null Beeld

ColumnStijn Fens

Ik wilde die Sionkerk weleens zien

Op de dag dat het landelijk nieuws was dat de Sionkerk op Urk de coronaregels goeddeels loslaat en de deuren gaat openen voor al haar ­leden, reisde ik met de auto af naar het vissersdorp. Ik wilde die Sionkerk weleens van dichtbij zien en de mensen die meer op God vertrouwen dan op de overheid in de ogen kijken.

Nadat ik de afslag van de snelweg had genomen, kwam ik op de ­Domineesweg terecht die naar het dorp leidde. Eenmaal in Urk zelf leek het een dorp als alle andere, met ruim aangelegde rotondes en een parkeerroute naar het centrum. Uiteindelijk kwam ik op een grote parkeerplaats bij de haven terecht, waar ik mijn auto neerzette. Ik zocht naar een parkeerautomaat, maar zag die niet. Het leek erop dat parkeren hier geen kosten met zich meebracht. Maar helemaal zeker daarvan was ik niet. In de verte ­zaten op een bank met zicht op de haven, dicht bij elkaar, een aantal oudere mannen. Alsof ze bij elkaar schuilden. “Die houden geen 1,5 meter afstand”, mompelde ik zacht. “Of ik hier moest betalen?”, vroeg ik aan de mannen. “Het is gratis”, antwoordde een van hen vriendelijk. “U bent welkom.”

Hoe zien zwaar godvrezende mensen er eigenlijk uit?

Ik liep het dorp in en keek goed om me heen. Hoe zagen zwaar godvrezende mensen er eigenlijk uit? Zo op het oog heel normaal. Voor een loods zat een man samen met zijn zoon een visnet te herstellen. Even verderop trapten twee jongens een balletje. Er kwam een vrouw voorbij op de fiets. Ze droeg een broek. Mocht dat wel? Droegen de vrouwen hier niet allemaal rokken? En zo ging ik verder op zoek naar mijn eigen gelijk.

Soms verlang ook ik weleens naar een beetje orthodoxie in ­mijzelf en stel ik mij voor hoe het zou zijn om de godsbeleving van de Urkers te hebben. Een God die niet onderhevig is aan menselijke ­relativeringen en wereldse over­wegingen, maar een God als een burcht waar je altijd veilig bent. ‘Het ontbreekt mij aan niets. Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want Hij is bij mij’, om een beroemde psalmtekst te parafraseren. Maar mijn eigen beeld van God zit toch meestal iets anders in ­elkaar.

Ongehinderd en vrij ging ik op naar Gods huis. Na een paar minuten zag ik eerst het gemeentehuis van Urk verschijnen. Een indrukwekkend gebouw met een nog indrukwekkender rood-wit-blauwe gemeentevlag, met een fiere witte schelvis op het brede blauwe vlak. De vlag wapperde stevig in de harde wind en zorgde zo nog voor enig spektakel. Wie goed keek, zag dat het gemeentehuis bijna aan alle kanten omringd werd door kerken. Plotseling begreep ik de positie van de burgemeester van Urk een stuk beter.

Even later stond ik voor de ­Sionkerk. Een modern ­gebouw, zo te zien van alle ­gemakken voorzien. ‘Gereformeerde Gemeente Sionkerk, diensten 10 en 17 uur’, stond er op een granieten plaat rechts naast de deur. Daaronder een plaquette ter herinnering aan de eerste steen die op 3 oktober 1992 door dominee J.Koster werd gelegd. ‘De steen dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden Ps 118 22-23’, stond erbij.

De deur van de kerk was dicht en dus keek ik even door het raam naar binnen. Het was er nu nog rustig.

Ik draaide mij om en keek in het ­gezicht van een meisje op een fiets. ‘Wat doe jij eigenlijk hier?’, leek ze mij te willen zeggen.

Qua naleving van de coronaregels vormen de kerken op Urk geen uitzondering

Op de weg terug naar mijn auto liep ik langs een boekwinkel waar allerlei mensen zomaar naar binnen liepen. Reserveren om te kunnen winkelen was hier blijkbaar niet ­nodig. Eenmaal binnen bleek ook nog eens dat de meeste klanten geen mondkapjes droegen. Hetzelfde gold voor de vishandel even verderop waar ik een gerookte makreel kocht. Qua naleving van de coronaregels vormen de kerken op Urk dus geen uitzondering.

“Is het nu het geloof of de volksaard die Urk in het nieuws bracht?”, vroeg ik aan de oude mannen bij de haven. Ze hielden het erop dat beide zaken een rol spelen. “En weet u mijnheer, wanneer morgen de ­regering zegt dat het verboden is om mondkapjes te dragen, gaan ze die op Urk juist massaal opdoen!”

Ze wensten mij een goede reis naar huis toe en zwaaiden me na. Het waren aardige mannen. Toen ik Urk uitreed, voelde ik mij opeens een indringer.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden