AnalyseGebiedsverbod

Imam Fawaz Jneid over zijn gebiedsverbod: ‘De Nederlandse bevolking zal dit onrecht niet accepteren’

Imam Fawaz Jneid. Beeld ANP
Imam Fawaz Jneid.Beeld ANP

De salafistische imam Fawaz Jneid, die drie jaar een gebiedsverbod kreeg voor de Schilderswijk en de Transvaalbuurt in Den Haag, mag die buurten weer in. Welk effect heeft de maatregel gehad?

Hij mag na ruim drie jaar weer naar de Schilderswijk en Transvaalbuurt in Den Haag. Maar de salafistische imam Fawaz Jneid, die hier jarenlang preekte, en wiens vrienden en kinderen er wonen, is er nog niet geweest. Vanwege corona: de moskeeën zijn dicht, en er is niets te doen. “Maar ik heb er veel vrienden. In de toekomst ga ik hen weer opzoeken”, zegt hij over de telefoon. “Inshallah”, voegt hij eraan toe, “met Gods wil”.

In augustus 2017 kreeg Jneid een ­gebiedsverbod opgelegd voor de genoemde Haagse wijken. Minister Grapperhaus van justitie vond hem een bedreiging voor de nationale veiligheid, en stelde dat hij jihadistisch gedachtegoed verspreidt. Hij doet dat weliswaar niet letterlijk, maar de ‘goede verstaander’ zou zijn teksten interpreteren als oproep om ten strijde te trekken tegen het Westen, Joden, sjiieten en atheïsten. Voor een periode van een halfjaar mocht Jneid de kwetsbare wijken niet in.

Van het begin af aan heeft de imam de beschuldiging en het gebiedsverbod bestreden. Zijn advocaten probeerden de opeenvolgende halfjaarlijkse verlengingen tegen te houden, maar steeds zonder succes. Tot afgelopen week het bericht kwam dat de rechter de laatste verlengingen van het ­gebiedsverbod vernietigde. Die vond ze niet langer voldoende gemotiveerd.

Met verwensingen doorspekte preken

De imam, die zelf in Leidschendam woont, verwierf al lang voor het gebiedsverbod landelijke bekendheid. Zijn scherpe tong en vurige, met verwensingen doorspekte preken trokken de aandacht. Zo hield hij in 2004 een smeekbede aan God om Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali een ongeneeslijke ziekte en een kanker op hun tong te geven. Mohammed B. zou hier bij zijn geweest, de man die een paar weken ­later Theo van Gogh vermoordde. En leden van de Hofstadgroep woonden destijds ook preken van de imam bij.

Terroristen ontlenen inspiratie aan zijn preken, concludeert de minister. Maar Jneid bestrijdt dat Mohammed B. bij die bewuste preek aanwezig was. En als hij er wel bij was en de preek hem daadwerkelijk had beïnvloed, dan was het niet op een moord uitgelopen, zegt de imam. “De preek heeft benadrukt om geen geweld te gebruiken.”

Hoe je zijn teksten moet interpreteren? Die vraag is bepaald niet nieuw, zegt antropoloog Martijn de Koning. “Vooropgesteld: imam Jneid is altijd heel consequent ­geweest: je mag niet het recht in eigen hand nemen, en geen geweld gebruiken. En net als alle kopstukken in salafistisch Nederland, van de As Soennahmoskee tot de familie Salam, keerde hij zich tegen jihadisten die naar Syrië afreisden.”

In 2008 noemde de imam toenmalig stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch een munafiq, een hypocriete moslim. Volgens Marcouch was dat een verkapte oproep tot geweld, want zo zouden radicale toehoorders dat opvatten. Jneid bleef erbij dat het gewoon een uitdrukking was. Op zijn Facebookpagina noemt hij geloofsgenoten nog altijd makkelijk ‘hypocriet’ als ze ver ­afstaan van wat hij correct islamitisch vindt, en heeft hij het in een post over de Franse president Emmanuel Macron over ‘vijanden van de islam’. Klassieke Fawazteksten, zegt De Koning. “Hij is nu eenmaal iemand van van dik hout zaagt men planken. Dat is niet echt veranderd. Als politicus of geestelijke moet je natuurlijk wel opletten in wat voor context jouw woorden landen, en rekening houden met het effect op je publiek. Dat blijft toch wel een punt. Zulke termen dragen bij aan polarisering. En hiermee maakt hij zich bij mainstream islamitisch Nederland niet geliefd.”

Brave preken

Tegelijkertijd heeft De Koning wel de ­indruk dat de imam milder is geworden. Of dat met het gebiedsverbod te maken heeft? “Dat kan, maar je zag vanaf 2006 ook bij ­andere Nederlandse salafisten al dat de retoriek matigt. Men wil dat geweld niet, en men wil de onnodige aandacht niet op zichzelf vestigen. Het is ook niet zo dat salafisten alleen een traditie van donderpreken hebben: het zijn vaak heel brave, burgerlijke preken.”

Zelf zegt Jneid dat hij zijn teksten in de loop der jaren op punten heeft aangepast. Aan de basisprincipes doet hij niets af, zegt hij. Maar op andere punten is hij wel veranderd. “Bijvoorbeeld de smeekbede tegen Van Gogh, die heeft voor mij problemen veroorzaakt. Dat kan ik een volgende keer dus beter vermijden. Maar de geloofsleer die ik verkondig, zoals dat je bedekte kleding moet dragen, jongeren ontucht moeten vermijden, en homoseksualiteit door God verboden is, blijft hetzelfde, ook al maakt het de overheid soms boos.”

Jneid is de eerste prediker die een ­gebiedsverbod kreeg: de wetgeving achter de maatregel is nieuw. In 2017 werd de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding ingevoerd, waarmee ­iemand zonder strafbaar feit te plegen, toch kan worden aangepakt als de minister hem in verband kan brengen met terroristische activiteiten.

Kwetsbare jongeren

De advocaat van Jneid, Tamara Buruma, vond het grootste probleem in de zaak dat het volstrekt onvoorspelbaar was hoe de overheid de uitspraken van imam Jneid zou interpreteren. De rapportages zijn namelijk geheim. “We krijgen niet te zien waar de ­afweging van de minister precies op gebaseerd wordt. Soms krijgen we hier en daar een citaat door ter onderbouwing, maar die roepen bij ons vragen op over de interpretatie. Zij zien bijvoorbeeld als ondersteuning voor hun stelling dat de imam antidemocratisch zou zijn, dat hij heeft opgeroepen te stemmen op de lokale Partij van de Eenheid. En zo wordt een uitspraak over de burgemeester dat hij salafistisch zou moeten worden, beschouwd als een teken dat de boodschap van de imam anti-integratief is. Maar op dit soort tegenwerpingen tegen individuele teksten krijg ik het antwoord: het gaat om de samenstelling, het geheel van gedragingen. En als ik wijs op passages waarin hij tegen IS of pro-democratie preekt, dan wordt er gezegd: ‘ja, maar er is ook algemeen bekend dat er façadepolitiek wordt gevoerd door radicale salafisten’.”

Een lastig punt van discussie vormt ook de betekenis van Arabische of theologische termen als ‘munafiq’, zegt Buruma. “Zij zeggen: hij roept niet direct op tot geweld, maar het kan zijn dat er een klein groepje is dat zo’n term wel als een oproep tot geweld ­interpreteert, omdat IS-aanhangers geloven dat je hypocriete moslims mag doden. Maar tegen IS spreekt de imam zich juist heel ­gericht uit. En uit de analyse van de overheid blijkt ook niet dat ze hem verwijten dat hij hier aanhangers heeft. De zorg is dat hij kwetsbare jongeren beïnvloedt die er niet veel vanaf weten. Maar dan is het raar om te denken dat zij precies weten hoe ze bepaalde theologische begrippen moeten uitleggen, want daar heb je kennis voor ­nodig die zulke jongeren niet hebben.”

Politieke druk

Andere problemen die Buruma heeft met de wet zijn eerder ook al gesignaleerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). In 2019 kwamen zij met een kritische evaluatie van de wet. Ze stelden vast dat, hoewel de politie geacht wordt de bestuurlijke rapportage te schrijven, die daarbij hulp kreeg van de ­gemeente en de NCTV: partijen die niet ­onafhankelijk zijn. Ook was het rapport kritisch over het feit dat de gebiedsverboden tot in lengte van dagen konden worden aaneengeregen. Buruma: “Dat maakt dat er een enorme politieke druk achter zit. Want als de wet niets voorschrijft over het intrekken van het gebiedsverbod, zal dat een individuele beslissing moeten worden van een ambtenaar of functionaris. En wie durft dan, met zulke ingewikkelde materie, op persoonlijke titel te zeggen: ho, stop, het ­gebiedsverbod mag worden opgeheven? Niemand, denk ik.”

Het is moeilijk te zeggen wat het ­gebiedsverbod met het publiek van Jneid heeft gedaan. Hij heeft nog wel gepreekt, in Amsterdam bijvoorbeeld, maar toen de ­gemeente daarvan hoorde, kreeg de moskee die hem had uitgenodigd al snel een telefoontje, vertelt de imam. “Daarom adviseer ik nu zelf moskeeën mij niet meer uit te ­nodigen, omdat dat problemen voor hun veroorzaakt.”

Op Facebook krijgen zijn filmpjes en teksten niet bijzonder veel likes: soms zijn het er maar twee. Maar dit kan te maken hebben met huiver voor de veiligheidsdienst. Ook Martijn de Koning vindt het lastig om te zeggen of de imam zijn publiek weet vast te houden. “Deels wel, deels niet, denk ik. Sowieso is hij de radicale figuren kwijtgeraakt. Maar het feit dat de overheid jacht op hem maakt, zoals hij het verwoordt, zorgt wel weer voor enige sympathie in die kringen.”

En het effect van het gebiedsverbod op imam Jneid zelf? Hij is gesterkt in zijn idee dat de Nederlandse overheid hem onderdrukt en gelooft dat andere imams straks zullen volgen. “Je moet mij zien als een proefkonijn”, zegt hij. Maar al is zijn wantrouwen in de overheid groot, de imam is niet alleen maar somber: hij klinkt ook bijzonder hoopvol over de Nederlandse democratie. “Ik denk dat de Nederlandse bevolking aan het einde van de rit dit onrecht niet zal accepteren. Want stel dat het lukt om jegens de salafisten onrecht te verrichten, dan zal de overheid dat in de toekomst bij elk bevolkingsdeel kunnen doen die een andere mening heeft of de overheid tegenspreekt.”

Lees ook:

Predikt imam Fawaz Jneid nou wel of niet de jihad?

Imam Fawaz Jneid krijgt vandaag te horen wat de rechter vindt van het gebiedsverbod dat de minister hem oplegde.

Radicale Haagse imam preekte tegen Aboutaleb, maar noemde hem geen ‘afvallige’

Een imam zou de Rotterdamse burgemeester een vijand van de islam hebben genoemd, maar de imam zelf ontkent dit. Hoe kan dat?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden