Ineke van Duyl-Tolsma: ‘Ik maak me niet meer druk om zaken die er niet toe doen’.

Zin in het alledaagseIneke van Duyl-Tolsma

Ineke van Duyl durfde haar mond niet meer open te doen, tot een oude baas tegen haar zei: ‘Je móét weer gaan praten’

Ineke van Duyl-Tolsma: ‘Ik maak me niet meer druk om zaken die er niet toe doen’.Beeld Jörgen Caris

Welk verhaal geeft uw leven zin? Trouw-lezers vertellen hun zingevingsverhaal. In deze aflevering: Ineke van Duyl-Tolsma (1965): ‘Als je niet meer durft te praten, zet dat je heel erg stil’.

“Ineke, ben jij christen? De vraag klonk nogal vijandig. Ik was naar een dorpje net buiten Leeuwarden gefietst om in de tuin te komen werken, met paarden aan de slag te gaan. Nog op de oprijlaan van de oude Friese stolpboerderij, bij het groentestalletje, stelde de vrouw van de advertentie zo’n vraag. Dit wordt een rottijd, dacht ik.

Toen ik op mijn 44ste de diagnose speekselklierkanker kreeg, was mijn eerste gedachte: dit was het dan. Bij de behandeling van de ziekte is mijn bovenkaak verwijderd. Er volgden acht weken bestraling, elke keer werd mijn hoofd vastgeschroefd op een plank. Aan het einde van die periode was mijn lichaam uitgeput, en had ik het gevoel gekregen aan de zijkant van de samenleving te staan.

In die tijd was ik lid van een geloofsgemeenschap, waarin ik veel steun had gevonden. Ik dacht dat binnen zo’n geloofsgemeenschap geen onrecht mocht bestaan, dat het daar niet kil mocht zijn, dat de mensen daarin altijd iets voor elkaar betekenen.

Jij zingt maar!

Toch leek het alsof er een glazen wand tussen mij en mijn omgeving was geplaatst. Dat kwam doordat ik niet meer kon praten. Ik oefende wel, eindeloos, met allerlei kurken in mijn mond. Maar in het openbaar durfde ik het niet meer. Ik speelde graag op mijn altfluit. Durfde ik niet meer. Ik zong ook niet meer, werd zelfs boos als ik mensen hoorde zingen: ja, jij zingt maar!

Als je niet meer durft te praten, zet dat je heel erg stil. Door de bestraling was ik deels doof geworden. Ik was creatief therapeut en werkte in een winkel voor kunstenaarsbenodigdheden, verf, kwasten, linnen. Ook daar durfde ik niet meer aan de slag te gaan. Ik had een aantal keer ervaren dat mensen onaardig tegen me deden omdat ze me niet begrepen.

Op een dag zei een oude baas uit onze kerk: ‘Ineke, jij móét weer gaan praten’. Dat maakte indruk. Alleen: hoe, waar? Nu, jaren later, denk ik: misschien was dat de reden dat ik naar die boerderij toe wilde, om het op een afgelegen plek uit te testen.

Die vraag deed ertoe

Een dierbare vriendin, en ervaringsdeskundige, zei op een dag: ‘Ineke, wat ga je nu doen?’ Doen? Vaak vroegen mensen wanneer ik weer de oude dacht te zijn. Een zinloze vraag. Na mijn ziekte bekeek ik de wereld met andere ogen, was ik een ander geworden. Mijn vriendin vroeg niet naar wanneer ik iets zou zíjn, maar wat ik ging dóen. Die vraag deed ertoe.

‘Laat me alsjeblieft een jaar in een tuin met paarden werken.’ Ik was zelf verbaasd over dat antwoord. ‘Waarom doe je dat niet?’ Ik werd boos, we kregen een clash. Wie zit er nou te wachten op een vrouw van 44 met dit soort wensen?

Twee weken later zag ik ergens een advertentie hangen van een boerin en paardenhoudster die hulp zocht voor op haar biologische boerderij. De advertentie was oud, maar het telefoonnummer klopte wel.

Niet veel later fietste ik naar haar toe. Nog voor ik Leeuwarden uit was, was ik al doodop. Mijn wilskracht won het, een uur later stond ik op de oprijlaan van de oude stolpboerderij. Toen: ‘Ineke, ben jij christen?’

Ik zette mijn fiets tegen het stalletje en samen liepen we naar de boerderij. Op de deel sprongen een paar honden tegen me op en verwisselde ik mijn schoenen voor een paar oude laarzen. We gingen aan het werk, veel werd er niet gepraat. Dat kwam pas later, nadat de manege was uitgemest, de paarden geborsteld en de slaplanten in de grond waren gepland. ‘Ik maak iedere middag soep’, zei ze, toen we met prei en tomaten richting de boerderij liepen.

Een prachtige kerkuil

Een jaar lang werkte ik een dag per week op de boerderij. De soep keerde wekelijks terug. Langzaam maakte haar wantrouwen plaats voor vertrouwen. We vertelden elkaar onze verhalen. Ik kreeg begrip voor een uitspraak die aan de muur hing, en die me tot dan toe gekwetst had: ‘Het enige dat ik tegen christenen heb, is dat het geen christenen zijn’.

Op mijn laatste werkdag liep ik vanuit de groentetuin met een mand tomaten naar de boerderij, toen ik ineens een hels kabaal hoorde: vijf kraaien joegen een kerkuil uit de nok van de oude boerderij. Ik wist niet wat ik zag, verrukt keek ik omhoog en zag de prachtige kerkuil neerstrijken op de tak van de oude, knoestige perenboom. Als aan de grond genageld keek ik naar die opgejaagde kerkuil. Ik wist: dit is niet het einde.

Korte tijd later verhuisde ik naar een plaats in de biblebelt, waar ik deel ging uitmaken van een geloofsgemeenschap met strenge regels. Als je daar niet aan voldeed, hoorde je er niet bij. Ik voelde me daar ongelukkig. Het zal toch niet werkelijk zo zijn dat mensen zich druk maken om de plek waar ze in de kerk zitten? Om de liederen die ze zingen? Of een vrouw zitting kan hebben in de kerkenraad? Ik stap uit die kerk, dacht ik. Maar dat was lastig, ik ben vrouw van een voorganger.

Toen ik me binnen die geloofsgemeenschap steeds meer buitengesloten voelde, en mij op een dag de mond gesnoerd werd, raakte ik verwond. Ik dacht aan die vrouw in Friesland, naar wie ik nooit was toegegaan als ik niet ziek was geworden. Ik heb nu veel van me af weten te schudden, dat was me zonder deze ontmoeting niet gelukt. Ik moest uit het nest gegooid worden, als die kerkuil. Maar die kerkuil ging zitten in een oude perenboom – dat is een symbool van vertrouwen. Wij vonden een nieuwe plek om te wonen en te werken.

Ik ben veranderd, wantrouwender geworden. Ik maak me niet meer druk om zaken die er niet toe doen, ook niet om zaken die de vrouw van een voorganger gewoon is te doen. Maar het geloof is voor mij een schat gebleven die ik met mij meedraag.”

Heeft u ook een zingevingsverhaal te vertellen en wilt u dat delen? Mail dan naar: zingeving@trouw.nl.

Zin in het alledaagse

In deze verhalenreeks vertellen Trouw-lezers hoe ze zin geven aan hun bestaan. Eerdere afleveringen uit de reeks zijn hier terug te lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden