RecensieFilosofie

Intrigerend boek over ‘creatief vergeten’ niet altijd even toegankelijk

De kunst van het vergeten. Naar een filosofie van de vergankelijkheid
Stéphane Symons
Uitgeverij Vantilt, 192 blz., € 22,50
★★★☆☆

De auteur

Cultuurfilosoof Stéphane Symons (1981) is hoofddocent aan het Hoger­­ Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven.

Filosofische context

“In minder dan een generatie tijd zullen gedenktekens en musea stof vergaren – enkel bezocht door aficionado’s en familieleden, zoals de slagvelden van het westelijk front,” voorspelt Symons over de herdenking van de Tweede Wereldoorlog.

Vanaf de jaren zestig heeft het vakgebied memory studies geprobeerd om te komen tot een herinneringspraktijk van historisch geweld, zoals dat van de Tweede Wereldoorlog. Denkers in die traditie, zoals Paul Ricoeur en Andreas Huyssen, wilden het collectieve en individuele geheugen inzetten om de geschiedenis te ontdekken ‘als iets wat niet louter onafwendbaar is’.

Het geheugen gebruiken om historisch geweld zo nauwgezet mogelijk te bestuderen, om te voorkomen dat historisch geweld in het heden herhaald wordt – daar schuilt natuurlijk een paradox in. Bovendien is het geheugen niet het meest betrouwbare vehikel om greep te krijgen op het verglijden van de tijd. Het geheugen vertekent, is per definitie onvolledig.

Creatief vergeten

Hoe moeten we dan lessen trekken uit het verleden om te voorkomen dat historisch geweld zich herhaalt?

Misschien komt Nietzsches idee van ‘creatief vergeten’ hier van pas, oppert Symons. Het gegeven dat niets in de geschiedenis standhoudt, kan volgens Nietzsche een bron zijn van scheppende kracht: “de geschiedenis mag slechts een deel van het heden worden wanneer ze een nut heeft voor het leven.” Walter Benjamin werkte het idee van ‘creatief vergeten’ verder uit met zijn ‘totale nihilisme’, dat elke absolute waarheid afwees en de vergankelijkheid omarmde.

Creatief vergeten is niet hetzelfde als de band met het verleden rigoureus verbreken, duidt Symons, en het is ook geen onverschillig ‘vergeven en vergeten’, waarbij aan de beulen van weleer gratie wordt verleend. Misschien is het eerder een vorm van solidariteit met de slachtoffers, voor wie de herdenking van historisch geweld op den duur betekenisloos kan worden, of zelfs ondraaglijk.

Als voorbeeld geeft Symons het werk dat Primo Levi in Auschwitz schreef. Soms keek Levi in zijn schrijven weg van de gruwel, en richtte hij zijn blik op relatief alledaagse zaken of persoonlijke intellectuele fascinaties. In ‘Is dit een mens?’ beschreef hij bijvoorbeeld hoe hij vrijwillig een maaltijd zou hebben ingeruild voor een aantal regels van Dante. Levi wilde niet steeds hoeven denken aan het geweld. Een schrijver die zich fixeert op de gruwel loopt het risico dat hij of zij het geweld verabsoluteert en de schijn van onvermijdelijkheid geeft, zegt Symons.

Opvallende passage

“Door ook elementen te verwerken die haaks lijken te staan op het geweld van het concentratiekamp, legt (Levi) de vinger op wat essentieel is maar desalniettemin onuitgesproken blijft in veel boeken en films over pijn en leed: dat wie ons dat geweld toont, liever niet zou tonen wat hij ons toont.”

Reden om dit boek niet te lezen

‘De kunst van het vergeten’ is bestemd­­ voor de geoefende filosofielezer. Als antwoord op de afgetobde paradoxen van memory studies verkent Symons op zijn beurt allerlei paradoxale posities, die hij niet altijd op toegankelijke wijze uiteenzet.

Reden om dit boek wel te lezen

De besproken paradoxen roepen tal van intrigerende vragen op. Benjamin schreef bijvoorbeeld over de noodzaak van utopisch denken, maar ontkende tegelijkertijd de historische mogelijkheid van een utopie. Zo’n ideale wereld kon volgens Benjamin alleen bestaan in de ‘imaginaire ruimte’ van poëzie en literatuur. Raakt esthetiek daarmee niet te veel geïsoleerd van het reële? Of is zo’n isolement juist een randvoorwaarde voor een schrijver om het reële een ethische context te geven?

Prikkelend is ook de manier waarop Symons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog koppelt aan ‘creatief vergeten’. Elke vorm van vernietiging draagt een ‘creatieve kracht’ in zich, zoals in het werk van Primo Levi, en volgens Symons is het van moreel belang om die kracht te erkennen – zelfs om er een vorm van geluk aan te ontlenen. Een geluk dat, uiteraard, ten diepste vluchtig is.

Lees ook:

Waarom de herinnering aan Auschwitz steeds oppervlakkiger wordt.

‘Auschwitz’ is in de loop der jaren uitgegroeid tot een centraal onderdeel van de herinneringscultuur, als symbool van het grootst denkbare kwaad. Daarbij is te weinig aandacht voor de historische wortels van dat kwaad, vinden experts.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden