Column

Ik vraag me af wat ik nog op de filosofiepagina van Trouw doe

Ger Groot nieuwe foto Beeld Trouw

Wat doe ik eigenlijk op de pagina ‘Religie en filosofie’ in deze krant? Sinds bijna precies tien jaar schrijf ik er tweewekelijks een column. Maar het klimaat wordt almaar guurder. 

‘Weg met de hegemonie van de witte filosoof’ kopte de redactie afgelopen maandag. Ze wekte de indruk dat het haar uit het hart gegrepen was.

Nu kun je je aan dat ‘witte’ gemakkelijk onttrekken. Ik heb mij nog nooit als clown geschminkt en blanketsel is al eeuwen uit de mode. De toorn in het stuk werd ook nog eens gewekt door dode filosofen – en inderdaad: als het leven wijkt wordt het gelaat vanzelf steeds pipser. Maar de grootste haat gold wel het mannelijke (in deze krant geen uitzondering) en helaas, aan mijn mannelijkheid kan ik mij niet onttrekken. Dan ook nog eens blank en dichter bij mijn overlijden dan bij mijn geboorte te zijn brengt me op tweeënhalve punt van de drie op de schaal van ‘ouwe lullen moeten weg’. 

De tekst loopt verder na de video

Wat dat in de praktijk betekent werd op een andere pagina in die maandagkrant duidelijk. Bij de Trouw-selectie van beste filosofieboeken van het jaar mocht mijn ‘Geest uit de fles’ niet meedoen. Niet zeuren, zou je zeggen, er zijn zovéél boeken. Dat zowel de Volkskrant als NRC het hadden uitgekozen onder het allerbeste van wat, in álle categorieën, vorig jaar verschenen was, weerlegt het wijze oordeel van de Trouw-redactie niet. Al eerder werd het boek in een recensie te wit en vrouwonvriendelijk bevonden. Daar hadden die andere kranten vast niet aan gedacht.

Toch blijft het een beetje naspoken in mijn hoofd, wanneer ik het enthousiasme zie waarmee in deze krant de afschaffing van elk verleden vanuit Amerika binnenhaalt. ‘Het argument kan niet zijn: we moeten deze filosofen kennen want zij zijn belangrijk,’ zo citeert het artikel lustig. Het opgeruimde radicalisme van schoon-schip herinnert aan de korte metten waarmee het communistische Rusland of China nog niet zo lang geleden alles wat niet ‘proletarisch’ was in het vuilnisvat van de geschiedenis wierp. ‘Ik kan niet al mijn tijd besteden aan praten over de canon,’ zo luidt het vanuit gidsland Amerika, ‘ik wil de wereld veranderen’. Was dat niet al eens eerder gezegd door de ‘witte’ filosoof Karl Marx?

Hoe rampzalig dat heeft uitgepakt hoef ik hier niet te memoreren. En moet werkelijk nog eens worden uitgelegd dat het er in goed onderwijs niet om gaat een student te confronteren met wat hij zelf al is en weet (‘Een man van kleur of een lesbische vrouw krijgen nu snel de indruk dat filosofie niet voor hen is’), maar met wat hij juist níet is of weet? Om de schok van het ongewetene waarnaar men reikhalzend leert uit te zien omdat het beter, intelligenter en hoogwaardiger is dan wat men gewoon was – niet alleen voor deze of gene maar voor iedereen.

Ik was nooit geworden wie ik ben als de universiteit me niet had verheven boven het arbeidersmilieu van mijn achtergrond. Niet omdat dat hogere een willekeurige ‘canon’ zou zijn waaraan niet gemorreld kan worden. Maar omdat Descartes lezen nu eenmaal vormender is dan kijken naar de TROS: in die tijd een omroep voor lichte kost die doorging voor de intellectuele dood in de pot.

De canon is er, met andere woorden, niet voor niets – maar statisch is hij nooit geweest, zoals het Trouw-artikel kennelijk veronderstelt. Kijk naar de portretten die het stuk illustreren en zie Hannah Arendt erin opgenomen in de galerij van vermaledijde ‘witte’ filosofen. Een joodse vrouw die vluchten moest voor het nazisme, dat wel raad wist met intellectuelen die niet ‘voor het volk’ waren – en die onder het mom van diversiteit nu kennelijk opnieuw het curriculum moet worden uitgejaagd.

Lang geleden heb ik als redacteur van deze krant een groot artikel gemaakt over Afrikaanse filosofie. Van diversiviteitsofficieren (ook al zo’n eng bolsjewistisch verschijnsel) had nog nooit iemand gehoord, en een blank mens hoefde zich nog niet het misprijzende ‘wit’ te laten aanleunen. Het interview met een ingevlogen Afrikaanse ‘wijze’ werd een reddeloos fiasco – wat ongetwijfeld mijn even reddeloze ‘witte’ hegemonie en privilege bewijst.

Het zal wel. Ik blijf koppig vasthouden aan de overtuiging dat wát iemand zegt belangrijker is dan wie hij is – zodat een arbeiderskind ooit even serieus kon worden genomen als een telg van de bezittende klasse die nu met ‘identiteitspolitiek’ flirt. Ja, ik weet dat ‘luister, ik ben die-en-die’ de filosofie is binnengesmokkeld door Nietzsche – van wie niemand meer wil geloven hoe ongemakkelijk zijn denkbeelden wérkelijk zijn. Bij het Trouw-artikel van die Malle Maandag mag, ironisch genoeg, ook zijn portret illustreren hoe hegemonisch-wit de één-pot-nat-filosofie van de westerse canon zou zijn.

Veel zal dit getut-tut niet uithalen tegenover de gekte waarmee de academische filosofie lijkt te bewijzen hoe frivool en dus irrelevant zij wel niet kan zijn. Zij gaat, zoals altijd, mee met haar tijd – en onze tijd is er een van sectarisme, particuliere waarheden, groeps- en rasdenken en nieuw opgeworpen scheidslijnen. Trouw lijkt het allemaal prachtig te vinden – maar ik vraag me af wat ik eigenlijk nog op haar filosofiepagina doe.

Lees ook: Weg met de hegemonie van de witte filosoof 
Lees ook de recensie van 'De geest uit de fles': 
Ger Groot schreef een belangrijk boek, vanuit een ouderwets perspectief

Lees hier meer columns van Ger Groot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden