InterviewCarlo Ierna

In de filosofische canon gaan grote namen sneuvelen

null Beeld Suzan Hijink
Beeld Suzan Hijink

Precies een jaar geleden ontving filosoof Carlo Ierna een beurs om de filosofische canon op te schudden. Die zou te wit, eurocentrisch en mannelijk zijn. Ierna is nu halverwege de looptijd van het project. Wie sneuvelt er in de canon?

Om te beginnen een quizvraag. Ik heb hier een net verschenen Basisboek filosofie, van een jonge auteur. U kunt het nog niet gezien hebben. In het register staan 75 personen. Hoeveel ervan zijn vrouw, en wie zijn het?

“Ik gok twee. Nussbaum en De Beauvoir? Dat denk op grond van wat ik weet van het filosofieonderwijs in Europa, maar ook in China. Slechts een paar vrouwen worden daarin steeds aangehaald, een minipooltje.”

Het zijn er inderdaad twee: Nussbaum en Arendt.

“En dat is ook zo in Zuidoost-Azië en Oost-Europa, de filosofie is daar al even westers georiënteerd. Dat had ik niet verwacht. In Oost-Europa is er wel wat meer aandacht voor Marx. In Zuid-Korea krijgen studenten in hun basiscurriculum nauwelijks iets over oosters denken te horen.”

De huidige ‘groten’

De Grote Zeven zijn de meest besproken moderne wijsgeren in de gangbare handboeken: Descartes, Spinoza, Leibniz, Berkeley, Locke, Hume en Kant.

De Duitse Jill Delling, student van Ierna, bestudeerde een rij handboeken en inleidingen in de moderne wijsbegeerte. “Tot mijn verbazing ontbrak een verantwoording voor de selectie van filosofen. Mijn conclusie: het is een arbitraire keus. De auteurs schrijven over mensen die op hen lijken: man en wit. En welgesteld.” Die ‘absurde’ canon moet anders, want “wat we bestuderen beïnvloedt niet slechts onze kijk op de geschiedenis van de filosofie, maar ook op onze samenleving vandaag. Verbreding van de canon draagt hopelijk bij aan onze openheid jegens anderen en andere culturen.”

De Italiaanse Celine Fassone die ook aan Ierna’s onderzoek deelneemt, ontwaarde in bijna twintig academische syllabi een lichte toename van aandacht voor vrouwelijke denkers, maar dan als terzijdes, niet als vervanging van of zelfs maar toevoeging aan de canon van de Grote Zeven (zie kader onderop pagina). ‘Inclusief’ mag die nog niet heten, en dat is, aldus Fassone, wel nodig om genderstereotypen en racisme tegen te gaan.

Ierna schaart zich daarachter. “Op het moment dat ze ontdekken dat er veel meer is dan het vaste palet aan filosofen, zijn ze verontwaardigd. Dat kán toch niet? Samen ontdekken we dan dat er buiten de canon om ontzettend veel is te vinden. Daardoor maken studenten kennis met vrouwen die prachtige boeken hebben geschreven. Zo herkennen mijn studenten zich meer in het vak. Dat werkt inspirerend.”

“Ik heb daardoor wel als verwijt gekregen dat ik zo’n woke diversiteitsideoloog ben die vindt dat de witte geschiedenis niet deugt. Terwijl ik alleen als historicus van de filosofie buiten de canon veel waardevols aantref. Die constatering is niet ideologisch gedreven. Ik kan toch al dat waardevols niet zomaar laten schieten?”

Er bestaat, vertelt Ierna, al wel een soort ‘anti-canon’, van denkers die tegen het bestaande denken hebben aangeschopt. “Schopenhauer gaf af op Hegel. Marx en Nietzsche gingen de canon van hun tijd met een hamer te lijf.” Maar hun proteststem, zegt Ierna, is ‘al net zo geïnstitutionaliseerd als de canon zelf’ – en het zijn óók witte, Europese mannen. De stem en de tegenstem worden tijdens colleges netjes naast elkaar behandeld. “Dat is al tweehonderd jaar hetzelfde. Vernieuwend is het niet.”

Toch kunnen studenten andere geluiden beluisteren, als specialisatie. “Dan kies je voor niet-westerse of feministische filosofie. Dat levert een nevencanon op, iets extra’s buiten het basisprogramma. Waarmee de eigenlijke canon ongemoeid blijft. Ik integreer die andere stemmen liever in de hoofdstroom.”

Wat is de grootste weerstand waarop u in het afgelopen jaar bent gestuit?

“Ik heb collega’s gesproken die er oprecht van zijn overtuigd dat wat we de canon noemen, het beste van het beste is, de eredivisie van het denken, waar vrouwen niet in zijn doorgedrongen. Niet goed genoeg. Net zomin als oosterse filosofen en Afrikanen de toets der kritiek hebben doorstaan. Die doen aan religie en spiritualiteit, maar wat ze produceren mag de naam filosofie niet hebben.”

Pleitbezorgers van de traditionele canon vinden Ierna’s inzet ‘afbreuk doen aan de kwaliteit van de filosofie’, zegt hij. “Mijn werk vormt een bedreiging voor hen. Plotseling moeten ze zich verantwoorden en staat het vanzelfsprekende van hun positie op de tocht.”

“Ik voel ook weerstand van mensen die wél begrijpen dat het anders moet, maar zij vinden het lastig, ze hebben er geen handboeken voor.” Filosofiedocenten in het middelbaar onderwijs aarzelen, want “waarom zou ik buiten het standaardlesmateriaal zelf moeten gaan graven? Daar is geen tijd voor.”

Hanteert u dezelfde kwaliteitstoets voor filosofie als uw traditionele vakgenoten, of vindt u dat de criteria veranderd moeten worden?

“Een beetje van allebei. Als je de canon verbreedt, veranderen de criteria mee. Ons eigen begrip van filosofie verschuift. Op dit moment is er een handvol filosofen dat de norm vormt. Ik beschouw ze als celebrity-filosofen. Ze zijn in handboeken opgenomen en hebben zoveel leerlingen, dat hun boodschap dominant is geworden. Het zijn influencers die hun ideeën hebben ge-amplified, eindeloos vaak verspreid via de media van hun tijd. Zo hebben ze hun status bestendigd – niet doordat ze per se de beste denkers waren. Ze zijn beroemd omdat ze beroemd zijn. Een van mijn studenten heeft de handboeken bestudeerd: er ontbreekt vaak een verantwoording voor de keuze van denkers, voor waarom juist hún denken goede filosofie is.”

U heeft nog een jaar te gaan. Wat wilt u in 2022 bereikt hebben?

“Dan wil ik een representatieve schets hebben van wat de geschiedenis aan denken heeft voortgebracht. Met een nieuwe methode en vakinhoud voor het vak moderne filosofie. Door vanuit het heden en de huidige discussie de historie te deconstrueren, kom je heel andere patronen en mensen tegen dan in de standaardverhalen.”

Dat moet een nieuw curriculum opleveren. Welke andere mensen treffen we daarin aan?

“Denkt u aan de Française Sophie Germain, ze studeerde wiskunde en schreef een fascinerend werk over de eenheid van wetenschappen en kunsten. In ons land verdient Anna Maria van Schurman meer aandacht. Het is te gek voor woorden dat zij niet, of apart, worden behandeld.”

Een van Ierna’s favoriete ‘nieuwelingen’ is Anton Amo. “Hij werd door de West-Indische Compagnie uit Ghana gehaald en als slaaf cadeau gedaan aan een Duitse edelman. Amo werd de eerste Afrikaan die in Europa promoveerde en werd hoogleraar. Hij is wat je noemt divers: zwart en Afrikaan. Maar zijn filosofie, een doordenking van Descartes, had net zo goed door een witte Europeaan bedacht had kunnen zijn. Daarmee waarschuw ik tegen het idee dat als iemand in gender of ras anders is, ook diens denken anders is.”

Wie van de Grote Zeven gaan sneuvelen?

“Sommige blanke mannen blijven interessant en belangrijk – Descartes, Leibniz en Kant. Ik wil ze niet allemaal inruilen voor vrouwen en niet-westerse denkers. Maar Berkeley ... Locke en Spinoza, die halen het niet en ik twijfel aan Hume, die kan ik ook onderbrengen in een bespreking van Kant.”

Lees ook:

Hoe herschrijf je de canon van de filosofie?

Een jaar geleden kreeg filosoof Carlo Ierna een beurs om te onderzoeken hoe de canon van de filosofie verantwoord verbreed kan worden. “Je komt al gauw terecht in een nieuwe verzuiling waarin iedereen zijn eigen canon heeft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden