ColumnStijn Fens

Ik werk heerlijk vanuit mijn eigen huis, maar mis het kantoorleven

Laatst kreeg ik een filmpje van een collega die weer eens een dagje op de redactie van deze krant mocht werken. Sinds de uitbraak van het coronavirus schrijven wij bij Trouw voornamelijk thuis. De collega en ik missen elkaar. Begrijp me niet verkeerd: we gaan er niet dood aan. Het zit in kleine dingen, beste lezer. Gewoon even van gedachten wisselen over Ajax bij de koffieautomaat. Gaat niet meer. Dus was hij speciaal voor mij met zijn telefoon in het kantoorgebouw waar Trouw huist, gaan filmen. Nieuwsbericht uit het getroffen gebied.

“Kijk vriend”, hoorde ik de collega zeggen, terwijl hij een voor mij bekende roltrap opging. Daarna de glazen deur door. Gelukkig zat er nog wel iemand bij de receptie. Ze zwaaide even. Dan de tourniquetdeurtjes door. De telefoon ging naar beneden. Op de vloer stonden allemaal pijlen. Eenrichtingverkeer. Het gebouw was verworden tot een verkeerstuin. Weer een deur door en we waren op zaal. De redactieruimte was vrijwel leeg.

De collega liep naar links. Met een beetje geluk zou hij zo ook langs mijn werkplek komen. Kijk, daar was die even in beeld. Licht onscherp, omdat de telefoon weer snel weg zwenkte. Ik speelde dit gedeelte een paar keer terug, zoals je een herinnering in je hoofd kan herhalen.

Terug na een lange reis

Het filmpje van de collega deed mij denken aan de beelden van Amsterdam die de KLM vroeger vlak voor de landing op de monitoren in het vliegtuig liet zien, wanneer je terugkwam van een lange reis naar een ver land. Je herkende de stad, de huizen, de grachten, maar het leek zich allemaal in een ander land af te spelen.

Een paar dagen nadat ik het filmpje van de collega had bekeken was ik zelf even op de redactie omdat ik iets moest scannen. Het was op een zaterdag. De man achter de receptie maakte met een knikje duidelijk dat ik naar binnen kon, alsof hij voor mij een rood-wit lint optilde waar ik onderdoor kon kruipen. Er was niemand anders aanwezig en misschien dat daardoor de kaalslag die de redactieruimte had getroffen, zo duidelijk werd. Weg biodiversiteit. Alle bureaus waren leeggehaald en gedesinfecteerd. Per ‘blok’ mochten slechts twee werkplekken worden gebruikt. Op elk bureau stond een kleine kartonnen doos, waar je je naam op kon schrijven en persoonlijke dingen in kon bewaren.

Hier mag niet gewerkt worden

Ik liep naar wat ooit mijn werkplek was. Op mijn bureau lag een plastic vel met daarop een rood kruis dat je ook weleens boven de snelweg ziet. Hier mocht niet gewerkt worden, zoveel was duidelijk. Afgevinkt. Afgeschreven. Afgelegd. Daar ging mijn hand al naar het bureaublad. “Ik ben je niet vergeten hoor”, mompelde ik nauwelijks hoorbaar. “Maar thuis is het ook fijn.”

Ik werk al een paar maanden heerlijk in mijn eigen huis. Aan mijn eigen bureau, met mijn eigen boeken om mij heen. Niet meer twee keer per dag in een drukke trein en in de niet eens zo grote stalling van station Amsterdam Muiderpoort moeten zoeken naar mijn fiets. Ik ben weer de baas over mijn eigen werkzame leven. Maar het is te vroeg om het kantoorleven definitief de nek om te draaien. We kunnen niet zonder, schrijft journalist Wouter van Noort op de site van de NRC. “Autonomie ontbrak pre-corona waarschijnlijk te veel, daarvoor is het thuiskantoor een zegen. Maar om te leren van collega’s, voor het voelen van een gedeeld doel met een groep gelijkgestemden is Zoom geen waardige vervanging van de fysieke werkplek”, aldus Van Noort.

Ajax en braadpannen

Hij heeft groot gelijk. Ook ik wil uiteindelijk terug naar het gebouw met de roltrap, de kiosk en de tourniquetdeurtjes die gaan draaien als ik mijn pas ervoor houd. Ik mis de terloopse gesprekken op kantoor. Bijna elk gesprek met een collega is tegenwoordig functioneel. Als je in een videohangout iets zegt, ziet iedereen­­ je groot in beeld. Dan telt elk woord. Ik wil weer ongedwongen kunnen praten over Ajax, kapotte lusjes van badjassen en hoe je die het beste maakt en waarom gekleurde gietijzeren braadpannen zo mooi zijn.

Dus lieve collega die wel op de redactie mag zijn: aai af en toe even mijn stoel. En mocht iemand in de stalling van Muiderpoort een groene herenfiets van Gazelle zien met een klein laagje stof op het zadel: zeg dan maar dat ik ’m binnenkort kom bevrijden.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden