Zin in het alledaagse Peter Henk Steenhuis

‘Ik moest nieuwsgierig worden naar mijn eigen leven’

Johan Lock. Beeld Lars van den Brink

Welk verhaal geeft uw leven zin? In deze reeks vertellen Trouw-lezers hun zingevingsverhalen. Vandaag: Johan Lock (57): ‘Jarenlang was God iets buiten mij, bereikbaar door gebed. Ikzelf deed er eigenlijk niet zo toe. Nu was daar ineens het idee dat, aangenomen dat God bestaat, Hij juist vindbaar is in mijzelf en in de wereld om mij heen.’

“Officieel was ik een gelukkig mens. Mijn werkzaamheden, mijn vrouw en vrienden zorgden voor zin en zinnelijkheid. Toch werd al die zin tegelijkertijd ondergraven door mijn doorlopende twijfel. Was dit echt het werk dat ik wilde doen, de vrouw bij wie ik wilde zijn, de vriendenkring die bij mij hoorde?

“Ik ben opgegroeid in een groot, zelfbewust gezin waarvan de ouders een jaar of zeven voor mijn geboorte het ware geloof hadden gevonden. Ze hadden de gereformeerde kerk verlaten en met andere bevlogen bekeerlingen een eigen kerk gesticht. De leden hiervan kwamen niet alleen op zondag samen, maar ook op andere dagen. Als kinderen werden wij opgevoed in de overtuiging dat die kleine kerk van ons een door God gewild organisme was. Het was goed om een opleiding te volgen en werk te vinden, maar dat waren toch bijzaken vergeleken met onze werkelijke roeping in het leven.

“Die roeping voelde ik als een groot, verheven noodlot. Zeker toen dat kleine kliekje van het begin uitgroeide tot een nauw aaneengesloten gemeenschap van een kleine duizend mensen. Ik peinsde soms over de mogelijkheid van een ander leven, zonder die tijd en energie opslokkende kerk. Maar de mythe van onze roeping, de kracht van het collectief en mijn uitsluitend uit geloofsgenoten bestaande vriendenkring, ontnamen me het zicht op zo’n alternatief bestaan.

Veilig en unheimisch

“Dus ik bleef. Veilig en unheimisch tegelijk binnen de door anderen bepaalde grenzen. Ja, ik koos een studie en later een werkkring, er ontwaakte iets van maatschappelijke ambitie, maar zodra die ambitie te veeleisend werd, trapte ik intuïtief op de rem. Mijn bezigheden mochten nooit ten koste gaan van de tijd en aandacht die onze geloofsgemeenschap vroeg. Daar maakte ik vanzelfsprekend ook mijn vrienden en vond ik mijn grote liefde.

“In de jaren negentig kon ik de onvrede over mijn bestaan niet langer negeren. Ik las veel, en voor het eerst stond ik mijzelf toe buiten vertrouwde kaders te treden. De eerste duw in een andere richting kreeg ik door een citaat van Cesar Pavese uit zijn dagboek ‘Leven als ambacht’: ‘De echte mislukkeling is niet degene die niet slaagt in de grote dingen – wie is daar ooit wel in geslaagd? – maar in de kleine. Niet ertoe komen zich een huishouden in te richten, niet een vriend weten te behouden, niet in staat zijn een vrouw te bevredigen: niet de kost verdienen zoals iedereen.’

“Terwijl ik steeds minder zin kon halen uit de grootse, maar abstracte idealen van een evangelische kerk die God naar beneden wil bidden in de vorm van wonderen en bekeringen, vond ik in bovenstaande woorden een nieuwe, voor mij wél bruikbare definitie van een zinvol leven. Zonder geloofsbegrippen, in aardse mensentaal. Het citaat gaf geen antwoord op de vraag of ik wel goed zat qua baan, partner en vrienden, maar spoorde me simpelweg aan om werk te maken van dat alles.

Nieuwe richting

“Later ontdekte ik het Thomas-evangelie, waar ik eigenlijk hetzelfde las als bij Pavese, maar nu in een spirituele context: ‘Maar het Koninkrijk is binnenin jullie en buiten jullie / Als jullie jezelf kennen / zullen jullie ook gekend worden.’

“Jarenlang was God iets buiten mij, bereikbaar door gebed. Ikzelf deed er eigenlijk niet zo toe, ik was hoogstens een leeg vat dat door Hem gevuld moest worden. Nu was daar ineens het idee dat, aangenomen dat God bestaat, Hij juist vindbaar is in mijzelf en in de wereld om mij heen. Die gedachte gaf nieuwe richting aan mijn spiritualiteit: ik hoefde me niet langer druk te maken om dogma’s of tradities, ik moest ‘gewoon’ nieuwsgierig worden naar mijn eigen leven.

“In 1998 liet ik de geloofswereld van mijn opvoeders achter me en daarmee de blije evangelische zekerheden, de vanzelfsprekendheid van een vol en druk weekprogramma en al het bijbehorende sociale verkeer. Eindelijk kon ik op zoek naar eigen zin. Even was ik euforisch over de vrijheid die voor mij lag, daarna besefte ik hoeveel parameters van wie ik kón zijn nog steeds vaststonden. Ik was een man van halverwege de dertig met een baan bij een communicatieadviesbureau, en een vrouw – met twee kinderen ondertussen – plus, ergerlijk genoeg, een gevoeligheid voor religieuze ervaringen. Natuurlijk zou ik mijn zoektocht naar eigen zin kracht bij kunnen zetten door ook die schepen – allemaal uit dezelfde vloot afkomstig tenslotte – achter mij te verbranden, maar ik begreep dat ik mijzelf daarmee nog nadrukkelijker zou definiëren. Trouwens: ik wilde die kinderen helemaal niet kwijt, er was ook geen andere vrouw die ik begeerde en zelfs geen andere baan.

Niet mijzelf geweest

“Toch zat iets me niet lekker. Omdat ik mijzelf al die voorliggende jaren nooit ‘een authentiek mens’ had gevoeld, kon ik niet beoordelen of ik dat nu ineens wel was. Dat wil zeggen: het schrappen van al die geloofsactiviteiten was een enorme opluchting; wat de rest van mijn leven betrof, wist ik niet wat ik ervan moest vinden. Achteraf zeg ik: mijn leven was zolang niet van mijzelf geweest, dat het mij destijds ontbrak aan liefde, waardering en dankbaarheid voor alles wat ik bezat, inclusief mijn vrouw, kinderen, werk en vrienden.

“De teksten van Pavese en Thomas vielen toen pas goed op hun plek. Toen ik eenmaal, zonder een groter ideaal dan ‘het leven verdienen zoals iedereen’, mijn leven leed, en probeerde een prettige collega te zijn, en een goede vakman, een vriendelijke buurman, een betrouwbare vriend en een liefhebbende, aanwezige partner en vader, begon zich af en toe het wonder voor te doen dat ik dat alles met nieuwe ogen zag en als voor het eerst dacht: dit huis, dit gezin, deze vrienden, dit werk, deze boeken en films... dat alles vormt mijn bestaan en geeft het zin, in alle betekenissen van dat woord.”

In ‘De erfenis van Adriaan’ beschrijft Johan Lock de geloofsgemeenschap waarin hij is opgegroeid.

In de verhalenreeks ‘Zin in het alledaagse’ vertellen Trouw-lezers hun zingevingsverhalen. Lees hier de afleveringen terug. En klik hier voor de podcastserie die bij deze verhalenreeks verschijnt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden