ZingevingDineke van Kooten

‘Ik stel vragen, niet vanuit mijn kop, maar vanuit mijn buik’

Dineke van Kooten belandde na haar bevalling vanwege bekkenproblemen langdurig op bed. Beeld Judith Jockel
Dineke van Kooten belandde na haar bevalling vanwege bekkenproblemen langdurig op bed.Beeld Judith Jockel

Welk verhaal geeft uw leven zin? Trouw-lezers vertellen hun verhaal. In deze aflevering: Dineke van Kooten (1963). “Oké, dacht ik, als ik dan geen einde aan mijn leven kan maken, dan wil ik het meest existentiële boven water krijgen.”

Peter Henk Steenhuis

“In het revalidatiecentrum kreeg ik de opdracht mijn visitekaartje te verscheuren. Ik moest leren omgaan met mijn beperkingen. Dat ik nooit meer zou kunnen werken bijvoorbeeld. Nooit meer werken? De rest van mijn leven voor het raam liggen? Ik viel in een gat. Ik was afgestudeerd in politicologie en massacommunicatie, en werkte voltijds. Tot mijn vreugde werd ik zwanger. Maar in de derde maand van mijn zwangerschap kreeg ik bekkenproblemen. Met zeven maanden was werken niet meer mogelijk. De fysiotherapeut dacht dat mijn bekken losser zat dan gewoonlijk. Dat zou na de bevalling wel weer goed komen. Het kwam niet goed.

Dit komt nooit meer goed

Een jaar later belandde ik met een hernia in het ziekenhuis. Mijn bekken bleek scheef te staan, en mijn gewrichten, banden, spieren waren ontstoken. Vier weken later werd ik naar een revalidatiekliniek getransporteerd, met de boodschap: ga er maar vanuit dat dit nooit meer goed komt.

Daar lag ik. Ik kan mijn werk niet meer doen. Ik kan geen leuke partner meer zijn, geen leuke moeder. Wat doe ik hier? Wat doet een mens op aarde? Ik heb hier niets meer te doen, dus kom maar op met die eeuwigheid.

Ik kom uit een predikantengezin, waar mij waarden zijn bijgebracht over wat je wél en niet doet, én wat je aan het hogere overlaat. Je moet in het leven van betekenis worden, niet er een einde aan maken.

Leuk maar niet echt zinvol

Toen ik weer thuis was, hebben we een tafel over mijn bed laten maken. Mijn toenmalige man werkte bij de TU Delft, we waren een van de eersten met internet. Mijn toestand verbeterde niet, van mijn 29ste tot mijn 43ste lag ik bijna altijd op bed. Ik ben veel voor de school van mijn dochter gaan doen, heb veel websites voor kerken gemaakt. Leuk, maar niet echt zinvol, ik putte er geen betekenis uit.

Ik voelde me uitgerangeerd, aan de kant gelegd. Mijn huisarts begon over een lotgenotengroep voor chronische pijn. Daar voelde ik weinig voor, met elkaar zeuren over pijn. ‘Dan doe je het maar voor mij’, zei hij, ‘ik heb genoeg voor jou gedaan.’ Voor deelname werd ik getest, want het moest vaststaan dat je lichamelijke pijnen leed, en niet mentale. Daaruit bleek dat ik hoogbegaafd en hoogsensitief ben.

Dineke van Kooten is nu omgeschoold tot organisatiecoach. Beeld Judith Jockel
Dineke van Kooten is nu omgeschoold tot organisatiecoach.Beeld Judith Jockel

Dunne schouders

Ik was verbijsterd, ik had altijd gedacht dat ik een dom mens was, dat alleen maar vragen stelde. Ik ben veel gaan lezen, aanvankelijk vooral protestantse werken, bijvoorbeeld over Job en over zijn vrienden, die hem met dwaze adviezen lastig vielen. Zulke vrienden had ik ook. ‘God meet eerst de schouders’, zei iemand, ‘en legt dan de last erop’. Donder op, dacht ik, dan wil ik hele dunne schouders.

Op een dag las ik in een boek van priester Henri Nouwen dat het leven niet gaat om wat we doen of wat we hebben, niet om wat anderen over ons zeggen. Het gaat erom dat je als mens waarde hebt. Wat je ook doet of níet doet, God heeft daar een bedoeling mee. Oké, dacht ik, als ik dan geen einde aan mijn leven kan maken, dan wil ik het meest existentiële boven water krijgen. Ik ben gaan lezen, katholieke mystieke werken, de woestijnvaders. Ik nam deel aan retraites in abdijen, grotendeels vanuit mijn bed.

Diep grommen

Zo ging ik ook een weekeinde naar Gent. Tijdens de afsluitende kerkdienst zei de priester: ‘God de Vader, God de Zoon, God de Heilige Geest, U hoeft maar één woord te spreken en mijn geest is genezen’. Er is veel met mijn geest gebeurd, dacht ik. Toen zei de priester: ‘God de Vader, God de Zoon, God de Heilige Geest, U hoeft maar één woord te spreken en mijn ziel is genezen’. Voor ik ziek werd had ik een zelfbeeld van min-tien. Hoewel ik me fysiek waardeloos voelde, was dat de laatste jaren positiever geworden. Toen zei hij: ‘God de Vader, God de Zoon, God de Heilige Geest, U hoeft maar één woord te spreken en mijn lichaam is genezen’. Voordat ik iets kon bedenken, voelde het alsof ik van buiten werd aangeraakt, er kwam een kracht vanuit mijn tenen, die langzaam omhoog kroop. Had deze kracht een geluid kunnen maken, dan was het een diep grommen geweest. Toen was de pijn weg.

Ik las wel eens over fantastische genezingen. Als mij dat overkomt, dacht ik dan, dan ga ik het dak op en schreeuw ik het uit. Maar ik ging het dak niet op, ik werd stil. Wat nu? Na veertien jaar op bed. Wat ga ik nu doen? Thuis zeggen: ‘Hallo, ik ben beter.’ Misschien zou het morgen een fopmoment blijken.

Liggende moeder

Ik heb mijn genezing verzwegen tot een week later mijn fysiotherapeut bevestigde dat mijn bekken rechtstond, de ontstekingen verdwenen waren. Ik heb mijn toenmalige man gebeld. Hij wist ook niet goed te reageren: ‘Laten we het maar even aanzien’. Mijn dochter vond het niet leuk, zij was dertien jaar met een liggende moeder omgegaan, en nu: ‘Hoi, ik ben er, zullen we leuke dingen doen?’

We zijn in relatietherapie gegaan, zoekend naar een nieuwe manier om met elkaar om te gaan. Na een paar maanden heb ik het UWV gebeld: ik kan weer werken. Dat trokken ze in twijfel: laten we dit even aankijken. ‘Ik wil werken,’ zei ik. ‘Ga maar een plan schrijven, wat wil je doen?’

Ik had tijdens mijn ziekte in 2004 een opleiding tot supervisor gedaan. Via het UWV kon ik een studie doen voor teamcoach. In 2010 studeerde ik af als organisatiecoach. Dat is nu mijn werk. Ik heb geleerd te erkennen dat ik niet alles hoef te weten. Ik kijk nieuwsgierig naar mensen, naar bedrijven, en ik luister. Ik luister naar de verhalen, naar lichaamstaal, naar mijn eigen gevoel. En ik stel vragen, niet vanuit mijn kop, maar vanuit mijn buik.”

Heeft u ook een zingevingsverhaal te vertellen en wilt u dat delen? Mail dan naar: zingeving@trouw.nl.

Lees ook:

Zin in het alledaagse

In de verhalenreeks Zin in het alledaagse vertellen Trouw-lezers hoe ze zin geven aan hun bestaan. Eerdere afleveringen uit de reeks zijn hier terug te lezen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden