Column

Ik heb kennisgemaakt met het vagevuur

Beeld Trouw

Laatst vroeg iemand mij op de man af of ik wist hoe de hemel eruitzag. “Jij gelooft toch”, voegde ze er als een soort ultieme aansporing aan toe. 

Ik begon te stamelen. Dat er geen wetenschappelijke bewijzen zijn. Dat de hemel al onze voorstellingen te boven gaat. Dat het in ieder geval betekent dat je dicht bij God bent. Een soort eeuwigdurende droomtoestand. Verder kwam ik niet. Erg overtuigend vond ze het allemaal niet. Gelijk had ze.

Het vagevuur is een ander verhaal. Daar weet ik sinds kort het een en ander van. Afgelopen week hebben we op het baanvak tussen Gouda en Woerden kennisgemaakt.

De intercity was nog voortvarend om 17.40 uur van Den Haag Centraal vertrokken, met als eindbestemming Utrecht Centraal. Ik zat in een drukke tweedeklascoupé aan het raam, verdiept in mijn telefoon. Nog 16 procent batterij, maar dat moest ik wel redden tot aan huis. Om nou te zeggen dat het leven mij in alle opzichten toelachte, gaat te ver, maar er was geen reden voor grote ongerustheid.

Tot die ene klap.

We waren net station Gouda voorbij, toen het leek alsof de trein ergens tegenaan reed. Een fietser of zo. Ik hoorde iets op het dak vallen. Boem! We stonden vrijwel meteen stil. “Dat is foute boel mensen”, zei een man in mijn coupé met de overtuiging van een kenner.

Vonken

Daarna gebeurde er een tijdje niets. Ik keek naar buiten. In de verte reden auto’s. Op weg naar huis. Zij wel. Na een paar minuten meldde de conducteur zich. Of we wel gemerkt hadden dat er iets was gebeurd. “Wij gaan op onderzoek uit”, klonk het geruststellend. Ik pakte een boek uit mijn tas dat ik al maanden probeerde uit te lezen. Misschien was dit het goede moment.

Even later meldde de conducteur zich opnieuw, nu met de diagnose: een draadbreuk. Er werd contact opgenomen met de verkeersleiding. Misschien konden we wel verder rijden. Dat laatste gebeurde, zo’n twintig minuten later. Na een paar meter stokte de trein opnieuw. “Ik zie allemaal vonken”, zei een vrouw aan de andere kant van het gangpad. “O, dat kan geen kwaad”, zei de kenner in de coupé. Daar was de conducteur weer over de intercom. Hij begon te vertellen dat we weggesleept zouden worden. Midden in zijn verhaal hield de intercom ermee op. Even later viel ook het licht uit. Die dag lazen wij niet verder.

We waren definitief gestrand. Mijn lotgenoten in de coupé waren silhouetten geworden. Buiten liepen mannen in gele hesjes met felle lampen. Ik dacht aan een gedicht van kardinaal John Henry Newman (1801-1890):

Leid, vriendelijk licht, mij als een trouwe wacht,
leid Gij mij voort!
’k Ben ver van huis en donker is de nacht,
leid Gij mij voort!
Omdat de toekomst duister is voor mij,
licht stap voor stap mij met Uw schijnsel bij.

Buiten regende het, maar zelfs de regen was niet meer van ons. We waren van de wereld afgesloten en misschien al vergeten. Op dat moment dacht ik: misschien is dit het vagevuur wel. Een afgesloten ruimte met weinig licht, maar op een vreemde manier voel je je toch geborgen.

Je weet niet wie er naast je zit en door een groot raam zie je hoe het leven op aarde doorgaat, maar jij kan er niet meer bij. Het vagevuur: je weet wel waar je je bevindt, maar niet hoe het met je gaat aflopen. We waren dolende zielen. Slachtoffers van een draadbreuk.

De deur van de coupé ging open. Daar was uit het niets – als een soort engel – de conducteur. Hij kwam met de verlossende woorden dat er een locomotief was aangesloten die ons naar Utrecht zou trekken.

Uiteindelijk kwamen we drie uur te laat op de plaats van bestemming aan. Omdat onze trein nog geen stroom had, moesten de deuren handmatig worden geopend. ‘De graven zullen openbreken’, dacht ik en maakte me uit de voeten. Het licht in de stationshal deed pijn aan mijn ogen. Daar was het druk en voor ik het wist, begon ik tegen wildvreemden te vertellen dat ik kennis had gemaakt met het vagevuur. Mensen keken mij verbaasd aan en geloofden mij niet.

Over de hemel ben ik toen maar helemaal niet meer begonnen.

Stijn Fens schrijft over katholicisme. Lees al zijn columns in ons dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden