'In Europa heerst de angst om achterop te raken'

Dominique Moïsi Beeld RV

Hoe moet het verder met Europa? Wat houdt dit continent nog bij elkaar? De Brexit, de vluchtelingencrisis, de zege van nationalistische partijen in Hongarije en Polen: alles duidt op een diepe crisis. Hoe zijn we daar gekomen en hoe komen we er weer uit? 

Om het debat daarover aan te zwengelen zijn in Den Haag op de geboortedag van Spinoza, 24 november, twee filosofen – een dode én een levende - geëerd met de Spinozalens – een internationale prijs voor iemand die zich ‘verdienstelijk heeft gemaakt op het vlak van het denken over de grondslagen van de ethiek’. De levende denker is de Franse-Joodse politicoloog Dominique Moïsi (1947), de dode denker de Tsjech Jan Patočka. Hij leefde van 1907 tot 1977. Een lesbrief voor onderwijs moet Patočka’s ideeën onder jongeren verspreiden. Moïsi komt het Spinozabeeldje en 10.000 euro volgend jaar in ontvangst nemen. Beide denkers bieden volgens de jury een uitweg uit de problemen waar Europa mee kampt.

Met Jan Patočka (1907-1977) is Nederland op een bijzondere manier verbonden. In 1977 kreeg de Tsjechische filosoof bezoek van Max van der Stoel, de toenmalige minister van buitenlandse zaken – illegaal, want Patočka was dé inspirator en oprichter van de verzetsbeweging Charta 77. De latere president en medeoprichter Václav Havel zag hem als zijn leermeester. Kort na Van der Stoels’ bezoek werd Patočka opgepakt en elf uur lang verhoord door de geheime dienst. Dat moest de 70-jarige filosoof drie dagen later, op 13 maart 1977, bekopen met een beroerte. Tijdens zijn leven was hij uitgegroeid tot één van de belangrijkste filosofen van Centraal Europa – maar omdat hij altijd had geweigerd lid te worden van de communistisch partij, werd hij door het Tsjechisch-Slowaakse regime voortdurend getreiterd.

De Socrates van Praag 

Jan Patočka wordt wel ‘de Socrates van Praag’ genoemd, en dat is niet voor niets, verheldert filosoof en kenner Darian Meacham. Jan Patočka, die studeerde bij grote fenomenologen als Husserl en Heidegger, gaf die stroming een ethisch-poltiek gezicht. Dat we zijn ‘geworpen’ zijn in onze ‘leefwereld’, betekent dat we daar verantwoordelijkheid voor zijn. Zoals Socrates weigerde Athene te verlaten, zelfs toen hij veroordeeld werd tot de gifbeker, heeft Patočka altijd geweigerd weg te gaan uit Praag “Twee keer kreeg hij de kans in Duitsland te blijven”, vertelt Meacham, “maar twee keer ging hij terug naar Praag. Ergens anders zou hij niet de dissident kunnen zijn. Het laatste wat hij ambieerde was een taak als free-floating intellectueel.” Gedurende de korte periode van vrijheid die volgde op de Praagse Lente, kreeg Patočka een aanstelling als hoogleraar. In 1972, een paar jaar nadat de Russen de opstand hadden neergeslagen, werd hij met vervroegd pensioen gestuurd. Patočka bleef huiskamercolleges geven en richtte met Václav Havel en Jiri Hájek Charta 77 op. Dát hij zich niet liet demotiveren, maakt hem voor deze tijd zo actueel, denkt Meacham, die een laudatio voor hem uitsprak. “Patočka probeerde een uitweg te vinden uit betekenisloosheid en politieke machteloosheid”.

Maar hoe kan Europa zichzelf dan zien? Op die vraag heeft de levende denker Dominique Moïsi een antwoord. “Bij het zoeken naar denkers die iets te zeggen hebben over Europa, viel al snel zijn naam,” vertelt jurylid Thijs Lijster. Allereerst omdat de Franse-joodse denker een brug slaat naar het grote publiek – een voorwaarde voor laureaten van deze prijs. Zo publiceert Moïsi als specialist internationale betrekkingen, regelmatig in kranten als de New York Times, die Welt, Foreign Affairs. Dat hij zich niet afsluit voor de moderne wereld blijkt ook uit zijn recente onderzoek naar de ‘geopolitiek’ van populaire series als ‘Game of Thrones’ en ‘House of Cards’. Het bekendst in Moïsi van zijn boek ’Geopolitiek van de emoties’ (2009). Juist dat boek kan Europeanen van vandaag inspireren, denkt de jury. Moïsi verdeelt de moderne wereld in drie blokken - en drie emoties. In Azië overheerst de ‘cultuur van hoop’, in de Arabische wereld die van vernedering en in Europa, of eigenlijk in het hele Westen de cultuur van angst: angst om achterop te raken. Maar die krampachtige politiek van zelfbehoud moeten we loslaten, meent Moïsi.

Verbonden met zijn eigen geschiedenis 

Zelf heeft Moïsi dat drietal culturen - angst, vernedering en hoop - ook wel verbonden met zijn eigen geschiedenis. De Franse filosoof, die in 1946 in Straatsburg geboren werd, is de zoon van een Auschwitz-overlevende. “Mijn vader heeft de angst en de vernedering overleefd om mij hoop te kunnen geven.” Over zijn joodse achtergrond schreef hij in 2011 ‘Un juif improbable’ (Een onwaarschijnlijke jood). Moïsi, die over de halve wereld hoogleraar is geweest, adviseert het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen en is lid van de Bilderberg-groep. Onlangs heeft hij zich achter Emmanuel Macron geschaard. De jury hoopt vooral dat hij Europeanen kan inspireren hun angst om te zetten in hoop.

De jury hoopt dat hij Europa laat nadenken over haar plaats in de wereld. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden