Ewa Maria Wagner (56): ‘De kleine wereld die een kind met zijn moeder opbouwt, is mij onthouden.’

Zin in het alledaagse

‘Ik ben geboren in Katowice, maar het voelt alsof ik de Nederlandse taal ben’

Ewa Maria Wagner (56): ‘De kleine wereld die een kind met zijn moeder opbouwt, is mij onthouden.’Beeld Lars van den Brink

Welk verhaal geeft uw leven zin? Trouw-lezers vertellen hun zingevingsverhaal. In deze aflevering: Ewa Maria Wagner (56). ‘De muziek heeft me veel gegeven, maar met muziek ben ik minder verbonden dan met taal.’

Ik spreek niet alleen Nederlands om te communiceren, maar ook om mijzelf te zijn. De Nederlandse taal heeft me naar de essentie van mijn ziel teruggebracht. Deze taal leren is een spiritueel avontuur.

Ik ben geboren in Katowice, de hoofdstad van Silezië, een provincie in het zuiden van Polen. Dit gebied was tot de Tweede Wereldoorlog Duits, en is daarna Pools geworden. Mijn moeder is geboren in 1933, maar is ook na 1945 Duits blijven spreken; tot haar zestiende heeft ze geweigerd op het Pools over te stappen. Dat had niet zozeer met de geschiedenis te maken of met haar visie op de oorlog. Door Duits te blijven spreken, hoopte ze in haar eigen universum te kunnen blijven leven.

“Dat was onmogelijk, inwoners van Katowice moesten hun voornamen veranderen, achternamen werden verpoolst. Tegen haar zin is mijn moeder daarna Pools gaan spreken, min of meer gedwongen door het communisme. Naar buiten toe manifesteerden mijn ouders zich geforceerd als Pools. Thuis spraken mijn ouders vaak Duits, dat was hun geheimtaal om onderwerpen te bespreken waar ze mijn zus en mij buiten wilden houden.

Kleine wereld

“Pas toen ik mij de Nederlandse taal eigen begon te maken, ontdekte ik een gemis: de kleine wereld die een kind met zijn moeder opbouwt door de liedjes die ze zingen, de gedichtjes die ze opzegt, door de verhaaltjes die ze vertelt – die kleine wereld is mij onthouden. Van opzet was geen sprake, in het Pools kende ze die liedjes, verhaaltjes en gedichtjes gewoon niet. Doordat Pools niet haar moedertaal was, mis ik het moedertaalgevoel dat kinderen gewoonlijk van huis uit meekrijgen. Als ik kinderen zou hebben gehad, zou ik tegen hetzelfde probleem zijn aangelopen als mijn moeder.

“De Poolse taal heb ik me met drie jaar zelf eigen gemaakt. Ik speelde graag met houten lettertjes. Als ik iets neerlegde wat ik zelf niet begreep, kon mijn oudere zus dat lezen, of niet, wanneer het wartaal was. Spannend vond ik dat. Als kind leefde ik in een droomwereld van woorden, verhalen die voor een innerlijke vrijheid zorgden. Mijn eerste ervaring met taal was: ruimte.

“In die ruimte, in die woordjes, leefde ik. Alles wat je hebt en ziet, moet onder woorden gebracht worden. Ik was er goed in. Toen ik als vijfjarige vloeiend kon lezen, kwam mijn vader op een dag naar mij toe, in zijn handen een viool. ‘Richt je niet op de taal, taal beperkt je. Je moet muziek maken.’ Vervolgens duwde hij me een viool in mijn handen.

“Als kind volg je je ouders, je wil lief zijn, je wil jezelf waarmaken. Mijn vader geloofde in mij, ik was begaafd, ik werd professioneel altviolist. Wij leefden onder een communistisch regime, met allerlei restricties, maar in de taal was je vrij. Hoe goed het in de muziek ook ging, als ik speelde voelde ik altijd dat ik de innerlijke ruimte verraadde die de taal mij had gegeven.

Talenknobbel

“Pools en Russisch waren op school verplicht. Duits hoorde ik thuis, Frans en Engels heb ik onderweg opgepikt. Toen ik in Nederland een vaste baan kreeg als altviolist dacht ik snel door te reizen naar Frankrijk. Maar tijdens een cursus Frans op het Alliance Française ontmoette ik mijn grote liefde. En het werd Nederland.

“We spraken aanvankelijk allerlei talen, tot hij zei: ‘Maar jij kent zoveel talen, jij hebt een talenknobbel’. Ik kende het woord niet, heb het moeten opzoeken. Met dat woord, talenknobbel, is mijn liefde voor het Nederlands ontstaan. In 2005 ben ik begonnen Nederlands te leren, en ik leer nog steeds iedere dag bij. Met een app, met allerlei oefeningen.

“Ik heb vroeger proberen te schrijven, in het Duits, in het Pools. Maar tussen mij en die talen klopte iets niet, alsof ergens een deur was dichtgedaan. Ik kon niet meer in de ruimte die ik er ooit had gevoeld. Toen ik serieus Nederlands ging leren, leek het niet alsof ik een vreemde taal leerde, het leek alsof ik Nederlands lééfde. Ik leerde ook beter als ik een bloem in het veld zag staan, bloesem aan een tak zag en dat benoemde, in plaats van de woorden uit een boek tot mij te nemen. Het is voor mij geen enkele opgave deze taal te leren, het voelt alsof ik de Nederlandse taal ben. Ik schrijf en publiceer nu ook in het Nederlands.

Verbinding

“Sleutelwoord is de onvoorwaardelijke liefde die ik van mijn man ervaar. Die liefde konden mijn ouders mij niet geven, ze worstelden met zichzelf. Toen in ’89 de grenzen opengingen, zijn ze vrij snel daarna naar Duitsland verhuisd. Daar werden ze ook niet gelukkig, daar bleven ze Polen.

“Ik woonde al een tijd in Nederland toen de verhouding met mijn vader verslechterde. We kregen ruzie en hebben tien jaar niet met elkaar gesproken. Als jonge man speelde hij goed viool en fluit, hij had een groot solist willen worden. Dat is mislukt. Toen wilde hij dat ik een groot solist zou worden. Ik heb nooit die ambitie gehad. Onze verwachtingen botsten hard. De muziek heeft me veel gegeven, maar met muziek ben ik minder verbonden dan met taal.

“Na de tien jaar radiostilte zou ik mijn vader ontmoeten. Ik was bang. Om met elkaar te communiceren moesten we Duits of Pools spreken. Tijdens het gesprek besefte ik dat ik straks terug kon naar het Nederlands; ik voelde me beschermd door de taal.

“Als ik werk, altviool speel, ben ik 56. Als ik schrijf ben ik 16, hooguit 18. Ik heb het kind teruggevonden dat mij had verlaten. Door het Nederlands heb ik weer verbinding kunnen leggen met mijn ziel.”

Ewa Maria Wagner: Het Tristan-akkoord (uitgeverij Meulenhoff)

Heeft u ook een zingevingsverhaal te vertellen? Mail zingeving@trouw.nl.

Vandaag start een nieuwe podcastreeks van deze serie interviews, beluister de afleveringen via trouw.nl/zininhetalledaagse

Lees ook:

Zin in het alledaagse

In de verhalenreeks ‘Zin in het alledaagse’ vertellen Trouw-lezers welk verhaal hun leven zin geeft. Klik hier om eerdere afleveringen uit de reeks te lezen, en klik hier voor de bijbehorende podcast.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden