Online kerkdienst

Inloggen in het huis van God: Zijn onlinediensten de toekomst van de kerk?

Familie Feitsma in Niehove, lid van de christelijk-gereformeerde kerk in Groningen: Martin (52), Alize (52), David (16) en Esther (14).Beeld Reyer Boxem

Kerkdiensten worden online beter bezocht dan in de kerk, zo blijkt uit onderzoek van Trouw. Twee wetenschappers belichten de vraag wat kerken hiermee moeten.

Corona biedt hoogleraar praktische theologie Henk de Roest onverwachte kansen. Zijn zoon is ook dominee; die begon vorig jaar in het Zeeuwse Kapelle. Natuurlijk heeft de vader weleens een dienst van zijn zoon meegemaakt. Maar sinds corona doet hij dat elke week: stipt om tien uur zitten zijn vrouw en hij in Amersfoort achter de computer, en volgen zij de viering geleid door hun zoon, 150 kilometer verderop. De ouders hebben de paaskaars erbij aan en ze zingen mee. Geen koffie, zegt De Roest (60). “Nee, nee, dat doen we na afloop. Het voelt niet goed om tijdens de dienst koffie te drinken.”

Religiewetenschapper Ernst van den Hemel (38) is onderzoeker bij het Meertens Instituut. Ook hij kijkt wel-eens naar een dienst. Maar niet per se op zondag, en ook niet als gelovige. “Mijn blik is wetenschappelijk”, zegt hij. Ook hem biedt corona onverwachte kansen. Hij kan nu bestuderen hoe religie werkt als mensen niet meer bij elkaar kunnen komen. Afgelopen Pasen deed hij onderzoek naar een Paasfeest zonder uitvoeringen van de Matthäus Passion.

Hoe kijken beide wetenschappers aan tegen de resultaten van het Trouw-onderzoek naar de populariteit van onlinediensten? Uit deze enquête onder lokale kerken uit diverse richtingen bleek dat de vieringen online meer bezoekers trekken dan reguliere diensten. De diensten zijn korter en mensen missen de ontmoeting met anderen. Wat zegt deze trend over de kerk als gemeenschap? Zijn de onlinediensten een blijvertje in het religieuze repertoire, of moeten kerken er snel weer vanaf als de kerkdeuren weer opengaan?

Het onderzoek doet Henk de Roest, verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit, denken aan een dichtregel van Tom van Deel: ‘missen is echt het bewijs van zijn’. “Ik vind het heel opvallend dat mensen zeggen: ik had nooit gedacht dat ik de kerkdienst zo zou kunnen missen”, zegt De Roest vanuit zijn studeerkamer in Amersfoort. “Ook als mensen vinden dat de kerkdiensten online best kunnen, verbinden ze dat meteen met de notie dat die diensten wel een beperking hebben. Online kan de ontmoeting met andere gelovigen niet vervangen. Elkaar zien, samen delen in rouw en trouw, de ervaring een gemeenschap te zijn, dat missen mensen.”

In de Kruiskerk te Woerden vinden in verband met corona opnames plaats voor een onlinedienst. Beeld Aart Sliedrecht

De Roest noemt de onlinevieringen daarom onomwonden ‘tweede keus’, het heeft een ‘surrogaatkarakter’. “Ze hebben wel betekenis, maar je mist het echte.” Nou nou, dat hóeft niet zo te zijn, reageert Ernst van den Hemel vanuit zijn werkkamer in Amsterdam. Daarvoor verwijst hij naar zijn eigen onderzoek naar Pasen zonder Passie-uitvoeringen. Concertzalen en koren kwamen met alternatieven voor hun thuispubliek. Sommige adviseerden hun een cd van een eerdere, geslaagde uitvoering op te zetten. Andere organiseerden een meezingsessie, liefhebbers konden thuis een deel van de Matthäus inzingen voor een grote meezing-Matthäus.

Van den Hemel: “Dat is een wereld van verschil met een cd beluisteren. Dat is terug naar het verleden en je neerleggen bij het gevoel dat het niet meer hoeft als je niet samen, naast elkaar, kan luisteren. Het meezingen is een manier om toch iets samen te doen, iets samen te maken. Er is gekeken hoe er een nieuwe vorm gevonden kan worden voor de gemeenschappelijkheid.”

Van den Hemel ziet bij de onlinevieringen vanuit de kerk een vergelijkbaar soort zoektocht terug. “Als je simpelweg de microfoon bij de kerkdienst houdt, dan krijg je een slap aftreksel van de dienst. In elk geval moet er beeld bij, dat blijkt wel duidelijk uit dit onderzoek. Laten we hopen dat we dit ook na corona onthouden en dat de kerktelefoon moderniseert zodat minder validen en ouderen een betere ervaring krijgen van de kerkdienst op afstand.”

Als kerken echt meeveranderen, dan kunnen zij de gemeenschap toch ‘warm’ houden, zegt Van den Hemel. “Niet alles wat virtueel is, is alleen kil of afstandelijk. Het is niet per se minder intiem, maar het is wel een uitdaging om een manier te vinden dat de emotie ook digitaal gevoeld kan worden. De religieuze tradities zelf kunnen daarbij inspiratie bieden. De anglicaanse en katholieke kerken herontdekken bijvoorbeeld de ‘geestelijke communie’ waarbij de eucharistieviering virtueel bijgewoond kan worden en de gelovige in gebed vraagt of het sacrament geestelijk ontvangen mag worden. Daarmee wordt de gelovige actief betrokken.”

Ja, de ene onlinedienst is de andere niet – dat weet ook De Roest. Bij de vieringen van zijn zoon ziet hij hoe belangrijk het is dat er op een creatieve manier wordt ingespeeld op het gegeven dat mensen de viering thuis volgen en niet in de kerk. De jonge De Roest werkt nogal eens met YouTube-filmpjes, soms van een zandtekenaar. Elders wordt ook de reactiefunctie ingesteld, een hele andere manier van communiceren dan in de traditionele dienst gebruikelijk is.

Maar dan nog, zegt hoogleraar De Roest, meer dan een aanvulling kan de virtuele dienst niet zijn. Naast het gemis van andere mensen en gezamenlijke rituelen, geven mensen in het Trouw-onderzoek aan dat ze het kerkgebouw missen ‘als huis van God’. Zelf deed De Roest onderzoek naar de ervaringen met het sluiten van kerkgebouwen. Daaruit leerde hij onder meer dat naarmate de datum van sluiting nadert, de waarde meer wordt ontdekt. Dat is met de onlinevieringen ook het geval: “Het gaat om de beleving van het gebouw als gebouw. Het is een gebouw dat heiligheid ademt, verstilling. Het is de sfeer die mensen ook ervaren als ze op vakantie een kaarsje opsteken in een kerk. Die is thuis niet goed te vangen.”

Voor Van den Hemel is het een spannende vraag, hoe kerken maar vooral de bezoekers omgaan met die heiligheid, met die gewijde ruimte. Het lijkt hem goed de waarde daarvan niet te overdrijven. Hoe heilig het gebedshuis ook is, de aandacht kan bij een viering in de kerk toch verslappen. “Daar denken mensen toch ook gewoon aan de boodschappen die ze nog moeten doen, of wat ze zullen eten. Thuis kan je je misschien beter concentreren. Maar als de kinderen binnen komen rennen is de aandacht weg.”

In de Kruiskerk te Woerden vinden in verband met corona opnames plaats voor een onlinedienst. Beeld Aart Sliedrecht

Over wat er precies thuis gebeurt, over waarom en hoe mensen kijken, daarover gaat het onderzoek niet. De vragen zijn voorgelegd aan kerkbestuurders en voorgangers, niet aan de kerkgangers zelf. Daarom is theoloog De Roest ‘een beetje sceptisch’ over de toename van het bezoek dat zij melden. Als hij alleen al naar zichzelf kijkt: in Kapelle wordt hij geteld als een extra bezoeker, maar dat komt vooral doordat zijn eigen kerk pas half juni begint met onlinediensten. “Ik ben niet erg onder de indruk van die cijfers”, zegt hij. “Nood leert bidden. Dat is misschien waar. Misschien kijken sommige mensen wel die normaal nooit gaan. Dat kan, maar het kan ook zijn dat vaste kerkgangers meerdere vieringen op een dag volgen. Of later in de week nog eens kijken. We kennen de identiteit van de kijker thuis niet.”

Henk de Roest (60) studeerde in Leiden godsdienstfilosofie en theologie. Hij was predikant in de Protestantse Kerk in Holysloot-Ransdorp en Monnickendam. Hij promoveerde in 1998 op de socioloog Jürgen Habermas en diens betekenis voor de praktische theologie. Hij werkte aan de Universiteit Leiden en de Universiteit Utrecht. Nu is De Roest hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen. Hij publiceert met name over de kerk als gemeenschap.

Ernst van den Hemel (38) studeerde literatuur en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde in 2011 op de literair-politieke dimensies in het werk van Johannes Calvijn. Hij was docent aan de Universiteit Utrecht en werkte bij de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen en het Meertens instituut. Daaraan is hij nu verbonden als onderzoeker. Hij publiceert over religie, politiek, filosofie en kunst.

Vrijblijvendheid

Niettemin wil De Roest wel meedenken over het idee dat de onlinediensten een groter, niet-kerkelijk publiek bereiken. Zelf heeft hij onderzoek gedaan naar bezoekers van de Kerkennacht. Kerken organiseren dan evenementen voor mensen uit de buurt. Die studie onder bezoekers leerde hem wat ook uit ander onderzoek blijkt, namelijk dat mensen zich anno 2020 niet langdurig aan instituten en vaste gemeenschappen willen binden, maar dat zij wel af en toe eens willen aanhaken. “Dat kan je veel brengen”, leerde De Roest, “ook een intense religieuze ervaring.” Een onlinedienst heeft net als de Kerkennacht ‘een zekere vrijblijvendheid’: “Je hoeft je niet te verbinden met de geloofsgemeenschap, je kunt op afstand deelnemen en toch betrokken zijn. Die gemeenschap wordt door vaste kerkgangers enorm gemist, maar tegelijk kan die een uitsluitende werking hebben. ‘Ze kennen elkaar allemaal’, dat gevoel kan een drempel zijn. En mensen die zijn afgehaakt gaan ook niet zo makkelijk terug. Ze zijn bang dat ze in hun nekvel worden gegrepen: hé, daar ben je weer, je hoort er weer bij. Thuis inloggen op een dienst is dan wel een goed alternatief.”

“Met een muisklik ga je makkelijk de drempel over, die er bij de kerk wel ligt”, formuleert Van den Hemel hetzelfde fenomeen. Maar ook hij doet hier geen stellige uitspraken over: “Komt de populariteit door de laagdrempeligheid, of door de vraag naar zingeving in een crisis? Misschien is het beide.” Wel is er in de religiewetenschap het ‘breed gedragen gevoel’ dat religie op drift is geraakt, zegt Van den Hemel, en dat de beleving diverser en individueler is geworden. Daar sluit internet op aan: voor mensen die een bezoek aan een kerk te beperkt vinden, is de keuze nu veel groter.

Uit zijn Paas-onderzoek bleek ook dat ondanks de alternatieven, mensen niet dezelfde diepe ervaring hadden als voorgaande jaren, toen ze live de Matthäus meemaakten. “Corona herinnert ons eraan hoe gehecht mensen zijn aan gemeenschap”, zegt Van den Hemel. “Mijn pleidooi is dan ook niet dat alles virtueel moet. Maar ook uit dit onderzoek blijkt dat het kán, en dat mensen zich ertoe aangetrokken voelen. De tweede keus is een realiteit, daar moet de kerk dan maar wat op vinden. Dit is een wake-upcall.”

Ook De Roest denkt dat de online-uitzendingen wel zullen blijven. “Als aanvulling, niet als alternatief.” Hij gelooft er niks van dat kerkgangers voortaan het gemak van het thuis kijken verkiezen boven een kerkdienst in coronatijd waarvoor een plekje gereserveerd moet worden, op anderhalve meter afstand van elkaar en zonder zang en koffie. “Ik ben ervan overtuigd dat mensen wel terugkomen naar de kerk”, zegt hij. “Deze leegte wordt nu opgevuld, maar dat is een tweede keus. Mensen weten zich meer dan ooit aangewezen op de gemeenschap. Dat verlangen naar gemeenschap is er bij kerkgangers, maar die leeft veel breder. Mogelijk ontdekken mensen die niet zo vaak kwamen opnieuw de waarde van een echte dienst.”

Maandag is het Pinksteren, het feest van ­nieuwe geestkracht. Juist in de crisis hebben we die geestkracht ­nodig, zodat alle ­bruisende ideeën voor een betere wereld ­werkelijkheid worden, betogen predikanten Ad van Nieuwpoort en Joost Röselaers in een essay dat ze voor Trouw schreven

Lees ook:

Viering op afstand trekt mensen de kerk in

Veel kerken melden dat hun digitale viering meer kijkers trekt dan er voor de coronacrisis in de kerk zaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden