Serie Kerkenonderzoek

In Halfweg is de kerk maar half weg

Onze Lieve Vrouw Geboortekerk in Halfweg Beeld Lars van den Brink

Dankzij de hulp van het Cuypersgenootschap zijn honderden gebouwen uit de vorige twee eeuwen aan­gewezen als monument, waaronder ook veel kerken. Soms tot ergernis van kerkbesturen. 

In 2009 vierden de parochianen van de rooms-katholieke Onze Lieve Vrouw Geboortekerk in het Noord-Hollandse dorp Halfweg feest. Hun kerkgebouw bestond tachtig jaar. Een mijlpaal, die ook gelegenheid bood na te denken over de toekomst. Met zeshonderd zitplaatsen was de kerk veel te groot voor het krimpende aantal gelovigen en het gebouw verkeerde ook nog eens in slechte staat. Hoe verder?

Een van de opties: een andere bestemming voor de kerk vinden. Of: slopen en de grond voor veel geld verkopen. Uiteindelijk kwam het kerkbestuur met een origineel plan: de kerk moest voor de helft tegen de vlakte, de andere helft zou haar kerkelijke functie behouden. De vrijgekomen grond zou worden verkocht en beschikbaar worden gesteld voor woningbouw. Gé Nibbering was de projectleider van de verbouwing. Het was de minst kwade oplossing, legt hij uit. “Het grote voordeel was dat we op deze manier het historische karakter van het pand konden behouden. De kerktoren en de pastorie konden ook blijven staan. Zo konden we de parochie zo veel mogelijk continuïteit voor de lange termijn bieden.”

Het strijdtoneel

Maar niet iedereen was enthousiast over de oplossing van het kerkbestuur. Al in 2010, toen bekend werd dat het voortbestaan van de Onze Lieve Vrouw Geboortekerk op het spel stond, betrad het Cuypersgenootschap het strijdtoneel. Het Cuypersgenootschap is een vereniging die in 1984 werd opgericht en is vernoemd naar Pierre Cuypers, de architect van onder andere het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam. De vereniging, met ruim driehonderd leden, zet zich in voor behoud van waardevolle architectuur uit de negentiende eeuw en twintigste eeuw. Op dit moment ligt de focus van het Cuypersgenootschap op het beschermen van naoorlogse architectuur. In de afgelopen decennia heeft het genootschap honderden gebouwen van de ondergang gered: ongeveer de helft van die gebouwen zijn kerken.

Het Cuypersgenootschap wilde de Onze Lieve Vrouw Geboortekerk graag in zijn geheel behouden, want het pand uit 1929 is een voorbeeld van het zeldzame ‘baksteenexpressionisme’, een onderdeel van de Amsterdamse School. Daarom zette het Cuypers­genootschap zijn belangrijkste wapen in: de aanvraag van een gemeentelijke monumentenstatus voor de kerk. Want als een kerk eenmaal monument is, is sloop veel moeilijker geworden.

Naar de rechter

De beslissing over die monumentenstatus voor de kerk in Halfweg liet jaren op zich wachten, zegt Leo Dubbelaar, secretaris van het Cuypersgenootschap. Dubbelaar zet zich al sinds zijn jeugd met hart en ziel in voor behoud van erfgoed, eerst als lid van erfgoedvereniging Heemschut, en daarna bij het Cuypersgenootschap. “De gemeentelijke monumentencommissie wilde het pand een monumentenstatus geven, maar het gemeentebestuur heeft de boel ontzettend vertraagd”, zegt Dubbelaar. 

Na jarenlang overleg stapte het Cuypersgenootschap in 2016 zelfs naar de rechter, maar toen bleek dat de strijd niet te winnen viel, trok de vereniging zich terug. De monumentenstatus kwam er niet. Heel jammer, vindt Dubbelaar. “De kerk was in zijn volledige staat een heel belangrijk gebouw. Door de verbouwing is de waarde flink aangetast. Het gebouw had veel beter een andere functie kunnen krijgen, bijvoorbeeld een gedeeltelijke verbouwing tot appartementen.”

Zwarte bladzijde

Projectleider Nibbering vindt dat het kerkbestuur de kwestie goed heeft opgelost. “Wij zijn geen commercieel bedrijf, we hebben zeker oog voor de historische en architectonische waarde van het gebouw. Daarom hebben we het Cuypersgenootschap er ook actief bij betrokken. Maar helaas konden we hun ultieme wens, het volledig behoud van de kerk, niet inwilligen. Dat was financieel niet haalbaar.”

Het gebeurt vaker dat een gebouw ondanks de inspanningen van het Cuypersgenootschap alsnog gesloopt of verbouwd wordt. Het absolute dieptepunt vond plaats in 2015, met de sloop van het Sankt Ludwigcollege in Vlodrop. “Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het Nederlands erfgoed”, vindt Dubbelaar. Midden in de bossen bij het Limburgse Vlodrop, vlak bij de Duitse grens, stonden sinds 1909 een gigantisch klooster en jongensinternaat van 9000 vierkante meter.

Het neogotische complex werd gebouwd en gerund door franciscaner monniken uit Duitsland. Duizenden Duitse jongens gingen in Sankt Ludwig naar school, tot de sluiting in 1979. Tien jaar lang stond het gebouw daarna leeg, tot het werd verkocht aan Maharishi Mahesh Yogi, een spirituele leermeester en grondlegger van de transcendente meditatie, die het als meditatiecentrum inrichtte. In 2000 besloot zijn ­beweging het klooster te slopen, omdat het onderhoud te duur was en omdat het niet voldeed aan de spirituele richtlijnen.

Kogel door de kerk

Het klooster was eind jaren negentig op aandringen van het Cuypersgenootschap tot rijksmonument verklaard, dus het gebouw mocht niet zomaar tegen de vlakte. Zo begon een jarenlange twist tussen de Maharishi-beweging, de gemeente Roerdalen, een burgercomité uit Vlodrop en het Cuypersgenootschap. Na achttien jaar juridische strijd ging in 2014 de kogel door de kerk: het klooster mocht definitief worden gesloopt. In 2015 verdween Sankt Ludwig van de aardbodem. Leo Dubbelaar verwijt de gemeente Roerdalen dat ze nalatig is geweest. “De gemeente is te veel uitgegaan van economische motieven, zonder oog te hebben voor de architectonische waarde van het pand.”

Het Cuypersgenootschap behaalt ook successen. Vorig jaar boekte het genootschap een grote overwinning toen het wist te voorkomen dat de rooms-katholieke Christus Koningkerk in de wijk Vrieheide in Heerlen werd gesloopt. Dat geeft een voldaan gevoel, zegt secretaris Dubbelaar: “Als wij er niet waren geweest, stond de kerk er nu niet meer. Daar zijn we heel trots op.” De acties van het Cuypersgenootschap zijn soms tegen het zere been van kerkbesturen die hun kerk willen slopen om de grond voor veel geld te kunnen verkopen. Als een kerkgebouw eenmaal een monumentenstatus heeft, wordt sloop een stuk moeilijker.

Betonrot

Zo ging het ook in Heerlen. Een paar jaar nadat de Christus Koningkerk in 2004 haar deuren moest sluiten wegens teruglopend kerkbezoek, wilde het kerkbestuur het gebouw slopen. Die beslissing was uit noodzaak geboren, zegt Gusta van Gessel, kerkbestuurslid in de samenwerkende parochies Heerlen-Noord. “De kerk was in slechte staat, overal zat betonrot. We hadden eigenlijk geen keus.”

Aanvankelijk leek het erop dat sloop gemakkelijk zou gaan, de gemeente gaf al snel een sloopvergunning af. Maar toen vroeg het Cuypersgenootschap een gemeentelijke monumentenstatus aan; het wilde de witte, kubusvormige uit 1965 graag behouden, omdat het een typisch voorbeeld is van de architectuur uit de wederopbouwperiode.

De monumentenstatus kwam er, maar het parochiebestuur liet het er niet bij zitten. Er volgde een rechtszaak, waarbij de monumentenstatus uiteindelijk weer werd ingetrokken. “We zaten enorm met die kerk in onze maag”, zegt Van Gessel. “De kerk stond al die tijd leeg en raakte steeds meer in verval. Elke week was er wel weer een incident: er was vandalisme, er werd ingebroken en jongeren stookten vuurtjes in de kerk. Dat was ook voor de buurt niet om aan te zien.”

Uiteindelijk liep het allemaal met een sisser af: de Christus Koningkerk is in 2016 aangewezen als rijksmonument en het gebouw is aangekocht door de gemeente Heerlen. De kerk krijgt een nieuwe bestemming als regionaal archief. Ondanks alles is Van Gessel daar heel blij mee. “Het is heel mooi dat de kerk toch bewaard is gebleven, daar wil ik niet vervelend over doen. Het Cuypersgenootschap heeft zijn werk goed gedaan. Maar het heeft allemaal wel heel lang geduurd, het was een moeilijk proces.”

Kerkenonderzoek

Trouw deed uitgebreid onderzoek naar de herbestemming van kerken in Nederland. Daaruit blijkt dat van de bijna 6900 kerken die Nederland rijk is, er een kleine 1400 een andere bestemming hebben gekregen. Die bestemmingen variëren flink: van theater tot trampolinepark tot expositieruimte tot woonhuis. Niet elke kerk die dichtgaat, krijgt een andere bestemming. Van de kerken die tussen 1800 en 1970 zijn gebouwd, zijn er zo’n 2000 gesloopt. Lees alles over het kerkenonderzoek van Trouw op https://www.trouw.nl/dossier/kerkenonderzoek

Kent u geslaagde of juist mislukte voorbeelden van herbestemde kerken? Bent u zelf bij de herbestemming van een kerk betrokken (geweest)? Heeft u andere tips? Meld het ons op kerkenonderzoek@trouw.nl.

Lees ook:
Niemand zit te wachten op een lege kerk. Maar herbestemming is ingewikkeld
Een op de vijf kerken in Nederland is geen kerk meer, en de verwachting is dat dat aandeel nog flink gaat groeien. Alhoewel het tempo van kerksluitingen veel lager is dan werd voorspeld. Kerken zijn creatiever geworden. 

Zo één-op-één is het verband tussen kerksluiting en ontkerkelijking niet
Kerksluiting komt door ontkerkelijking, toch? Nou, zo direct is dat verband niet te leggen, blijkt uit het kerkenonderzoek van Trouw. Er spelen veel meer factoren een rol. Of een kerk rooms-katholiek of protestants is, bijvoorbeeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden