Geloven Heilige Geest

Ik geloof in de Heilige Geest

Beeld Jean-Pierre Jans

Stephan Sanders beschreef in deze krant hoe hij gelovig is geworden. Aan de hand van het Apostolicum - de christelijke geloofsbelijdenis uit de tweede eeuw die nog overal ter wereld wordt gebruikt - vertelt hij nu wát hij gelooft. Vandaag de achtste regel uit die belijdenis, over de Heilige Geest.

Het gebeurde in een achttiende-eeuws pand, met een piepklein binnenplaatsje. Om Gerard Reve aan te halen: er hadden heel goed ‘oude fietsbanden’ kunnen liggen die een openbaring kunnen zijn van ‘de Majesteit Gods, heel dicht bij huis’. Maar die banden lagen er niet.

Op bezoek bij vrienden, die zelf weer een vriend op bezoek hadden, een man die ik hooguit een of twee keer vluchtig had gezien.

Vreemde man

Er werd wat gepraat, gegeten en gedronken, en het duurde even te midden van deze alledaagsheid voordat ik mijn stemmingswisseling opmerkte. Ik was in korte tijd volkomen verzenuwd. Ik hoorde mijzelf praten, maar kon alleen maar staren naar die betrekkelijk vreemde man. Ik ging op mijn handen zitten om het trillen te verbergen.

Toen ik opstond om afscheid te nemen stond die man ook op. Ik liep naar de metro en hij liep ook mee. Hij zei niets, en hoe ik ook probeerde mijn, gewone, bijna hysterisch sociabele Zelf aan de praat te krijgen: mijn mond was droog, mijn tong lam.

Zwijgend zaten we naast elkaar op het metrobankje, vanzelfsprekend liep hij achter me aan toen ik uitstapte, en op het moment dat ik de huisdeur achter me sloot was hij bij me binnen. Weer werd er praktisch niets gezegd: er werd gehuild, getrild en in elkanders ogen gekeken.

Heilige Geest

Dit alles gebeurde bijna twintig jaar geleden en die vreemde man is al weer lange tijd mijn echtgenoot. Op het moment van deze alles overweldigende ontmoeting was ik niet gelovig. Maar het idee dat ik aangeraakt was door iets of iemand, groter dan ikzelf – ik zal toen gedacht hebben: iets – kon ik niet loochenen. Heel voorzichtig probeerde ik de ervaring als een religieuze te benoemen, daar gingen jaren mee heen. Nu zeg ik: het was de Heilige Geest die zich manifesteerde – en klaarblijkelijk ook in hem. Of was hij zelf de Heilige Geest?

In het evangelie van Johannes wordt over de Geest gesproken als over de ‘parakletos’: een pleitbezorger in een rechtszaak, en meer in het algemeen: een metgezel, een helper. Hij zit, zo valt in het Nieuwe Testament te lezen, in ons. Hij valt niet samen met onze dagelijkse zelf, maar woont bij ons in: een hemelse pensiongast.

Beeld Robin Héman

En dan bestaat er ook nog de zonde tegen de Heilige Geest, die onvergeeflijk is: wel de aanraking voelen, wel de stem horen die in je spreekt, maar die doelbewust negeren of zelfs belachelijk maken. Grofweg gezegd: het geweten verzaken. Eindelijk word je iets gewaar dat nu eens niet lijkt op koekoek eenzang, die eindeloze monoloog tussen jou en jezelf. Je ervaart een grotere, niet uit te rekenen waarheid, en lulhannes die je bent, juist dat onmiddellijke weten probeer je te ontkennen of zelfs te vertrappen. De steun wordt weggehoond. De aanwijzing genegeerd. Het verkeersbord wordt in een jolige bui lekker omgedraaid. Waarom? Omdat er maar een meester of meesteres mag zijn hier op de aarde: Mij, mijzelf, ik. Al het andere moet wel lariekoek wezen.

Lariekoek

Het is wonderlijk dat er geen mens te vinden is, die niet voor een zeker percentage bestaat uit lariekoek. Ik ken eigenlijk niemand die volhoudt – oké, soms moet je doorvragen - dat er één duidelijke, kaarsrechte lijn in zijn leven af te tekenen valt. Het menselijk tekort is niet zomaar een uitspraak: het is een ervaringsweten.

Maar zodra zich iets, dat wil zeggen iemand in ons roert, die onze eigen beperkingen overstijgt, zijn we geneigd dat als lariekoek te benoemen. De helper wordt de misdadiger, de parakletos de verdachte. Onze almacht wordt aangetast. Alsof dat niet dagelijks gebeurt. Alsof wij niet doodgaan.

Was het altijd maar zo duidelijk als de ‘tril-gebeurtenis’, hierboven beschreven. Vóór noch na die tijd heb ik de manifestatie van de Heilige Geest zo sterk ervaren. Wat mij bevalt: ik kreeg er mee te maken als niet-gelovige, als ‘lariekoek-zegger’, die zijns ondanks veel moest bijstellen aan z’n vaste overtuigingen.

Alledaags leven

Maar zo bliksemschichtachtig heb ik het nooit meer ervaren. Ik ben daar niet rouwig om, want ik wantrouw de mensen die een competitie voeren over de meest spectaculaire bekering. Het moeilijkst is de HH te ervaren (de Heilige Hulp) in het alledaagse leven, vol met oude fietsbanden.

En dan is er nog iets dat me aan de Heilige Geest bevalt. De Geest is zo overduidelijk een residu uit oudere tijden, die christenen voor het gemak wel aanduiden als ‘heidens’. Ik ben niet voor niets katholiek geworden, in het moedergeloof zijn de overblijfselen van vóór het christendom het meest overtuigend geïncorporeerd en getransformeerd. Maria als Moeder Aarde, als vruchtbaarheidsgodin, Zij die het leven schenkt. En de geest kunnen we bij alle zogenaamde ‘natuurvolkeren’ aantreffen: iemand krijgt de geest, iemand krijgt Winti (Surinaams), iemand is meer geworden dan zichzelf.

Ik geloof dat het kan, dat het gebeurt.

Lees ook:

Eerdere afleveringen uit deze reeks
Aan de hand van de eeuwenoude apostolische geloofsbelijdenis vertelt Stephan Sanders over zijn geloof. Hier de vorige aflevering, over het laatste oordeel. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden