BladenBas Roetman

Is alle aandacht voor de brandende hel gezond?

Een eeuwigdurende, ­bewuste fysieke en geestelijke kwelling, of een eeuwige scheiding van God. Kiest u maar, welke van de twee typeert uw idee van de hel het beste? Of bestaat de hel helemaal niet? Het christelijke opinieblad De Nieuwe Koers publiceerde begin deze maand in samenwerking met de website Weetwatjegelooft.nl het resultaat van hun onderzoek naar de hel. Wat is dat voor plek? Wie gaat er naartoe? Hoe vaak hoort u een preek over de hel of preekt u zelf over de hel?

De onderzoekers stelden deze vragen aan zo’n 1500 christenen in Nederland. Ruim een derde van de ondervraagden gelooft in het traditionele beeld van de hel, dat we ook wel kennen uit de schilderijen van Jeroen Bosch: een plaats waar zondaars tot in de eeuwigheid worden gemarteld, zowel geestelijk als fysiek. Voor een ander derde is de hel iets abstracter: er is geen marteling, maar wel een ‘eeuwige scheiding van God’. Vijf ­procent van de ondervraagden denkt dat de kwellingen alleen zijn weggelegd voor de meest fanatieke tegenstanders van God, terwijl de lichtere gevallen alleen van God worden gescheiden. Zo’n twaalf procent gelooft helemaal niet in de hel.

De opvallendste conclusie: steeds minder predikanten vinden de hel een belangrijk thema in het christelijk ­geloof. De onderzoekers vergeleken de resultaten met die van een eerder onderzoek naar de hel uit 2004, waarin dezelfde vragen werden gesteld. Vijftien jaar ­geleden vond de helft van de predikanten nog dat er in de kerken meer moest worden gesproken over de hel: dat is nu een kwart. In 2004 koos 45 procent van de predikanten nog voor de meest traditionele opvatting van de hel, tegenover 27 procent in 2020.

Wie denkt dat jongeren progressiever denken over hel en verdoemenis komt bedrogen uit. Uit het onderzoek blijkt dat jongeren juist een meer traditionele ­opvatting van de hel hebben in vergelijking met de ­oudere generatie, met name in behoudende kerken. “Het loslaten van de hel is rampzalig voor het christendom”, schrijft een twintiger. “Het maakt God tot een leugenaar en schopt een van de pijlers van het geloof omver.”

Is al die aandacht voor kwellingen na de dood eigenlijk wel gezond, vraagt predikant Willem Maarten ­Dekker zich af  in zijn analyse van de onderzoeksresultaten. De kerk moet vooral proberen om zich op het hier en nu te richten, en dat kan volgens hem prima zonder het idee van de brandende hel. “Als we niet eens de relevantie van het geloof voor het leven nú kunnen aangeven, moeten we helemaal niet proberen over de eeuwigheid te spreken. Daar trekt de goegemeente zich dan niets van aan – en terecht.”

In Volzin, een maandblad over religie en spiritualiteit, is geen aandacht voor eeuwige kwellingen. Integendeel zelfs. Het blad biedt een podium voor de ideeën van de Engelse schrijver T.S. Eliot, die zijn lezers aanspoorde om juist in het hier en nu betekenis te vinden. Preciezer nog: de eeuwigheid is niet iets voor na onze dood, vond Eliot, maar iets waarmee we nu in contact kunnen ­komen. “Soms worden ons kleine hints gegeven, onverwachte momenten in en buiten de tijd, als je opgaat in muziek bijvoorbeeld”, zo citeert schrijver Eric Corstius het boek ‘Vier kwartetten’ van Eliot. “Die kruis- of snijpunten van het eeuwige en het tijdelijke geven ons houvast. Eliot blijft hier trouw aan de lijn die hij als dichter vanaf het begin heeft gevolgd: het moderne, dagelijkse leven vormt het vertrekpunt. Wie daarbij aandachtig stilstaat, vindt schoonheid en betekenis.” Een klein stukje hemel, in het hier en nu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden