Drugsverslaafden en hun begeleiders van het Drugspastoraat Amsterdam vertrekken met de bus naar Lourdes.

Reportage Lourdes

In Lourdes is het leven anders, vinden Amsterdamse (ex)verslaafden

Drugsverslaafden en hun begeleiders van het Drugspastoraat Amsterdam vertrekken met de bus naar Lourdes. Beeld Patrick Post

Elk jaar gaat een groep (ex)verslaafden op reis naar Lourdes. De een wordt er helemaal devoot van, de ander vindt het maar ongemakkelijk. Weer een ander zegt na een bezoek aan het bronnenbad: ‘Ik voelde me zo licht.’

Het is zijn eerste vakantie ooit. Raoul Ajoeb (49) zit op een bankje in de zon, op een bosrijke berg boven Lourdes. Iets verderop roken de andere Amsterdammers van het Drugspastoraat een sigaretje, onder de overkapping van het slaapgebouwtje.

Toen Ajoeb als negentienjarige begon aan zijn opleiding tot stratenmaker, begon hij jointjes te roken met zijn vrienden. Al snel kwam er een beetje cocaïne bij. “Het blowen werd bijzaak, de cocaïne werd het hoofdgerecht. In een fietsbox in de Bijlmer gingen we dan roken, tot ’s avonds laat.” Na de eerste spuit heroïne begon een jarenlange strijd. “Ik ben helemaal naar beneden gezakt. Ik begon te liegen en te bedriegen, ik heb mijn familie zoveel pijn gedaan.”

Hij belandde in de gevangenis, en bracht jaren door in allerlei afkickklinieken. Na tientallen pogingen lukte het hem uiteindelijk toch om het roer om te gooien. “Ik hoorde de stemmen in mijn oren van alle mensen die me advies hebben gegeven, het was als een filmpje dat werd gedraaid. Ik moest de wereld verlaten die ik kende en afstand nemen van drugsvrienden en familieleden die ook aan de drugs zaten.”

Geestelijke hulp

Het is alweer de negentiende keer dat het Drugspastoraat naar Lourdes gaat, dit keer met een groep van ongeveer dertig mensen. Het Drugspastoraat werd in de jaren zeventig opgericht en biedt geestelijke hulp aan mensen die door een verslaving in hun leven zijn vastgelopen. Verslaafden kunnen langskomen voor een kopje koffie en een gesprek, en wekelijks is er een kerkdienst.

“Door ze mee op reis te nemen willen we de verslaafden even uit hun lethargische levens halen”, zegt de 54-jarige pastor Zwanine Siedenburg, die samen met haar collega-pastores de reis in goede banen leidt. “We laten zien dat het leven niet alleen bestaat uit inloophuizen, drugs scoren en slapen in een portiekje.” Siedenburg is nog niet zo lang verbonden met het Drugspastoraat, maar ze heeft een sterke band met de groep. “Ik zie iedereen die mee is echt als mijn familie.”

Ajoeb gebruikt al zeventien jaar geen heroïne meer, en zes jaar geen cocaïne. “Ik ben de Almachtige dankbaar dat ik er uit ben gekomen en dat Hij me de kracht heeft gegeven om door te gaan en telkens weer op te staan.” Die Almachtige, dat is voor Ajoeb de christelijke God. Hoewel hij als moslim werd opgevoed, heeft hij de islam helemaal achter zich gelaten. “Ik heb altijd een Jezusbeeldje in huis gehad. Zijn verhaal raakt me enorm.”

De groep van het Amsterdamse Drugspastoraat bij het slaapgebouw in Lourdes. Beeld Mara Fabris

De baden van Lourdes

Net als veel van zijn medereizigers brengt Ajoeb een bezoek aan de baden van Lourdes, vlak achter de grot waar herderin Bernadette Soubirous in 1868 Maria zou hebben gezien. Lourdesgangers laten zich onderdompelen in het water van de bron, dat geneeskrachtig zou zijn. “Ik heb eerst gebeden om vergeving voor de dingen die ik heb gedaan en gevraagd of God me bij wilde staan. Toen ik werd ondergedompeld kreeg ik een schok: het voelde alsof er iets uit me ging. Ik denk de duivel. Ik voelde me daarna zo licht!”

Deborah Pieroelie (54) was al naar de baden gegaan, maar wil nog een keer, zegt ze in de rij voor het eten. “Ik wil het nu echt beleven. De eerste keer was ik er niet helemaal met mijn hoofd bij.” Hongerig staan de Amsterdammers te wachten tot ze hun avondmaal krijgen opgeschept: een stuk vlees, groente, wat pasta, een yoghurtje, met een glaasje wijn. Le Christ c’est le pain, staat er met grote letters op de houten balken boven de eetzaal.

Bij het ochtendgloren baant Pieroelie zich een weg langs de honderden gelovigen die de eerste mis van de dag bijwonen, buiten, bij de ingang van de grot. Door de speakers schalt de trage melodie van het ‘Ave Maria’. Er heerst een serene rust, de rivier Gave kabbelt zachtjes voorbij.

Stralend komt Pieroelie een uurtje later het bad uit. “Ik was helemaal in trance door de spreuken van de vrouw naast mij, die maar bleef herhalen: ‘Ave Maria, madre di Dio …’ Het bleef zo mooi klein. Ik werd er helemaal devoot van.” Om bij te komen strijkt Pieroelie neer op een terrasje, dat aan alle kanten wordt omringd door souvenirwinkels.

Avondprocessie

Pieroelie was psychiatrisch patiënt en slikte veel medicijnen. Dat is nu voorbij, maar ze gebruikt nog wel veel cannabis. “Men begreep mij niet. De jeugdzorg wilde mijn kind afnemen, en ik moest de prikpil nemen zodat ik niet meer zwanger kon worden.” Pieroelie groeide op in een gelovig gezin, haar ouders waren zevendedags­adventisten. “Ik haal troost uit de bijbelverhalen, en uit de herinneringen: over hoe ik vroeger met mijn ouders in de kerk zat, en de boswandelingen die we maakten na de dienst.”

Ze was ook bij de dagelijkse avondprocessie, waarbij een lange stoet gelovigen bij kaarslicht langs de grot van Bernadette trekt. De processie maakte veel indruk op de groep. Twee onafscheidelijke broers, bonken van kerels, pakten tijdens de processie elkaars hand en lieten die niet meer los.

“Dat hocuspocusgedoe, met die priester en de kaarsen, daar heb ik niets mee”, zegt Pieroelie. “Dat vind ik echt massahysterie.” Maar toch: na het baden zegt ze dat de aangezichtsspierpijn waarmee ze al jaren kampt, is verdwenen. Met God heeft dat volgens haar niets te maken. “De genezende kracht heeft waarschijnlijk een wetenschappelijke basis, iets met fosfor en calcium.”

Hekel aan Lourdes

Hans van der Meer (61) durft het bijna niet te zeggen, maar eigenlijk heeft hij een hekel aan Lourdes. Hij zit op een bankje aan de zijkant van het grote kerkplein. “Ik voel me hier heel ongemakkelijk, helemaal bij die processie. En als ze dan ook nog gaan zingen, dan moet ik echt wegwezen.”

“Ik zie deze reis vooral als een snoepreisje”, vertelt hij. “En ik kan mijn irritatie goed opzij zetten hoor.” Van der Meer is van oorsprong timmerman. Hij worstelt al jaren met alcoholisme, en hij woont in een begeleide woning. Maar hij wil graag verhuizen, want zijn kinderen komen er niet graag. Trots laat hij een foto van zijn zoon en dochter zien. “Mooi hè?”

Die avond komen slingers, hoedjes en verkleedkleren tevoorschijn voor de bonte avond. Een van de Amsterdammers, een boomlange Ajaxfan, zingt het lied ‘Aan de Amsterdamse grachten’. Zachtjes wiegen de hoofden mee. Dan pakt een vrouw de gitaar. Ze zingt met een warme stem de jazzklassieker ‘Summertime’ van George Gershwin. De vorige avond zat ze nog in de politiecel, wegens openbare dronkenschap.

Bij Siedenburg biggelt een traan over haar wang. De zangeres is geen gemakkelijke vrouw, vertelt de pastor. “Ze heeft een moeilijk leven gehad. Toen we gisteravond de moeite namen om haar met zijn vieren op te halen uit de cel was ze verrast. In de harde werkelijkheid waarin zij leeft gebeurt zoiets niet.”

Deelnemers van de groep steken kaarsen aan in een kerk van Lourdes. Beeld Mara Fabris

Uitstappen

‘Lourdes-Mokum, Blessed by Bernadette’, staat er in koeieletters op het krijtbord dat aan de zijkant van de bus is bevestigd. De bus zucht onder het gewicht van de jerrycans vol Lourdeswater, de terugreis gaat beginnen. Eenmaal op weg eisen de achttien uur lange tocht en de volle week hun tol op de Amsterdammers. Er ontstaan irritaties, op de achterbank gaat een fles wijn stuk.

“In Lourdes heb ik gemerkt dat ik ook zonder mijn cannabis kan”, concludeert Pieroelie. “Een van de jongens zei tegen me dat hij bij thuiskomst direct weer zijn crackpijp gaat gebruiken. Dan zeg ik: waarom wil je dat dan? Je hebt nu toch ervaren dat je ook een week zonder kunt?”

Midden in de nacht besluit een van de reisgenoten, een dakloze, dat hij niet meer naar Nederland wil. Hij stapt uit bij een Frans tankstation. Iedereen probeert hem ervan te overtuigen dat dit geen goed idee is, maar hij wil van niets weten. “Het zijn volwassen mensen, wij kunnen ze niet dwingen om te blijven”, zegt Siedenburg als de bus weer is doorgereden. “Dit laat alleen maar zien hoe groot het daklozenprobleem in Amsterdam is.”

Bij aankomst pakken de Amsterdammers snel hun tassen uit de bus. Het afscheid is kort, maar intens. Ook Raoul Ajoeb gaat weer naar huis. Hij hoopt dat hij het positieve gevoel van zijn eerste vakantie kan vasthouden. “Ik heb zoveel liefde gevoeld, en begrip. Ik ben ontzettend dankbaar dat God me deze reis heeft geschonken.”

Lees ook:

De Lourdes-express heeft zijn tijd nu gehad

Er komt een einde aan de treinbedevaarten vanuit Nederland naar Lourdes: zondag vertrekt de allerlaatste. Het wordt te druk op het spoor en steeds meer pelgrims kiezen voor de bus en het vliegtuig. Trouw reisde mee met de een na laatste nachttrein naar het Zuid-Franse bedevaartsoord.

Na het heilige water volgt een slok bier

„Zou het toen ook zo lang geduurd hebben? Wij hebben er een uur over gedaan”, zegt Rob van Unen. Samen met 24 andere daklozen en drugsverslaafden liep hij gisteren De kruisweg bij ’Het Putje’ in Heiloo. „Het is de zesde keer dat we dit op Goede Vrijdag doen”, vertelt pastor Gerson Gilhuis van het Drugspastoraat Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden