ColumnStijn Fens

Ik heb last van kerkhonger

De Tsjechische kerkhervormer Johannes Hus zou voordat hij op 6 juli 1415 op de brandstapel de dood werd ingejaagd (let wel: Hus betekent gans in het Tsjechisch) gezegd hebben: “Gij verbrandt nu wel een gans, maar een zwaan zal verrijzen, die zult ge niet te pakken krijgen”.

Deze profetie werd laatst voor mijn ogen werkelijkheid.

Ik was in een kleine verkeers­opstopping verzeild geraakt, vlakbij een spoorwegovergang niet ver weg van een uitvalsweg. Er was sprake van een heuse oploop. Een oudere man in een roze trui hield het verkeer van twee kanten tegen. Ik dacht aan spoorbomen die niet meer open gingen of een botsing van twee voertuigen, maar net voordat ik de auto uit wilde stappen om te kijken wat er nu toch aan de hand was, zag ik hoe van rechts een koppel zwanen met zijn twee jongen, beschermd door een menselijke corridor, de straat over staken op weg naar het water aan de andere kant. Kalm en ongenaakbaar. Geen enkele automobilist toeterde. Een explosie van dierenliefde en vriendelijkheid.

Dit schouwspel troostte mij op een bepaalde manier.

Begaan zijn met het lot van bedroefden

Ik zoek naar troost en kom het op onverwachte plekken tegen. Zoals in de ‘Decamerone’ van Giovanni Boccaccio. Misschien kent u het boek. Vanwege de pest in Florence verblijven zeven vrouwen en drie mannen in afzondering op het Toscaanse platteland en vertellen elkaar in tien dagen tijd honderd verhalen. Nu het coronavirus ons in huis houdt, heeft het boek aan ­populariteit gewonnen.

Het had al een aantal dagen op mijn bureau gelegen, onaangeroerd en keurig in plasticfolie verpakt, voordat ik eraan durfde te beginnen. Misschien was ik bang niet meer te kunnen stoppen met lezen. Ik verwijderde de folie, sloeg het boek open en las de eerste zin: ‘Het is menselijk begaan te zijn met het lot van bedroefden: een deugd die iedereen siert, maar vooral toch degenen die zelf ooit naar troost hebben gehunkerd en hem bij sommigen ook hebben gevonden’.

Prachtige zin en voorlopig meer dan voldoende. Ik legde het boek meteen weer weg.

Troost kent voor mij veel verschijningsvormen. Mensen, af en toe dus een dier, maar ook muziek, boeken en kerkgebouwen kunnen mij troost bieden. Als ik vanuit het raam van mijn woonkamer naar buiten kijk, kan ik een groot deel van het jaar door de bomen de Domtoren zien. Een vriendelijke oude reus die over mij en de stad waakt. Vanaf begin maart verdwijnt de toren langzaam uit het zicht doordat de bomen geleidelijk aan weer blad krijgen. Dat moment viel dit jaar samen met het begin van de pandemie.

Niet alleen de Dom is weg, ook al die andere kerkgebouwen die mij dierbaar zijn, zijn nu onbereikbaar. Ik mis ze. Niets fijner dan even een kerk binnenlopen. Het ruikt er alleen al zo lekker. Afgelopen week nog fietste ik op hoop van zegen naar een kerk bij mij in de buurt. Ik had kerkhonger. Eenmaal daar aangekomen, bleek-ie inderdaad gesloten. Op de website las ik later dat het gebouw maar een aantal dagen per week gedurende korte tijd geopend was. De kerk is ziek en mag beperkt bezoek hebben.

Oplaadstations van vriendelijkheid en troost

In het pre-coronatijdperk waren de kerken als een extra huiskamer in de stad voor wie even tot rust wilde komen. Ik noem ze graag oplaadstations van vriendelijkheid en troost. Al zat je er een uur, niemand zei er wat van. Vaak zat er een kerkwacht een stichtelijk boek te lezen. Af en toe lachte ze vriendelijk naar je.

Maar door de pandemie veranderde alles. Terwijl op allerlei plekken priesters en dominees in de frontlinie stonden en met vallen en opstaan het houden van internetkerkdiensten ontdekten, gingen veel kerkgebouwen op slot en raakten ontheemd. De troost en de vriendelijkheid sijpelden weg, de samenleving in. Je komt dit illustere duo nu overal tegen: in parken, op pleinen en af en toe bij een verkeersopstopping in de buurt van een spoorwegovergang.

Maar als straks het virus genoeg is teruggedrongen, we elkaar op straat weer ongemerkt voorbij­lopen en weer toeteren als we te lang moeten wachten voor overstekende zwanen bij een spoorwegovergang, dan is het goed dat in onze dorpen en steden al die kerkelijke oplaadstations van vriendelijkheid en troost opnieuw voor ons toegankelijk zijn. Zodat onze innerlijke gans weer tot een zwaan kan transformeren.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden