‘ja’ van God in Jezus Christus, dat klinkt wel heel mooi. Dat God in Jezus Christus voor ons kiest. Maar daarmee haal je de angel uit het geloof. Dat geloof ook een dynamiek is van schuld en vergeving, van berouw, gehoorzamen aan een gebod, soms met je hoofd tegen een muur botsen en dan weer beseffen dat je door God aanvaard bent. Barths God zegt alleen maar: ‘Kom bij me, je bent al vergeven’.”

Lievige God

Van der Kooi: “Ik ben het met je eens dat in de manier waarop Barth ­gelezen en verwerkt is, vooral de lievige God is overgebleven en dat er voor ­oordeel, toorn en angst geen plek meer is. En daarmee hebben we niet alleen geen recht gedaan aan God, maar ook niet aan ­onze menselijke processen. Bij alle ellende die mensen elkaar aandoen is er erkenning van schuld nodig. Je kunt niet zomaar zeggen na een oorlog: ‘Alles is vergeven en vergeten’. En dat doet God ook niet. Hij is geen genade-automaat.”

Wisse: “Het mooiste van Barth vind ik zijn taalgebruik. Het is heerlijk om mee te gaan in die dansende, prachtige retoriek van hem. De complete spanning van de geschiedenis van God en mens weet hij soms in één gigantische volzin te stoppen.”

Van der Kooi: “Ja, en dat moet je hardop lezen met studenten. Dan kom je in de cadans. Korte stukjes uit zijn dogmatiek. In iedere bladzijde zit zijn hele betoog toch steeds weer opnieuw verstopt. Door hardop te lezen wordt het fysiek en niet alleen maar conceptueel. Dan wordt Barth lezen een zeer meditatieve ervaring.”

Karl Barth overleed vijftig jaar geleden. Vandaag luidt de Protestants Theologische Universiteit het Barth-jaar in, met een studiedag onder de titel ‘Zo spreekt de Heer – ongegeneerd over God spreken’.

Karl Barth overleed vijftig jaar geleden. Vandaag luidt de Protestants Theologische Universiteit het Barth-jaar in, met een studiedag onder de titel ‘Zo spreekt de Heer - ongegeneerd over God spreken.’

Ideoloog van de Bekennende Kirche

Karl Barth (1886-1968) was een Zwitserse theoloog die beschouwd wordt als de grootste protestantse theoloog van de twintigste eeuw. Hij vestigde zijn naam vooral na het verschijnen van de tweede versie van zijn ‘Römerbrief’ in 1921, een commentaar op Paulus’ brief aan de Romeinen. Dit boek was vooral een vlammende theologische kritiek op de liberale, burgerlijke en salonfähige theologie van zijn tijd. God openbaart zich ten ­diepste in het kruis van Jezus Christus en dat gegeven spot met alle pogingen om overlap te zoeken tussen de wereld van God en de menselijke ­cultuur.

Barths kritische ­theologische insteek sloot aan bij zijn ­verzet tegen de opkomende nazi’s. Met hun Duits-romantische religie ­waren zij het toonbeeld van de kwalijke gevolgen van de door hem bekritiseerde ‘natuurlijke theologie’.

Barth sloot zich aan bij de ­Bekennende Kirche, een ­protestbeweging binnen het Duitse protestantisme die zich weigerde aan te sluiten bij de door Hitler gesanctioneerde Deutsche Reichskirche. Barth was de voornaamste auteur van hun geloofsbasis, de ­‘Barmer ­Thesen’. ‘De kerk is slechts ­gehoorzaam aan haar Heer, ­Jezus Christus, en aanvaardt geen andere gestalten, machten of waarheden.’

Vanaf 1921 was Barth hoogleraar theologie. Eerst in Duitsland, maar na de opkomst van de nazi’s noodgedwongen weer in geboorteland Zwitserland. Tussen 1932 en 1967 verscheen Barths dogmatische hoofdwerk, ‘Kirchliche Dogmatik’, een imposante rij witte banden. Bouwend op zijn principiële fundament dat we God alleen maar kennen in Jezus Christus gaat Barth de hele theologie langs. Het werk bleef onvoltooid.

Lees ook:

Karl Barth was tegen de religie

Na acht decennia is een protestantse klassieker vertaald: Karl Barths ’Römerbrief’. De rk theoloog Erik Borgman legt het belang uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden