null Beeld

BladenLodewijk Dros

Ik ben geen vleier, zoals die parasieten, want ik ben een Zeeuw

Een stukje bos, ter grootte van een krant. Dat was volgens J. C. Bloem wat er nog aan natuur overschoot. Driekwart eeuw later zijn we zelfs de illusie van die halve vierkante meter (zo groot waren kranten toen nog) kwijt. Heel Nederland is een door de mens geboetseerd landschap, gemodelleerd naar de laatste natuurmode. Gelukkig hebben we de zee nog en de kustlijn is lang.

Was het maar waar. In het kwartaaltijdschrift De Lage Landen peilt Tomas Vanheste de stand van de Noordzee. Tegen 2020, schrijft hij, moeten we van de Verenigde Naties ‘op een duurzame manier zee- en kustecosystemen beheren en beschermen’. Vanheste komt met nog zo’n beleidsrapport aanzetten, van de Europese Unie, waarin staat dat de lidstaten ‘verplicht’ zijn om uiterlijk in 2020 een goede milieustand van het mariene milieu te bereiken of te behouden.

Een mismoedig makende opsomming van tegenvallers in Nederland en België

Welaan, het is 2021, dus dat zal toch een aardig eind zijn opgeschoten. Het zal de lezer niet verbazen dat Vanheste tot een andere slotsom komt. Overbevissing, vervuiling, zijn artikel is een mismoedig makende opsomming van tegenvallers in Nederland en België. De zee is grondig omgeploegd, en dreigt ook nog eens de uitwijkplaats te worden voor milieuwensen die op land tot verzet leiden. Strijden voor de zee is niet makkelijk, want we zien niet wat er onder het oppervlak schuilgaat. We moeten, stelt Vanheste vast, ‘afscheid nemen van de natuurlijke Noordzee’.

Alle ronkende rapportentaal en spijkerharde wetgeving ten spijt zijn land en zee huns ondanks van het rijk der natuur overgestoken naar de cultuurwereld.

Zou Miss Urgenda De Lage Landen lezen?

Achterin De Lage Landen piekert de Vlaamse Heleen Debruyne over Nederland. Het is natuurlijk ongepast, schrijft ze, maar ‘nu ik met een Nederlander ben gehuwd, begin ik op te warmen voor het idee van een volksaard’. Haar man schijnt anders te zijn, maar verder wasemt alles en iedereen ‘een zelfverzekerdheid uit, een geloof in eigen gelijk’.

Die volksaard dringt zich op bij het lezen van de lotgevallen van Hadriaan Beverland in historisch tijdschrift Groniek, opgetekend door Karen Hollewand.

De buitenechtelijke praktijken van de academische elite

Beverland was er zo van overtuigd dat paardrift het leven van jong en oud, man en vrouw beheerste, dat je er maar beter het leven op kon inrichten. Dat was een opruiende gedachte, Beverland werd in 1679 opgepakt. Want de academische elite wilde niet horen van de buitenechtelijke praktijken die ze erop nahielden. Prostitutie en pornografie waren in de 17de-eeuwse Republiek alom aanwezig.

Beverland wilde niet wegkijken, en beval als remedie om de lust te kanaliseren seksuele vrijheid aan. Niet voor iedereen uiteraard, want het gewone volk, en vrouwen, konden dat niet aan. De hoogopgeleide heren voor wie hij schreef, wel.

De rebelse student Beverland riep God aan om hem bij te staan in de strijd tegen de wereldlijke en kerkelijke hypocrieten. Dat hij zijn opponenten voor idioot en waanzinnige uitmaakte en ook tegen de leden van de rechtbank aanschopte, hielp niet bij zijn veroordeling. Hij moest uitwijken naar Engeland. Daar hield hij zich in, niet omdat seks er niet regeerde, maar uit lijfsbehoud. Maar wijken deed hij niet. Dat zat in zijn volksaard. ‘Ik ben geen vleier zoals die parasieten, want ik ben een Zeeuw.’ Hij stierf arm en alleen in Londen.

Lees eerdere afleveringen in ons dossier Bladen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden