Abdij Benedictusberg met architectuur van Dom van der Laan

ProfielDom Hans van der Laan

In de abdij van Mamelis zie je de kracht van het kale

Abdij Benedictusberg met architectuur van Dom van der LaanBeeld Bram Petraeus

In het Bourgondische Zuid-Limburg kent het leven iets meer versiering. Juist in die omgeving realiseerde architect/monnik Dom Hans van der Laan zijn sobere meesterstuk.

Een roomse architect of rooms bouwen is net zo gek als rooms koken, vond Dom Hans van der Laan (1904-1991). Daarmee diende hij bij voorbaat iedereen van repliek die de schoonheid van zijn uitbreiding van de abdij St. Benedictusberg in Mamelis (gemeente Vaals) verklaarde uit het feit dat Van der Laan architect én monnik tegelijk was. Ruim dertig jaar werkte hij aan de parel uit zijn kleine oeu­vre, ruim twee derde van die tijd woonde Dom Hans zelf in Mamelis. Maar ook dat zei niets.

Het eindresultaat was in de ogen van Van der Laan slechts het resultaat van een moeizaam zoeken naar het universele van zijn ambacht: het wezen van bouwkunst en de essentie van ruimte. “Een tocht door de woestijn”, noemde hij het.

De ratio van zijn theorie, een driedimensionale uitwerking van de gulden snede, uitgewerkt in boeken als ‘Het plastisch getal’ en ‘De architectonische ruimte’, is voor niet-wiskundig getalenteerden tamelijk ondoorgrondelijk.

Wat hij ongeveer beoogde, wordt in zijn creaties, zeker in die in Mamelis, wel voelbaar. Als het over katholieken gaat, wordt vaak gesproken over het Rijke Roomsche Leven. Van der Laan had het niet op opsmuk en tierlantijnen. Hij bewijst de kracht van het kale.

Dom Hans van der Laan Beeld
Dom Hans van der LaanBeeld

Op de tweede zaterdag van januari van dit jaar ervoeren vrienden en ik het zelf. In alle vroegte wandelden we vanuit het Heuvellanddorp Vijlen naar de Abdij St. Benedictusberg om daar de ochtendmis bij te wonen. Eén vriend had al eerder gezegd een beurt over te slaan. Hij hechtte aan zijn weekendrust. “En ik hou niet van kerken, kloosters en kerkgezang.” Van de overgebleven zes hebben twee een kater van hun cafébezoek een avond daarvoor.

Soberheid én serene schoonheid

Over glibberige, soms steile paden door bos en veld lopen we naar onze plek van bestemming. Vijf van ons genoten een katholieke opvoeding, één een protestantse. Anno 2020 is niemand nog praktiserend. Van het clubje cultuurkatholieken, agnosten en atheïsten gaat in de abdijkerk één persoon ter communie.

Toch vinden we allemaal wel iets van onze gading bij de viering in de abdijkerk, zo blijkt als we na de wandeling evalueren bij koffie, bier en vlaai. Voor mijzelf waren het de rust en het ritme van de eeuwenoude rituelen, de ‘choreografie’ van de monniken en de ruimte. De door Dom Hans van der Laan ontworpen crypte en kerk bewijzen dat soberheid en serene schoonheid in elkaars verlengde kunnen liggen. Ik ging bewust in het midden van de middelste bank gaan zitten om het uitgebalanceerde optimaal te beleven.

null Beeld Bram Petraeus
Beeld Bram Petraeus

In Zuid-Limburg getuigen talrijke kloosters van het Rijkse Roomsche Leven van weleer en van de tijd waarin veel families er eer in legden om ten minste één geestelijke per gezin af te leveren. Een deel van die gebouwen verdween de afgelopen jaren onder de slopershamer, andere kregen een nieuwe bestemming.

Enkele kloosters in Zuid-Limburg hebben nog hun oorspronkelijke functie, met steeds kleinere gemeenschappen. In St. Benedictusberg woonden in vroeger tijden meestal dertig monniken of meer. Nu zijn het er zestien, van wie menigeen op leeftijd is. Jonge aanwas komt van ver: twee Amerikanen, een Braziliaan en een Senegalees maken tegenwoordig deel uit van de benedictijnen in Mamelis.

Tijdens een tweede bezoek eind juli zie ik ze tijdens twee dagelijkse gebeden opnieuw hun rituelen uitvoeren in de door Van der Laan ontworpen abdijkerk. Ik eet mee in de refter, in het oude gedeelte maar wel met meubilair ontworpen door Van der Laan. De monniken zitten aan tafels tegen de muren. Letterlijk in hun midden: de gasten. Tijdens de maaltijd wordt voorgelezen uit het Bijbelboek Jeremia, uit heiligenlevens en uit ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman.

null Beeld Bram Petraeus
Beeld Bram Petraeus

Het klooster St. Benedictusberg oogt vanaf de doorgaande weg tussen Maastricht en Aken als een kasteel; een lastig neembare vesting, met zijn twee ronde hoektorens op een heuvel verheven boven de directe omgeving.

Benedictusberg is een herstichting van een klooster dat sinds 1897 in Merkelbeek stond. Het werd bewoond door Vlaamse en Duitse benedictijnen (laatstgenoemden kwamen er terecht vanwege de Kulturkampf, Bismarcks kruistocht tegen het katholicisme). De Eerste Wereldoorlog haalde het kloosterleven in Merkelbeek vrijwel onherstelbaar overhoop.

Begin jaren twintig van de vorige eeuw begonnen de benedictijnen opnieuw in Mamelis bij Vaals. De Duitse architecten Dominicus Böhm en Martin Weber tekenden voor het ontwerp, waarvan het deel dat nu voor het kasteelachtige aanzicht zorgt, werd gerealiseerd. Van de bouw van de geplande, daar bovenuit stekende kerk kwam het niet. In Duitsland had de hyperinflatie toegeslagen. De benedictijnen kregen geldzorgen.

‘U hebt hier de kerk niet mogen bouwen, u mag het bij mij komen doen’

De economische crisis vanaf 1929 en de Tweede Wereldoorlog trokken nog meer diepe sporen. In 1944 werden de Duitse monniken, waarvan een deel fout was geweest, als ongewenste vreemdeling over de grens gezet. In 1951 kwam een groep benedictijnen uit Oosterhout naar Limburg om de abdij onder leiding van abt Vincent Truijen nieuw leven in te blazen. Bij de wijding van een nieuwe kerk voor de Benedictijnerabdij in Oosterhout in 1956 was hij het die Van der Laan vroeg voor de voltooiing van ‘zijn’ klooster in Mamelis: “U hebt hier de kerk niet mogen bouwen, u mag het bij mij komen doen”.

Van der Laan realiseerde op St. Benedictusberg de crypte en kerk (1956-1968) en in de jaren tachtig een sacristie, bibliotheek, atrium en tuin. Ondertussen liet hij ook het meubilair, het interieur en gedeeltes van de oudbouw van de abdij niet ongemoeid.

Van der Laan werd geboren in Leiden en groeide op in een katholiek gezin in Delft. Vader was architect. Hans trad, net als drie broers voor hem, in zijn voetsporen, met een studie bouwkunde aan de Technische Universiteit in Delft. Hij vond er niet helemaal wat hij zocht en stopte na twee jaar. In 1927 besloot de twintiger in te treden in een klooster, de abdij van de benedictijnen, een strenge orde, in het Brabantse Oosterhout.

Van der Laan ontwierp meubels, letters, liturgische voorwerpen en gewaden

Als monnik bleef hij filosoferen over architectuur, en raakte betrokken bij projecten. De uitbreiding van zijn eigen abdij (1938) was van zijn hand. Na de bevrijding hielp hij met broer en architect Nico van der Laan bij de wederopbouw van verwoeste kerken in het Brabantse. Als architect was hij verantwoordelijk voor iets meer dan een handvol gebouwen, voornamelijk religieuze. Hij ontwierp daarnaast meubels, letters, liturgische voorwerpen en gewaden.

null Beeld  Bram Petraeus
Beeld Bram Petraeus

Broeder Lambertus (78) ontvangt me deze zomer in de abdij. Hij beheert het archief van Dom Hans van der Laan. Als novice kreeg hij in de eerste helft van de jaren zestig al uitleg van Van der Laan zelf over zijn werk en denken. Maar zelfs na ruim een halve eeuw bezig zijn met ’s mans oeuvre en na leven en bidden in diens meesterstuk geeft hij toe lang niet alles te begrijpen: “Vraag me bijvoorbeeld niet om precies uit te leggen wat het plastisch getal is”.

In een voormalige kloostercel, niet in de bibliotheek, liggen planken vol met geschriften van en over Van der Laan. In ladekasten liggen de schetsen en tekeningen van de architect. Om ze te kunnen tonen neemt Lambertus een doos mee naar een andere kloostercel, waar een tafel de benodigde ruimte biedt.

Alleen al de inhoud van die ene doos maakt duidelijk hoe zorgvuldig en weloverwogen Van der Laan te werk ging. Op de eerste schetsen probeerde hij voeling te krijgen met de bestaande bouw en de omgeving. Oud, nieuw en het landschap moesten met elkaar harmoniëren. Later, bij het uitwerken van de kerk en crypte, zocht hij naar de juiste maatvoering, bijvoorbeeld bij de keuze voor het aantal ramen. De getalsverhouding 5/8 werd uiteindelijk leidend. Twee zijden met vijf ramen of een veelvoud daarvan. Twee zijden met acht ramen of een veelvoud daarvan.

Broeder Lambertus, een van de benedictijner monniken in Mamelis Beeld  Bram Petraeus
Broeder Lambertus, een van de benedictijner monniken in MamelisBeeld Bram Petraeus

Ook bij het bepalen van de inrichting binnen speelde hij met verschillende ideeën. Op vroege tekeningen zette hij een verhoogd altaar met een aparte tafel en een aparte taber­nakel (een kluis voor het bewaren van het heilig sacrament). In de uiteindelijke kerk is er geen verhoging en staat er enkel een altaartafel tussen de banken met monniken.

Van der Laans ontwerp was traditioneel en vernieuwend tegelijk. Lambertus: “De kerk is zijn versie van een Romeinse basilica, net als onze leefregels en liturgie vroegchristelijk. Daarom valt alles zo mooi samen. Tegelijkertijd heeft Van der Laans ontwerp iets moderns.”

Brede lof van binnen en buiten architectuurkring kwam pas later

Brede lof kwam pas later. Een groot artikel in de Belgische krant De Standaard en een reizende architectuurtentoonstelling, die in binnen- en buitenland op twaalf verschillende plaatsen was te zien, vestigde in de jaren zeventig en tachtig Van der Laans naam.

null Beeld Bram Petraeus
Beeld Bram Petraeus

Hij maakte dat zelf nog mee. Van der Laan overleed op 19 augustus 1991. William Graatsma, voormalig directeur van de Jan van Eyck Academie en belangrijk voor de ‘ontdekking’ van Van der Laans werk en denken, schreef destijds over de uitvaart: ‘Zelden zal de laatste tocht van een mens op aarde zo indringend in het teken van de overledene hebben gestaan als bij de uitvaart van Dom Hans van der Laan: de kerk en het kerkhof, de tuin met haar glooiingen, de kovel (monnikengewaad) en de kist, de grafsteen en de letters van het inschrift. Het hele kader waarin het vormenspel der liturgie zich voltrok, droeg het stempel van Dom Hans van der Laan.’

Broeder Lambertus laat de laatste rustplek graag even zien voor het noon, het middaggebed van twee uur. “Ik heb dit geplant zien worden en groot zien worden”, zegt hij, wandelend door de bomenlaan naar de het kerkhof. Lambertus moet bij de halve cirkel met gedenkstenen goed zoeken naar Van der Laan. De inscriptie helpt. “Hier ligt hij.” Ooit zal ook Lambertus hier achter klooster, crypte, kerk en bibliotheek begraven worden.

Lees ook:

Goed vormgegeven materie leidt naar God

Achter de kale ontwerpen van priester-architect Van der Laan zit een theorie over verhoudingen. Priester Michel Remery las de brieven van Van der Laan en legt zijn denken bloot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden