Leefgemeenschap de Huijberg wil verbinding maken tussen klooster en samenleving,

LeefgemeenschappenOnderzoek

In woongroep De Huijberg leven ze vanuit de franciscaanse spiritualiteit, elk op hun eigen wijze

Leefgemeenschap de Huijberg wil verbinding maken tussen klooster en samenleving,Beeld Bram Petraeus

Ze noemen zich – soms in de verte – christen, en geven al zoekende een eigen vorm aan het christendom, los van hokjes en dogma’s. Wie zijn de bewoners van nieuwe christelijke leefgemeenschappen en wat delen zij? Vandaag de eerste aflevering van een serie: De Huijberg.

“Kom ’s luisteren”, roept Anja School (62) enthousiast. Ze zet de grelinette - een grote woelvork met vijf punten - in de aarde en trekt deze naar voren. “Je hóórt de grond zich openen.” En inderdaad. De wortels kraken, een grondlucht komt vrij, wormen haasten zich naar boven. “Het leuke is, het kost geen enkele moeite”, zegt School, die alweer een paar rijtjes verder is. “Dit moest m’n vader weten. Hij spitte zich in het zweet, maar dat hoeft helemaal niet.”

Marjan Bosch (57) kijkt genietend op van het poten van aardappel vitabella en legt uit dat dit alternatief voor spitten onderdeel is van de permacultuur, een ecologisch duurzame tuinontwerpmethode volgens de ethische principes: zorgen voor de aarde, zorgen voor de mens en delen van overvloed.

Aanwaai-tuinochtend

Dat zijn ook de uitgangspunten in leefgemeenschap De Huijberg in Huijbergen, waar Bosch met haar man Rob Knipping (61) en Marion Gieben (67) woont, vlak bij de Belgische grens. Concreet betekent dat zoveel mogelijk rust en bedekking van de bodem, en meerjarige planten. Bosch: “Met de woelvork laat je de bovenlaag van vijf centimeter intact en behoud je het kostbare evenwicht met bacteriën en schimmels.”

Op deze vaste aanwaai-tuinochtend op de woensdag werken de bewoners van De Huijberg en zes vrijwilligers in de tuin in opbouw, met kruidentuin, moestuin en labyrint. De twintig Broeders van Huijbergen van het klooster Ste. Marie boden dit stuk grond van vijftig bij zeventig meter, en een woonhuis, in 2019 aan in bruikleen. Broeders en woongroep leven vanuit de franciscaanse spiritualiteit, elk op hun eigen wijze.

“Buiten zijn geeft het leven zoveel meer kleur en betekenis, je voelt je vitaler.” Beeld Bram Petraeus
“Buiten zijn geeft het leven zoveel meer kleur en betekenis, je voelt je vitaler.”Beeld Bram Petraeus

De woongroep volgt haar eigen kloosterritme en komt sporadisch naar de vieringen. “We zijn niet op hun manier vroom, maar krijgen alle ruimte van hen”, zegt de van oorsprong protestantse Bosch. “God en Jezus zijn voor mij bijna te beladen woorden om zomaar in de mond te nemen, creëren afstand, maar er is een zielsverwantschap wat betreft het belang van het kloosterleven en onderliggende waarden als verbinding, zorg voor de schepping, gerechtigheid, vrede, barmhartigheid en ruimte voor verschillen.”

Een plek om wortel te schieten

Deze ochtend zijn er twee ‘meelevers’ die overwegen zich aan te sluiten bij de leefgemeenschap. Meelevers komen eerst een week, dan een maand, dan een halfjaar. School arriveerde eergisteren voor een maand, Joris Elschot (40) vertrekt eind deze week na een maand. “Ik heb al een innerlijke ja”, zegt Elschot lachend. Hij poot met Bosch de vitabella’s op 40 centimeter afstand. “Niet te ver van elkaar, om de bodem zoveel mogelijk te bedekken”, instrueert Bosch. Elschot woelt een gat in de aarde en duwt de aardappel erin. “Hier word ik het gelukkigst van. Ik werkte als webdesigner. De hele dag achter het scherm, op kantoor. Ik wilde naar buiten.”

Wat volgde waren opleidingen in kruiden- en natuurgeneeskunde en tot bewustzijnscoach en yogaleraar. “Het geeft het leven zoveel meer kleur en betekenis, je voelt je vitaler.” Na een rondrondreis langs ecologische gemeenschappen in Europa zoekt hij een plek om ‘wortel te schieten’. Zijn nieuwe vaardigheden wil hij vanuit de leefgemeenschap aanbieden. Elschot leeft nu bij familie en bezit niet meer dan een gitaar, fiets en ‘dingen in twaalf dozen’. De Huijberg vond hij via internet. Hij voelde meteen een klik. “Een fijne plek. Dezelfde golflengte, de gezamenlijke levensstijl, gelijkgestemden.”

Dankgedicht

De groep sluit de werkochtend af in een kring rond het bloemenperk met samenvattende woorden als: ‘ont-moeting’, ‘fysiek zwaar’ (Knipping moest bomen zagen) en ‘versnipperd’, voor de vrijwilliger die houtsnippers versjouwde. Gelach. Na het dankgedicht van vrijwilliger Ilonka - ‘Zaai met zachte hand, het hemelse geheim, vruchten van vrede’, - nemen de vrijwilligers afscheid en steekt de woongroep de straat over, voor een lunch in hun woonhuis, een oud-bestuurshuis van de congregatie.

Ilonka en Gieben hebben anderhalf uur groenten en kruiden gesneden voor een kleurrijke, veganistische tafel met schalen gierst, boekweit, pompoen, Russische bladkool, mergkool, tofu en een salade van winterpostelein, duizendblad, vogelmuur, madeliefjes en driekleurige viooltjes. Gieben is vandaag ‘de huismus’, degene die het huishouden runt, gasten opvangt, de dagelijkse buitenmeditatie leidt om 7.30 uur, en nu de maaltijd opent met gong: “Met dankbaarheid stilstaan bij de vrede op aarde en heelheid van de schepping.”

Op tafel staat een veganistische maaltijd Beeld Bram Petraeus
Op tafel staat een veganistische maaltijdBeeld Bram Petraeus

De drie bewoners leerden dit leven en werken onder meer in leefgemeenschap Stoutenburg maar dat werd verkocht. De Huijberg is in opbouw. Doel is mensen verbinden met de natuur, inkomsten komen uit gastenopvang en retraites, zoals met theoloog Trees van Montfoort van het boek ‘Groene Theologie’. Er is een schooltuinenproject met de aangrenzende basisschool en er komt een inspiratiewinkel met natuurlijke producten.

Een jaar na het ontstaan leeft de leefgemeenschap deels zelfvoorzienend. Wassen en douchen doen ze met weekwater van paardenkastanjes, rijk aan de zeepstof saponine. Dat leven dicht bij de natuur is wat School zo aanspreekt. “Ik ben katholiek opgevoed, stapte uit de kerk, was wars van de dogma’s, maar onderschrijf de christelijke waarden. Mij trekt hier het eenvoudige leven, de spiritualiteit en de verbondenheid met de aarde. Ik denk dat ik samen met anderen ten volle leef, meer tot bloei kom. Dagelijks aanwezig zijn, samen de dag beginnen, niet hoogstaand, heel puur. Je hoeft geen schreeuwend voorbeeld te zijn om iets uit te stralen.” Elschot herkent dat: “Het is hier een minisamenleving, een oase in de chaotische wereld.”

Grenzen stellen

De voormalig sociaal maatschappelijk werkster School woonde eerder in een leefgemeenschap in Schotland en wil deze maand ontdekken ‘of ik hier wil zijn’. “Ik vind het nog spannend er iets van te zeggen als er irritatie is. Dat doe ik niet zo makkelijk. Dat is de opdracht aan mezelf deze maand: eerlijk blijven.”

Het gesprek komt op de vraag hoe lastig én nodig het is grenzen aan te geven. Elschot knikt: “Het is belangrijk eerlijk te zeggen als je te moe bent iets te doen. In een gemeenschap spiegel je je aan elkaar, dat triggert van alles. Alles wat in jezelf onopgelost is, kom hier naar boven.” Ja, vult Bosch aan, “een gemeenschap is geen oplossing als je het naar vindt elke avond alleen te eten. Je moet niet meer worstelen met jezelf.” Gieben knikt: “Je bent nog heel vaak op jezelf, in het weekend is er geen structuur. Dat vond ik eerst best lastig.”

Bosch voelt zich gedragen door de spirituele basis, de momenten meditatie. “Steeds terug naar elkaar en de aarde, dat overstijgt alle gedoetjes.” De weinige gedoetjes hier gaan meestal over de rechten en plichten van gasten: meebetalen aan boodschappen en meedraaien in het huishouden. Knipping: “Er is iedere week overleg, een externe coach begeleidt ons geregeld een dagdeel. Het is dan belangrijk alles eerlijk op tafel te leggen.” School knikt en neemt het zich voor.

Na een stilte en ‘goede bekomst’ gaat niemand met lege handen naar de keuken en is het tijd voor afwas en voor siësta, tijd voor jezelf.

Nederland telt zo’n honderd christelijke leefgemeenschappen met ‘een hoger doel’. De laatste tien jaar kwamen er zeker twintig bij. Vaak als doorstart op bestaande hofjes en kloosters, gericht op duurzaam leven en met een van deze vormen van gastvrijheid: permanente hulpverlening, gastenopvang voor wie op adem wil komen of buurtactiviteiten.

Wijkverpleegkundige en medeoprichter van de Dorothy-gemeenschap Anna Veelen-Blomgren (32) en predikant en leefgroepcoach Rosaliene Israël (43) wonen al jaren in christelijke woongroepen en onderzoeken dit fenomeen, Veelen voor de Vereniging Religieuze Leefgemeenschappen, Israël als promotieonderzoek bij de Protestantse Theologische Universiteit.

De eerste woongroepgolf in Nederland ontstond in de jaren zestig, na het Tweede Vaticaanse Concilie, met communes, vaak met oud-kloosterlingen. De tweede golf in de jaren tachtig was onder evangelisch protestanten, zoals Stichting Timon voor begeleid wonen. De huidige toename is een uitloper van de derde golf eind jaren negentig, geïnspireerd door de beweging New Monasticism van Shane Claiborne. “Dit trekt in Nederland wat oudere millennials met een protestantse achtergrond die hun geloof serieus nemen en zoeken naar nieuwe dagelijkse geloofsvormen”, merken de onderzoekers. “De positie van de kerk is niet meer vanzelfsprekend en gecombineerd met maatschappelijke uitdagingen rond klimaat en vluchtelingen ontstaat de behoefte aan alternatieve woongemeenschappen.

“Die behoefte aan een nieuwe gemeenschap heeft iets paradoxaals”, weet Veelen uit ervaring. “Mijn generatie verlangt naar samenleven, ergens bij horen. Tegelijk zijn we zo door het individualisme beïnvloed dat we dat wel op onze manier willen doen.”

De meeste discussies ontstaan rond werving en selectie van bewoners, leiderschap, financiën, relaties en opvoeding, ziet Israël als begeleider. “Door alles heen speelt hoe je je eigen ruimte behoudt binnen de groep.” Een goede structuur en begeleiding zijn daarbij essentieel.

Door de behoefte en het besluit van protestantse diaconieën en kerken vastgoed hiervoor in te zetten, groeide het aantal christelijke woongroepen, vooral in Amsterdam. Locatietekort belemmert de groei, op buitenkansjes na zoals in De Huijberg. Israël: “Dit is niet meer voor een paar gekke, idealistische types. Hier wordt geprobeerd te leven naar voorbeeld van Jezus, een vorm waar kerken qua locatiebestemming serieus rekening mee mogen houden.”

In de verhalenserie Nieuw Christendom gaat journalist en religiewetenschapper Pauline Weseman op zoek naar uitingen van een christendom buiten de gebaande wegen. Parallel aan deze serie verschijnen in magazine ‘Volzin’ interviews met voortrekkers van deze beweging.

Lees ook:

‘Kerk zijn is naar elkaar omzien’

Ze noemen zich – soms in de verte – christen, en geven al zoekende een eigen interpretatie en vorm aan het christendom. Buiten de gebaande paden, los van hokjes en dogma’s. Wie zijn ze en wat delen zij? In een eerdere aflevering in deze serie: duurzame diaconie van Stichting Hart voor Zwolle.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden