De school  Academie 10 in Utrecht werkt met 'units' waar je instroomt op je 10e en pas weggaat op je 15e. Dan heb je dus 5 jaar lang dezelfde docenten en zit je dus met verschillende niveaus in één unit.  Beeld Werry Crone
De school Academie 10 in Utrecht werkt met 'units' waar je instroomt op je 10e en pas weggaat op je 15e. Dan heb je dus 5 jaar lang dezelfde docenten en zit je dus met verschillende niveaus in één unit.Beeld Werry Crone

FilosofischElftal

Is een driejarige brugklas de manier voor kansengelijkheid in het onderwijs?

Via een driejarige brugklas wil de Onderwijsraad kansengelijkheid in het onderwijs vergroten. Maar werkt dat wel zo? “Een toekomstige hoogleraar drie jaar in de brugklas laten zitten bij een toekomstige caissière lijkt mij niet de beste oplossing".

Voer op alle scholen een driejarige brugklas in, zo luidt het vrij radicale advies van de Onderwijsraad aan het kabinet. Zo’n brede brugklas zou voor meer kansengelijkheid in het onderwijs zorgen. Nederlandse kinderen worden nu in groep acht van de basisschool al geselecteerd voor het vwo, de havo of het vmbo. Veel te vroeg, vindt de Onderwijsraad. Door leerlingen langer bij elkaar te laten zitten, krijgen bijvoorbeeld laatbloeiers en kinderen van laagopgeleide ouders een betere kans. Maar lang niet alle scholen en ouders zijn enthousiast. Kansengelijkheid in het onderwijs blijkt een taai onderwerp te zijn. Hoe komt dat? En is de driejarige brugklas een goed idee?

“School draait in eerste instantie om onderwijs, niet om het bewerkstelligen van gelijke kansen”, zegt Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. “We klagen nu over de kansenongelijkheid, maar het belang daarvan moeten we wel afwegen tegen andere zaken die nu missen in het Nederlandse onderwijs. Zo blijkt dat kinderen steeds slechter zijn in spellen en dat het analfabetisme in ons land toeneemt. Dat lijkt me een stuk zorgwekkender.”

Leren omgaan met verschillen

“Onderwijs heeft niet alleen de taak om mensen kennis bij te brengen, maar ook om hen tot goede burgers te maken”, reageert Marli Huijer, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit. “En daarbij hoort ook dat je leert met verschillende soorten mensen samen te leven. In de huidige tijd, waarin de kloof tussen mensen met een hoge en lage sociaaleconomische status groeit, is het des te belangrijker dat het onderwijs de kansenongelijkheid kleiner maakt. Het ideaal achter de brede brugklas juich ik dus zeker toe.

“Tegelijkertijd zegt mijn pragmatische kant: kijk uit dat deze goede bedoelingen in de praktijk niet anders uitpakken dan gehoopt. Het is een enorme ommezwaai als op alle scholen ineens een driejarige brugklas wordt ingevoerd. Het lijkt mij beter om er een leerproces van te maken: test eerst eens verschillende soorten brugklassen op een paar scholen en kijk wat daar goed en slecht werkt. Filosoof Karl Popper noemt dat ‘piecemeal engineering’: het stap voor stap ontwikkelen van datgene waar je naartoe wil.”

Onophoudelijke hervormingen

Ankersmit: “Ik heb niet zozeer problemen met de brede brugklas, maar met het idee dat het onderwijs continu hervormd dient te worden. Sinds de Mammoetwet van eind jaren zestig is men daar onophoudelijk mee bezig. In de jaren negentig bleek dat het Nederlandse onderwijs, ondanks al die hervormingen, keihard achteruitging. Op internationale ranglijsten bleven we maar zakken. Dat nam op gegeven moment zulke zorgwekkende vormen aan dat in 2007 de Commissie Dijsselbloem werd ingesteld, een parlementaire onderzoekscommissie over de onderwijsvernieuwingen in Nederland. En wat bleek? De kwaliteit kelderde niet ondanks, maar juist vanwege al die hervormingen. Hervormingen moeten beter worden doordacht, luidde het advies. Er werd ook een lijst opgesteld met zaken die mis waren gegaan. Zo werden problemen in het onderwijs niet goed geanalyseerd, werd politiek draagvlak belangrijker gevonden dan draagvlak in het onderwijs en ontbrak de wetenschappelijke onderbouwing van ‘het nieuwe leren’ grotendeels.

“Bij problemen oplossen hoort de eerste vraag te zijn: wat is er nu precies verkeerd gegaan, en hoe komt dat? Maar het lijkt alsof de Onderwijsraad nu alweer de Commissie Dijsselbloem vergeten is en niet wil leren van fouten uit het verleden.”

Stickertje

Huijer: “Kinderen krijgen nu anders wel erg vroeg een stickertje opgeplakt: jij bent een vwo’er, en jij niet. Het lijkt mij goed om het schoolniveau later pas vast te stellen, zodat jongeren zich langer kunnen ontwikkelen. Sommigen hebben langer de tijd nodig om te laten zien wat ze kunnen. Maar laten we ook niet vergeten dat het overgrote deel wél het juiste schooladvies krijgt.”

Ankersmit: “Als dit inderdaad een probleem blijkt, is het tijd voor stap twee: hoe ga je wat er mis is repareren? Een toekomstige hoogleraar drie jaar in de brugklas laten zitten bij een toekomstige caissière lijkt mij niet de beste oplossing. Je kunt ook zorgen dat de doorstroom naar hogere niveaus makkelijker wordt. Of dat het rendementsdenken uit het onderwijs verdwijnt. Want dat heeft ervoor gezorgd dat iedere school er bij de onderwijsinspectie zo goed mogelijk vanaf moet komen en zo min mogelijk ‘slechte’ leerlingen mag afleveren. Het gevolg: leerlingen worden soms lager ingedeeld dan ze werkelijk kunnen, zodat scholen hoge scores behouden. Dat heeft niet zozeer te maken met wat er in die brugklassen gebeurt, maar met onderadvisering vanuit de basisschool.”

Ressentiment

Huijer: “Hannah Arendt schrijft in The Origins of Totalitarianism dat naarmate de omstandigheden gelijker worden, ongelijkheden meer gaan opvallen en bovendien minder te verdragen zijn. Dat gevaar ligt ook op de loer bij een brede brugklas. Als je alle kinderen dezelfde kansen geeft, zijn de uitkomsten nog steeds ongelijk, want de een kan beter leren dan de ander. Dan gaan mensen al snel denken dat het om natuurlijke verschillen gaat, zelfs als dat onterecht is. De leerlingen die laag scoren kunnen denken: ‘Ik ben steeds de pineut, en dat moet wel aan mijzelf liggen.’ De beste leerlingen kunnen denken: ‘Die andere leerlingen zijn ook eigenlijk kneuzen, van nature’. Dat kan het ressentiment ten opzichte van elkaar groter maken.”

Ankersmit: “Over dit soort onbedoelde mogelijke gevolgen moet meer nagedacht worden. Vergeet ook onze vrijheid van onderwijs niet. Bij de invoering van een brede brugklas kunnen ontevreden rijke ouders private scholen gaan oprichten, wat het klassenonderscheid enkel versterkt.”

Huijer: “Ondanks dit soort gevaren moeten we wel blijven streven naar kansengelijkheid in het onderwijs. Alleen moeten we goed en rustig nadenken over op welke manier we dat gaan doen. Want alles gelijktrekken, dat doe je niet even. Het is een taaie klus, waar we al sinds de Franse Revolutie als samenleving mee bezig zijn. Dus laten we het niet onderschatten.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees hier eerdere afleveringen terug

Lees ook:

Brede brugklas? Overtuig de hoogopgeleide ouders maar eens. ‘Zij zijn het conservatiefst’

De driejarige brede brugklas? Scholen bedenken aantrekkelijke leerpaden om leerlingen te motiveren, maar overtuig de ouder maar eens. Rector Albert Wijnsma: ‘De progressiefste ouders maken de conservatiefste schoolkeuzes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden